De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie

27-05-2009 | ECRI

De ECRI raadt de Belgische overheden ten stelligste aan om hun inspanningen voort te zetten en te intensiveren om te waarborgen dat kinderen met een migratieachtergrond gelijke toegangskansen krijgen tot het onderwijs.

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) werd door de Raad van Europa opgericht. De ECRI is een onafhankelijk orgaan voor mensenrechtenmonitoring dat zich toelegt op kwesties die verband houden met racisme en intolerantie.

ECRI-RAPPORT OVER BELGIË (vierde monitoringcyclus)

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) werd door de Raad van Europa opgericht. De ECRI is een onafhankelijk orgaan voor mensenrechtenmonitoring dat zich toelegt op kwesties die verband houden met racisme en intolerantie. In de commissie zetelen onafhankelijke en onpartijdige leden die uitgekozen zijn om hun morele gezag en hun erkende expertise in het bestrijden van racisme, xenofobie, antisemitisme en intolerantie.
In het kader van haar statutaire activiteiten verricht de ECRI in de verschillende EU-landen monitoringwerkzaamheden om de situatie op het gebied van racisme en intolerantie in elk van de lidstaten te analyseren. Aan de hand van deze analyse formuleert de ECRI suggesties en voorstellen om de vastgestelde problemen aan te pakken.

SAMENVATTING

Sinds de publicatie van het derde ECRI-rapport over België op 27 januari 2004 is vooruitgang geboekt op een aantal punten die in dat rapport aan bod komen.
In 2004 werd het federaal actieplan goedgekeurd tegen geweld ingegeven door racisme, antisemitisme en xenofobie. Een aantal maatregelen die in dit plan zijn vastgelegd, zijn al uitgevoerd, andere maatregelen worden op dit ogenblik volop uitgevoerd. Een aantal tools om racisme en rassendiscriminatie, zoals de intolerantiebarometer en sociaaleconomische monitoring, zijn zo goed als gebruiksklaar.
De Belgische overheden hebben ook initiatieven genomen om de interculturele dialoog te bevorderen. Ze ondersteunen of hebben de aanzet gegeven tot verschillende projecten om discriminatie op de werkvloer te voorkomen en diversiteit te bevorderen.

Er zijn maatregelen getroffen om te komen tot een betere toepassing van strafrechtelijke bepalingen tegen racisme, onder andere door politiemensen, parketmagistraten, rechters en advocaten op te leiden en bewust te maken. De diensten van het openbaar ministerie beschikken nu over referentiemagistraten die zich specifiek bezighouden met de follow-up van klachten over racisme en discriminatie en het doorverwijzen van deze klachten naar de diensten van de procureur-generaal. De omzendbrief COL 6/2006 van het College van Procureurs-generaal verfijnt de nomenclatuur van strafrechtelijke misdrijven zodat meer rekening kan worden gehouden met racistische motieven.
De goedkeuring op 10 mei 2007 van een reeks wetten ter bestrijding van racisme en discriminatie is een positieve ontwikkeling. Deze wetten versterken het burgerrechtelijke apparaat om raciale en andere vormen van discriminatie op tal van punten te bestraffen en verduidelijken de voorwaarden voor het aanreiken van bewijs van discriminatie voor burgerlijke rechtbanken. Info- en bewustmakingscampagnes hebben geholpen bij het bekendmaken van deze nieuwe federale wetgeving.

Het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (hierna het Centrum) blijft een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen racisme en rassendiscriminatie. De uitbreiding van zijn mandaat naar migratiekwesties en fundamentele rechten van niet-burgers heeft de rol van het Centrum nog versterkt.
Er is ook heel wat vooruitgang geboekt met het invoeren en gebruiken van hulpmiddelen om racistische uitlatingen in de politiek aan te pakken, maar het probleem van het racistische politieke discours blijft wel bestaan. Individuen en rechtspersonen die deel uitmaken van racistische organisaties, worden gerechtelijk vervolgd. Het administratieve mechanisme om overheidstoelagen in te trekken van politieke partijen die zich afkeren van vrijheden en mensenrechten, is intussen operationeel. Op dit ogenblik lopen een aantal rechtszaken.
Verder werd een omzendbrief goedgekeurd om racistische uitlatingen in de sport aan te pakken en levert de overheid inspanningen om racisme op het internet te monitoren.
Wat niet-burgers betreft, heeft de FOD Justitie in 2004 de Dienst Voogdij opgericht voor niet-begeleide minderjarigen. Sinds mei 2007 worden niet-begeleide minderjarigen niet langer in detentiecentra (gesloten centra) geplaatst. In oktober 2008 zijn ook alternatieve oplossingen gevonden voor de detentie van gezinnen met kinderen in gesloten centra. Er werden ook maatregelen getroffen om immigratieambtenaren op te leiden en hen bewuster te maken van culturele diversiteit. Niet-EU-burgers hebben het recht om hun stem uit te brengen bij gemeenteraadsverkiezingen.

