“Ik ben actief in een heksencoven” [interview met Jan De Zutter - Deel I]

02-03-2015 | Hanne Van Campenhout

Paganisme heeft mijn kijk op de wereld helemaal veranderd. Ik bekijk alles met een grotere openheid.

Jan De Zutter studeerde kunstgeschiedenis en oudheidkunde aan de UGent, is journalist geweest bij DeMorgen en momenteel woordvoerder van de SP.A-fractie in het Europees parlement. Hij heeft verschillende boeken geschreven en woont in Antwerpen. Daarnaast is Jan ook neopaganist. We praten met hem over zijn ervaring  in de moderne hekserij en neopaganisme.  

Kan je jezelf misschien eerst even voorstellen?

Ik kom uit een gemengd gezin: mijn vader was katholiek en mijn moeder vrijzinnig, uitzonderlijk in een periode waarin het katholicisme in Vlaanderen dominant was. Ze gaven allebei les in het rijksonderwijs, het huidige GO! Een opvoeding in een omgeving waar verschillende religies aanwezig waren. Altijd een groot pluspunt.

Op de schoolbanken kwamen de oude verhalen en de mythologie

Tussen mijn ouders bestond een afspraak: de vader draagt de verantwoordelijkheid over de religieuze en ideologische opvoeding van de kinderen. Dat wil zeggen dat ik gedoopt ben en mijn communie gedaan heb. Zoals iedereen toen, volgde ik op school ook de lessen katholieke godsdienst. De meeste leerlingen volgden die lessen omdat ze dat moesten van hun ouders. Van vader moesten mijn broer en ik naar de mis. Maar dat deden we niet, we gingen op zaterdagavond, maar liepen dan voorbij het kerkgebouw om verderop frietjes te eten in de frituur.  Mijn moeder wist dat. Ik zei dat gewoon tegen haar, met haar kon ik openlijk over godsdienst spreken. Niet met mijn vader. In volle puberteit kreeg ik met hem ruzie over godsdienst, waardoor ik niet meer naar de mis moest gaan. Maar het vak bleef ik wel volgen in het Koninklijk Lyceum in Antwerpen, voor de fantastische godsdienstleerkracht. Die was erg progressief en open. We zaten maar met een paar leerlingen in de les omdat in het Koninklijk Lyceum bijna niemand nog katholiek was. Bij hem leerden we dat het belangrijk was dat je nadacht en dat je opinies onderbouwd waren. Hij was voor mij het bewijs dat er open katholieken bestonden. Thuis in Mortsel keken de mensen op mijn broer en mezelf neer omdat we naar het rijksonderwijs gingen. Ze noemden ons dom, verschrikkelijk. In die periode kreeg godsdienst voor mij dan ook twee gezichten. Het ene was dat van de open godsdienstleerkracht in het rijksonderwijs bij wie je kon zijn wie je wilde zijn, als je maar nadacht. Het andere beeld was dat van de hypocriete katholieke meerderheid die oordeelde en veroordeelde. Het leek alsof ik moest kiezen tussen gelovig zijn of atheïst worden. Dat kon ik niet en dus profileerde ik mij als late tiener als agnosticus: ik wist het nog niet, maar ik geloofde zeker niet in het soort God van de Christenen. Door de opleiding Latijn-Grieks raakte ik vertrouwd met de klassieke culturen. Griekse mythen verslond ik. Ik vond dat een toffe godsdienst vol fascinerende verhalen. Maar wat bleek? Die werd niet meer beoefend in de moderne wereld, men deed die af als primitieve onzin. Het monotheïsme was blijkbaar de enige mogelijke vorm van godsdienst.

Tijdens mijn studies kunstgeschiedenis en archeologie in Gent kwam ik terug in aanraking met de religieuze thematiek in oude metaforische verhalen. Toen begreep ik het: die verhalen gaan over het leven en de mensheid, en je moet ze niet letterlijk nemen. En ze bleken voor mij even waardevol als de verhalen in de Bijbel of de Koran.

