De context van de moslimban

02-02-2017 | Jonas Slaats

Uiteindelijk gaat het over veel meer dan een context van ‘maatschappelijke spanningen’ ‘wij-zij-denken’ en ‘samenlevingsangsten’. Het gaat over een context van continuerende oorlog en bewuste destabilisering.

Onze minister van binnenlandse zaken stelde in een interview met VTM dat we Trumps zogeheten ‘moslimban’ “in zijn juiste context moeten plaatsen”.

Ik kan me daar persoonlijk in vinden. Voor een goed begrip van zowel de geschiedenis als de actualiteit moeten we die nu eenmaal altijd in hun context plaatsen. Dus laten we de uitspraak van de minister misschien niet meteen afknallen als een vergoelijking van Trumps gekheid en deze wijze raad opvolgen. Anders gezegd, laten we de context eens wat grondiger nagaan.

De context van terreur

Volgens Trump zelf moeten we de beslissing om mensen uit 7 specifieke landen (Syrië, Irak, Libië, Somalië, Jemen, Iran en Soedan) de toegang tot de VS te ontzeggen, als een veiligheidsmaatregel bekijken. Het is een manier om er voor te zorgen dat minder terroristen de toegang verkrijgen tot het land.

Dat zou een begrijpelijke context kunnen zijn, ware het niet dat er in de VS in de laatste vijftien jaar geen enkele dodelijke terroristische aanslag heeft plaats gevonden die werd uitgevoerd door burgers uit deze landen. Tijdens een interview met abc gaf Trump zelf enkele verwarrende voorbeelden: “Ik wil geen terreur in dit land.” zei hij. “Kijk naar wat er gebeurde in San Bernadino. Kijk naar wat er gebeurde met het World Trade Center.” Maar de aanslagplegers van San Bernadino hadden Pakistaanse roots, de meerderheid van de terroristen die in de Twin Towers vlogen kwamen uit Saoedi-Arabië kwamen en Muhammad Atta, één van de belangrijkere spilfiguren op 9/11, kwam uit Egypte – drie landen die niet in de ‘moslimban’ worden opgenomen.

Wie werkelijk de gehele context bekijkt, ziet dan ook een veel wranger plaatje. De ban verbiedt niet zozeer de toegang aan burgers uit landen die in het recente verleden een manifest gevaar vormden, maar wel – o ironie! – aan burgers die in de recente geschiedenis door de VS beschoten, gebombardeerd of binnengevallen werden. Irak hoeft natuurlijk weinig verder betoog aangezien de illegale invasie uit 2003 het land in de chaos stortte waar het zich vandaag in bevindt. Ook de jarenlange steun voor gemilitariseerde groeperingen en de vele luchtaanvallen in landen als Syrië en Libië spreken voor zich. In landen als Yemen en Somalië wordt dan weer veelvuldig gebruik gemaakt van drones. Minder gekend zijn dan weer de geweldsdaden van de VS in Iran en Soedan, maar in Iran gebeurde dat doorheen de afgelopen decennia vaak via proxies zoals Sadam Hoessein (die door de VS tot Iran-Irak oorlog werd aangespoord en daarbij van voldoende wapens werd voorzien) en in Soedan kunnen we verwijzen naar de farmaceutische Al-Shifa fabriek die in 1988 door de VS werd opgeblazen. (Klik hier voor een uitgebreider en gestoffeerd onderzoek van ‘The Intercept’)

De context van terreur is dus niet zozeer de bedreiging van buitenlandse terreur voor de VS als wel het buitenhouden van diegenen die in eigen land door de terreur van de VS geraakt werden. Een wrange geopolitieke versie van ‘blaming the victim’.

De context van islamofobie

Vervolgens kunnen we de vraag stellen hoezeer de context bepaald wordt door islamofobie.

Trump en zijn entourage stellen van niet. Het evidente argument dat ze daarvoor aandragen is het feit dat er geen verbod werd ingevoerd voor vele andere islamitische landen. Dat is uiteraard juist. Maar al even evident is het argument dat Trump tijdens zijn campagne meermaals heeft verduidelijkt  dat hij alle moslims uit de VS wil weren en dat hij de reeds aanwezige moslims wil registreren.

