De gemediatiseerde maatschappij en de politiek

29-06-2009 | Ico Maly

 

Bespiegelingen over politiek in een gemediatiseerde samenleving

In de mediawereld neemt de televisie nog steeds een cruciale plaats in, het beeld heeft het gedrukte woord vervangen. “Beeld en geluid gaan nu door voor ‘kennis die wordt ‘doorgegeven’ aan het grootste deel van de wereldbevolking.”(1)   ‘Informatie’ is gedigitaliseerd en vermenigvuldigt zich aan een hels tempo. Al de stadstaten van de globalisering zijn aangesloten op hetzelfde wereldwijde netwerk van beelden en ‘informatie’. De producenten van deze beelden en distributeurs komen in steeds minder handen terecht. Opmerkelijk hierbij is dat beelden op mondiale schaal steeds uniformer worden qua inhoud en vorm.

Media en macht
Media zijn het cement van onze Westerse samenlevingen. Ze zijn de dominante plaats waar ideologie verspreid wordt. Media zijn dan ook het machtsinstrument bij uitstek om te besturen door middel van wat Gramsci als hegemonie aanduidt. Zowel de politiek als de industrie hebben dit zeer duidelijk begrepen. De mediawereld is dan ook zeer gegeerd in deze kringen wereld. Berlusconi en zijn gigantisch media-imperium springt hierbij meteen in het oog. Maar ook het Vlaams Belang betaalt zich blauw aan propagandamateriaal en haast zich naar elke televisiestudio en journalist die hen een forum wil bieden. Media zijn voor de politiek, zeker in tijden van oorlog en conflict, een extra strijdveld geworden.

Politici, maar ook terroristen beseffen maar al te goed dat beelden in onze media bepalend zijn voor een groot deel van onze houding tegenover de wereld en de visie over onszelf. Mediastrategie is voor beide partijen een zeer belangrijk onderdeel van de strijd. Zien en gezien worden zijn de kern van de machtsuitoefening, zei Foucault. In die zin dienen we media steeds kritisch te bekijken en in vraag te stellen, enkel dan ontstaan mogelijkheden tot een bijdrage aan de democratisering van media. Hoe minder we media gaan beschouwen als een machtsinstrument met manipulerende effecten, hoe meer het risico bestaat dat het ons verdrukt en stuurt.

De mythische dimensies van het nieuws
“Het is waar, ik heb het in de krant gelezen” is een centraal en krachtig beeld in het denken over media in onze geglobaliseerde ‘informatiesamenleving’. Propaganda en desinformatie zijn instrumenten die enkel onze vijand gebruikt. Onze media staan symbool voor vrije nieuwsgaring en geven ons dus een ‘neutrale, objectieve en kritische’ blik op de wereld en wij kijken mee. Deze suggestieve normaliteit bezit een enorm machtspotentieel: de aangeboden ‘vrije informatie’ wordt immers niet in vraag gesteld. Onze media brengen de realiteit: formats als ‘breaking news’ versterken ironisch genoeg dit beeld nogmaals. Het landschap van de massamedia bepaalt deels wat en hoe we dingen te zien krijgen. Fenomenen als ‘breaking news’ zijn een uiting van de concurrentiele strijd om kijkers: degene met de scoop krijgt immers vaak de kijker.

Sensationeel nieuws krijgt zo per definitie de volle aandacht van de media, en dit vele dagen lang. Daarenboven kunnen we niet rond de vaststelling dat er wereldwijde communicatieve economieën bestaan, bestaande uit producenten, reproducenten, distributeurs en consumenten van ‘informatie’. Elkeen van hen heeft bepaalde doelstellingen, zienswijzen en drukkingsmiddelen die, bepalen wat, hoe en waarom ze iets zullen verspreiden via de media. Deze economieën verspreiden niet alleen informatie maar bepalen ook de toegang tot het kanaal. Enerzijds zijn journalisten in deze economieën vaak slechts een klein radertje in een gigantische machine, waarin winstproductie centraal staat.

