“Er zijn zo veel mooie momenten verbonden aan geloof” [interview met Anya Topolski]

26-05-2015 | Karin Joossens

Het leven van mijn ouders en grootouders is echt verpest omdat ze joods waren. Door die ervaringen maak ik hen onzeker en bang voor de mogelijke gevolgen van hoe open ik met mijn geloof omga. Aan de andere kant zijn ze heel trots op mij en leren ze zelf ook veel bij. Ze hebben hun identiteit echt leren verbergen, maar door mij komen ze terug in aanraking met een aantal vergeten elementen van hun achtergrond.

In het kader van het dossier Levensbeschouwing en superdiversiteit ontmoeten we Anya Topolski, een joodse filosofe die op veel sociale vlakken actief en activiste is. Met de plaats die haar geloof in haar leven inneemt maken we vandaag kennis.

Kan u uzelf even voorstellen?

Ik ben in Canada geboren, ben 38 jaar. Ik had biochemie gestudeerd. Daarna kreeg ik zin om wat filosofie te studeren en daarom besloot ik om twaalf jaar geleden naar België te komen, meer bepaald naar Leuven. Ik woon daar nog steeds en heb ondertussen mijn doctoraat behaald met als onderwerp de politieke filosofie van Hannah Arendt en de ethiek van Emmanuel Lévinas, twee joodse filosofen. Dat werd gepubliceerd onder de titel Arendt, Lévinas, and the Politics of Relationality. Ik werkte ook een postdoctoraat uit over de betekenis van het begrip “joods-christelijk”, over hoe het gebruikt wordt onder andere op politiek gebied, over hoe het anderen uitsluit enzovoort. Ook dat werd gepubliceerd in Is there a Judea-Christian Tradition? A European Perspective. Ondertussen heb ik mijn vier kinderen gekregen, twee jongens en twee meisjes.

Binnenkort begin ik als professor in Nederland. Daar ga ik onderzoek naar racisme in Europa doen, toegespitst op de link tussen racisme en godsdienst. In de VS is racisme voornamelijk gelinkt aan huidskleur, in Europa veel meer met godsdienst.

In mijn onderzoek wil ik inclusief en exclusief werken, vaak met een feministische invalshoek. Met een aantal andere mensen startte ik een website over seksisme aan de universiteit, het Sassy-platform.

En ook vorig jaar tijdens de Gaza-oorlog kon ik niet meer zwijgen en ben ik samen met zeven andere Vlaamse joodse mensen een vzw gestart Een Andere Joodse Stem. We wilden gewoon een progressievere joodse stem in de media brengen, om te tonen dat niet alle joden pro Israël zijn of dezelfde mening hebben over het conflict. Eind april hadden wij de lancering van onze vereniging met een publiek debat en workshop. Nu telt de vereniging een vijftigtal mensen. Het is heel snel gegroeid. Alles is begonnen met mijn verschijning in Terzake en een aantal mensen hebben dat opgepikt en wilden direct meedoen. Dus zo zijn we afgelopen zomer gestart. De vereniging heeft twee doelen: enerzijds willen we kritisch kijken naar de staat Israël en naar wat de regering er doet en anderzijds willen we het racisme hier in België en in Europa onder de loep nemen. We focussen daarbij vooral op antisemitisme en islamofobie.

Het jodendom ken ik alleen van de politieke actualiteit en van de geschiedenislessen. Hoe zou u de kern van het joodse geloof omschrijven? Wat zorgt ervoor dat u zich uitdrukkelijk als joodse vrouw wil profileren? Welke waardevolle elementen uit de godsdienst zijn volgens u onderbelicht?

Dat is een moeilijke vraag, zo’n beetje als in de uitdrukking “één jood, twee meningen”. Ik zal eerst het onderwijsantwoord geven, zoals wanneer ik erover les zou geven. Daarna geef ik mijn persoonlijke visie. Er is de onderverdeling van afkomst, de ashkenazim komen van Centraal- en Oost-Europa (Duitsland, Polen, enz), de sefardische joden komen uit Iberische hoek  (Spaanse en Noord-Afrika),  andere regio’s zijn de mizrahi-joden van Yemen, Etiopië, enz. In het ashkenazim jodendom zijn er twee grote groepen, de orthodoxe en de niet-orthodoxe.

Binnen de orthodoxe strekking heb je nog verschillende strekkingen variërend tussen modern orthodox en ultraorthodox. Voor hen is de kern van hun geloof de wet, met name de Thora, de mitswa, de 613 wetten. De ultraorthodoxe jood leeft de wet letterlijk na, de moderne staat zichzelf veel meer ruimte toe. Maar in alle orthodoxe strekkingen is de wet het vertrekpunt.

