
De onderzoeksresultaten van 2001 zijn hallucinant: 56% van de mensen van Marokkaanse en 59% van de mensen van Turkse herkomst hebben een inkomen dat onder de Europese armoedegrens ligt. Deze armoedegrens is internationaal vastgelegd op 60% van het gemiddeld equivalente inkomen.
Gent – Het lunchgesprek in het stadhuis van Gent kadert mooi in 'Het Jaar van de Armoede', met als hoogtepunt de 'Werelddag van verzet tegen extreme armoede' op zondag 17 oktober. Het Gentse vrouwennetwerk 'Oog in Oog' nodigde Bea Van Robaeys op 14 oktober uit om haar onderzoek ‘Gelijke kansen voor morgen’ voor te stellen en een gesprek aan te gaan met het publiek. Tal van organisaties die met vrouwen en armoede werken waren aanwezig. De onderzoeksvraag luidde: beïnvloeden gender en herkomst het risico op armoede?
Hallucinante cijfers
Het antwoord is een volmondig ja volgens Van Robaeys. Zij werkt als onderzoekster en docente aan de Karel de Grote Hogeschool Antwerpen. Eerst legde ze de relatie tussen armoede en herkomst bloot. De onderzoeksresultaten van 2001 zijn hallucinant: 56% van de mensen van Marokkaanse en 59% van de mensen van Turkse herkomst hebben een inkomen dat onder de Europese armoedegrens ligt. Deze armoedegrens is internationaal vastgelegd op 60% van het gemiddeld equivalente inkomen. Ter vergelijking: voor autochtone Belgen bedraagt dit cijfer 10,16%. Het risico om onder de armoedegrens te moeten leven, bleek voor groepen van Turkse en Marokkaanse herkomst dus vier tot vijf keer zo hoog als voor de groep van Belgische herkomst. Ook het verband tussen armoede en gender (geslacht) is duidelijk. Vrouwen blijken 36% kans te hebben om in armoede te leven, voor mannen geldt een percentage van 11%.
Armoede in de praktijk
Een moeder: "Wat ik ontbreek is: ik heb niet wat mijn kinderen willen. Wat ik het meeste mis, bij een verjaardag kan ik niet geven wat ze willen. En dan ook eten, ik kan het niet kopen. Ik heb het niet. Ik ga naar Aldi of ... Wij volgen de islam, wanneer we een feest hebben geven we cadeaus. Maar ik heb de middelen niet. Wij kopen cadeaus die de kinderen willen, maar met het OCMW en de kinderbijslag, is dat niet veel."
Ook ’s zomers niet op vakantie kunnen gaan naar het land van herkomst, of geen geld kunnen sturen naar familie zijn pijnlijke voorbeelden van hoe armoede ervaren wordt. Dat is trouwens heel subjectief: de eerste generatie migranten was al tevreden met een dak boven hun hoofd en brood op de plank. De tweede generatie voelde gemiste kansen op vlak van onderwijs en deelname aan de maatschappij aan als armoede. De derde generatie spiegelt zich aan ‘onze’ autochtone maatschappij en verwacht dezelfde levensstandaard.
Armoede maakt ook dat de vrouwen zich onmachtig, onzeker, afhankelijk en gestresseerd voelen. Er waren getuigenissen over vermoeidheid, schaamte, boosheid en een gevoel van overbodigheid.
De weg vooruit
In de interviews werd ook gepolst naar een mogelijke uitweg uit de armoede. In het algemeen hadden de vrouwen weinig hoop. Verbetering werd dan gezien als financiële vooruitgang, maar ook de middelen daartoe zoals onderwijs en werk. In deze definiëring stemmen ze overeen met de autochtone definitie van uitweg uit de armoede. Het verschil is dat de allochtone vrouwen ook het leren van de taal en het halen van een rijbewijs als belangrijke stappen zagen – dingen die voor autochtonen niet van tel zijn.
Als het gaat over hun kinderen, koesteren deze vrouwen wel hoge verwachtingen. Ze vinden het daarom heel belangrijk dat hun kinderen degelijk onderwijs krijgen, om later meer kansen te hebben op werk. Ze zijn zich daarbij wel bewust van gevaren zoals lage schoolinspiratie of slechte vrienden.
Inzicht van binnenuit
De lezing gaf ons een inkijk in de leefwereld van arme allochtone vrouwen en hoe zij aankijken tegen armoede en zich een uitweg zoeken.. Dit biedt ons een interessant en nuttig inzicht. De belangrijkste blinde vlek in het beleid is immers vaak de kloof tussen de ‘objectieve’ werkelijkheid waarop het beleid steunt, en de perceptie van diezelfde werkelijkheid door de personen in kwestie. Een beter inzicht in hun leef- en belevingswereld helpt om deze kloof te overbruggen. Van Robaeys pleit vanuit haar onderzoeksresultaten voor activering op maat van deze vrouwen: hen bij elk stapje ondersteunen op hun weg uit de armoede. De organisaties uit het middenveld die aanwezig waren in het publiek, reageerden alvast positief en deelden ook hun ervaringen met de materie. Het lunchgesprek werd zo een interessante mix van cijfers, voorbeelden uit de praktijk en vooral een degelijk kwalitatief onderzoek, waarin de stem van allochtone vrouwen in armoede luid opklonk.
Alle mensen, rijk of arm, streven naar ongeveer hetzelfde: naar voldoening en een goed leven. De middelen die ze daarvoor hebben, kunnen echter grondig verschillen. Armoede wordt dan ervaren als een kloof tussen enerzijds noden en behoeften en anderzijds de middelen daartoe. Het gaat hier niet enkel om financiële middelen, maar ook bijvoorbeeld om scholingsgraad, kansen op de arbeidsmarkt en deelname aan de maatschappij.
De cijfers van hierboven zeggen veel, maar niet alles. Door kwalitatief onderzoek werd het verhaal achter de cijfers ontrafeld. Wat is armoede eigenlijk en wat doet dat met een mens? Hoe gaan de mensen in kwestie ermee om? Aan de hand van citaten uit interviews met arme vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst kregen we een beeld van de mensen achter de statistieken.