De moord op ons geweten

10-09-2008 | Ico Maly & Hatim El Sghiar

 24/06/2004 - Ico Maly & Hatim El Sghiar    

Het was een Pool en dus is de verwarring bij het merendeel van instanties en bevolking groot. De overtuiging dat het ‘alweer’ over een Noord-Afrikaan (annex moslim) ging, toont nog maar eens aan hoe ver de stereotypering van deze bevolkingsgroepen in onze samenleving is doorgedrongen. Meer dan ooit wordt bewezen hoe deze stigmatisering nu ook op alle niveaus is doorgesijpeld. Maar laat dit tegelijk ook een waarschuwing zijn aan het adres van de geviseerde bevolking. De opluchting die nu heerst dat het niet ‘één van ons’ is (hoe je ‘ons’ ook definieert) mag niet leiden tot leedvermaak of tot het afstand nemen van de pijnpunten die de voorbije weken werden aangekaart.

De ‘allochtonen’ die deelnamen aan de mars of die een kritische visie op de ‘eigen gemeenschap’ leverden, hebben dit in eerste instantie gedaan als burgers. Deze lijn van burgerschap moet verder gezet worden. Dé conclusie die zich opdringt is dat iedereen, heel de samenleving en al haar actoren en instellingen, zich moet bezinnen over hun rol in de samenleving in de voorbije weken en jaren.

Zowel autochtone als allochtone bevolkingsgroepen, politici, politie en gerecht, media én religieuze instanties hebben in min of meerdere mate bijgedragen tot de huidige situatie. Zij die nu de hete aardappel willen doorschuiven naar andere groepen of instanties, welke dan ook, riskeren op korte of middellange termijn hun huidige houding als een boemerang in het gezicht terug te krijgen.  

Botsing der culturen 

Op 13 april publiceren de kranten het bericht dat de jonge Joe Van Holsbeeck vermoord is in het Brusselse Centraal Station voor een mp3-speler. De daders zijn al van bij de eerste berichten van “allochtone” en meer bepaald “Noord-Afrikaanse” origine en dit op basis van getuigenissen die bevestigd werden door het parket. De schok gaat vrij onmiddellijk gepaard met het bekende discours over ‘de allochtoon’ en meer bepaald ‘de Noord-Afrikaan’. Enig lichtpunt hierin zijn de ouders en vrienden van Joe, die hierin een moedige en zeer serene houding aangenomen hebben. Van meet af aan hebben zij zich verzet tegen racisme, zowel op de fora als in hun communicatie.  

  De moord wordt stilaan een symbool voor de botsing der culturen. Een hele bevolkingsgroep wordt doorheen de media systematisch gelinkt aan de dader, niet meer in het kader van een persoonsbeschrijving van twee misdadigers, maar als de oorzaak en het kader van de mogelijke oplossingen. Bijna alle voorgestelde oplossingen vertrekken vanuit het kader dat de moord een cultureel probleem was van één groep. De idee dat we te maken hebben met een complex maatschappelijk probleem, waarvoor de oplossingen niet zomaar in een strakke scheiding tussen ‘wij’ en ‘zij’ te vatten zijn, krijgt geen ruimte. De media zijn dé motor als het om de bepaling van het discours gaat. Systematisch worden vooral de adepten van de theorie van het culturele probleem aan het woord gelaten. Bovendien versterken de media dit door er de nieuwsconsument herhaaldelijk op te wijzen dat de dader tot die origine behoorde. De relevantie hiervan is op zijn minst betwistbaar.  

Men hanteert daarbij twee (twijfelachtige) premissen. Ten eerste wordt de premisse dat een persoon aan de hand van fysieke kenmerken tot één bepaalde groep te rekenen zou zijn, als een normaliteit beschouwd. Dit futiele bewijs wordt nergens in vraag gesteld, maar volmondig en veelvuldig herhaald tot het uiteindelijk de kern van het debat wordt. Ten tweede lijken de gedateerde raciale theorieën van Lombroso, die misdadigheid verbinden aan fysieke kenmerken, plots verheven tot wetenschap. De media hebben daardoor mee het debat verschoven van de essentie (nl. geweld) naar een politieke boodschap, en dan vooral een bij wet verboden boodschap. Sluipend worden media(figuren) rechters: zij definiëren de schuldvraag en oordelen en veroordelen.   

Cultuur als verklaringsmodel 

Het mediadebat steunt op de origine en de oplossingen worden gezocht in een alles bepalende cultuur. Niet de daders op zich worden beoordeeld, maar ‘de cultuur’. Dit gebeurt zowel door zij die er alle belang bij hebben, als door hen die we normaal gezien niet op dergelijke denkpatronen kunnen betrappen. In de eerste groep vinden we ouwe getrouwen als Vlaams Belang, Dedecker en Coveliers. “De laffe moord op de 17-jarige Joe Van Holsbeeck is een beschavingsdeficit als gevolg van een uit de hand gelopen gedoogbeleid,”[i]  zegt Jean-Marie Dedecker in De Standaard. Paul Belien krijgt in dezelfde krant de ruimte om zijn donkerste gal te spuwen:

Op de videobeelden zie je ze als roofdieren langs de muur van het Centraal Station staan, nauwlettend spiedend om in de passerende kudde pendelaars een gemakkelijke prooi te vinden die ze vervolgens kunnen afmaken. (...) Wie het ongeluk heeft om eruit te worden gepikt, maakt geen kans. De roofdieren hebben tanden en klauwen. De roofdieren hebben messen. Van kleins af hebben ze tijdens het jaarlijkse offerfeest geleerd hoe ze warmbloedige kuddedieren moeten kelen.’’ Volgens Belien hebben de kuddedieren (de autochtone samenleving) de roofdieren (de allochtone samenleving) als ,,adders aan onze borst’’ gekoesterd. ,,De schurken, die in onze samenleving alles gekregen hebben — gratis onderwijs, kinderbijslag, sociale zekerheid — vermoorden thans onze kinderen voor een mp3-speler.’’[ii]

Opvallend is dat de meeste opiniemakers, mediamensen, politici, maar ook een groter deel van de Vlaamse bevolking eenzelfde cultureel concept hebben overgenomen. Met dit culturele concept doelen we op twee zaken: ten eerste dat de afkomst van een persoon per definitie af te lezen is van zijn of haar uiterlijke kenmerken (we kunnen garanderen dat ondergetekenden het levende tegenbewijs zijn van een dergelijke stelling) en ten tweede dat criminaliteit onmiddellijk wordt gekoppeld aan een essentialistische en statische definitie van culturele achtergrond. Na het optreden van oppergoeroe van de laatste stelling, Marion Van San, in Terzake, verschuift het debat radicaal van een discussie over geweld naar een discussie over cultuur, zo sterk zelfs dat de aanvankelijke discussie, zoals de ouders van Joe die gevoerd willen zien, verdwijnt.  

Voornamelijk in de contextualisering van het nieuwsfeit hebben de media steken laten vallen. Bij de aanvang van de berichtgeving doen ze een beroep op veiligheidsexperts en laten ze eigen journalisten en getuigen aan het woord. De focus verschoof geleidelijk aan. Wanneer in Terzake Nordin Taouil én Mohamed Chakkar worden opgevoerd, verheft het programma de vermoedens tot waarheid. Wanneer in Morgen Beter Mieke Van Hecke, hoofd van het katholiek onderwijs, komt beweren dat het probleem onder andere ligt in de “arbeidsattitude” van deze jongeren, die “onbestaande is in hun cultuur”, geeft ze een verklaring aan een vermoeden. Is er een probleem met de cultuur van de Polen? Is er een probleem binnen het katholicisme met de arbeidsattitude? Nog geen 24 uur na de uitzending van Morgen Beter zou Van Hecke plots een heel andere toon aanslaan. Maar ook bij de media ontstaat plots een andere taal: geen vraag aan de Poolse gemeenschap om zich te verantwoorden, geen verwijzing naar de Poolse cultuur of religie, geen Poolse prominenten in de studio.  

Ook bij de geschreven media zien we hetzelfde stramien. De Standaard en De Morgen berichten in hun eerste berichten al onmiddellijk over Noord-Afrikanen (De Standaard in eerste instantie over allochtonen, dit verdwijnt echter even snel). Het Noord-Afrikaan zijn verklaart het geweld niet. Toch laten de media ons uitschijnen dat het wel zo is. De moord op Joe wordt enkel vergeleken met de moord op Patrick Mombaerts. Op die manier wordt het zoeken naar oplossingen geduwd naar de breuklijn autochtoon-allochtoon. Is de moord op de Belgisch-Marokkaanse familie in mei 2002 in Schaarbeek geen geweld? Is de moord op Mohammed Achrak geen geweld? Als we toch even zelf het wij-zij-denken mogen gebruiken: het is nu aan (een deel van) de Vlaamse samenleving om een mea culpa te slaan. Onterecht hebben ze een hele bevolkingsgroep gestigmatiseerd en veroordeeld als de oorzaak van het kwaad.   

Burger zijn en blijven is de boodschap  De allochtonen die opgeroepen of deelgenomen hebben aan de mars hebben een zeer krachtig signaal gesteld. De stille mars is een signaal van gemeenschappelijk burgerschap en afschuw van geweld in onze samenleving. Dit geldt evenzeer voor zij die hun “eigen allochtone gemeenschappen” wakker probeerden te schudden. Zij hebben zich gemanifesteerd als burgers van dit land. Zij hebben het spel eerlijk gespeeld, door hun dubbele actie: zowel eerst vegen voor de eigen deur als het zich inschakelen in de maatschappelijke verontwaardiging jegens het geweld. Ongetwijfeld heeft een enkeling zich daaraan gestoord en staan zwaaien met etiketten als verraders, racisten etc. Het zijn ook zij die aan de zijlijn zijn blijven staan die nu het luidst roepen.