Langs de niet-orthodoxe kant is het ook heel divers met reform-, laïc-, conservatieve, meer liberale joden. Maar de bekendste zijn de conservatieven en de gereformeerden. Voor die eersten is traditie heel belangrijk. Niet alleen de wet, maar hoe die wordt uitgevoerd. Een beetje te vergelijken met het katholicisme. De liberale of gereformeerde joden, waartoe ik mezelf reken, nemen ethiek en de verantwoordelijkheid voor de andere als uitgangspunt. Wij volgen alleen 342 van de 613 wetten (of 316 als je niet in Israël woont), omdat alle andere verband houden met de Tempel en die bestaat niet meer. De wetten zijn ook meer symbolisch voor gereformeerde joden. Zij vragen zich af: welk gedrag is het rechtvaardigst, hoe moet ik leven, hoe kan ik best zorgen voor andere.

Voor mezelf vind ik de rituelen heel belangrijk, maar veel liberale joden hechten daar veel minder belang aan. Rituelen geven me discipline. Niet alleen op feestdagen. Bijvoorbeeld ik eet geen varkensvlees of zeevruchten. Ik meng geen melk met vlees. Vanavond zal ik sjabbat met mijn kinderen vieren, morgen gaan we naar de synagoge. Het valt me op dat ik er meer belang aan hecht nu ik in Europa woon. In Canada kwamen rituelen minder aan bod, maar nu worden ze veel belangrijker voor mij. Ze geven me ook wat structuur in mijn leven.

Op ethisch vlak is het concept van rechtvaardigheid in het joodse geloof het belangrijkste voor mij. Tzedakah is niet alleen gelijkheid en alles delen, zoals in herverdeling van rijkdommen, maar ook rechtvaardig samenleven. Er zijn heel duidelijke regels van hoeveel je moet geven aan mensen van buiten de gemeenschap, hoeveel aan mensen binnen de gemeenschap. Er is volgens Maimonides een hiërarchie in tzedakah, het hoogste niveau dat je iemand kan geven is die een soort “enpowerment” geven. Bijvoorbeeld met onderwijs, hem/haar aan werk helpen, zodat hij/zij goed zelfstandig kan zijn.

Daarom heb ik zo veel kritiek op Israël, want ik vind niks van dat rechtvaardigheidsbeginsel terug in het regeringsbeleid. Na de Shoah riep men: “Never again!” Dat “Never again!” kan je op twee manieren interpreteren: nooit meer zal dit joden overkomen, zoals Israël dat interpreteert, of nooit meer zal dit iemand overkomen. Met die laatste interpretatie ben ik opgevoed: niemand mag uitgesloten worden, want eens je ermee begint, heb je kunnen zien waar het kan eindigen. Dat principe zit in mijn dagelijks leven, in mijn onderzoek, en het maakt mij heel trots om joods te zijn. Mijn grootouders waren overlevenden van de Shoah en mijn ouders waren vluchtelingen uit Polen ten gevolge van het antisemitische overheidsbeleid in 1968. Dus je ziet hoe dat dat gegeven sterk verweven zit in mijn familiegeschiedenis.

U bent als joodse geboren, niet bekeerd.

Mijn familie was niet praktiserend. Mijn ouders zijn meer seculaire, culturele joden: wel alle feestdagen, maar verder zelden een bezoek aan de synagoge. Ze eten alles, dus niet koosjer. Maar dat betekent niet dat ze niet trots zijn op hun geloof en hun identiteit. Ik heb er zelf voor gekozen om mijn geloof een belangrijkere plaats in mijn leven te geven. Ik wou dat zelf.

Sinds ik in Europa woon, ben ik me bewuster geworden van mijn joodse identiteit. In Canada maakte ik deel uit van een grote Joodse gemeenschap, terwijl ik hier, zeker in Leuven, tot een minderheid behoor. Dat heeft me gemotiveerd om meer te leren en te doen met mijn achtergrond. Zeker toen de kinderen geboren werden, was het heel belangrijk.

Wat is de reactie van uw ouders nu u nu wel praktiserend bent?

Hun houding is tweezijdig: mijn ouders en grootouders werden echt gediscrimineerd voor hun joodse achtergrond. Hun leven is echt verpest omdat ze joods waren. Door die ervaringen maak ik hen onzeker en bang voor de mogelijke gevolgen van hoe open ik met mijn geloof omga. Aan de andere kant zijn ze heel trots op mij en leren ze zelf ook veel bij. Ze hebben hun identiteit echt leren verbergen, maar door mij komen ze terug in aanraking met een aantal vergeten elementen van hun achtergrond.

