De dood van een leeuw

Het belang en de kracht van nuance, van de precieze benoeming van een probleem is dat het ons tijd en energie helpt te besparen

Een moord heeft deze maand de wereld verenigd, de moord op Cecil, de leeuw. De details kennen we allemaal, of toch genoeg om verontwaardigd te reageren. Een bedreigde diersoort, een onschuldig, populair en fotogeniek beest, op een laffe manier omgebracht door een rijke Amerikaan, een toerist, een trofeeënjager. Licht ontvlaambare combinatie.

De reacties waren zo fel dat de jager zijn tandartspraktijk moest sluiten, schuilgaan en hopen dat de haat ooit zal wegwaaien. TV-programma’s en kranten gaven een stem aan de algemene verontwaardiging en maakten duidelijk dat hoewel de moord op Cecil niet noodzakkelijk illegaal was, dat hoewel de jager misschien niet wist dat de leeuw beroemd en beschermd was, het nog altijd over gruwelijke en onaanvaardbare feiten ging.

Maar de vreselijke gebeurtenis zou pas een controversiële teneur krijgen met het verschijnen van berichten op sociale media die de krachtige antwoorden op de dode leeuw contrasteerden met reacties op de onduidelijke dood van Sandra Bland, vermoedelijk vermoord door politieagenten, hoewel deze laatsten beweerden dat het over zelfmoord ging. De zoveelste dood van een zwarte Amerikaan in vergelijkbare omstandigheden, een fenomeen dat zelfs president Barack Obama meermaals vraagtekens deed plaatsen bij de fairness van het justitieapparaat en het al dan niet buitensporige karakter van de Amerikaanse ordediensten.

Veel van die reacties waren boutade’s. Mensen die zeiden dat als zwarten in Amerika zich als leeuwen verkleden, de kans groter zal zijn dat er reactie komt als ze vermoord worden; mensen die zeiden dat de reactie op de dood van Cecil de leeuw hen hoop geeft dat men ooit zal reageren op de dood van migranten in de Middellandse zee; mensen die klaagden dat men de dood van een leeuw unaniem betreurt, maar niks zegt als kinderen gebombardeerd worden in Gaza. En hoewel de onderliggende aanklacht steeds duidelijk en niet irrelevant is, blijven deze reacties, door de manier waarop ze geformuleerd worden, pijnlijke boutade’s in het geheel van het potentiële debat.

Vorig jaar in oktober stond Minderhedenforumdirecteur Wouter Van Bellingen in het oog van de storm omwille van een vergelijkbare uitspraak. 'Vlamingen hebben kennelijk meer empathie voor dieren dan voor migranten' was de titel die Knack koos voor een interview met Van Bellingen.  De titel zorgde ervoor dat de link meer dan 2000 keer gedeeld werd via sociale media, reacties waren talrijk. De situatie was echter iets complexer dan de titel deed uitschijnen: Van Bellingen citeerde documentairemaker Didier Volckaert die op Radio 1 over zijn jongste film sprak, een film over mensenzoos tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Van Bellingen citeerde de woorden van Volckaert: 'Ik vind het raar dat veel Vlamingen durven af te zien van oude gebruiken als het over dieren gaat, zoals het drinken van levende visjes in Geraardsbergen, of paardenrennen her en der. Als het gaat over dierenrechten, kan de Vlaming dus wel empathie opbrengen. Maar empathie voor gevoeligheden van mensen met een migratieachtergrond lukt niet'. En Van Bellingen voegde hieraan toe: ‘Vlamingen hebben kennelijk meer empathie voor dieren dan voor migranten. Laten we dat debat eens aangaan. Welke mechanismen zijn hier aan het werk?’, om vervolgens te spreken over het koloniaal verleden, onder andere onverwerkte collectieve trauma’s.

De verontwaardigde reacties op Van Bellingen (of op de titel die Knack boven het artikel heeft gekozen) zijn vergelijkbaar met de verontwaardigde reacties op de karikatuur van een wereld die amper reageert op de dood van een zwarte mens, een bootvluchteling of een Palestijns kind, maar in tranen uitbarst bij de dood van een dier. De vele reacties onder het Knack artikel en deze week na de dood op Cecil tonen aan dat mensen zich door wat ik karikaturale boutades noem, geviseerd voelen. Maar waarom zou iemand die even veel verontwaardiging voelt bij de dood van leeuwen, migranten, kinderen en ongewapende burgers zich geviseerd moeten voelen? Waarom zou iemand die voelt dat elk leven waardevol is, zich aangesproken moeten voelen?

Misschien kunnen we hier antwoorden dat sommige van de mensen die een selectieve verontwaardiging aanklagen, het op zo'n veralgemenende manier doen, met zulke karikaturale boutade’s, dat ook mensen die heel consequent zijn in hun verontwaardiging zich geviseerd voelen.

En dat is een van de redenen waarom het belangrijk is om voorzichtig te zijn met veralgemenend taalgebruik: dat je meer mensen kwetst of voor de borst stoot dan dat je anderen (of zaken) die het verdienen bekritiseert. Dat is het belang – en de kracht – van nuance, van de precieze benoeming van een probleem: dat het ons tijd en energie helpt te besparen. Tijd en energie die we nodig hebben om de vele problemen van onze samenleving aan te kaarten op een efficiente manier.

 

http://www.kifkif.be/actua/de-dood-van-een-leeuw