
Toen op 11 september 2001 de wereld getuige was van hoe enkele vliegtuigen de torens van het WTC en het Pentagon doorboorden, hield iedereen zijn adem in. Bron: Kif Kif Zoals ik veel zei in het verleden: het verhaal van 11 september is niet een probleem van de islam. 13/02/2006 - Sami Zemni Toen op 11 september 2001 de wereld getuige was van hoe enkele vliegtuigen de torens van het WTC en het Pentagon doorboorden, hield iedereen zijn adem in. Geweld – zeker wanneer het quasi live wereldwijd de huiskamers wordt ingestuurd – heeft de neiging om elk discours, elke stem tot stilte te reduceren. Inderdaad, geweld is een doorbreken van de sociale orde, een overrompeling van de logica van de dagdagelijkse banaliteit. Maar eenmaal de stofwolken rond het puin van downtown New York en Washington waren opgetrokken; begonnen overal experts, intellectuelen, journalisten en politici met het stellen van de gebruikelijke vragen: Wat is er gebeurd? Waarom is zoiets gebeurd? Wie is de schuldige? Hoe kan men zoiets doen?
Zoals gevreesd door velen, overheerste onmiddellijk een klimaat van verdachtmaking van alle moslims en hun religie de islam. Het volstond dat 19 mensen, die zichzelf moslim noemen, de gruweldaden in de VS uitvoerden om meer dan een miljard mensen tot de orde te roepen. In tegenstelling tot wat men meestal denkt of veronderstelt was 11 september niet zozeer het moment dat negatieve en/of agressieve denkbeelden over de islam werden gelanceerd. Het was eerder het moment waarop negatieve, onderdrukkende en racistische discours over de islam in alle hevigheid aan de oppervlakte kwamen. De aanslagen op New-York en Washington waren een ideale uitvlucht om de zogenaamde groeiende knelgreep van de politiek correcte discours uit de jaren ’90 te doorbreken.
Wat eveneens opviel in de nadagen van de aanslagen was dat op enkele uitzonderingen na er weinig of geen intellectuelen van Maghrebijnse oorsprong in onze Belgische media aan bod kwamen. Hassan Bousetta kroop samen met Hocine Ouazraf in de pen om deze toestand te hekelen. In een opiniestuk in Le Soir, toonden zij aan dat er wel degelijk kennis aanwezig is in België bij een groeiende groep intellectuelen van Noord-Afrikaanse oorsprong. Bousetta en Ouazraf benadrukten eveneens dat de nog steeds bestaande discriminaties in het onderwijs, en de aard van de Maghrebijnse migratie (voornamelijk een arbeidersmigratie) ervoor gezorgd had dat het aantal allochtonen die via hogere studies een betere maatschappelijke status konden verkrijgen, nog steeds dun bezaaid was. Maar, en dat is wat zij eveneens wilden aantonen, dat deze intellectuelen stil bleven en ook werden stil gehouden.
Hassan Bousetta begon naarstig contacten te leggen met deze intellectuelen en broedde op het idee dat we misschien zelf het woord moesten nemen. De allochtone moslimgemeenschap in België leek onder het gewicht van de internationale politieke actualiteit steeds meer te lijden. Al snel ontstond het idee om de eerste bedenkingen, overpeinzingen en standpunten van deze groep intellectuelen te bundelen in een boek. In ijltempo – want de actualiteit was drukkend – stoomden de auteurs korte uiteenlopende bijdragen klaar. Het boek was niet opgesteld volgens een welbepaald werkplan. De bedoeling was om over verschillende thema’s, zowel academische alsook persoonlijke interpretaties te bieden aan een breed publiek. Een kennismaking als het ware. Op 11 september 2002, dus één jaar ‘na’, lag de Franstalige versie van het boek in de Belgische boekhandels. Overal werd het boek goed ontvangen en in het Franstalig landsgedeelte ontstonden er overal debatten. Langs Vlaamse kant, ontstond, gelukkig maar, eveneens interesse en de VUB-press, lanceerde een snelle vertalingsgcampagne. Het resultaat kan U vandaag inkijken en lezen.
De toon van de bijdragen is vrank en open, eerlijk en rechtuit. Zonder blad voor de mond te nemen, spreekt doorheen dit boek de zogenaamde ‘intellectueel van Maghrebijnse oorsprong’ zijn mening uit. Dat zou moeten vanzelfsprekend zijn voor een intellectueel maar zo gaat het niet altijd in de werkelijkheid want de intellectueel die daarnaast ook het label van allochtoon, Arabier en/of moslim wordt opgekleefd; lijkt voor de gevestigde orde in België, en zeker in Vlaanderen, nog steeds een probleem. Het is een intellectueel die zich moet verantwoorden voor alles wat hij of zij zegt om een aanvaarde stem te worden.