Rituelen geven structuur door herhaling

Op het moment dat ik nadacht over het vaderschap - en dankzij Sinterklaas - ontdekte ik de echte functie van verhalen: die gaan niet meer over Pan en Zeus of Sinterklaas, maar over belangrijke momenten in het leven van elke mens die de juiste aandacht verdienen, die een weerkerend ritueel vormen. Eigenlijk ben ik religieus geworden door ritualiteit: rituelen geven structuur in je leven, mythische verhalen geven inzicht op moeilijke momenten. Ritualiteit geeft structuur door herhaling. In de kerk is dat ook zo. Niet de inhoud van een gebed is belangrijk, maar de herhaling ervan leidt je hersenen en je denkpatroon in een zekere richting en geeft je de mogelijkheid om na te denken over belangrijke zaken. Met dit inzicht verdween het atheïsme definitief uit mijn leven. Atheïsten hebben vaak de houding dat alle religiositeit flauwekul is en dat je kinderen geen fabeltjes mag vertellen. Maar dat mag wel, want we doen in ons leven geregeld irrationele dingen. Als een kind geboren wordt, hebben wij het ook niet over de Darwinistische voortplantingsdrift.  Nee, je bent blij en trekt een fles cava of champagne open in een gezelschap dat je graag rond je hebt, je stuurt een geboortekaartje naar iedereen die het wil horen, je geeft een feest om de geboorte van je kind uitgebreid te vieren. Met andere woorden je bouwt daar rituelen rond. Je doet zulke dingen op alle belangrijke momenten in je leven. Dat is geen rationale keuze, maar een emotionele. Eigenlijk doen alle religieuze mensen hetzelfde: belangrijke momenten op een bepaalde manier vieren.

Eerste kennismaking met oude rituelen in de vrijmetselarij

Toen ik bijna dertig was introduceerde een goede vriend mij bij een vrijmetselaarsloge. Dat boeide mij enorm en ik stak mijn neus in de nodige boeken. In de 18de eeuw ontstond de loge als poging van intellectuele gelovigen om verschillende christelijke groepen samen te brengen. Men wilde de verschillen overstijgen en interessante discussies houden op een hoog filosofisch niveau zonder zich te verliezen in de details van elke religie. Dat ging en gaat nog altijd gepaard met rituelen. Je kunt het niet helemaal vergelijken met de katholieke zondagsmis, maar het komt in de buurt. Door er zelf mee bezig te zijn, begon ik het verlangen van religieuze mensen naar rituelen te begrijpen.

Moderne heksen, ik lachte niet

Rond mijn dertigste werkte ik als journalist voor De Morgen. Ik moest verslag uitbrengen van een internationale vrouwendag. Daar kwam een moderne heks spreken. Ik vond dat enorm fascinerend omdat ik hekserij kende uit de boekjes en uit de geschiedenislessen. Brandstapels, de middeleeuwen, enz. Grappig omdat heksen op brandstapels zetten geen middeleeuws gebruik was, maar dateert van de periode tussen de 15de en 17eeuw. Wat wilde ik die vrouw graag interviewen. Het werd het begin van mijn zoektocht die in 1994 uitmondde in mijn eerste boek over moderne hekserij De Schaduw Van De Maan. Voor dat boek bezocht ik een hele tijd een Amsterdamse heksencoven waar ik werd ingewijd in het paganisme.

Hekserij - een beter woord is eigenlijk wicca - was het antwoord op iets dat al lang in mij borrelde, op een verlangen naar een religie die niet dogmatisch was, naar een religiositeit die aansloot bij de mythes die ik gelezen had als tiener, en bij de verhalen die je op de renaissanceschilderijen ziet. Als het maar geen sekte was, daar was ik bang voor. In het begin durfde ik niet toegeven dat er ook een persoonlijke belangstelling was, naast een professionele belangstelling. Het was een mengeling van de twee. Uiteindelijk heb ik voor mezelf moeten erkennen dat ik een religieus persoon ben. En dat die vorm van religiositeit iets voor mij was.

Natuur is goddelijk

Ik ben paganist. Liever dit woord dan ‘heiden’, omdat heidenen in het Nederlands verwijzen naar aanhangers van Germaanse en Scandinavische religies. In het Engels spreekt men van ‘pagans’en ‘heathens’en dat laatste is de Engelse verwijzing naar Germanen en de Scandinaviërs. Samen vormen ze paganisten. In het Nederlands bestaat het begrip paganist. Het klinkt niet goed, maar ja.