Bekeken vanuit Trump’s eigen woorden is dit aspect van de context dus vrij duidelijk: deze migratiestop geldt inderdaad niet voor alle moslims, maar heeft er alle schijn van een eerste opstapje te zijn naar iets groter.

De context van businessbelangen

Een volgend deeltje van de context werd in behoorlijk wat berichten opgemerkt: persoonlijke businessbelangen. Trump lijkt immers geen verbod op te leggen aan landen waar hij zelf zaken doet, zoals Turkije en Saoedi-Arabië.

Hoewel dat plausibel lijkt, is het frappant hoe gemakkelijk de media op die manier alsnog meegaan in het beeld dat Trump graag van zichzelf wil geven: Trump als gehaaide en succesvolle businessman. Maar laten we wel wezen. Zo groot is Trumps business nu ook weer niet. En het lijkt wel heel onwaarschijnlijk dat hij en zijn entourage een internationale crisis riskeren voor een paar hotels en golfbanen.

Niettemin is de piste van businessbelangen natuurlijk relevant. Alleen moeten we niet zozeer in de richting van Trumps immobiliën te kijken en wel in de richting van veel grotere economische drijfveren. Meer specifiek ligt het voor de hand om in de richting te kijken van een belangrijke pijler in de ‘war on terror’: de globale wapenhandel.

De context van wapenhandel

Ik nam even de proef op de som. Op de site van het academische onderzoeksinstituut SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) kan je immers gemakkelijk snuisteren in een database die de wereldwijde wapenhandel voor grote conventionele wapens in kaart brengt. En wat bleek? Wie de moslimban vanuit die optiek bekijkt, krijgt al gauw een interessant beeld te zien. (Zie documenten onderaan dit artikel)

Grote islamitische landen die geen verbod werden opgelegd (zoals, bijvoorbeeld, Turkije, Marokko, Indonesïe of Egypte) deden in de laatst vijf jaar heel wat grote wapendeals van conventionele wapens met de VS. Dat is ook het geval in landen die gekend staan om grote problemen met of steun aan terreur (zoals Afghanistan, Pakistan en Saoedi-Arabië) maar eveneens geen verbod werden opgelegd. Meer nog, een land als Saoedi-Arabië nam een gigantische hoeveelheid wapens af en gebruikt die nu om heel wat destructie en geweld teweeg te brengen in Jemen – een land dat wel een verbod werd opgelegd.

Kijk je vervolgens naar de landen die wel een verbod werden opgelegd, dan blijken net dat de landen te zijn die in de laatste vijf jaar zo goed als geen wapendeals deden met de VS.  (Slechts drie heel kleine deals met Jemen en de verkoop van één tweedehandsvliegtuig in Somalië).

De enige uitzondering is Irak. Maar na de invasie van 2003 werd Irak natuurlijk een de facto kolonie van de VS. Met of zonder verbod, de handelsbelangen en afzetmarkt zijn er sowieso verzekerd.

Conclusie: over welke context gaat het?

Dus, als we onze minister van binnenlandse zaken een plezier doen en alles nu eens werkelijk in de juiste context plaatsen, hoe kunnen we de moslimban dan interpreteren?

Gaat het om een beschermingsmaatregel tegen terreur? In theorie wel, maar in praktijk weinig. ‘Populistisch inspelen op angsten van mensen’ lijkt een betere verklaring dan ‘een doordacht veiligheidsbeleid’. Gaat het daarnaast om islamofobie? Ten dele. Al hangt dat natuurlijk nauw samen met datzelfde populistisch inspelen op maatschappelijke angsten.

Maar uiteindelijk gaat het over veel meer dan een context van ‘maatschappelijke spanningen’ ‘wij-zij-denken’ en ‘samenlevingsangsten’. Het gaat immers over een context van continuerende oorlog en bewuste destabilisering. De boodschap van de ban is niet zozeer “moslims mogen er niet in.” De werkelijke boodschap is “Ofwel koop je onze wapens, ofwel ben je onze vijand en gebruiken we die wapens tegen jou.” Of hoe verwoordde één van die vorige presidenten dat ook alweer? Ah ja, "You're either with us or against us." En de oorlogen die deze president begonnen is, zijn nog steeds niet voorbij.

 

***

Op 12 februari is er om15u een #NoBanNoWalls actie aan de Amerikaanse ambassade in Brussel

http://jobs.kifkif.be/actua/de-context-van-de-moslimban