Na 11 september herinner ik mij, hoeveel journalisten mij kwamen vragen of ik de aanslagen in de VS afkeurde. Zo’n vragen werden uiteraard nooit gesteld – en terecht – aan mijn intelligente en tevens mediagenieke collega Prof. Coolsaet die sindsdien niet meer van ons scherm weg te branden is.
Toen ik op de geïmproviseerde studioset van de VRT op de avond van 11 september plaats nam naast Prof. Klener, één van de woordvoerders van de Joodse gemeenschap in Vlaanderen, werd hem niks gevraagd, laat staan een verantwoording, voor Sharon’s onophoudelijke aanvallen op Palestijnen. Maar van mij werd verwacht dat ik mij eerst verantwoorde, alsof er een organische band tussen mij en Ben Laden zou bestaan omdat we in naam allebei moslim zijn.
Een ander staaltje van het amateurisme dat onze media de laatste tijden spijtig genoeg tekenen, is de hetze rond het AEL en de persoon van Dyab Abu Jahjah. In tijden van zogenaamde ‘oorlogen tegen het terrorisme’ volstaat het blijkbaar om als allochtoon een dissident geluid te laten horen in Vlaanderen om de banvloek van de media, politici en een groot deel van onze weldenkende intellectuelen over zich heen te krijgen. Onmiddellijk werden banden gelegd tussen de Tunrhoutsebaan en het internationaal terrorisme. Een journaliste van Le Soir ging zo mogelijk nog verder in haar amateurisme door te stellen dat de eerste naam van de AEL, al-Rabita, een bewijs was dat het om een terroristische organisatie ging omdat er op de lijst van terroristische organisaties van het Pentagon eveneens een al-Rabita prijkte. Het was de dame waarschijnlijk niet opgekomen dat al-Rabita niks anders betekent dan liga.
De intellectueel van Maghrebijnse oorsprong is en blijft een buitenbeentje, gedoemd om als woordvoerder te fungeren maar ook steeds ter verantwoording geroepen. De Franse auteur Paul Smaïl verwoordt het als volgt in een prozaïsche stijl:
“Je moet eraan geloven! Je zit in de val als een rat. Erger, als een makaak. De makaak die je bent, de makaak die je in hun ogen wel moet zijn. Want daar, in de schijnwerpers, ben je geen schrijver, je bent – lichte nuance – een makaak die schrijft. En men wil je gebruiken, je dingen laten zeggen die je niet denkt. Je manipuleren. Je wordt de moor die in is, de moor van dienst, de mediatieke moor, de moor van de TV, de moor thema van de uitzending, de moor centrale gast van het journaal, de goed geïntegreerde moor of de opstandige moor, naar keuze, als het kan de twee samen: de moor die de minister in de rede valt maar de moor die Proust heeft gelezen. De moor die tijdens de rechtstreekse live-uitzending staat te grienen als hij het over zijn overleden broer heeft, de nette moor die alle kijkcijferrecords breekt als hij de bewonderenswaardige persoonlijkheid die zijn vader was met veel eerbied beschrijft.. De goede moor! De moor van de bemiddeling, eigenlijk! Want ze ondervragen je niet alleen over je roman. Je moet overal een antwoord op kunnen geven: de islam en de islamieten, de integratie en de integristen, (…) Algerije, (…) de plaat van Cheb Mami, de malaise in de steden, de hoofddoek, het racisme, het vandalisme, het druggebruik,… de ramadan, de raï, de graffiti, (… ) het ritueel slachten van schapen, Brigitte Bardot, Le Pen… de koran (…) God!” (Paul Smaïl, Casa La casa, pp.39-40)
De auteurs van dit boek stellen zich met andere woorden niet meer tevreden met de alomtegenwoordige clichés en stereotyperingen die schering en inslag zijn ten aanzien van alles wat van ver of dicht te maken heeft met de moslim, arabier, Maghrebijn, allochtoon of migrant. De actualiteit brengt ons ertoe standpunten in te nemen die handelen over het reilen en zeilen van de binnenlandse en buitenlandse politiek.
De steeds luider wordende stemmen die ons willen doen geloven in een ‘botsing der beschavingen’ die zich zowel zou afspelen in Afghanistan, Indonesië, Irak of Antwerpen, moeten een halt toegeroepen worden. We zouden blijkbaar zomaar moeten aannemen dat “de islam” (wat dat ook moge hebben van onderverdelingen, verscheidenheid en diversiteit) de heilige oorlog – of het geliefkoosde woord van de nieuwe bange blanke man, de jihad – heeft verklaard aan het Westen. Maar schijn bedriegt, beste mensen.
Welk land viel het gehavende Afghanistan binnen? Welk land bezit militaire basissen in 100 landen van de 190 lidstaten van de VN? Welk land ondersteunt de meest retrograde regimes van deze wereld in de Golf en een hele resem dictators of autocraten? En welk land tenslotte, trok samen met haar klein Europees broertje, zonder VN-mandaat en duidelijk tegen de morele druk van de wereldwijde publieke opinie, ten strijde tegen Irak? Allemaal vragen die ik niet in zomaar uit mijn mouw schud als “intellectueel van allochtone oorsprong”. Ik parafraseer enkel de Amerikaanse Oscar-winnaar, Michael Moore.