De geboorte van mijn eerste kindje is een mooi verhaal in dat verband. We hielden voor hem een benamingsfeest, waarvoor mijn grootmoeder speciaal uit Polen kwam. Haar vader was een rabbijn (eigenlijk opvallend die evolutie over die vier generaties van heel gelovig naar verbergen tot terug praktiseren). Het feest was op zaterdag en vrijdag vierden we sjabbat. Niet zoals dat in mijn jeugd gevierd werd, op vrijdagavond wel samen met de familie, maar zonder gebed of zonder kaarsen aansteken. Maar die vrijdag zetten we sjabbat in met gebed en liederen. Mijn grootmoeder moest huilen van blijdschap: zij had die liedjes vijftig jaar niet gehoord. Het bracht haar terug naar haar eigen jeugd. Dat was een heel mooi moment.

Maar mijn openheid maakt hen echt bang. Ze zeggen altijd tegen mij dat ik bepaalde dingen niet mag doen. Vooral de mogelijke gevolgen voor mijn kinderen bezorgen hen kopzorgen.

Hoeveel plaats neemt uw geloof in in uw leven?

Voor mij is het alles: mijn werk, hoe ik mijn kinderen opvoed, wat ik doe als vzw. Misschien is het een beetje ongezond, behalve sporten (lacht) houdt zo wat alles in mijn leven verband met die kern, die ethiek, met die waarden die voortkomen uit mijn geloof. Ik geniet uiteraard ook veel van andere dingen, maar er is geen dag dat mijn joods zijn niet bewust aanwezig is in mijn leven.

Welke symbolen of verhalen uit uw geloof zijn waardevol voor u?

Symbolen zijn er voor mij niet zo veel. De Magen David of Davidster in de Israëlische vlag is voor mij een afschuwelijk symbool geworden, omdat het al zijn waarde verloor door de staat Israël. Maar de chai vind ik het mooiste joodse symbool. Het wordt gevormd door twee Hebreeuwse letters en betekent leven. We proosten en zeggen dan “lechaim”, op het leven! Het islamitische symbool van de hand van Fatima kennen joden ook. Als feministe moet ik ook een vrouwelijk symbool tonen, en dit symbool verenigt dan nog eens een andere godsdienst.

Verhalen zijn er heeeeel veel, bijvoorbeeld in de Thora. Maar nog belangrijker zijn die van de Midrash, dat is het tweede boek van de Talmud met tal van interpretaties van wat je moet doen volgens de Thora. Daarin vind je veel verhalen over vrouwen, wat minder bekend is. In het jodendom zit een grote verteltraditie, die ook aan bod komt in mijn scriptie. Eigenlijk zijn verhalen de beste manier om te leren hoe je je moet gedragen, over wat goed en fout is. Plus verhalen herinner je je beter dan abstracte uiteenzettingen. Voor mij een belangrijk pluspunt (lacht).

Wanneer is iemand volgens u een goede gelovige?

Dat bepaalt iedereen voor zichzelf. Als je je goed voelt bij hoe je je als gelovige gedraagt, dan is dat voor mij genoeg. Daarover zou ik nooit oordelen, dat moet ieder voor zich doen. In het jodendom is wat je doet sowieso veel belangrijker dan wat je denkt. Je gelooft wat je wilt, maar je doet wel goede dingen met en voor andere mensen.

Voelt u zich opgenomen in een gemeenschap?

Ja, ik vond een fantastische synagoge in Brussel, the IJC oftewel The International Jewish Centre. We zien mekaar één keer per week in Brussel, één keer per maand komen we samen in Leuven. Het is een internationaal joods gezelschap met een derde Vlamingen en de rest komt van over de hele wereld. En nagenoeg alle strekkingen binnen het jodendom zijn er vertegenwoordigd. Het is heel divers, allemaal verschillende talen en veel kinderen. Dat is mijn gemeenschap en ik ben heel tevreden.

Als je een beetje praktiserend gelovig bent, krijg je al gauw het label ‘extreem’ of ‘radicaal’ opgeplakt.

In vergelijking met mijn ouders ben ik een beetje radicaal. Ik vind die tendens om alles wat een beetje gelovig is af te doen als extreem of radicaal heel jammer. Er zijn zo veel mooie momenten verbonden aan geloof. Samen aan tafel zitten en altijd een stoel vrijhouden voor mensen die alleen zijn of geen goede maaltijd krijgen is zo waardevol. De sfeer is gewoon anders. Na een week werken ben je gewoon moe. En dan vier je sjabbat samen met familie en vrienden, je geniet en ontspant. Het is alsof de tijd verandert en je weekend opeens helemaal anders begint. Daarvoor waardeer ik die rituelen zo.

