“’t Stad is van iedereen”, zolang je er maar niet verdacht uitziet. [Getuigenis van A.T.]

11-03-2015 | Jihad Van Puymbroeck (Kif Kif Redactie)

Elke dag opnieuw moet ik me bewijzen dat ik “een goeie” ben. Elke dag moet ik bewijzen dat ik “niet zoals de rest” ben.

A.T is 18 en student Automechanica, voor de eerste keer doet hij zijn verhaal over zijn ervaringen met de Antwerpse politie.

 

Ben je al in aanraking gekomen met de politie? Zo ja, om welke redenen?

Ja, ik liep op de Meir met een vriend en achter mij hoorde ik ineens iemand “Pascontrole” roepen. Twee politieagenten in een combi vroegen naar onze identiteitskaart. Ik zag voorbijgangers naar mij kijken, alsof ik een crimineel was. Ik had niets gedaan, ik stapte rond op de Meir zoals elke persoon die daar rondstapt. Ze stelden me dan vreemde vragen die op mij overkwamen alsof ze me wilden uitdagen. Ik probeer altijd mijn woorden te wikken en te wegen, want één verkeerde uitspraak is genoeg om alles fout te doen eindigen. Ik ga bewust nooit met een groep mensen op stap. Wanneer ik buiten kom, dan is dat maximum met twee vrienden, meer niet. Wanneer je een groep vormt, houdt de politie je zeker tegen omwille van bendevorming. Daar heb ik echt geen zin in, ik vermijd liever problemen.

 

Heb je ooit al het gevoel gehad dat je door agenten anders werd behandeld dan bijvoorbeeld je vrienden zonder zichtbare etnisch culturele achtergrond?

Ja, ik ging naar het zwembad van Mortsel met twee blanke vrienden. Toen we naar buiten gingen richting de tram hield een politiecombi ons tegen. Ik was de enige die zijn identiteitskaart moest tonen. De politieagent liet verstaan dat hij van mijn vrienden niets moest hebben en dat zij mochten doorlopen.  Sindsdien weet ik dat als ik met mijn blanke vrienden naar buiten ga, ik altijd als enige zal worden geviseerd.  Erg om te zeggen, maar dat is de reden waarom ik niet meer graag buiten kom met mijn blanke vrienden.

 

Waarop baseert een politie agent zich dan volgens jou? 

De politie houdt me tegen omwille van uiterlijke kenmerken, want ik doe niets verkeerd. Ik zit op de kaai te chillen met vrienden en de politie houdt een identiteitscontrole. Alsof iemand met een joggingbroek en een schoudertas het perfecte doelwit is. Elke dag opnieuw moet ik bewijzen dat ik “een goeie” ben. Elke dag moet ik bewijzen dat ik “niet zoals de rest” ben. Maar wie is “de rest”, zijn dat zogezegd de “rotte appels”? De manier waarop de politie zich gedraagt geeft mij het gevoel dat ik een tweederangsburger ben. “’t Stad is van iedereen”, zolang je er maar niet verdacht uitziet.

 

Zijn dit uitzonderlijke gevallen of gebeurt dit vaak?

Gelukkig is het uitzonderlijk, maar als ik naar de kaai ga of naar andere bekende locaties, dan weet ik dat de kans groot is dat er politie zal rond patrouilleren. Daarom vermijd ik liever deze plaatsen.

 

Denk je dat er iets moet veranderen in het Antwerpse politiekorps? Zo ja, wat dan precies, wat kan er volgens jou beter?

Politieagenten moeten leren stilstaan bij hun eigen vooroordelen. Als ze iets verdacht zien, moeten ze zichzelf de vraag stellen of dit effectief verdacht is, en zich daarna ook afvragen of ze misschien wat te snel vanuit een vooroordeel vertrekken. Wat bij mij en vele andere jongeren dus het geval is.  

 

>>> Dit stuk is de eerste publicatie van het dossier 'Diversiteitsbarometer Politie'

 

Heb je een gelijkaardige ervaring die je wil delen? stuur een mailtje jihad [at] kifkif [dot] be 

 

Hoe meld je discriminatie? klik hier voor meer info

http://www.kifkif.be/actua/%E2%80%9C%E2%80%99t-stad-is-van-iedereen%E2%80%9D-zolang-je-er-maar-niet-verdacht-uitziet-getuigenis-van-at