De ECRI juicht deze positieve ontwikkelingen in België toe, maar ondanks de vooruitgang blijven een aantal knelpunten bestaan.

Het systeem om gegevens over de toepassing van de strafrechtelijke bepalingen tegen racisme in te zamelen, vertoont enkele hiaten, waardoor het onmogelijk is om een totaalbeeld te krijgen van hoe justitie optreedt tegen racistische daden en uitlatingen. Deze problemen moeten worden opgelost, want de overheden zijn verplicht om herhaalde gevallen van racistische uitlatingen en racistisch geweld aan te pakken.
Ondanks de overheidsmaatregelen blijven extreem rechtse partijen hun racistische, antisemitische, islamofobe en xenofobe propaganda verspreiden en zijn er in België enkele neonazistische en extreemrechtse groeperingen actief. Met betrekking tot racisme en vooral islamofobie en antisemitisme op het internet in België, neemt het aantal racistische websites en discussiefora dat via Belgische websites toegankelijk is, de laatste jaren sterk toe. Dit is één van de redenen voor de herhaalde incidenten met racistisch geweld in België.
Er zijn opnieuw aantijgingen van rassendiscriminatie en vooral rassenprofilering door de politie. Nieuwe rapporten melden dat om uiteenlopende redenen onvoldoende aandacht wordt besteed aan door racisme ingegeven beledigend gedrag van politieagenten en dat personen die zich hieraan bezondigen, niet worden gestraft.
Vooral niet-burgers en migranten krijgen nog steeds af te rekenen met directe en indirecte rassendiscriminatie op de arbeidsmarkt en bij de toegang tot huisvesting en tot openbare diensten. Vooral mensen van Marokkaanse en Turkse afkomst en mensen uit de Sahellanden en uit Oost-Europa krijgen hiermee te maken. Ook moslims en vooral vrouwen met een hoofddoek worden met dit soort discriminatie geconfronteerd.
Woonwagenbewoners hebben ook te maken met vooroordelen en discriminatie bij tewerkstelling en huisvesting, vooral omdat er te weinig standplaatsen beschikbaar zijn waar ze halt kunnen houden.
Onderwijs is een sector waar ook sprake is van directe en indirecte discriminatie, hoewel de overheid maatregelen heeft getroffen om dit probleem aan te pakken. Kinderen van migranten en kinderen met een migratieachtergrond die niet de taal beheersen die op school wordt gehanteerd, doen het om verschillende redenen doorgaans minder goed op school dan Belgische kinderen: er is sprake van feitelijke segregatie en de kinderen zouden er soms geconfronteerd worden met racisme.
In het rapport wordt aandacht besteed aan de spanning tussen de taalgemeenschappen en aan aantijgingen van discriminatie op basis van taal. Het is verontrustend dat de bestaande spanning tussen de Nederlandstalige en de Franstalige gemeenschappen steeds openlijker aan bod komt in politieke kringen. De voorbije jaren werden op lokaal en regionaal vlak maatregelen getroffen die bepaalde groepen verplichten om Nederlands te leren of om zich ertoe te verbinden dit te doen. Deze maatregelen lijken weinig effect te hebben en zouden een aantasting kunnen betekenen van de uitoefening van sommige individuele rechten, zoals het recht op sociale huisvesting. Deze maatregelen zijn voor de betrokken groepen stigmatiserend. In een aantal rapporten wordt ook vermeld dat werkgevers misbruik maken van het vereiste taalniveau als selectiecriterium. Tot vandaag is er echter niemand van de specialisten in de bestrijding van discriminatie bevoegd om discriminatiekwesties op basis van taal aan te pakken.
De nieuwe wetgeving voor niet-burgers en asielzoekers is een stap in de goede richting, maar legt ook strengere eisen op om bepaalde rechten te kunnen uitoefenen, vooral voor gepaste huisvesting bij gezinshereniging. Er is nog onvoldoende vooruitgang geboekt wat de omstandigheden betreft waarin niet-burgers worden opgesloten en uitgewezen, en er blijven meldingen komen van misbruik. Er moet ook dringend een oplossing komen voor de uiterst precaire situatie waarin niet-burgers zonder papieren verkeren.
Stimulerende maatregelen om migranten en personen met een migratieachtergrond te integreren, zijn een welkome ontwikkeling. Jammer genoeg zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om aan de grote vraag te voldoen, vooral wat aangepaste taalcursussen betreft. Het inburgeringsprogramma in het Vlaamse Gewest is voor sommige niet-burgers verplicht. De verplichting om dit programma te volgen, dat kennelijk bedoeld is om niet-Nederlandstaligen te integreren, blijkt ondoelmatig en zelfs contraproductief omdat de personen in kwestie worden gestigmatiseerd en het een bedreiging vormt voor de uitoefening van hun individuele rechten.

