“Gevangen tussen twee werelden” Lili Chong vertelt over haar kijk op haar thuisland na 2 jaar in België

26-01-2014 | Lili Chong

Ik vind ook dat België een en ander van Maleisië kan leren, zoals de relatie die wij hebben met onze ouders en respect voor elkaar ongeacht huidskleur of afkomst.

Ik ben getrouwd met een Belg en woon sinds september 2011 in Oostende. Mijn studies hier, het integratietraject, de taalopleiding en de zoektocht naar werk hebben mij veranderd. Het was een erg subtiel proces dat mij tot de persoon maakte die ik nu ben: noch puur Maleisisch, noch puur Belgisch. Ik zit eigenlijk tussen twee werelden in.

Op bezoek na twee jaar

Onlangs had ik de kans om na 2 jaar België terug te keren naar mijn thuisland om gedurende een week mijn familie te bezoeken. Om eerlijk te zijn, ik was tegelijk erg gespannen en vol verwachting. Twee jaar lang heb ik allerlei Belgische aspecten vergeleken met Maleisiė. Ik probeerde niet te veel te denken aan wat ik thuis zou gaan doen en vertelde aan niemand dat ik wegging behalve aan mijn dichte familie en vrienden. Mijn agenda vulde ik zo goed mogelijk zodat ik niet teveel tijd zou hebben om na te denken. Een week is eigenlijk niet lang, maar toch lang genoeg om een beetje te ontspannen met mijn familie.

Klang,vroeger en nu

De afgelopen zestien jaar woonde mijn familie in de drukke hoofdstad, Kuala Lumpur. Tijdens mijn verblijf in Oostende besloten ze om te verhuizen naar Klang, een stad 40 minuten rijden buiten de hoofdstad. Klang is geen onbekende stad voor mij want mijn grootouders woonden er voor ze stierven. Het is zoals ik me herinner: een rustige stad met voornamelijk Chinese Maleisiėrs en bekend voor het erg lekkere gerecht Bak Kut Teh, een soort Maleis-Chinees-Hokkien stoofvlees. Best ingewikkeld en verwarrend maar dat komt omdat Maleisiė een heel multicultureel land is.

Toen ik thuiskwam in de buurt waar mijn ouders nu wonen, werd plots de poort van ons huis automatisch gesloten. Dit is nu een gewoonte omdat mijn broer onlangs bedreigd werd met een mes toen hij ging sporten. Hij moest alles afgeven wat hij bij zich had. Ze hebben hem gelukkig laten gaan, maar mijn familie is zo geschrokken dat ze enkele preventieve maatregelen genomen hebben en het huis beter beveiligd hebben. De criminaliteit is de afgelopen drie jaar jammer genoeg toegenomen, wat lastig is en onrust veroorzaakt bij de mensen.

Ik merkte ook dat mijn broers, vader en moeder nu elk een eigen auto hebben. Twee ervan heb ik nog nooit gezien en straks komt er nog een nieuwe hybride auto voor mijn moeder bij omdat de prijs van benzine maar blijft stijgen. Het vreemde was dat het allemaal Koreaanse of Japanse auto’s waren. Onze eigen, in Maleisiė gemaakte auto’s (van het merk Proton) zijn nu eenmaal niet erg competitief. Ik zuchtte en dacht aan mijn eigen situatie in Oostende. Daar rijd ik niet met de auto, ik ga overal te voet naartoe of pendel met het openbaar vervoer.

Over het leven in Maleisië

Malaysia

In Maleisiė zie en hoor je bijna overal de term ‘1Malaysia’ en de slogan ‘People first, performance now’. Het is een slogan verzonnen door de zesde premier van ons land, Najib Razak. Het doel ervan is de culturele diversiteit leefbaarder te maken en de samenhorigheid te bevorderen. Ik herinner me nog dat hij iedereen zo veel mogelijk aanmoedigde het concept en de onderliggende idee te steunen. De reacties liepen uiteen, maar ik vind het goed dat de premier probeert om eenheid in ons land te promoten. Sommige mensen vonden het echter maar propaganda van de regerende partij. Twee jaar later is het echter meer dan een slogan: er zijn 1Malaysia-ziekenhuizen waar een consultatie slechts 0,25 EUR kost, inclusief geneesmiddelen en in 1Malaysia-winkels kan je inkopen doen aan democratische prijzen. Sedert de laatste verkiezing hebben arme huishoudens recht op een BR1M-premie (Bantuan Rakyat 1Malaysia ‘ Hulp voor de Burger 1Malaysia’). Een sociaal zekerheidsstelsel zoals in Belgiė is er niet maar de armeren kunnen hulp krijgen via bepaalde kanalen. De uitdaging is deze mensen kunnen bereiken want Maleisiė heeft geen OCMW’s of Sociale Huizen.

