Allochtone cultuur?

12-09-2008 | Ico Maly & Hatim El Sghiar

 23/08/2006 - Ico Maly & Hatim El Sghiar - KVS Express    

Over de zin en onzin van het concept ‘allochtoon’   ‘Allochtoon’ is één van die concepten die om de haverklap gehanteerd worden in het debat over de interculturele samenleving. Iedereen denkt te weten wat of wie een ‘allochtoon’ is. “ Er zijn hier toch mensen van elders, allochtonen dus ?” Een ‘allochtoon’ is in de publieke opinie niet van hier, niet van ons en maakt geen deel uit van onze samenleving. Dergelijke betekenis vinden we ook in de oorspronkelijke definitie van de term in de geografie, waar ‘allochtoon’ staat voor gesteente dat verplaatst is, niet eigen is. De ‘allochtoon’ wordt in eerste instantie niet begrepen in wat hij/zij is, maar net in wat hij/zij niet is.  

Van concept naar realiteit  

Het concept ‘allochtoon’ wordt in de jaren ’90 de opvolger voor ‘migrant’ en ‘gastarbeider’. De oude concepten verwerven met de jaren een zeer negatieve connotatie. Bovendien volstaan ze niet meer om de 2de, 3de en 4de generatie te beschrijven in statistieken. Het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek schuift daarom het concept ‘allochtoon’ naar voor, met als definitie “elke persoon die woont in Nederland van wie minstens één van de ouders in het buitenland geboren is”. De bedoeling van de term was te meten of mensen van buitenlandse komaf gelijke kansen genieten. In België meet men echter niet met de parameter ‘allochtoon’/’autochtoon’, maar enkel met ‘Belgen’/’niet-Belgen’.  

Vlaanderen heeft wel de definiëring overgenomen, en op een zeer gebrekkige wijze ‘verruimd’. Via het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden wordt de definitie van ‘allochtoon’: “personen die zich legaal in België bevinden, ongeacht of zij de Belgische nationaliteit hebben en die tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen: a) minstens één van hun ouders of grootouders is geboren buiten België; b) zij bevinden zich in een achterstandspositie vanwege hun etnische afkomst of hun zwakke sociaal-economische situatie”.  Allochtonen bevinden zich in een achterstandspositie (geen achterstellingspositie) vanwege hun afkomst. Hun ongelijke positie wordt dus verklaard door wie ze zijn en van waar ze komen. Het beleid is er op gericht die achterstand te compenseren of weg te werken.  

Dat deze definitie en de toepassing ervan in instellingen problematisch is, moge duidelijk zijn. In plaats van een instrument te creëren dat kan dienen om de toegang tot gelijke kansen te meten en te bewerkstelligen, wordt door deze invulling van het concept de realiteit vervormd. Door de achterstandspositie als eigen aan afkomst voor te stellen en per definitie uit te sluiten dat deze positie het gevolg is van racisme of discriminatie, zitten we met een instrument dat zijn doel niet bereikt. Het concept dient dus als verklaringsmodel in plaats van als emancipatie-instrument dat discriminatoire belemmeringen opheft. Dat het beleid dat hierop stoelt weinig bereikt, heeft niet geleid tot een herdefiniëring. De politiek en de integratiesector komen niet verder dan de conclusie dat de ‘allochtonen’ moeilijke gevallen zijn. In die zin bevestigen zij het maatschappelijke en mediatieke debat.  

De media(vs)realiteit  

In het mediadebat is niet elke persoon met een vreemde origine ‘allochtoon’. De rijke Amerikaan, Japanner, Europeaan die hier werkt en woont, lijkt geen probleem te zijn en wordt ook niet of zelden gedefinieerd als ‘allochtoon’. Dat label lijkt in eerste instantie gereserveerd voor mensen met Marokkaanse, Turkse of Congolese roots. ‘Allochtoon’ is een containerbegrip, dat naargelang de context anders gebruikt en ingevuld wordt. Het is een beeldencomplex dat de samenleving vormt en niet enkel meet op discriminatie. Al te vaak wordt het concept ingeroepen als een passe-partout om gedragingen van individuen te verklaren in termen van de cultuur van ‘de allochtoon’.

