Afscheid van een kind, een zoon, een broer

16-04-2012 | Inge Neefs

Onder het blauwe tentzeil zitten een vijftigtal mannen op witte plastic stoelen ongezoete koffie te drinken, knabbelend op dadelvruchten. De sereniteit wordt doorbroken door de luidsprekers die de dode luid eert in rouwgezang. Het is een typische scène in het driedaags rouwritueel in Palestina. Mahmouds neef leidt ons via het koele betonnen trappenhuis naar de eerste verdieping. De zaal is gevuld met vrouwen van alle leeftijden die neerzitten op het plastic tapijt in de salon van de familie Zaqout. De grijze muur is behangen met de groene martelaarsposters van Mahmoud. Zijn gezicht komt me opnieuw vertrouwd voor. Met een speelse, maar onversaagde blik kijkt hij recht in de cameralens. Gehurkt in een glooiend graanveld, zit een Palestijnse tiener: kort geknipt, vleugje gel in de haren, gekleed in een fel paars shirt met een gekleurde keffiya om de schouders gedrapeerd. Hij zou 19 worden de volgende week, op 8 april.

“God zegene zijn ziel”

“Allah yerhamo” fluisteren de gedempte stemmen terwijl ze haar hand schudden en haar kussen op de wang. “God zegene zijn ziel”. Mahmouds moeder neemt de rouwbetuigingen in stilte in ontvangst, terwijl haar milde, vermoeide bruine ogen ons met een zachte, maar indringende nieuwsgierigheid volgen. Ebaa vertelt haar dat we vrijdag samen met Mahmoud demonstreerden in Beit Hanoun, nabij de grens. Ze wil plastic stoelen laten brengen voor haar speciale gasten, maar voor iemand de kans krijgt zich te bewegen, nestelen we ons neer op de grond, tussen de andere bezoekers.

“Heb je hem gezien? Stond je bij hem toen ze hem neerschoten?” vragen zijn zussen, terwijl de moeder dichterbij schuift. Het was druk en intens, er waren vele gezichten en dat van Mahmoud lijkt ons bekend, dus misschien hebben we hem wel gezien, ja.

Niet sterven in stilte

Het gesprek komt geleidelijk op gang; de duo’s van donkere, vermoeide ogen die de onwezenlijkheid van de nieuwe werkelijkheid pogen te bevatten spreken met gedempte stem. Mahmoud’s moeder wijst naar zijn foto aan de muur. “Voor hij vertrok, vroeg hij me deze foto van hem te verspreiden indien hij niet zou terugkeren. Het geld dat hij spaarde om samen met me de umrah [pelgrimstocht naar Mekka] te doen, moest ik voor mezelf houden, om alleen naar Saoedi te gaan. Hij lachte op zijn weg naar buiten en vroeg me om wat eten voor hem aan de kant te houden indien hij laat zou thuiskomen.”

Mahmoud bleek de risico’s van de demonstratie grondig overwogen te hebben. Daags voor de demonstratie zei hij aan zijn zus dat mocht hij gewond geraken, hij op een lichte verwonding hoopt. “Moest ik sterven, dan hoop ik in de hals of in het hoofd geraakt te worden, zodat ik snel zou sterven, zonder teveel pijn.”

“De poster is groen, maar hij was geen lid van Hamas. Hij was met geen enkele politieke partij geaffilieerd, hoewel we allemaal wisten dat hij een zwak had voor Islamic Jihad. Zijn nonkel was een vechter in de militaire vleugel van de partij en werd gemarteld tijdens de ‘oorlog’ van 2008-2009”, zegt zijn oudere zus Haneen.

Zoals de gewoonte is, proberen politieke partijen in Palestina martelaren te claimen. Hamas was de eerste die zich presenteerde in het ziekenhuis. De familie geeft niet om politieke kleur, maar kan zich de kosten van de begrafenis niet permitteren en overweldigd door de shock van het verlies, stemde ze toe met de eerste partij die zich meldde. “We willen enkel dat zijn naam en gezicht bekend zijn voor het publiek opdat hij niet zou sterven in stilte”, stelt zijn moeder.
Geen afscheid

Mahmoud’s moeder, Innadal, zit met haar handen in de schoot gevouwen en vertelt met spraakintervallen over de gebeurtenissen van afgelopen vrijdag, terwijl haar blik in het oneindige dwaalt.
“Ik kon geen afscheid nemen… Ik viel flauw toen ze zijn lichaam naar huis brachten… Iedereen was zo druk bezig met afscheid nemen… Het was chaotisch, het was al donker, we hadden geen elektriciteit en verlichtten de kamer met gaslampen. Toen ik bijkwam, liep ik de massa achterna om hem alsnog te kunnen zien in de moskee, maar hij was reeds onderweg naar de begraafplaats.