Tropisch klimaat

Laten we niet vergeten waar Maleisiė zich op de wereldkaart bevindt: net onder de evenaar, waar de zon 365 dagen per jaar boven ons hoofd schijnt. Voor ons tropisch land betekent dat zomer het ganse jaar door, wat jullie waarschijnlijk erg aanlokkelijk vinden. Het is er ook erg vochtig, dus douchen doe je best meermaals per dag. Na twee jaar Belgiė vond ik het er zelf erg warm en breekt het zweet me uit als ik ook maar even buitenkom. Ik vind dat het warmer geworden is dan vroeger. Het is quasi een sauna, ideaal voor de liefhebbers dus want het bespaart je een uitstapje naar een wellnesscenter. Voor voedingsmiddelen betekent de hitte wel dat je goed moet opletten waar je ze bewaart.

Shoppingparadijs

Ik heb Maleisiė altijd een speeltuin gevonden voor shoppers. In de hoofdstad alleen al hebben we tal van shoppingcentra (KLCC, Midvalley Megamall, Berjaya Times Square - zoek ze maar eens op). Zelfs dichtbij Klang waren nieuwe winkelcentra als paddenstoelen uit de grond geschoten, iets wat ik nooit verwacht had, en men wil er nog meer bouwen! Ik vind het een beetje overdreven. Misschien moet ik Astrid Bryan eens laten weten dat ze in Maleisiė moet zijn. De winkelcentra zijn elke dag open van ‘s morgens tot ‘s avonds. Onze economie draait non-stop, mensen werken dus ook non-stop om hun levensstijl te kunnen behouden. Ik vind het een vicieuze cirkel maar ja, die 6% jaarlijkse groei moet ergens vandaan komen. Of het nu van binnenlandse uitbesteding komt of niet, maakt niet uit, zolang de economie maar blijft draaien. Zo denkt men in Maleisiė. Erg duurzaam is het niet, maar het zal een andere generatie zijn die over deze problemen zal mogen nadenken.

Mobiliteit

Ik had het al eerder over de niet-aflatende hitte. Daarbij komt nog eens dat ons openbaar vervoer helaas niet zo efficiėnt en toegankelijk is. Mensen die een tijdje in Maleisiė willen wonen zijn zo goed als verplicht een auto te kopen als ze ergens naartoe willen. Fietsen doet men er niet omdat het te warm is. Bovendien zijn de straten er niet op voorzien en is het levensgevaarlijk. Duurzaamheid staat duidelijk niet bovenaan ons to-do lijstje.

Familie en opvoeding

Het is misschien een Aziatisch verschijnsel dat jongeren zo lang mogelijk bij hun ouders blijven wonen, iets wat in Belgiė ietwat neerbuigend ‘hotel maman’ genoemd wordt. In Aziė willen de ouders dat de kinderen zo lang mogelijk bij hen blijven wonen en zoveel mogelijk kunnen sparen. Tegelijkertijd kunnen de kinderen de ouders dan gezelschap houden. Voor wat hoort wat. Het is zelfs normaal om tot en met de geboorte van een kind bij de ouders te blijven wonen. Jongeren die op zichzelf wonen zijn, in tegenstelling met de tendens Belgiė, eerder een uitzondering. Bij de ouders is er genoeg plaats, waarom zou je jezelf in de kosten steken door een appartement te huren of een huis te kopen? Maleisiėrs investeren nochtans in huisvesting, om huizen en appartementen bijvoorbeeld onder te verhuren aan studenten, dus niet noodzakelijk om er zelf in te gaan wonen.

Opvoeding in Maleisiė verschilt ook met die in Belgiė. De invloed van ouders op hun kinderen is er groter. Ouders sporen hun kinderen aan om ten minste één sport te beoefenen (de populairste keuzes zijn badminton, squash en tennis) en een instrument te bespelen. Naast het behalen van goeie resultaten op school uiteraard.