Crimineel gedrag, de oververtegenwoordiging in werkloosheidscijfers, … wordt een cultureel fenomeen (vb. arbeidsethos) omdat de persoon ‘allochtoon’ is. Maar ook discriminatie wordt vaak herleid tot problemen met ‘de allochtoon’ zelf. In de mediarealiteit wordt ‘hun allochtoon-zijn’, ‘hun cultuur’ of ‘hun eigenheid’ de kern van ‘ons samenlevingsprobleem’ en zorgt die voor een clash, voor de kloof tussen ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’. Deze definitie heeft zich niet alleen in de publieke opinie genesteld, maar ook in onze structuren, instellingen en bij de politieke macht. Dat leidt ertoe dat het normaal wordt om de ander ‘anders’ te behandelen. Resultaat: in de praktijk wordt discriminatie gelegitimeerd en niet bestreden.  

De schijnbare paradox  

Het concept ‘allochtoon’ zou een potentieel instrument moeten zijn om discriminatie vast te stellen en gericht te bestrijden, maar is verworden is tot een instrument van racisme. De mediadefinitie domineert. Allochtonen worden vaak voorgesteld als homogene groep, met een gemeenschappelijke cultuur en andere duidelijk te omschrijven kenmerken. Systematisch worden ze gekoppeld aan contexten als criminaliteit, terrorisme, homofobie, … Het concept wordt beladen met een uiterst negatieve connotatie, er scheelt m.a.w. iets met de groep, niet met onze samenleving.  

Groepen voelen natuurlijk aan, maar zijn het niet. De enige natuurlijke entiteiten die we kennen zijn het individu en de mensheid. Elke andere entiteit is een sociale constructie op basis van onze perceptie van onszelf en ‘de ander’. Groepsvorming is dan wel een natuurlijk proces, het resultaat (groepen) is steeds een gevolg van menselijk handelen en denken. De media, maar ook het onderwijs en (in mindere mate) de cultuursector, geven deze beelden mee vorm.  

Het is duidelijk dat de groep die men als ‘allochtoon’ definieert maar enkele duidelijke gemeenschappelijke kenmerken heeft. Het gaat om een persoon die gepercipieerd wordt als ‘niet van hier’ en bijgevolg meer kans maakt gediscrimineerd te worden. Het concept ‘allochtoon’ wordt in die context van ongelijkheid meer en meer realiteit. Allochtonen hebben zichzelf niet gedefinieerd, ‘de ander’ doet dit, wij dus. Media voeden dit beeld door de systematische, homogeniserende en negatieve definiëring van de groep. ‘Allochtonen’ worden behandeld als tweederangsburgers. Helaas is het realiteit dat mensen op basis van hun naam, uiterlijk, geboorteplaats, … gerekend worden tot de groep van ‘de allochtoon’ en ook als homogene groep behandeld worden.  

De aanklachten tegen racisme stijgen en het extreemrechtse discours domineert. Er is een groeiende ongelijkheid in onze samenleving, ‘allochtoon’ is hier symbool voor een lagere gemiddelde standaard in de samenleving. Dit uit zich in werkloosheidscijfers, huisvesting en onderwijs. In elk van deze domeinen stellen verschillende onderzoeken een duidelijke correlatie vast tussen de gepercipieerde identiteit en de plaats in onze samenleving. Willen we meer gelijkheid dan dienen we op verschillende, schijnbaar paradoxale sporen te werken. Enerzijds moeten we in sommige contexten het concept ‘allochtoon’ mijden, omdat het enkel een stigmatiserend effect heeft en racisme bestendigt en legitimeert. Anderzijds is het cruciaal dat rekening gehouden wordt met de relevantie van het concept ‘allochtoon’ om een gericht antidiscriminatiebeleid te voeren, als een tijdelijk noodzakelijk kwaad dat zichzelf overbodig moet maken.  

De ‘allochtoon’, cultuur en de cultuursector  

Ongeacht de doelstelling van de kunstenaar, maakt kunst deel uit van de wereld. Uiteindelijk gaat het om de productie van ideeën in een samenleving en ideeën hebben invloed als ze verspreid worden, hoe beperkt of onvolmaakt ook. Kunst maken is dus in zekere zin altijd een keuze maken ten aanzien van de maatschappij: een keuze om de maatschappij te bestendigen of ze net te bevragen. Kunst kan zich niet onttrekken aan de samenleving of aan de globalisering.  