Een paganist eert de natuur. Voor hem of haar is die goddelijk. Dat goddelijke is niet iets transcendents. Men vereert rivieren, bronnen, bomen, dieren in het paganisme. Eigenlijk gaat men er van uit dat alles bezield is. Dus ook de mens is ‘goddelijk’, wat ik een leuk idee vond. Tussen alles bestaat een eenheid. Uit dat geloof komen al eeuwen over heel de wereld de verhalen voort. Het is een groot pantheïstisch gevoel. Iedereen heeft het wel eens meegemaakt op een wandeling of op reis: het moment, de omgeving en de natuur overdonderen je met hun schoonheid. In het Engels gebruiken ze daarvoor het woord ‘awe’. De grens tussen jezelf en je omgeving lijkt te verdwijnen, je wordt als het ware een met het moment. Waarschijnlijk is het dat wat mystici in het christendom en in de Islam ervaarden. Als paganist bouw je rond die momenten verhalen. En in die verhalen splits je het goddelijke op, soms in antropomorfe figuren, mannelijk en vrouwelijk, in goden en godinnen.

Maar ik zie de god Pan niet letterlijk in het bos rondhuppelen zoals in de verhalen. Voor mij zijn het metaforen die ik meeneem in mijn levenshouding. Je hebt paganisten die dat wel geloven. Als 21ste-eeuwse mens kan ik dat niet meer zeggen. Maar ik vereer Pan wel omdat hij symbool staat voor de seksuele energie van de man, en dus voor de grote drift in de natuur naar voortplanting en liefde en nabijheid. Die is uiteraard niet zondig, maar van een heel grote schoonheid. 

In alle paganistische tradities zie je dat opsplitsen, dat antropomorf maken van wat dat je niet begrijpt. Dan worden het verhalen over goden en godinnen. In de West-Afrikaanse tradities kennen we orishas natuurgeestenJe concentreert je op bomen of op een rivier en kijkt naar alle eigenschappen en kwaliteiten ervan, dan zal je uiteindelijk betekenis geven aan bijvoorbeeld het kabbelen van water: de transparantie en de vloeibaarheid ervan en die inzichten toepassen op je leven. Eigenlijk pas je een aantal psychologische mechanismen toe die voor veel mensen zinvol zijn. Die verhalen bestempel ik niet letterlijk als “waar”, maar als poëtisch. Ze brengen schoonheid in het leven, wat mensen goed doet voelen over zichzelf. Ze moeten aansluiten bij de inzichten van de wetenschap. Neem nu de big bang, waar iets uit het niets ontstaat. Dat zie ik als de geboorte van de natuur. Het is toch een mooie gedachte dat ons basismateriaal vertrekt uit dat stof der sterren. Er bestaat letterlijk een verband, een eenheid tussen u en mij en bijvoorbeeld de planeet Mars en een ijsklomp die door het heelal zoeft. De wetenschap gaat ervan uit dat het water op aarde ontstaan is door de inslag van een komeet, van een bevroren ijsblok. En dan te weten dat 90% van je lichaam water is. Je bestaat dus als het ware uit materiaal van kometen. Een mooi religieus besef, dat niet anti-wetenschappelijk is. Ik kan in mijn religieuze beleving rationeel blijven, wat ik heel aangenaam vind, want ik ben van nature nogal rationeel aangelegd. Zo kan ik als paganist ook een poëzie beleven die veel atheïsten en rationalisten moeten missen. 

Gezin

Mijn huidige partner leerde ik kennen in de moderne hekserij, de wicca, net zoals mijn ex-vrouw. Je zou denken dat ook mijn kinderen ertoe behoren, maar dat is niet zo. Zij gingen mee naar rituelen en kennen onze vorm van zingeving. Maar zij mogen zelf kiezen hoe zij zin geven aan hun leven. Mijn oudste zoon van 18 vindt het allemaal onzin, maar dat vindt hij van elke vorm van religie. Mijn dochter van 16 is niet met religie bezig, al is ze wel vertrouwd met vampieren en wicca’s uit moderne jongerenfictie zoals Twilight. Mijn jongste van 7, he doesn’t care. We geven de kinderen wel mee dat natuur en natuurlijkheid belangrijk zijn, net als openheid en open denken over de dingen. 

Geboorteritueel - ‘naming ceremony’

De kinderen kregen uiteraard alle drie een geboorteritueel, een soort ‘naming ceremonie’.Als hogepriester kon ik die ceremonie zelf in elkaar steken. Mensen van buiten de gesloten gemeenschap van wicca’s konden aan dit ritueel deelnemen, dus familie en vrienden ontbraken niet. Dan passen we de rituele teksten aan zodat buitenstaanders ze zouden begrijpen. Wat bleek? De meeste bezoekers of gasten op die ceremonie vonden het heel mooi en aangrijpend.

