Als het Tunesische volk ooit leven wil , zal de nacht verdwijnen

24-05-2011 | Chiraz Laffet & Tinne Kenis

De volksopstanden zouden een trend kunnen worden die zich verderzet in de hele Arabische wereld

 

Internet en revolutie?

Bereidt de president van Tunesië, Ben Ali, zich voor op een vlucht? Volgens diverse blogs van militanten wel. Leger en staatsinstellingen worden opgeroepen om zich klaar te maken voor een regeringswissel. In onze kranten van de afgelopen dagen lezen we daarentegen dat Ben Ali zijn minister van Binnenlandse zaken heeft ontslagen, een onderzoekscommissie naar ‘corruptie’ bij ambtenaren in het leven heeft geroepen, alle mensen die sinds het begin van de rellen in de gevangenis zijn beland heeft vrijgelaten. Tevens is het hoofd van de generale staf gesneuveld, worden de prijzen op eerste levensmiddelen weer verlaagd en heeft de persident zelfs aangekondigd zich niet verkiesbaar te stellen bij de verkiezingen van 2014. De officiële berichten via algemene persbureaus (AFP, Reuters,…) blijven evenwel aan de oppervlakte en zelfs nationale televisiejournaals (Eén) zijn genoodzaakt zich te bedienen van privé opnames die via facebook de wereld rondgaan. Kunnen we hier spreken van een ontluikende volksopstand die zich via het internet kenbaar maakt aan iedereen die het wil weten, buiten alle formele perskanalen om?

Volgens Jan Jaap de Ruiter, arabist aan de Universiteit van Tilburg moeten we de lokale bevolking die hevig aan het bloggen is geslagen en volop beeldmateriaal aan het verzamelen is, toch ook een dosis ‘wishful thinking’ toeschrijven. De informele communicatie die via het internet wordt verspreid vormt in zekere zin een bedreiging, maar die bedreiging geldt eveneens voor de bloggers in kwestie.

Als we aan Fadi Benaddi (voorzitter van’ Les Composantes de la Communauté Arabe de Belgique’ - CoCABe ) vragen wat volgens hem de rol van internet is tijdens de oproer van de laatste maand horen we dat ‘ internet het medium is van de armen en de onderdrukten, het voor hen dé manier is om informatie breed te laten circuleren, om nieuws te verspreiden, ook vanuit plaatsen waar de persvrijheid beperkt is of bijna niet bestaat’. Volgens Benaddi hangt het grootste deel van de Tunesische mediaproductie af van de regering. Het onafhankelijke deel, geproduceerd door het volk, wordt ook volgens hem in de kiem gesmoord. Niet enkel door de vele arrestaties sinds de aanvang van de oproer, ook door het angstvallig stilzwijgen en minimaliseren van het bestaan van enige commotie door de Tunesische officiële pers.


Een wanhopig volk

Zolang er geen sprake is van massa opstanden betekenen de ‘broodrellen’ misschien een van de vele burgeropstanden rond een maatschappelijk ongenoegen die Tunesië en Noord - Afrika in het algemeen de laatste decennia hebben gekend. ‘Bijna altijd worden dergelijke Noord-Afrikaanse oproeren militair onderdrukt en wijzen de regimes met de vinger naar ‘het buitenland’’, zegt de Ruiter .Hij haalt als zoveelste voorbeeld hiervan de speech van Ben Ali aan ( 10 januari ) waarin de president ‘kwalijke krachten uit het buitenland’ noemt als de oorzaak van de oproer bij de jongeren, terwijl er nauwelijks met een woord gerept wordt over de sociaal economische toestand die het volk wanhopig maakt. Op die manier zet de president zichzelf en zijn regime buiten schot.

Volgens Benaddi is het simpel: ‘Het Tunesische volk weigert de huidige politieke toestand in Tunesië en komt in opstand omdat het als eerste en sinds lange tijd slachtoffer is van de politieke spelletjes. Men spreekt hier over de zogenaamde ‘broodrellen’, maar of het nu om brood, een woning of vrijheidsbeleving gaat, het draait allemaal om hetzelfde principe. Dit zijn de basisnoden van het leven . Brood maakt deel uit van die basisnoden. Een soort van zegswijze voor een menswaardig bestaan.'

Islamitische dreiging?