Hemels eten

We eten op z’n minst drie maal per dag warm in Maleisiė. Eten is een belangrijk onderdeel van onze cultuur. Veel mensen nemen een tussendoortje tussen de drie grote maaltijden door. Onze gerechten zijn erg smaakvol en rijk aan geuren. Dit is wat ik het meest mis. Laten we eerlijk zijn, frietjes zijn maar aardappelen. Maleise gerechten en dranken zijn daarentegen onbeperkt qua keuze en diversiteit. Het is gewoon hemels! 

Overal passeer je kraampjes met ‘streetfood’. Voorbeelden van wat je er kan vinden zijn: nasi goreng (gefrituurde rijst), nasi lemak (rijst met een pikante saus, komkommers, pinda’s en eventueel nog gefrituurde kip), char kuey teow (een noedelgerecht), roti canai (plaatselijk soort brood dat je in sauzen kan doppen), white coffee, teh tarik (thee met suiker en gecondenseerde melk), milo (een chocoladedrankje), horlicks (een soort warme melk), enzovoort. Ik vind het alleen jammer dat er steeds minder Maleisiėrs zijn die de gerechten klaarmaken. Mensen uit de buurlanden nemen deze rol meer en meer op zich. Ik hoop, in het belang van het land, dat in de toekomst iets gedaan wordt om deze culturele rijkdom te beschermen. Ik heb gehoord dat jongeren in Singapore door de regering gesponsorde streetfoodcursussen kunnen volgen om te vermijden dat dit deel van de cultuur verdwijnt. Misschien een goed middel om de streetfoodcultuur te beschermen?

Onderwijs en taal 

Tijdens mijn korte bezoek aan mijn land las ik dat Maleisiė deelgenomen had aan de ‘Programme for International Student Assessment’ (PISA)-onderwijsevaluatie. Goed nieuws is dat het land van heel Zuid-Oost Aziė het meest investeert in onderwijs. Slecht nieuws is dat we onderaan de lijst bengelen terwijl Vlaanderen het niveau ‘Very Good’ haalde, net onder ‘Excellent’ (alleen Sjanghai haalde dit).

Natuurlijk werd dit resultaat ernstig genomen, en de regering probeert uit te vissen waar het misloopt. Waar loopt het volgens mij mis met het onderwijs in Maleisiė? Om te beginnen is er te weinig nadruk op het aanleren van het Engels, vooral in de kleine dorpjes (‘Kampungs’). Verder ligt de nadruk te veel op het vanbuiten leren en niet genoeg op het kritisch nadenken, wat op lange termijn niet ideaal is. Bijgevolg slaagt het Maleisisch onderwijssysteem er niet in om mensen op te leiden die flexibel zijn en zich snel aan nieuwe situaties aanpassen. Kortom, ze kunnen goed memoriseren en studeren maar ze begrijpen de stof vaak niet. Ten slotte is er te weinig nadruk op cultuur. In Maleisiė zijn er bijna geen musea waar ik iemand met trots naartoe kan sturen. Als je me vraagt waar je kan shoppen, geef ik je een hele lijst maar een plaats waar je onze cultuur kan leren kennen is er niet. Ik betwijfel of je tussen de wolkenkrabbers en in de betonjungle van Kuala Lumpur iets over de Maleisische cultuur kan leren.

De economische toestand

De laatste decennia nam het aantal middenklassegezinnen opmerkelijk toe, vooral na de financiėle crisis van 2008. Er worden veel inspanningen gedaan om de Maleisische economie los te koppelen van die van de Verenigde Staten en toenadering te zoeken naar China en ASEAN, de Associatie van Zuidoost Aziatische Landen. De strategie bestond erin om binnenlandse consumptie te stimuleren en om onze economie altijd draaiende te houden. Dankzij een sterke binnenlandse consumptie worden er meer jobs gecreėerd en KMO’s opgericht. Meer dan ooit is er een sterke middenklasse die betere goederen en diensten eist. Die middenklasse is ook erg sociaal bewust en weet wat ze van de regering verlangt. Mensen die in steden wonen hebben ook steeds meer invloed op de stembusgang. In 2013 werd er voor het eerst gedebatteerd en gediscussieerd voor de verkiezingen plaatsvonden.