Ik belde hem vrijdagmiddag, rond 14u30. Hij loog, hij wou me gerust stellen, zodat ik me geen zorgen zou maken. Hij zei dat hij in het huis van zijn neef was, dat ze werden tegengehouden om naar de grenspost te gaan. Ik was niet zeker of ik hem wel geloofde, maar ik voelde me toch opgelucht. Later belde Jahiya, mijn oudere zoon, om te zeggen dat Mahmoud verwond was, maar dat er geen reden was voor paniek en dat hij me snel meer nieuws zou geven. [pauzeert enkele seconden] Kort daarna belde hij om te zeggen dat Mahmoud vermoord was.”

Mahmoud werd met een kogel in de hals geraakt toen hij voorover boog om een gewonde man weg te dragen. Hij stierf kort na zijn aankomst in het ziekenhuis van Kamal Adwan in Beit Lahya, zijn geboortedorp.

Mariam, Mahmoud’s oudere zus, snikt luid achter ons, terwijl een dikke grauwe traan langzaam over haar wang rolt. “Afgelopen week vroeg hij verschillende keren wanneer ik op bezoek zou komen. Hij wou de kinderen zien, maar ik kwam niet, ik vond de tijd niet. Als ik had geweten dat dit zou gebeuren, dan zou ik elke dag van de week op bezoek gekomen zijn.”

Gestorven met overwinning

“Zijn vrienden vertelden ons dat hij na het schot recht stond en met beide handen het V-teken [V van ‘victory’, overwinning] vormde. Hij leek het in de eerste seconden niet te beseffen dat hij verwond was. Het geschreeuw rondom alarmeerde hem en hij taste zijn lichaam af met z’n handen, zoekend naar de wonde. Toen hij het bloed in zijn hals voelde, verloor hij het bewustzijn. In de ambulance herwon hij het bewustzijn, haalde zijn telefoon uit zijn broekzak en vroeg om Ahmed, zijn oudere broer, te bellen, maar hij viel telkens weer flauw. Het laatste wat hij zei was ‘groet Ahmed voor me en de rest van de familie’.”
Hij had een Palestijnse vlag bij zich, die hij rond zijn nek knoopte, maar ook gebruikte om de prikkeldraad te verwijderen. Haneen vertelt dat hij hoopte de vlag op de Israëlische wachttoren te kunnen vervangen door een Palestijnse vlag. Het is zover niet gekomen.

Herinneringen in sms’jes en muntstukken

Mahmoud’s zussen loodsen ons weg uit de woonkamer, waar een oudere vrouw gebeden prevelt en predikt. De deur naar Mahmoud’s slaapkamer opent. Het is een simpel kamertje van ongeveer 10 vierkante meter. Beide ramen kijken uit op de betonnen muren van de buren, die aan weerszijden op drie meter van het huis staan. De spiegel in de commode in de hoek van de kamer is bepleisterd met halve shekels, waarmee de eerste letters van zijn naam geschreven zijn. “Hij verzamelde halve shekels, hij was gek van die muntstukken”, zegt zijn zus die een plastic zak met een hondertal munten boven haalt.

Zijn zussen en schoonzussen vertellen gretig over de mopjes die Mahmoud hen stuurde via sms’jes, over de duivenkooi die hij op het dak aan het bouwen was, over zijn fragiele fysieke gezondheid, zijn gevoeligheid, zijn voorliefde voor Barcelona, de plagerijen met zijn zussen en zijn liefdevolle zorg voor zijn familieleden. Uit hun verhalen verschijnt een zachte, gevoelige, vrolijke, religieuze jongeman, die grootgebracht werd in een warm nest. De gezichten op en rond Mahmoud’s bed worden lichter, er twinkelt een licht in de ogen die voorheen vooral een doffe, donkere, rouwende pijn reflecteerden.

“Kort voor mijn zwangerschap werd een van m’n nieren operatief verwijderd. Toen ik zwanger was van mijn dochter, kreeg ik opnieuw diezelfde pijn in mijn andere nier. Ik was thuis aan het huilen van de pijn en vroeg me snikkend af wat er zou gebeuren als deze nier het ook zou begeven. Mahmoud, die toen 16 jaar was, zei ernstig: ‘Maak je geen zorgen, als het zover komt, dan geef ik je toch gewoon één van mijn nieren?”, zegt Haneen met een vrolijk-melancholische twinkeling in de ogen.

Zijn schoonzus herinnert zich zijn voorliefde voor katten. “Hij hield van katten, adoreerde hen en nam de zwangere straatkattinnen steeds mee naar huis om hen te verzorgen. Wanneer ze bijna zouden bevallen, sprak hij over niets anders en dwong hij ons allen om te komen kijken, maar even snel zette hij ons weer uit de kamer om de kat haar rust te gunnen. Hij maakte een kartonnen huisje voor hen, hield hen warm en voorzag in voedsel en melk. Tijdens aftuur [het breken van de vasten tijdens de ramadanperiode] verliet hij zelfs de tafel om voor haar en haar jongen te kunnen zorgen. Hij was de enige die er echt om gaf, net zoals zijn overleden nonkel, God zegene zijn ziel. Maar hij verplichtte ons om betrokken te zijn.