In dit verslag vraagt de ECRI de Belgische overheden om op een aantal vlakken verdere stappen te ondernemen. De ECRI formuleert in dit verband onder meer de volgende aanbevelingen.

De ECRI raadt de Belgische overheden aan om Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zo snel mogelijk te ratificeren.

De ECRI raadt aan om een evaluatie te maken van de wetgevende maatregelen om racisme en rassendiscriminatie te bestrijden en om alle leden van het rechtssysteem op te leiden en vertrouwd te maken met de inhoud van deze wetgeving.

De ECRI raadt aan om de positie van het Centrum als instelling te consolideren en om er een interfederale organisatie van te maken. Ze adviseert om snel een onafhankelijke en onpartijdige organisatie aan te duiden of op te richten om discriminatie op basis van taal aan te pakken.

De ECRI raadt de overheden aan om hun inspanningen voort te zetten om directe en indirecte rassendiscriminatie op het vlak van tewerkstelling en huisvesting tegen te gaan door waar mogelijk en waar nodig positieve actiemaatregelen uit te werken.

De ECRI raadt de Belgische overheden ten stelligste aan om hun inspanningen voort te zetten en te intensiveren om te waarborgen dat kinderen met een migratieachtergrond gelijke toegangskansen krijgen tot het onderwijs.

De ECRI raadt vooral aan om stappen te blijven ondernemen om te gaan voor een sociale mix in gemeenschapsscholen en om bij de opleiding en begeleiding van leerkrachten meer het accent te leggen op de noodzaak om racisme en rassendiscriminatie te bestrijden en op manieren om te benadrukken dat diversiteit een verrijking voor de Belgische samenleving betekent*.

De ECRI raadt de Belgische overheden aan om hun inspanningen voort te zetten en te intensiveren om racisme in het politieke discours te bestrijden door de specifieke procedures toe te passen, door regelmatig hun doelmatigheid te toetsen en door ze zo nodig aan te vullen. Het is ook nodig om de strijd tegen racistische uitlatingen op het internet te intensiveren.

De ECRI raadt de Belgische overheden aan om zo snel mogelijk oplossingen uit te werken voor woonwagenbewoners door voldoende goed gelegen en correct uitgeruste standplaatsen in te richten. Ze raadt de overheden ook aan om een bewustmakingscampagne te voeren voor het grote publiek om elke vorm van intolerantie tegen en afwijzing van woonwagenbewoners en hiermee gepaard gaand racisme tegen te gaan*.

De ECRI raadt de overheden aan om de nieuwe maatregelen te herzien die op lokaal en regionaal vlak zijn getroffen om sommige groepen te verplichten Nederlands te leren of te beloven dit te doen, en zeker te gaan dat deze maatregelen geen averechts effect hebben op het integratieproces.
Wat niet-burgers betreft, raadt de ECRI de Belgische overheden aan om alles in het werk te stellen om alternatieven te vinden voor het opsluiten van niet-burgers die illegaal in het land verblijven. Hetzelfde geldt voor (minderjarige) asielzoekers. Bovendien moeten de overheden strijd blijven voeren tegen misbruiken bij het opsluiten en uitwijzen van niet-burgers.

De ECRI raadt aan om alle dienstdoende politieagenten en politieagenten in opleiding vertrouwd te maken met en attent te maken op de noodzaak om racisme en rassendiscriminatie te bestrijden. Ze moeten ook worden gewezen op het belang om klachten te behandelen en behoorlijk te registreren.

De ECRI spoort de overheden bovendien ook aan om binnen elk politiekorps een referentiepersoon aan te duiden die de respons van de politie moet verbeteren op klachten over racistische daden van privépersonen, net zoals de referentiemagistraten op de diensten van de procureur-generaal die gespecialiseerd zijn in racisme en discriminatie*.

RAPPORT: http://www.coe.int/t/dghl/monitoring/ecri/Country-by-country/Belgium/Belgium_CBC_en.asp
 

http://www.kifkif.be/actua/de-europese-commissie-tegen-racisme-en-intolerantie