Jammer dat zo veel mensen nog kiezen om te trouwen voor de kerk bij gebrek aan een alternatief. De druk van wanhopige bomma’s is gelukkig weggevallen. De argumenten die je hoort hebben veel te maken met schoonheid. ‘Dat is zo mooi in een kerk. Die bruidsjurk, die kaarsen en die muziek…Dat is goed geregeld, niet ergens in een achterafzaaltje waar je zelf wat zit te prullen. Eigenlijk verlangen mensen eerder naar de esthetiek van een ritueel, dan naar een christelijke invulling ervan. Het is een van de weinige plaatsen waar het huwelijk en de beloftes veel aandacht krijgen, op een ceremoniële manier.

Mensen in nieuwe religies, zoals de wicca, moeten het zelf doen. Wij zijn zeer goed getraind als ritualisten. Rituelen zijn geen toverkunstjes, ze hebben een functie om je geest in een bepaalde sfeer te brengen, om uit de profane wereld te stappen en in een andere wereld terecht te komen. Niet letterlijk, maar vergelijkbaar met meditatie. Je focust je op iets anders en daarvoor gebruik je technieken. Het ritueel is dus een techniek om die klik te maken. Een ritueel is iets bijzonders, daarom trokken christenen vroeger een zondagskostuum aan. Je gaat niet op je kloefen naar de kerk. Nee, je trekt je beste pak aan en je bereidt je voor op wat men het overschrijden van de liminaliteit noemt, het oversteken van de limen, de grens tussen deze wereld en een andere. En dat gebeurt allemaal in je hoofd.

“Alles wat we van hierboven weten, komt van hier beneden”

Harry Kuitert is een protestantse theoloog die ooit schreef: “Alles wat we van hierboven weten, komt van hierbeneden”. Dat vond ik zo mooi. Ik denk dat dat echt zo is. Ik kan niet met zekerheid weten of het goddelijke echt bestaat. Ik ervaar wel die verbondenheid tussen alles. Daar moet ik niet in ‘geloven’. Ik ben dus geen ‘gelovige’, wel een religieus mens. Ik ervaar dingen door technieken toe te passen. Een wicca heeft ooit gezegd dat wicca een religie is die ontstaat door ermee bezig te zijn. Volgens mij ontstaan religies altijd zo: je bent op zoek naar een verklaring. Sommigen schrijven gebeurtenissen toe aan een god, anderen kijken naar de oerkracht van de natuur. Bestaat God? Geen idee. Hoe ga je daarmee om? Dat beslist elke mens voor zich. Het gevolg is dat paganisten meestal tolerant zijn. Wij hebben geen oud boek dat zegt hoe we de dingen moeten aanpakken. We weten dat we die dingen zelf schrijven. Er zijn wel wicca-mythes opgetekend, bijvoorbeeld door Gerald Gardener. Hij vertelde dat hij als onderzoeker een oude coven had ontdekt in een bos in Engeland, waarin hij is ingewijd en die zou teruggaan naar de 16de eeuw. Toen zou wicca ondergronds zijn gegaan door de heksenvervolging. ZijnBook Of Shadowsuit 1949 is een soort rituele handleiding, zeg maar de Bijbel van de heksen geschreven in een pseudo-oude versie van het Engels. We weten nu dat Gardner die teksten zelf heeft geschreven, samegesprokkeld uit ouder materiaal en later aangevuld met poëtische teksten van zijn hogepriesteres Doreen Valiënte. Nochtans trachtte Garnder die teksten te ‘verkopen’als authentieke 16de eeuwse geschriften. Het waren echter wicca’s zelf die dat verhaal gedemythologiseerd hebben. Wicca is een moderne twintigste eeuwse religie, die we zelf bedacht hebben.

En is dat belangrijk voor jouw identiteit, voor wie jij bent?

Veel mensen denken dat je als religieus persoon een strak afgebakend leven moet leiden met veel gebed enz, dat je leven heel ernstig wordt. Maar dat is niet mijn ervaring. Paganisme heeft mijn kijk op de wereld helemaal veranderd. Ik bekijk alles met een grotere openheid.

Daarnaast betrap ik soms mensen die zeggen dat ze afscheid hebben genomen van hun christelijke geloof, maar toch blijven steken in een aantal christelijke dogma’s over wat goed en kwaad is. In het paganisme bestaan die concepten niet. Het onderscheid tussen goed en kwaad komt historisch niet uit het christendom, maar uit het Zoroastrisme, een Midden-Oosterse religie die ondermeer het jodendom heeft beïnvloed, en daarom ook later het christendom en de islam.

