“Jongeren houden de media nauwlettend in het oog”: een gesprek met Anouk Torbeyns

21-12-2017 | Kif Kif

Het idee dat mensen met een migratieachtergrond de Vlaamse media niet volgen is intussen achterhaald

Anouk Torbeyns kreeg onlangs de thesisprijs die door de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) wordt uitgereikt. Haar masterproef “De invloed van islam-framing op de identificatieprocessen en het nieuwsmediagebruik van Vlaamse jongvolwassenen met een Marokkaanse achtergrond” bouwt verder op bestaand onderzoek waaruit blijkt dat veel berichtgeving over islam en jongeren met een migratieachtergrond negatief en problematiserend is. Ook in de Vlaamse nieuwsmedia. Wat zijn nu juist de gevolgen van een dergelijke berichtgeving op de jongeren waarover het gaat? Alvast een interessant vertrekpunt.

Torbeyns studeerde begin dit jaar af als Master in de Communicatiewetenschappen bij de KU Leuven. Haar scriptie is een document dat in de huidige context zeer waardevol kan zijn voor de mainstream media.

Kif Kif: Welke rol spelen ‘de media’ in ons identificatieproces?

Torbeyns: De media zijn een venster op de wereld. Via de media leren we veel over dat wat we niet met onze eigen ogen kunnen aanschouwen. De media bepalen dus voor een deel hoe de wereld er voor ons uitziet. Dat beeld over de wereld heeft ook een invloed op het eigen identificatieproces: mensen zijn niet uitsluitend ‘moslim’ of ‘Marokkaan’, ze zijn ook ‘Vlaming’ of ‘Belg’. Maar als je via de media de boodschap krijgt dat een deel van je identiteit niet gewenst is, kan dat de indruk geven dat je geen Belg ‘mag’ zijn. Ook al voel je je Belg, ‘mag’ je niet tot die groep behoren. Dan gaan mensen zich ‘des-identificeren’.

Kif Kif: Maken onze jongeren volgens je onderzoek dat proces mee?

Torbeyns: Wederzijds vertrouwen, je goed voelen in een maatschappij, zijn elementen die de integratie vooruithelpen. Als je uit de media de boodschap krijgt dat je niet welkom bent of dat er geen vertrouwen is, kan dat de integratie belemmeren. Uit meer dan 15 jaar onderzoek is gebleken dat negatieve framing over islam en moslims sinds 9/11 exponentieel is gestegen, zowel in ons land als in het buitenland. Mijn literatuurstudie gaat over framing, maar mijn eigen onderzoek gaat over het effect van die framing bij een specifieke doelgroep. Het is een receptieanalyse: ik heb onderzocht hoe de media worden ervaren.

Kif Kif: Waarom heb je de focus van je onderzoek vernauwd tot één nationale en één religieuze identiteit?

Torbeyns: Omdat het academisch verantwoord is om je onderzoeksveld af te bakenen en zo specifiek mogelijk te maken. Ik had het ook kunnen hebben over de Turkse én Marokkaanse gemeenschappen, bijvoorbeeld, maar uit eerder onderzoek blijkt dat beide identificatieprocessen verschillen, dat er voor beide groepen een andere verhouding is ten opzichte van die andere nationaliteit. Zo voelen jongeren met Turkse roots zich nauwer verwant met het land van herkomst. Die band is bij jongeren met Marokkaanse roots minder zichtbaar. Het debat behandelt ook beide groepen anders: voor de publieke opinie is ‘moslim’ bijna een synoniem geworden voor ‘Marokkaan’. ‘Jongeren met Marokkaanse roots’ is uiteindelijk mijn onderzoekspopulatie geworden.

Kif Kif: Er bestaat een breed verspreid gevoel dat mensen met een migratieachtergrond de Vlaamse media niet volgen.

Torbeyns: Die gedachte is intussen achterhaald. Uit eerder onderzoek zou je zoiets kunnen afleiden van vorige generaties, dat beeld van schotelantennes en mensen die vooral home news media volgen. Maar latere generaties, die hier zijn geboren en getogen, die hier naar school gaan, kijken wel naar Vlaamse nieuwsmedia. Voor meer dan 75% is Vlaamse media het voornaamste soort nieuwsmedia. Dan heb je internationale media zoals BBC, CNN en Al Jazeera. Marokkaanse media worden weinig gevolgd. Als er grote gebeurtenissen plaatsvinden, zoals de protesten in de Rifstreek, zal dat wel met speciale aandacht gevolgd worden, maar de dagelijkse actualiteit daar boeit hen veel minder. Het idee dat jongeren met een migratieachtergrond alleen het nieuws volgen van zogenaamde ‘herkomstlanden’ klopt niet. Ook de perceptie dat taal een probleem vormt klopt niet, het gaat tenslotte over Nederlandstalige jongeren.

