Als christenen en moslims samen feesten.

23-09-2008 | Remi Verwimp

De winter blijft uit, maar de eindejaarsfeesten komen er wel aan. Straatverlichting en melige muziek. Straks kerstavond. Nachtmissen vol volk. Eén dag lang drijft heel de samenleving op religieuze gevoelens van warme gezelligheid en romantische, huiselijke vrede. Als enig christelijk feest lijkt Kerstmis  wél opgewassen tegen de gevolgen van secularisering en ontkerkelijking. Het kost ons vandaag moeite om te bedenken dat in de eerste drie eeuwen de christenen geen kerstfeest kenden. Generaties christenen hebben de geboorte van Jezus niet herdacht. Pas toen keizer Constantijn zich had bekeerd en het christendom staatsgodsdienst was geworden, werd het Romeinse feest van de onoverwinnelijke zon gekerstend tot het geboortefeest van Jezus.  Vandaag is Kerstmis een succesverhaal, meer omwille van de religieuze gevoeligheden van moderne mensen dan om het geloofsverhaal. Geen christen lijkt nog te vermoeden waar het eigenlijk om begon:  de geboorte onweerstaanbaar, van een bevrijdende beweging op een moment dat niemand dat nog verwachtte.    

En dan is er Oudejaar. Opnieuw tafelen en fuiven. En nieuwjaarsbrieven en pakjes. Wij sturen onze beste wensen naar familie en vrienden, wensen voor een voorspoedig nieuw jaar.  

Toevallig valt het grootste feest van de moslims dit jaar ook op Oudejaar.   De islam kent twee grote religieuze feesten. Het Suikerfeest wordt gevierd aan het einde van de vastenmaand ramadan. De tweede feestdag is het Offerfeest en wordt gevierd gedurende de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka in Saoudi-Arabië. Meer dan twee miljoen moslims gaan dan op bedevaart. De rest van de meer dan één miljard moslims vieren het Offerfeest thuis. Ze dragen hun mooiste kleding. ’s Morgens is er een speciaal gebed in de moskee. De officiële feestbegroeting is “led Moebarak”, dat betekent “gezegend feest”. Na een korte ceremonie omarmen ze elkaar. Daarna zoeken ze elkaar op in huiselijke kring en eten speciale feestgerechten. Kinderen krijgen cadeautjes en snoepjes. Zij die het kunnen betalen laten ook ritueel een schaap slachten en verdelen het vlees onder familie, vrienden en armen. Het zal geen sinecure zijn voor de gemeenten om op de laatste dag van het jaar de tijdelijke slachthuizen in te richten en de nodige stadsdiensten en privé-firma’s aan de slag te krijgen. Maar met een beetje hulp van de moslimgemeenschap moet het wel lukken.  

De religieuze symboliek van het Offerfeest zit bij moslims zeker zo diep als Kerstmis voor christenen.

Tijdens dit feest herdenken moslims hoe Ibrahiem(Abraham) van Allah in een droom de opdracht kreeg zijn zevenjarige zoon Isma’iel  te offeren. Ibrahiem besloot om honderd kamelen te offeren en smeekte Allah om dit offer te nemen in plaats van zijn zoon. Maar de volgende nacht kreeg hij dezelfde droom. Toen ging Ibrahiem met Isma’iel op weg naar Mina, zes en een halve kilometer buiten Mekka. Ondanks nog allerhande beproevingen door de duivel doet Ibrahiem wat Allah van hem vraagt. Maar aan de beproeving komt een einde als de aartsengel Gabriël verschijnt met de woorden: ‘Ibrahiem, ik breng u de vredesgroet van de Eeuwige. Die schenkt u deze ram om te offeren in plaats van uw zoon”. Vader en zoon waren overgelukkig om het einde van hun beproeving.  

Mensen met een christelijke opvoeding herinneren zich misschien nog wel een gelijkaardig verhaal uit de ‘gewijde geschiedenis’, over God die Abraham op weg stuurt om zijn zoon Isaak te gaan offeren. Nota bene, zonder tegen zijn vrouw Sara daarover één woord te zeggen. En dan die brandstapel. En daar bovenop Isaak. En een engel die net op tijd die hand en dat mes nog kan tegenhouden. Voor wie het zo leest, zonder meer, is het een luguber verhaal en gaat het om een bloeddorstige god. Welke vader kan nu zo iets willen? Als dat Gods wil is dan kan ik mensen begrijpen die daar niks meer willen mee te maken hebben.  

Maar ooit waren kinderoffers heel gewoon. Kinderen werden in het vuur geworpen om de godheid gunstig te stemmen. Of de dochter van de koning werd ingemetseld bij de eerste steenlegging om zegen over de nieuwe stad. Die praktijken hebben bestaan tot zo’n 600 jaar voor Christus. Maar al veel vroeger is hier ook tegen gereageerd. In oude Fenicische inscripties van 1000 v.C. staat al dat een kind dat voor een heilig offer was bestemd, door een schaap kon worden vervangen. Dat element hebben de joodse, christelijke en islamitische tradities opgepikt. Gedaan met kinderoffers. Gedaan met mensenoffers.  Het verhaal van Abraham wil deze ommekeer bevestigen.  

Vandaag denken Westerse mensen dat mensen- en kinderoffers praktijken zijn van lang geleden. Verhalen van primitieven. Vergeet het Wie probeerde dit jaar de hand met het mes tegen te houden van wie jobs offeren, van wie de aarde offeren, van wie hoofddoeken offeren, van wie Palestijnse, Libanese, Irakese, Afghaanse, … burgers offerden, van wie mensen met een donkere huidskleur offeren, van wie de boeren uit het Zuiden offeren, van wie democratie offeren? Waar zonden de goden dit jaar hun reddende engelen?   Een schaap offeren en het met je familie en vrienden delen. Samen kerst en nieuwjaar vieren en elkaar het beste toewensen. Worden we zo boodschappers van een tijd zonder mensenoffers? Worden we zo bondgenoten? Goede voornemens. Zo gemakkelijk zal het wel niet gaan. Noch het een, noch het ander. Maar samen feesten zou een goed begin kunnen zijn.

Ied Moebarak. Gelukkig nieuwjaar.  

Remi Verwimp       Werkplaats voor Theologie en Maatschappij/vzw Motief.

http://www.kifkif.be/actua/als-christenen-en-moslims-samen-feesten