In het christendom en de islam is God alleen goed. Maar hoe verklaar je dan al die ellende in de wereld? Die wordt veroorzaakt door een duivel. Je kan spreken van een soort bipolariteit, maar een die op goed en kwaad gebaseerd is. In het paganisme denken we niet zo. Soms heb je goede intenties, maar draaien je daden fout uit. Paganisten denken niet in termen van goed en kwaad, maar in licht en donker. De winter is een donkere periode, maar daarom niet noodzakelijk kwaad. We hebben de winter nodig voor de planten, dieren, insecten. De duisternis en de koudenvan de winter hebben ook positieve kanten. Wat zal dat geven als die verdwijnt onder invloed van de klimaatopwarming?

Zwart, donker, heeft in het paganisme geen negatieve connotatie. Wit kan evengoed slecht zijn en zwart goed. Andere tegenstellingen zijn belangrijk: zwart-wit en man-vrouw. Het kwade komt aan bod in het paganisme, maar is niet gescheiden van het goede. Kijk naar Zeus in de Griekse mythologie, een oppergod die met iedereen vogelt, zijn vrouw bedriegt en allerlei vreselijke dingen doet, zoals alle andere goden. Goden lijken wel mensen die ook fouten maken. En ook ik, heb ik nooit wat fout gedaan? Tuurlijk wel. Ben ik dan een slecht persoon? Nee, zo werkt dat niet. Goed en kwaad zijn niet gescheiden, alles is genuanceerd. Weinig paganisten hebben problemen met alternatieve levensvormen zoals homoseksualiteit, polyamorie. In Europa iets minder maar zeker in de VS vind je experimenten met polyamorie: na een tijd heeft een partner in een koppel ook gevoelens voor een derde persoon buiten het koppel. In een christelijke traditie is dat ondenkbaar. In een paganistische context levert dat stof tot nadenken. Dat betekent niet dat alle paganisten polyamoristen zijn. Maar de cijfers liggen er hoger dan bij andere bevolkingsgroepen. Voor Europa heb ik geen gegevens over dit onderwerp.

Voor paganisten zijn liefde en seksualiteit niet zondig. Daardoor is ook eerwraak heel uitzonderlijk. Paganisten experimenteren gemakkelijker op dat vlak. Omdat je een andere kijk hebt op relaties, liefde en seksualiteit. Is dat beter? Nee. We leven in een diverse wereld, met heel diverse culturele uitingen. Paganisten zijn gemiddeld ook meer bezig met vegetarisme. Velen gaan op zoek naar een boer in de buurt om zich van lokale groenten en fruit te voorzien. Maar niet alle paganisten zijn daarom vegetariër of eten lokale voeding.

Je kan ook spreken van een soort conservatisme onder paganisten. Met de natuur en het verleden als grote inspiratiebron loop je het risico dat mensen daarin weg willen vluchten. Op paganistische bijeenkomsten loopt iedereen met een staf of met pseudo-middeleeuwse gewaden. Dat kan best prettig zijn en het heeft ook een rituele functie, net zoals dat zondagse pak dat voor christenen had. Maar het kan ook een vorm van escapisme zijn, een vlucht uit een hoogtechnologische en industriële samenleving. Dat escapisme, die vlucht uit de realiteit vind ik geen goede zaak.

Vind je in het paganisme vooral mensen die bezig zijn met de milieuproblematiek?

Ja. Ze kunnen uit alle richtingen komen en alle richtingen uitgaan. Maar iedereen deelt een sterke betrokkenheid bij de natuur en het milieu. Veel vrouwen waren in hun jeugdjaren al bezig met magie, dingen kunnen voelen die anderen niet voelden, een voorspellende droom krijgen en daarover met iemand willen praten. En dat kan allemaal onder paganisten, zonder dat er iemand er om lacht.

 

[Redactie: Karin Joossens] 

>>> Lees meer interviews in het Kif Kif dossier 'Levensbeschouwing & Superdiversiteit'

>>>> Lees ook deel II Geschiedenis en ontwikkeling tot wereldreligie | 'Het basisidee is gelijkheid'  &  deel III 'Rituelen in de moderne hekserij of Wicca'

 

 

http://www.kifkif.be/actua/%E2%80%9Cik-ben-actief-in-een-heksencoven%E2%80%9D-interview-met-jan-de-zutter-deel-i