Hebt u al momenten meegemaakt dat uw geloof u hinderde, dat het deuren voor u gesloten hield, dat het een breekpunt was?

Bij die vraag denk ik aan mijn schoonmoeder met wie ik geen contact meer heb. Zij is katholiek, opgevoed in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Ze is in Oostenrijk geboren met invloed van de Hitlerjugend enzovoort. Voor haar was mijn geloof altijd een probleem.

Door mijn onderzoek kom ik ook vaak in contact met moslims. Soms bots ik op een vooroordeel omdat ik joods ben, en zij lijken te denken dat ik zoals die mensen ben van Joods Actueel. Maar ik onderstreep dan vooral dat we meer gemeenschappelijk hebben dan we eerst dachten. Maar ik tref diezelfde vooroordelen aan bij katholieken. Mensen vertrekken soms van stereotiepe beelden en vooroordelen, die goede communicatie en samenwerking in de weg staan. Ik probeer die beelden altijd weg te nemen.

Hebt u soms het gevoel dat u uw geloof moet verstoppen?

Mijn ouders zeggen altijd dat ik dat moet doen, zeker voor de kinderen. Maar dat wil ik zo weinig mogelijk doen. Maar het gebeurt wel eens dat ik het verstop, omdat het soms een grens trekt tussen mij en andere mensen. Ik ga bijvoorbeeld vaak spreken in Duitsland en dan merk ik bij mensen van de generatie van mijn ouders dat ze met een schuldgevoel ten aanzien van joden zitten.

Wat moet er volgens u gedaan worden om in deze atheïstische wereld een beter begrip van en voor het jodendom te krijgen?

Dat er verschillende godsdiensten bestaan en dat binnen die godsdiensten nog eens verschillende stromingen bestaan. Hoe meer mensen beseffen dat er veel verschillen zijn, hoe beter. Vanuit de feministische studie heb ik geleerd dat je niet mag vertrekken vanuit een te algemeen beeld van iemand en dat je het moet nalaten om voorspellingen te doen over iemands persoonlijkheid op basis van dat beeld waarop je dan een soort wiskundige formule toepast, wat je dan vertelt hoe die persoon is. Veel Belgen zien ultraorthodoxe joden als enige vertegenwoordigers van het jodendom omdat ze het meest zichtbaar zijn, maar dat is zeker niet het geval.

Biedt uw godsdienst u houvast in de 21ste eeuw?

Zowel bij goede als bij slechte momenten kan mijn geloof mij echt houvast geven. Bijvoorbeeld bij een overlijden loodst de zeven dagen durende Shiva met de bijhorende rituelen je langzaam maar zeker in stappen door en misschien terug in het leven. Je volgt ze en ze helpen je zonder dat je erover moet spreken. Mijn katholieke man heeft bij een belangrijk verlies besloten om de joodse rituelen te volgen, want alleen een begrafenis vond hij te weinig, hij had behoefte aan meer aandacht voor dat overlijden.

Nog een woordje uitleg bij mijn portret bij dit interview: in mijn hand houd ik een sinaasappel vast. Dat is het symbool van joods feminisme. Een bekende acamedica en rabbijn Susannah Heschel startte de gewoonte om een sinaasappel op een sederschotel te leggen. Volgens haar heeft een vrouw een plaats achter de bimah in de synagoge zoals een sinaasappel op die schotel hoort. Ik heb ook een tallit om mijn schouders, dat is een joodse gebedssjaal. Bij de orthodoxe joden mag een vrouw dat niet doen.

Zou u rabbijn willen worden?

Ik heb twee dromen: ik wil vroedvrouw worden of rabbijn. Maar als ik de twee zou kunnen combineren, waarom niet? (lacht) Er zijn veel vrouwelijke rabbijnen binnen het niet-orthodoxe jodendom, maar je moet er lang voor studeren.

 

Websites in verband met dit interview:

Het Sassy-platform op http://academicsexismstories.gendersquare.org/

Een andere joodse stem op http://www.eajs.be/?lang=nl

Academisch werk van Anya Topolski op https://kuleuven.academia.edu/AnyaTopolski

The International Jewish Centre op http://www.ijc.be/

 

Meer getuigenissen over levensbeschouwing en diversiteit vind je hier.

http://www.kifkif.be/actua/%E2%80%9Cer-zijn-zo-veel-mooie-momenten-verbonden-aan-geloof%E2%80%9D-interview-met-anya-topolski