Concentratie en wederzijdse beeldvorming tussen autochtonen en allochtonen

07-12-2008 | Mérove Gijsberts & Jaco Dagevos

Bron: Internet 08/02/2008 - Mérove Gijsberts & Jaco Dagevos  

Als gevolg van internationale migratie is de bevolkingssamenstelling van veel samenlevingen in enkele decennia ingrijpend veranderd. In Nederland maar ook in andere landen van West-Europa zijn als gevolg hiervan spanningen tussen etnische groepen zichtbaar geworden. Zeker in Nederland zijn in de afgelopen jaren de scherpe kanten van de multi-etnische samenleving aan de oppervlakte geraakt. De opkomst van Pim Fortuyn bracht het ongenoegen over minderheden van grote delen van de autochtone bevolking aan het licht. De discussie werd verder aangejaagd door de aanslagen van 11 september in de VS, de oorlog in Irak en het Palestijns-Joods conflict. Het publieke debat over minderheden raakt steeds vaker aan vraagstukken die verband houden met sociale cohesie: in hoeverre kunnen autochtonen en allochtonen in Nederland op een vreedzame manier met elkaar samenleven.   Interessant om vast te stellen is dat, naast de profilering van culturele en normatieve verschillen, segregatie een belangrijke plaats in de discussie heeft gekregen. De concentratie van minderheden in achterstandswijken van de grote steden wordt steeds vaker als teken en als oorzaak van de falende integratie gezien. De commissie Blok besteedde in haar eindverslag aandacht aan het onbehagen onder autochtone Nederlanders over etnische minderheden, maar waar de positie van etnische minderheden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt uitvoerig werd gedocumenteerd, gold dit niet voor de beeldvorming van de autochtone bevolking over etnische minderheden in Nederland. Dit ligt niet aan de stand van het onderzoek. In de afgelopen jaren is in Nederland een groot aantal studies verschenen over de houdingen van de bevolking ten aanzien van minderheden (voor een overzicht zie Scheepers et al. 2004). Allerlei verschillende dimensies van deze houdingen zijn onderzocht, zoals stereotypen, etnische distantie, discriminatie en subtiele en grove vooroordelen (zie Verberk 1999). Ook zijn dergelijke opvattingen landenvergelijkend onderzocht (Quillian 1995; Gijsberts et al. 2004). Dit heeft geleid tot een behoorlijk inzicht in de verklarende factoren, en dan met name op individueel niveau. Vooral het opleidingsniveau blijkt een belangrijke voorspeller voor negatieve opvattingen over minderheden. Contextfactoren blijken eveneens van belang. In landen die te maken hebben gehad met een hoge immigratie, is de bevolking naar verhouding intolerant (Scheepers et al. 2002) en in buurten met veel minderheden stemmen kiezers in een aantal West-Europese landen naar verhouding vaker op een extreemrechtse partij (Lubbers 2001).

http://www.kifkif.be/actua/concentratie-en-wederzijdse-beeldvorming-tussen-autochtonen-en-allochtonen