De hoofddoekkwestie, een verhaal van de hand en de elleboog.

22-09-2008 | Rachida Lamrabet

Onderhandelingen tussen alle betrokkenen als gelijke partners is nu net het laatste wat aan de basis lag van de recente ontwikkelingen in de Antwerpse scholen.

 

 

Wie gedacht had dat de hoofddoekkwestie enkel draaide om de gesluierde hoofden van moslima’s heeft het niet helemaal bij het juiste eind.Tijdens een vergadering ergens in Brussel begin deze week leerde ik dat het eigenlijk vooral draaide om de idee van de uitgereikte hand en het gevaar dat die uitgereikte hand wel eens misbruikt zou kunnen worden. Want de ambitie van diegene die de hand vraagt en aanneemt (lees ‘de moslims’) reikt veel verder.  Terwijl er in de hand geknepen wordt, loert men al naar de elleboog en als het even kan staat de volledige annexatie van de arm op de (verborgen) agenda.

Ondermeer om deze reden beslisten de Antwerpse scholen van het stedelijke net (en een paar jaar eerder de meeste Franstalige Brusselse scholen)om een algemeen verbod tot het dragen van de hoofddoek in te voeren. Dezelfde zorg zal er wellicht ook toe leiden dat het Antwerps stadspersoneel in publieke functies voortaan de hoofddoek thuis zal moeten laten. Dit is wat men noemt ‘korte metten’ maken met eisen die onverzoenbaar zijn met westerse normen en waarden. Dit is ook duidelijk de grenzen aangeven.  

Die hand staat symbool voor datgene wat van ons is, het individu, de westerse normen en waarden, de vrijheid, de gelijkheid en de blijheid. Zij die kenmerken vertonen van een niet-westerse cultuur worden getolereerd zolang ze niet al te zichtbaar hun eigenheid, zeg maar hun diversiteit manifesteren. Wanneer deze laatste er toch op staan die eigenheid te profileren en bovendien nog eens een beroep doen op die zogenaamd westerse waarden om hun rechten op te eisen hebben we een kwestie, een hoofddoekkwestie. Wat van ons is geven we niet graag af en dus heeft men in Antwerpen beslist dat handje gewoon niet uit te reiken, uit voorzorg.

  Men gaat echter voorbij aan het feit dat ook anderen aanspraak kunnen maken op alles waar die hand voor staat. Die hand is ook van ons, van hen, van ‘A’ en ook van u, omdat we allen deel uitmaken van dezelfde gemeenschap van burgers. Heeft men daar geen woord voor? Datgene wat van ons allemaal is, hoeft niet meer gevraagd te worden en kan ook niet meer willekeurig ontzegd worden.   Dus wanneer het gaat om godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, het recht van een Antwerpse moslima om met of zonder hoofddoek school te lopen in haar stad in de school van haar keuze (lees de Belgische Grondwet er nog maar eens op na) en nadien te gaan werken als loketbediende in een administratie van ‘t Stad, gaat het om rechten die van ons allemaal zijn, zonder onderscheid. Bij een dispuut of een onenigheid is men aangewezen op onderhandeling tussen gelijke partners.Onderhandelingen tussen alle betrokkenen als gelijke partners is nu net het laatste wat aan de basis lag van de recente ontwikkelingen in de Antwerpse scholen.

  Ik twijfel er niet aan dat de scholen in kwestie de geijkte formele procedure vlekkeloos hebben gevolgd teneinde in hun schoolreglementen een algemeen verbod in te schrijven. Het Vlaams participatiedecreet van 2 april 2004 zal allicht niet geschonden zijn.

  Maar zijn bepaalde doelgroepen niet ondervertegenwoordigd en soms zelfs gewoon afwezig in die structuren? ‘Eigen schuld dikke bult’ hoor ik er al een paar denken, maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet, dit gaat wel om groepen in de samenleving die omwille van uiteenlopende factoren niet ten volle kunnen participeren aan de brede samenleving. Discriminatie en racisme om er een paar te noemen, of armoede.  

Kunnen scholen, in eer en geweten, een beslissing nemen die een bepaalde doelgroep aangaat zonder die groep minstens te horen?  Was dat ook niet het opzet van het Gelijke Onderwijskansen beleid? Onderwijs op maat van je publiek? Een onontbeerlijke vereiste is dan dat je minstens je publiek kent en hoort. Een stap die iets verder gaat is te aanvaarden dat dat publiek een gelijkwaardige partner is in de onderhandeling. Dus ophouden met te vrezen dat je je elleboog of je arm gaat moeten prijsgeven. Het wordt tijd dat de eisen en verzuchtingen van minderheidsgroepen als legitiem worden aanzien en dat men deze niet steeds afdoet als achterhaald (lees achterlijk) of radicaal. Een uitspraak zoals van schepen Voorhamme in De Morgen van maandag 13 november is dan ook misplaatst. Voor hem is de problematiek van de gefnuikte onderwijsloopbaan van moslima’s met hoofddoek te wijten aan het feit dat de allochtone gemeenschap weigert zich te bezinnen over de gevolgen van haar regels. Met andere woorden: Gooi die regels overboord en probleem opgelost. Dat is een eenvoudige manier om de schuld voor discriminatie en uitsluiting bij de benadeelden zelf te leggen en zichzelf volledig te vrijwaren. De boodschap is dan dat er een grens is aan het willen zijn wie je bent, probeer niet teveel jezelf te zijn, stop bij die hand.  

Ondertussen maken de scholen zich volgens de nationale en internationale mensenrechtenbepalingen wel schuldig aan een aantal inbreuken. Het meest recente arrest hierover betrof de zaak tegen een provinciale handelsschool die een algemeen hoofddoekenverbod invoerde. Hoewel ze de school in kwestie in het gelijk stelde, gaf het Hof van Beroep van Antwerpen in haar uitspraak van 14 juni 2005, blijk van een rationele en pragmatische benadering van de hoofddoekkwestie.  

Net zoals het overgrote merendeel van de rechten en vrijheden, is godsdienstvrijheid niet absoluut aldus het Hof. Maar om een uitzondering te kunnen rechtvaardigen op die vrijheden moeten er solide redenen aangevoerd worden en dien je geval per geval na te gaan of die wel zwaarwichtig genoeg zijn om een verbod te rechtvaardigen. Een voorbeeld van een zwaarwichtig argument is de rust en orde op een school. Wanneer een leerling met hoofddoek onrust veroorzaakt op een school omwille van het dragen van de hoofddoek, mag een school maatregelen nemen tegen die leerling. Een collectieve straf of een preventief verbod zijn wettelijk niet mogelijk.

  Wat de scholen nu doen is niet legitiem. Een algemeen hoofddoekenverbod is een draconische, niet-evenwichtige inperking van het recht op de godsdienstvrijheid van leerlingen. Dus laat die handen maar wapperen want er dreigt anders een pijnlijke verkramping en uiteindelijk een compleet verlies van gevoel in de vingers.

http://www.kifkif.be/actua/de-hoofddoekkwestie-een-verhaal-van-de-hand-en-de-elleboog