Zwanger van Mahmoud

Ahmed, Mahmoud’s favoriete broer, wandelt de kamer in met een plastic zak in de handen geklemd. Hij kijkt ons, de twee vreemde bezoekers, aan met een mengeling van nieuwsgierigheid en argwaan. Zijn ogen lopen over van emoties, hij is zichtbaar ongemakkelijk. Hij staart naar de zak in zijn handen, die nu de belangstelling wekt van de anderen in de kamer. Ahmed verdwijnt bruusk uit de kamer, maar verschijnt een minuut later opnieuw op aandringen van zijn zussen en langzaam aan begint hij te vertellen. Hij opent de zak en ontrolt een bebloede Palestijnse vlag. “De vlag ging met hem naar de grenspost in Beit Hanoun, hij had het om zijn nek toen hij neergeschoten werd en het werd over zijn lichaam gedrapeerd tijdens de begrafenismars. Het draagt zijn bloed, zijn laatste moment van leven.”

De dag voor zijn dood, ging ik naar de winkel van de familie. Mahmoud was aan het werken, maar hij zag er vermoeid uit. Ik stelde voor om zijn shift over te nemen, zodat hij kon rusten. Ik had een plots verlangen om hem te kussen en hem een knuffel te geven, maar ik twijfelde. Ik weet niet waarom. Enkele seconden later was hij weg en dat was het laatste wat ik van hem zag.”

Ahmed werd sinds zijn kindertijd Abu Farez genoemd, de verwachting creërend dat hij zijn eerstgeboren zoon Farez zou noemen. “Mijn vrouw is nu zwanger, van ons eerste kindje, het is een jongen, maar ik zal Abu Mahmoud genoemd worden, niet Abu Farez.” Zijn jonge echtgenote voegt eraan toe dat het Mahmoud was die haar er op attent maakte dat ze zwanger was. De dag voor ze het officiële nieuws van de dokter kreeg, vroeg Mahmoud aan één van zijn zussen haar op te bellen met de boodschap “Gefeliciteerd, je bent zwanger!” Toen ze nadien vroeg hoe hij dat wist, antwoordde hij luchtig dat de vogels het hem influisterden.

De voorspelling van een jonge dood?

Mahmoud is de voorlaatste in een gezin met 13 kinderen. Met uitzondering van zijn jongere broer zijn Mahmouds zussen en broers allen getrouwd. Zijn broers, hun vrienden en de buren haalden er plezier uit om hem hiermee te plagen. “We hebben je vannacht alweer gehoord. Je geschreeuw voor een huwelijk heeft ons wakker geschud.” - “Was jij dat? God, dat was luid! Ik dacht wel je stem herkend te hebben…”, grapten ze met hem.

Zijn moeder zag zijn spaargeld ook liever naar een huwelijk gaan, voor de omrah zou er later nog tijd zijn. Maar zijn antwoorden waren steeds ontwijkend: “Wie zegt dat ik ooit zal trouwen?” of “Als ik zo lang mag leven.”

“In de afgelopen weken deden zich verschillende incidenten voor, waarbij Mahmoud verwond werd. Hij stond dicht bij de dood, maar hij overleefde. Tijdens een voetbalspel schoof hij uit en viel hij in een diepe rioleringsput, even later viel hij van de vierde verdieping naar beneden en tot slot verwondde hij zijn hoofd.” Haneen onderbreekt zichzelf met een luide lach en vraagt de rest of ze weet hebben van het verhaal met de apotheker? “Mahmoud spurtte naar de apotheker om te vragen of deze zijn hoofdwonde kon verzorgen, die hij dempte met een prop papieren doekjes. En de apotheker kon zijn lach niet inhouden. De doekjes waren onbevlekt, wit, terwijl het bloed langs de andere kant langs zijn hals naar beneden sijpelde!” Ze stopt met lachen en pauzeert. “Ik denk dat hij dit alles overleefde, zodat hij kon sterven als een martelaar.”

“Mahmoud demonstreerde omdat het Landdag was, omdat hij gelooft in gerechtigheid. Hij was een vluchteling van Majdal en hij was daar om zijn land te claimen. Uit verschillende landen weerklonk dezelfde eis voor de rechten van Palestijnen, maar hij was degene die er voor stierf”, zegt zijn tante fors.

---
Inge Neefs verblijft voor vier maanden in de Gazastrook waar ze werkt aan een boek over Gaza dat in het voorjaar van 2012 verschijnt bij Uitgeverij EPO.

Een financiële bijdrage voor het boekproject is zeer welgekomen op BE96 9730 4907 9105.
 

http://www.kifkif.be/actua/afscheid-van-een-kind-een-zoon-een-broer