Dat ‘de islamisten’ als aansteker van de rellen worden naar voor geschoven vindt Benaddi een typisch verschijnsel: ‘ Vroeger waren het ‘de rechtsen’, dan de communisten en vandaag is alles de schuld van de moslims. Mensen proberen altijd een zondebok te kiezen. Het volk komt op straat omdat het zijn rechten wil terugwinnen. Met ‘het volk’ wordt een mengeling van achtergronden, geloven en gewoonten aangeduid. Het gaat niet om mensen met een bepaalde geloofsovertuiging. We kunnen het niet steken op één facet.’


Jan Jaap de Ruiter consulteerde de website van de islamitische ‘En-Nahda beweging’ (Wedergeboorte) , die een tijd erkend is geweest door de staat , maar daarna weer ondergronds is gegaan. Recente aankondigingen op hun website omtrent de rellen roepen op om ‘niet langer meer te vechten, niet te schieten op de massa, de dialoog aan te gaan…’. Ze trekken de toestand dus allerminst naar zich toe. De namen van de ongeveer 50 dodelijke slachtoffers zijn gepubliceerd op hun website om hen als martelaren van het geloof naar voor te schuiven. Maar doorheen de geschiedenis – (fundamentalistisch ) islamitische bewegingen zijn fel bestrijd geweest in Tunesië – is hun macht sterk afgenomen en staan ze nu eerder aan de zijlijn te kijken naar het huidige conflict.

Het verleden…

Jan Jaap de Ruiter licht toe: ‘Sinds de onafhankelijkheid in 1956 is Tunesië een éénpartijstaat en eerder een socialistisch land. Toen in 1987 Ben Ali (toenmalig minister van binnenlandse zaken en voormalig hoofd van de Tunesische geheime dienst ) de macht overnam werden meerdere partijen toegestaan. Op sites van verschillende kranten zijn wel uitingen van alle Tunesische partijen te vinden over het drama van de oproer, er wordt aangespoord tot dialoog etc…maar ten opzichte van de president is men nooit kritisch of veroordelend geweest. Ben Ali heeft dus in de jaren 90 altijd democratische verkiezingen toegestaan, maar die werden altijd met een licht hallucinante meerderheid gewonnen door zijn eigen partij.’

‘Is een Noord-Aafrikaans volk er de afgelopen 50 jaar in geslaagd het regime te verdrijven? Egypte niet. In Libië heeft Kadhafi de koning verdrongen in 1969 maar de situatie is er met de laatste niet op verbeterd. In Algerije dreigde begin jaren 90 het ‘Front Islamique’ de verkiezingen te winnen maar dat heeft de regering dan ook voorkomen aan de hand van een soort putch. In Marokko vergelijkbare scenario's. Tot een massale volksopstand is het nog nooit gekomen in Noord Afrika.’

…en de toekomst?

Ben Ali sprak op 13 januari zijn volk toe via de televisie , in het Tunesische dialect in plaats van het klassiek Arabisch zoals gebruikelijk. Zit een groot deel van het Tunesische volk hem toch op de hielen en probeert hij een gevoel van broederschap te creëren?

Volgens Dr. de Ruiter zal de toekomst wellicht kleine hervormingen van bovenaf met zich meebrengen, om de situatie in eerste instantie een beetje draaglijker te maken voor het volk.’ Om heel het regime omver te werpen is een grotere massa opstand nodig, dat leert ons de Noord-Afrikaanse geschiedenis van de laatste vijf decennia’, aldus de Ruiter. 'We zullen zien of de, op dit moment zich intensiverende, demonstraties in Tunesië daadwerkelijk uitlopen op het verdrijven van het regime. Het zou een gebeurtenis zijn die met afgrijzen beschouwd zal worden door de andere Noord-Afrikaanse landen.'

CoCABe kwam op 12 januari met verschillende Tunesische en niet- Tunesische sympathisanten samen in Brussel om solidariteitsacties op touw te zetten en zo vanuit België steun te betuigen aan de huidige situatie. De toekomst is hoopvoller volgens Fadi Benaddi. Hij gelooft dat de volksopstanden best een trend zouden kunnen worden die zich kan verder zetten in heel de Arabische wereld.

Belkasem El Cheb, een Tunesische poëet uit de jaren 30 verwoordde het als volgt: ‘Als het volk ooit leven wil , zal de nacht verdwijnen’


 

http://www.kifkif.be/actua/als-het-tunesische-volk-ooit-leven-wil-zal-de-nacht-verdwijnen