Ali, Syrische Alawiet en anti-Assad: een heldere kijk op vrijheid, dwars door sektarisme heen

07-03-2012 | Pieter Stockmans & Majd Khalifeh

Al sinds zijn kindertijd is Ali* ‘een speciaal geval’. ‘Ik heb de islamitische lessen die mijn ouders me wilden opleggen, altijd geweigerd.

Ali, Syrische Alawiet en anti-Assad: een heldere kijk op vrijheid, dwars door sektarisme heen

Een jongeman loopt ons hotel in Beiroet binnen. Hij mankt. Zijn lippen zijn verbrand en zijn handen staan vol blauwe plekken. Hij vraagt of hij een kamer krijgt. De hoteleigenaar weigert. Zelfa hoort dat de man vertelt over de wijken Tabbaneh en Jabal Mohsen in Tripoli, noord-Libanon. Ali blijkt een Syrische Alawiet uit Jabal Mohsen (Tripoli, Libanon) te zijn. Hij is tegen de Syrische president Bashar al-Assad. Dat is op zijn minst uitzonderlijk. We gaan op een kalme plek zitten voor een gesprek met deze bijzondere man.

Het Syrische regime wordt gecontroleerd door de Alawietische minderheid (Sjiieten) en ook de wijk Jabal Mohsen in Tripoli is Alawietisch. De afgelopen weken brak een ware veldslag uit tussen Jabal Mohsen – traditioneel erg pro-Assad – en Tabbaneh, een soennitische wijk die de Syrische opstandelingen steunt tegen Assad. Het Libanese leger moest tussenkomen om de rust te herstellen.

Al sinds zijn kindertijd is Ali* ‘een speciaal geval’. ‘Ik heb de islamitische lessen die mijn ouders me wilden opleggen, altijd geweigerd. Maar ze haalden me van school en dwongen me naar een islamschool te gaan’, zegt hij. Ali blijft verschillende religieuze en geschiedkundige boeken lezen, om zijn geest te bevrijden. Hij koestert al snel een nieuwsgierigheid naar andere culturen en religies, vooral naar het christendom.

Zijn open geest leidt tot een politiek activisme dat erg ongewoon is in Jabal Mohsen. Hij probeert er een nieuwe Alawietische partij uit de grond te stampen die de hand moet reiken naar andere religies. Hij wil de sektarische spanningen tussen Jabal Mohsen en Tabbaneh doen afnemen. Beschouw hem gerust als een vredestichter.

Vrede klinkt in deze explosieve context als een bedreiging. ‘De veiligheidsdiensten arresteerden me. Anderhalf jaar zat ik in de gevangenis, ergens onder de grond, ik weet niet waar. Ik werd er constant gefolterd. Met een touw bonden ze bijvoorbeeld mijn handen en benen achter mijn rug. Dat touw trokken ze rond mijn nek en knieën. Het geeft een effect van verstikking’. De folteraars krijgen Ali zo ver dat hij een bekentenis tekent: spion voor Israël. Ali's enige link met Israël zijn een paar chat-gesprekken met joods-Israëlische meisjes die voor hem stripten voor de webcam.

Vier maanden geleden komt Ali vrij. Onmiddellijk vlucht hij weg uit Tripoli. ‘Mijn leven is er in gevaar. De geheime diensten deden mijn ouders op televisie toegeven dat ik hun zoon niet ben. Ze hebben mijn ouders overtuigd dat ik een spion voor Israël ben.’

Vanaf dan voelt Ali de grond onder zijn voeten wegzakken. ‘Ik heb veel verloren, geld, mijn familie, mijn geliefde, mijn land, mijn vrijheid. Ik voel geen haat, ik wens niemand hetzelfde toe. Het enige wat me nu nog kan redden is een nieuw leven, een nieuw land, hoop voor mezelf en voor anderen die in Syrië en Libanon een lange en moedige strijd voor vrijheid zijn begonnen’, klinkt Ali dieptreurig.

Afgelopen zaterdag duikt Ali onder in Jbeil in ‘een kamer vol vluchtelingen uit Syrië’. Een dag later houdt een taxi hem tegen. Een man stapt uit en toont hem de identificatie van de Libanese geheime diensten. Bij de Libanese geheime diensten zitten veel pro-Assad mensen. ‘Stap in. We hebben je 5 minuten nodig’, zegt de man. Ali blijft 5 dagen opgesloten. Lachend vertelt hij hoe zijn folteraars hem behandelden. ‘Het was bijna Valentijn, dus de folteraar vroeg of ik een French kiss wilde. Hij nam de hete kolen van de waterpijp en duwde ze op mijn lippen. Dat was gisteren. Ze dropten me in een bos. Ik ging helemaal te voet tot aan de snelweg en daar nam ik de bus naar Beiroet. Ze stalen mijn geld, ze lieten met nog €5 achter.’

Ali is op de vlucht, passeerde al langs het Rode Kruis en heeft een dossier bij de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Maar hij is een interne vluchteling, en daarom kunnen ze hem niet helpen. Hij staat op straat. Hoteleigenaars in Beiroet weigeren hem. Hij wacht nu op antwoord van Libanese christenen die hem een paspoort gaan regelen voor Canada, waar hij als vluchteling hoopt erkend te worden.

Een man als Ali, die de sektarische opdeling van bevolkingsgroepen in Syrië en Libanon uitdaagt, is een gevaar voor het machtsevenwicht in beide landen. Hij wil mensen helpen hun angst voor de ander te overwinnen, maar net die angst voedt de macht van de sektarische partijen. Veiligheid voor de Alawietische minderheid komt niet via onderdrukking, maar via vrijheid, en door bruggen te bouwen. Dat lijkt Ali’s levensfilosofie. Religieuze gemeenschappen overleven hier vandaag door hun ruimte af te bakenen tegen de andere. Wat als iedereen zoals Ali de ander zou uitnodigen in elkaars ruimte. Wat zou er gebeuren?

‘Geluk is de doelen bereiken waarvoor ik alles opgeofferd heb. Alleen dan zal ik voelen dat mijn lijden het waard is geweest, en alleen zo zal ik ooit nog geluk kunnen voelen. Ik wil een voorbeeld worden voor andere Arabische jongeren, en zeker voor Alawieten.’

* fictieve naam 

 

Dit artikel is onderdeel van het project "Tussen vrijheid en geluk" ( http://www.mo.be/wereldblog/tussen-vrijheid-en-geluk )

Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Je kan Pieter, Majd en Xander blijven volgen via facebook:

https://www.facebook.com/tussenvrijheidengeluk  

 

http://www.kifkif.be/actua/ali-syrische-alawiet-en-anti-assad-een-heldere-kijk-op-vrijheid-dwars-door-sektarisme-heen