Kif Kif: Hoe ervaren ze de berichtgeving?

Torbeyns: Ze gebruiken vaak de term ‘stigmatisering’. Ze voelen vaak dat de beeldvorming negatief is. Sommigen voelen zich geproblematiseerd terwijl ze zelf niks met die problemen te maken hebben. Sommigen voelen zich niet aangesproken noch gerepresenteerd en haken daarom af. Maar anderen houden de media juist daarom in het oog en blijven ze om die redenen volgen. Uit de survey-analyse blijkt dat jongeren ondanks een negatieve ervaring de media trouw blijven. Dat vond ik zelf opvallend. Een mogelijke achterliggende reden vond ik in één van de diepte-interviews. Blijkbaar is hun ongenoegen net de reden waarom ze de media nauwlettend in het oog blijven houden. Ze willen nagaan of er geen onwaarheden worden verkondigd. Sociale media geven hen een middel om zaken eventueel te corrigeren. Dat is één manier om daarmee om te gaan. Anderen volgen ook media die dichter bij hun leefwereld zitten, ze vinden tegenwicht bij alternatieve media zoals De Wereld Morgen, Mvslim en ja, ook Kif Kif. (lacht)

Kif Kif: Is er wantrouwen tegenover de media?

Torbeyns: Absoluut. Dat zal ander onderzoek ook bevestigen. Het jongerenmedia-agentschap StampMedia voerde ook een onderzoek uit naar de mediabeleving van jongeren uit grotere steden en met diverse achtergronden. RePresent was een dialoogtraject waarbij jongeren in gesprek konden gaan met journalisten. Ook daar is de conclusie dat het vertrouwen in media laag is. Je moet wel weten dat het uiteindelijke resultaat niet alleen door een journalist wordt bepaald. Ook hij of zij is onderhevig aan eind- en hoofdredacteuren. Bij een videoreportage bijvoorbeeld wordt het draaien, monteren en een voice-over inspreken vaak door drie verschillende mensen gedaan die niet altijd even goed communiceren. Wat de journalist oorspronkelijk voor ogen had, kan, eenmaal het wordt uitgezonden, er dan totaal anders uitzien.

Kif Kif: Media reproduceren ook citaten van bijvoorbeeld politici. Je kan je dan afvragen of het politici zijn die polariseren of de media. Moeten media die uitspraken klakkeloos overnemen?

Torbeyns: Dat is een moeilijke. Je kan zeggen dat de verantwoordelijkheid bij degene ligt die deze uitspraken doet, maar uiteindelijk staat het wel op jouw website. Neem nu het recente voorstel van Hendrik Bogaerts die pleit voor een algemeen hoofddoekenverbod. Moet je daar aandacht aan schenken? Onder het mom van pluralisme en vrije meningsuiting wel. Anders neigt het misschien naar censuur. Maar levert dat op lange termijn iets op? Op korte termijn levert je dat commotie en dus meer clicks op, natuurlijk. En zo wordt het wederzijds wantrouwen weer extra gevoed.

Kif Kif: Wat kunnen jongeren zelf doen als reactie op het wantrouwen en ontevredenheid over media?

Torbeyns: Mvslim.com werd destijds opgericht omdat ze ontdekten dat als je ‘muslim’ via Google opzoekt, je enkel afbeeldingen kreeg van terrorisme, boerka’s en andere zaken waarmee moslimjongeren zich niet identificeren. Je kan je stem laten horen via sociale media, zelf een medium oprichten of mee in het publieke debat proberen te stappen. Je plek opeisen. Als je het gevoel hebt dat wat over jou wordt verteld niet strookt met de werkelijkheid, moet je daarvoor opkomen en een andere kant laten zien.

Daarom ben ik persoonlijk wel blij dat jongeren nog in touch blijven met mainstream media. Via die media blijf je dan ook in touch met de samenleving waarin je leeft. Ik begrijp best dat jongeren soms nood hebben aan een digitale safe space. Een bubbel met gelijkgezinden, zeg maar. Maar dat mag ook weer niet te lang duren. De echte wereld kent ook niet enkel gelijkgezinden. Uiteindelijk moeten we toch allemaal door dezelfde deur en zo goed mogelijk proberen samen te leven. Enkel zo kunnen we allemaal vooruit.

 

De volledige masterscriptie leest u hier...

http://www.kifkif.be/actua/%E2%80%9Cjongeren-houden-de-media-nauwlettend-in-het-oog%E2%80%9D-een-gesprek-met-anouk-torbeyns