Anderzijds hebben hun producten een belangrijke invloed op het denken in onze maatschappij. Zo vrij zijn onze media niet: ze lopen in de pas van de bedrijfslogica. De mediawereld wordt steeds meer gedomineerd door enkele zeer grote multinationals die steeds op zoek gaan naar nieuwe fusies of overnames. Wereldwijd is de dominante factor in het medialandschap de ‘hollywoodisering’ en ‘mtv-styling’ van onze programma’s. Van Marokko over Vlaanderen en Nederland tot in Amerika krijgt de consument ‘idool’ aangeboden. Beelden moeten flitsen. Kijkers boeien als konijnen voor een lichtbak, dat is the name of the game. Deze beeldcultuur krijgen we ook in de ‘serieuze’ programma’s te zien: sensationele reportages van 7 minuten, flitsende decors en korte en pittige interviews. Het aantrekken van de kijker is de eerste doelstelling, niet het leveren van een gedegen kwaliteit. Barber stelt het als volgt: “Veel van wat voor journalistiek doorgaat is eigenlijk niet veel meer dan vermaak, mooi verpakte roddel of politiek vooroordeel. De media hebben de civiele samenleving in de steek gelaten voor de grotere winsten van de particuliere sector, waar hun publieke verantwoordelijkheden hun voorkeur voor commercieel succes niet langer in de weg staan.” (2)
 
Politiek en media
Politici beseffen maar al te goed dat media een machtsinstrument zijn, zowel voor het rekruteren van stemmen als voor het voeren van politiek en in het bijzonder oorlog. Hiervoor spelen zij in op de marktlogica van het mediacomplex. Terrorisme staat steeds garant voor sensationeel nieuws en is uitermate geschikt om een kanteling in de ‘publieke opinie’ te bewerkstelligen. Achter het terrorisme-discours gaan vaak een resem van verborgen politieke, economische en gewelddadige doelstellingen schuil. In Zuid-Afrika, en de rest van de wereld werd het ANC als terroristische organisatie bestempeld om de racistische apartheidsstaat te legitimeren. Ook Israël beroept zich op dit discours om de Palestijnse bevolking onder de knoet te houden. En nu is er de ‘war on terrorism’ die meer met olie en geopolitieke belangen te maken heeft, dan met het streven naar veiligheid of een reële strijd tegen terreur.

Politici mogen dan al geen directe macht hebben over de pers, indirect is deze er maar al te zeer. De politiek bepaalt de dominante discours in onze maatschappij. Politici hebben de mogelijkheden om in de pers te komen en laten deze niet onbenut. Zij hebben de positie en kennen de manieren om de journalisten te chanteren of charmeren met een scoop als hij of zij dit of dat mag komen zeggen. De bedrijflogica van de media maakt dat sommige journalisten makkelijk te verleiden zijn tot wat zij ‘nieuws’ noemen. De doeleinden van dit net verkregen nieuwtje, de inhoudelijke en conceptuele correctheid en de invloed op de maatschappij worden vaak niet in rekening gebracht. Bovendien oefenen deze media steeds meer invloed uit op de miljoenen westerse consumenten en politici. De massale verspreiding van een discours levert instemming op bij de bevolking over het te volgen beleid. Het terrorisme –discours genereert angst en is van oudsher de ideale motor om ten strijde te trekken.

(1) Barber, B.R. 1995(2003): Jihad vs. Mc World.Terrorisme en globalisering als bedreigingen voor de democratie, Lemniscaat, Rotterdam.

(2) Barber, B.R. 1995 (2003): Jihad vs. Mc World. Terrorisme en globalisering als bedreigingen voor de democratie, Lemniscaat, Rotterdam.
   

http://www.kifkif.be/actua/de-gemediatiseerde-maatschappij-en-de-politiek