De jeugd van tegenwoordig: de Y-generatie

Meer dan ooit horen we hoe ‘anders’ de Y-generatie is. Ze wordt de verwende generatie genoemd: lui en kieskeurig, een verloren generatie. Het viel mij echter op dat in Maleisië veel van die jongeren een eigen zaak oprichten of opgericht hebben. Ze zijn allesbehalve lui en kieskeurig. Integendeel, ze zijn slim, jong en niet te stoppen. Het zijn durvers die niet bang zijn om hun passie waar te maken. Zo gebruikt bijvoorbeeld iemand zijn tekentalent om een zaak op te starten binnen de marketingsector of gaat hij stripverhalen tekenen. Anderen openen een café. Het is amper twee jaar geleden maar ik hoor steeds meer verhalen over jongeren die hun carričre inruilen om hun droom te volgen en hun eigen baas te worden. Dat vind ik erg verfrissend en inspirerend. Zelfs mijn broer is van plan om samen met een mede Y-generatie-idealist een eigen koffie- en dessertzaak op te richten. Hij is nog geen 23 jaar. Het zijn geen naļevelingen, de Y-generatie: ze werken verschrikkelijk lange uren met meestal maar twee of drie uur slaap per dag, zes dagen op zeven. De Maleisisch Y-generatie is opvallend gedreven, talentvol en ambitieus.

Malaysia, truly Asia

Het laatste maar belangrijkste punt. Maleisiė telt ongeveer dertig miljoen inwoners die leven op een oppervlakte van 329,847 vierkante kilometer. Deze bevolking is opvallend multicultureel, en in te delen in twee groepen: enerzijds de Bumiputra en Orang Asli, de oorspronkelijke bewoners en anderzijds de niet-Bumiputra: Chinezen, Indiėrs, enzovoort. Maleisiė is officieel een islamitische staat en er is een alcoholverbod voor moslims (60% van de bevolking). Het is dan ook niet toevallig dat de regering een hoge belasting heft op alcohol, dat er bijgevolg erg duur is. Tijdens feestjes is het dus vaak de gewoonte dat iedereen zijn eigen drank meeneemt.

Dat neemt niet weg dat Maleisiė een superinteressante vakantiebestemming blijft. Iedereen is er vriendelijk en gastvrij. Oudere personen worden over het algemeen aangesproken met ‘auntie’ of ‘uncle’ en op openbare plaatsen roept iedereen ‘boss’ naar mensen die een voedselkraampje hebben. Wil je graag een teh tarik, dan roep je ‘Boss, teh tarik satu!?’ een teh tarik alstublieft!

Terug naar de realiteit, terug naar België

Veel mensen zeggen dat je verandert na een tijd lang in het buiteland geleefd te hebben. Dit kunnen soms subtiele veranderingen zijn, maar hoe dan ook verandert je mentaliteit. Ik was bijvoorbeeld een week terug thuis in Maleisiė en voelde me soms ongerust door de toegenomen criminaliteit en de steeds drukker wordende 7 op 7 levensstijl.

Hoewel het leuk is dat cafés open zijn tot laat in de nacht is zo’n levensstijl moeilijk vol te houden: het maakt de zaken namelijk erg duur. Een kop koffie kost snel RM11 (iets meer dan 2,5 EUR), en als je daar nog een stukje kaastaart bijneemt kom je al snel aan RM20 (5 EUR). Als je als net afgestudeerde een RM3000 (850 EUR) per maand verdient, wordt eens weggaan met vrienden algauw een dure bedoening. Hier in België neem ik gewoon mijn boterhammen mee om tijdens de middagpauze op te eten, om wat geld uit te sparen. In Maleisië heeft iedereen de gewoonte om op restaurant of naar een cafetaria te gaan.

Tegenwoordig voel ik me meer en meer thuis hier in België. Het is hier duurzamer, groener en een pak rustiger dan in Maleisië. Toch was het niet altijd gemakkelijk, en af en toe krijg ik te maken met vooroordelen en discriminatie.

Gewoon omdat ik anders ben, omdat ik er Aziatisch uitzie. Meestal denk ik dat mensen op mij neerkijken omdat mijn Nederlands anders klinkt, hoe hard ik ook mijn best doe om het te verbeteren door met allerlei mensen te spreken. De vrienden die ik heb leren kennen zijn stuk voor stuk mensen die in mij geloven, mij de kans geven mij te bewijzen.