Zoals ik veel zei in het verleden: het verhaal van 11 september is niet een probleem van de islam. Het is een gruwelijk politiek antwoord op een politiek probleem, namelijk de niet afhoudende honger van de huidige VS administratie om haar hegemonie over de wereld verder uit te breiden en te verdiepen. De belangen van het VS imperium liggen voor een deel in het Midden-Oosten door de aanwezigheid van olie en Israël. Ik zie daarin geen complot tegen Arabieren en/of de islam. Indien de regio bevolkt werd door boeddhisten dan zouden vandaag diezelfde boeddhisten de nieuwe ‘vijand’ zijn.
Ook hoor ik eveneens veel politici, journalisten en de intellectuelen van het establishment in binnen en buitenland benadrukken dat er toch wel problemen zijn met ‘de islam’. Dat de islam geen democratie kent, dat de vrouw onderdrukt wordt, dat de kritische geesten er niet aan bod komen,… kortom dat moslims toch wel achterlijk zouden zijn.
Welnu, de meeste van de intellectuelen van Arabische en/of moslimoorsprong, kunnen uiteraard toegeven dat er problemen zijn. Problemen bestaan er overal en laten we niet vergeten dat het zoveel geroemde Westen ook maar een heikele geschiedenis heeft met haar minderheden. De Joden in Europa kunnen daar zeker over getuigen.
Maar de problemen zijn niet inherent aan de zogenaamde ‘islam’. Dat er vandaag een gebrek is aan kritische stemmen in de Arabische wereld is niet het gevolg van een cultuur of een religie maar wel van het monddood maken van elke kritische stem door regimes die sinds de onafhankelijkheid enkel één ding willen namelijk zelf aan de macht blijven ten koste van alles. En dat was en is alleen mogelijk door de heel duidelijke steun van de Europese landen en de VS. Trouwens, er leeft en borrelt, heel wat kritische massa in de Arabische wereld en hier in Europa. Er zou misschien geleerd moeten worden om te luisteren.
De ‘politiek van twee maten en twee gewichten’ wordt soms afgeschilderd als een fantasie ontsproten in hoofden van verwarde Arabieren. Dit past perfect in een groeiende politiek van beeldvorming van de Arabier die pas in beeld komt als hij vies, vuil, arm, uitzinnig, gewelddadig… kortom ontmenselijkt is. Elke rationele mens kan echter vaststellen dat het niet naleven van VN-resoluties in het geval van de Arabieren meedogenloos wordt afgestraft, terwijl Israël ze gewoonweg naast zich kan neerleggen. Lucas Catherine telde ze op en kwam op een minimum van 64 resoluties waartegen nooit iets werd ondernomen.
Maar we hoeven niet direct in de regio te blijven. Als onderzoeker van het Centrum voor Derde Wereldstudies reikt mijn belangstelling verder dan de grenzen van de Mare Nostrum. Tot vandaag en tot grote angst van de VS, zijn er geen massavernietigingswapens gevonden in Irak, terwijl Noord-Korea openlijk toegeeft dat ze er reeds hebben. Hoe komt het, stel ik me dan de vraag, dat Milosevic blijkbaar de Hitler van Belgrado wordt, terwijl Poetin ver weg van de camera’s een genocide tegen het Tsjetsjeense volk mag uitvoeren? En wie ligt er wakker van de drie miljoen doden in het Kongolese conflict?
De wereldgemeenschap mag haar geweten sussen door geld in te zamelen voor één Irakees jongetje, de zesjarige Ali, die zijn benen en bijna zijn hele familie verloor in een voorbeeld van een precisiebombardement van de VS in Basra. Maar de gulheid van de Westerse portefeuille kan niet volstaan om de dieperliggende oorzaken van de conflicten onbesproken te laten. De hulde die iedereen zou moeten brengen voor de slachtoffers van Irak en de slachtoffers van New York, kan niemand ontslaan van de verantwoordelijkheid om te zoeken naar de mechanismen en oorzaken die zo’n daden en oorlogen mogelijk maken. De wereld draait nog steeds rond politieke en economische belangen. Al deze thema’s zouden in alle openheid en eerlijkheid moeten besproken kunnen worden zonder te vervallen in een culturele vooroordelen en stigmatisering.
De intellectueel is iemand die sociale verandering en engagement mogelijk maakt door het bedenkbaar en bespreekbaar te maken zonder er het initiatief ervan te nemen. De intellectueel van Maghrebijnse oorsprong kan in onze maatschappij een brugfunctie vervullen. Hij is in staat om universele kennis te produceren die de deur kan openen naar een beter wederzijds begrip. Maar zo’n belangrijke onderneming kan pas slagen wanneer wij erin slagen de stilte te doorbreken. Wij hopen dan ook dat dit boek daar een eerste maar zeker niet laatste stap van is.