Net zoals de mens, is kunst tegelijk uniek en beïnvloed door de samenleving en bovenal geeft ze er mee vorm aan. Als kunst (hoe beperkt haar invloed ook mag zijn) de wereld wil bevragen, kritisch bekijken, veranderen, dan moet die kunst ingaan tegen dominante machtsverhoudingen van ongelijkheid, ze ontbloten, ze duidelijk maken, … dit moet blijken uit de praktijken en producten.   Kunst dient zich te verzetten tegen het statisch beeld over ‘de ander’ (de mythe) en het te doorbreken, in plaats van het te bestendigen. Allochtonen zijn helemaal geen homogene groep met één cultuur, één attitude, één normen- en  waardenstelsel. Dit beeld en de bijhorende praktijk dienen zo snel mogelijk uit de wereld geholpen te worden. Cultuur is alles en niets, het is wat het individu er van maakt. Cultuur is niet omlijnd of begrensd, is niet onder te verdelen in culturen. Er is niet zoiets als allochtone kunst, er bestaat niet zoiets als afgelijnde culturen. Er is slechts één cultuur en dat is die van de mensheid. We kunnen geen groepen mensen definiëren aan de hand van een homogene cultuur, cultuur is dus per definitie intercultureel, globaal en lokaal.  

Oriëntatie op diversiteit, interculturaliteit in een geglobaliseerde samenleving lijkt ons cruciaal wil kunst maatschappelijk relevant zijn, inhoud hebben. Diversiteit is een complex en gelaagd gegeven, omgaan met diversiteit is in eerste instantie omgaan met individuen en dus omgaan met complexe en paradoxale identiteiten. Iedere identiteit is doorheen de jaren opgebouwd en hoogst individueel en steeds in verandering, in opbouw. Het is een samenraapsel van beelden, opinies, attitudes enz. die niet noodzakelijk dienen te bestaan als een logisch en coherent geheel. Identiteiten dragen met andere woorden sporen van velerlei aard, de opvoeding, de school, de vrienden, media, enz.  

Diversiteit als verzet  

De (geëngageerde) kunst is gebaat bij diversiteit als perspectief en dient het woord te geven aan deze diversiteit. Omgaan met diversiteit vereist zowel een kosmopolitische als een stedelijke visie. Dit betekent dat we ook rekening houden met de ongelijkheid die inherent is aan ons wereldsysteem en onze steden, die meer en meer een afspiegeling worden van die globale wereld. Dergelijk perspectief betekent dat we tegelijk de realiteit moeten onder handen nemen en zorgen dat de ongelijke behandeling t.a.v. die gepercipieerde groep en de structurele gevolgen hiervan krachtdadig aangepakt worden. Het is dus niet zo dat als we het concept ‘allochtoon’ afschaffen of terugdringen in de marge, discriminatie en ongelijkheid zomaar zal verdwijnen. Het vereist dat we er structureel voor zorgen dat groepen die nu duidelijk uitgesloten zijn uit bepaalde samenlevingsdomeinen laten instromen.  

De Vlaamse cultuursector kent momenteel nog weinig ‘allochtone uitblinkers’; er zijn maar enkele romanciers en theatermakers. Cultuurinstellingen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. De eerste stap is er natuurlijk voor zorgen dat ‘allochtone kunstenaars’ de kans krijgen in en door onze instellingen. Dit kan door bijvoorbeeld  ateliers open te stellen voor jonge ‘allochtonen’ (via school, wijkwerking), vaste ruimte te voorzien in de programmering voor een intercultureel collectief/experiment, zich te mengen in het maatschappelijk debat, …

Dit hoeft zich niet te vertalen in een verschraling van ‘toegelaten kunst’ als middel tegen racisme of verbeteren van de wereld, het gaat van kleine tot grote acties. De casting, bijvoorbeeld, is een cruciale poort tot de cultuursector: spelen er allochtone acteurs mee, in welke rol cast je allochtonen, hoe worden ze geportretteerd en worden ze wel zichtbaar ? Mag er al eens een allochtoon meespelen zonder dat zijn afkomst verder een doorslaggevende rol speelt ? Bart Somers’ (VLD) uitspraken na de moorden in Antwerpen, draaien de wereld op zijn kop. In Somers’ redenering is wie minder gelijke kansen krijgt zelf hieraan schuldig; we zijn immers allen gelijk. Uitroepen dat iedereen een individu is en dus gelijk, zorgt er natuurlijk niet voor dat iedereen gelijk zal behandeld worden, of dat ongelijkheid zal verdwijnen. Niet ieders stem klinkt even luid in onze samenleving. Zolang er geen gelijkheid is, kunnen we het concept ‘allochtoon’ niet volledig begraven.  

Dit artikel is verschenen in de KVS Express, van augustus, september en oktober 2006

http://www.kifkif.be/actua/allochtone-cultuur