Voor de eerste keer in mijn leven behoor ik tot een minderhedengroep, wat spijtig genoeg altijd geassocieerd wordt met minderwaardig zijn. Dat moedigt mij echter ook aan om iets te betekenen, om dat cliché te doorbreken. Die ambitie heeft mij ook veranderd. Door mijn verplichting om te integreren in de Belgische samenleving heb ik veel interesse gekregen in de situatie van mensen die in België als anders aanzien worden. Ik ontdekte hoeveel vooroordelen de Belgen hebben ten opzichte van buitenlanders omdat een klein deel van die mensen zogezegd de sociale zekerheid in Belgiė misbruikt. Men veroordeelt die mensen zonder rekening te houden met de situatie in hun thuisland.

Ik woon in België omdat ik met een Belg getrouwd ben, maar sommigen kiezen er niet voor om asielzoeker te worden, om alles te verliezen en alles te moeten achterlaten. Om deze mensen beter te kunnen begrijpen probeer ik om te leren relativeren en dankbaar te zijn dat er geen oorlogen zijn in Maleisië. Er is soms wel wat onrust door de huidige politieke situatie (het feit dat er zoveel culturen samenleven, zorgt soms voor spanningen) maar in het algemeen is het een land met veel potentieel. Voor een land dat nog maar 57 jaar oud is, heeft het al veel verwezenlijkt. Het feit dat Maleisië nog volop in ontwikkeling is, betekent dat het sommige dingen nog kan leren via trial and error. Het belangrijkste is dat het openstaat voor nieuwe dingen en leert uit opgedane ervaringen.

Ik vind ook dat België een en ander van Maleisië kan leren, zoals de relatie die wij hebben met onze ouders en respect voor elkaar ongeacht huidskleur of afkomst. Om de maatschappij op dit vlak consistent te verbeteren, moeten vooroordelen eventjes opzij gezet kunnen worden. Er moet interesse zijn voor wie zogezegd anders is. Zoals in het Maleis (mijn moedertaal) een gezegde luidt : 'Tak kenal, maka tak cinta' ('wat je niet kent, zal je ook nooit aanvaarden en er eventueel van houden'). Ik geloof dat respect voor diversiteit eindeloze voordelen aan de maatschappij brengt.
Uiteindelijk zijn we allemaal gelijk. Niet meer, niet minder. We zijn allemaal wat we willen worden in ons hoofd.

De afgelopen twee jaar in Belgiė was een periode waarin ik mezelf en mijn thuisland beter heb leren kennen. Door hier te wonen en anders te zijn, heb ik mijn thuisland uit een andere ooghoek leren bekijken. Het is een leerrijke ervaring en ik ben er dankbaar voor. Hoe moeilijk het ook is een gepaste job te vinden en mij hier volledig thuis te voelen, ik zal mijn toekomst in eigen handen nemen en niet opgeven. Ik zal blijven proberen “gewoon te doen als de rest”.

>>>

Over Maleisiė

Maleisiė is vooral populair als vakantiebestemming, en voornamelijk bekend voor de Petronas tweelingtorens. Het land werd na twee eeuwen Britse kolonisatie onafhankelijk en is net als Belgiė en het Groot-Brittanniė een koninkrijk. Een groot verschil tussen Belgiė en Maleisiė is dat het bijna heiligschennis is om over de Koninklijke familie te roddelen of om er grappen over te maken. Zo is ooit eens iemand achter de tralies beland nadat hij een vals Facebookprofiel van de koning gemaakt had.

Maleisië ligt tussen Thailand en Singapore, in Zuidoost Aziė. Er wonen 30 miljoen mensen. De meeste Maleisiėrs spreken Engels als tweede taal, maar dit is eigenlijk meer een mengeling van Maleis en Engels (‘Manglish’) dan Brits Engels. Een typisch kenmerk van Manglish is het achtervoegsel ‘–lah’ dat we vaak bijvoegen achteraan een zin, zoals “Let’s have some teh tarik lah!”

Voor meer informatie over Maleisië – bezoek de website ‘Visit Malaysia 2014’ of lees het boek “How Asia works” door Joe Studwell, een aanrader om een betere economische kijk te ontwikkelen.
 

http://www.kifkif.be/actua/%E2%80%9Cgevangen-tussen-twee-werelden%E2%80%9D-lili-chong-vertelt-over-haar-kijk-op-haar-thuisland-na-2-jaar-