Die mensen vormen de ware ziekte binnen de (allochtone) gemeenschappen want ontkenning van reële problemen versterkt stigmatisering op langere termijn. We dragen nu de gevolgen van de stigmatisering van de voorbije 40 jaar. Om maar een voorbeeld te geven: zij die op dit moment zeggen dat er niet had moeten opgeroepen worden voor de mars door de allochtonen, dat er niet had moeten deelgenomen worden aan de mars door allochtonen etc. plaatsen zichzelf buiten de maatschappij en verzieken de boel voor de rest. Geweld is geweld en wanneer je geweld afkeurt doe je dat ook wanneer het over een Pool of een Vlaming gaat. Zij die het tegendeel beweren, nl. “wij hadden niet moeten reageren want wij hadden er niets mee te maken”, profileren zich enkel als allochtoon en niet als burger. Dus moeten ze niet verwonderd zijn dat ze als allochtoon behandeld zullen worden.

Niettemin verdienen de ‘allochtone gemeenschappen’ in het algemeen een pluim. Los van de enkele negationist of van hen die de moord misbruikten voor hun eigen zaak. Als we van die laatsten even een voorbeeld uit de huidige medialogica mogen geven: wanneer Nordin Taouil, gevraagd naar oplossingen voor de situatie, pleit voor het subsidiëren van moskeeën, is dat een minachting voor de moord op dat moment en een schaamteloze recuperatie. Geld voor moskeeën stopt het geweld in de maatschappij niet. Zijn aanklacht is terecht, maar niet op dat moment en binnen dit debat. Bovendien gaat Nordin Taouil er onmiddellijk van uit dat wanneer de jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst zouden zijn, ze onmiddellijk moslim zijn en in de moskee op het rechte pad zouden gebracht kunnen worden. Er is integendeel veel meer kans dat dergelijke jongeren net niet in de moskee terug te vinden zijn.  

De ‘allochtone gemeenschappen’ en in eerste instantie de geviseerde Noord-Afrikaanse, hebben zich van hun beste kant laten zien en blijk gegeven van een grote solidariteit, betrokkenheid en burgerzin. Net op het moment dat ze door een deel van de bevolking, die ook weer de moord politiek probeerde te recupereren, stigmatiserend werden behandeld. Het is duidelijk dat het debat de kiemen droeg van racisme. De persoonsbeschrijving was aanleiding voor een ontspoord debat waarbij de vinger werd gewezen naar de “Noord-Afrikaanse cultuur”. Niet die persoonsbeschrijving in het kader van de zoektocht naar daders is een fundamenteel probleem, wel het omspringen met deze informatie in het hele debat.   

Met excuses alleen bak je geen broodjes  Het is niet zomaar een vergissing, het heeft een heel deel van de allochtone gemeenschappen in de voorbije weken tot medebeklaagde gemaakt. Noord-Afrikanen werd gevraagd zich te verantwoorden voor iemand die ze niet kenden, wiens daden ze niet goedkeurden en spijtig genoeg zijn het wellicht net de Noord-Afrikaanse jongeren die het het zwaarst te verduren kregen. Gelukkig zien we (voorlopig) niet dezelfde dynamiek optreden tegenover de Poolse gemeenschap. Maar de vraag rijst dan: waarom wel tegen de Noord-Afrikaanse gemeenschap? Het is al enkele jaren bon ton om het veelnamige containerbegrip ‘zij’ de schuld in de schoenen te schuiven. De media proberen hun aandeel in deze zaak af te schuiven op het gerecht. Los van de bemerkingen die we hierboven hebben gemaakt zullen we hier één voorbeeld aanhalen van problemen die de media al te gemakkelijk van zich af schuiven. Al in het eerste artikel in De Standaard op 13 april wordt er gewag van gemaakt dat de getuigen de jongeren omschrijven als “nauwelijks zestien jaar oud”. De omschrijving als Noord-Afrikaan wordt heel serieus genomen, maar de omschrijving als minderjarige blijkbaar niet.

Hoewel de wet verbiedt om minderjarigen herkenbaar in beeld te brengen, hebben alle media, zonder uitzondering, gedurende meer dan een week de jongeren herkenbaar in beeld gebracht. Pas toen gisteren bekend raakte dat één van de jongens effectief 16 was werden hun gezichten onherkenbaar gemaakt. Waarom hebben de media hier niet consequent gehandeld? Ook de justitie gaat hierin niet vrijuit. Kun je zomaar beelden vrijgeven van jongeren wanneer alles erop wijst dat ze minderjarig zijn? De wet kan in vraag gesteld worden, maar op het moment van de feiten was het nog steeds de vigerende wetgeving.   En daarmee wordt in eerste instantie de eigen samenleving en democratische rechtstaat in gevaar gebracht. Eén van de principes die we hanteren is dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. In de zaak van Joe Van Holsbeeck, maar ook in tal van andere gemediatiseerde zaken, werd een loopje genomen met dit basisprincipe. De media dienen zich hierover grondig te bezinnen. Ook al heeft het gerecht zelf aangegeven dat getuigen spraken van jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst.

Onafhankelijke media die zich bewust zijn van hun impact, moeten in dat geval consequent in voorwaardelijke wijs spreken. Dat is in het begin gebeurd, maar deze lijn verwaterde gaandeweg. En dit niet alleen door de media, ook politici als Dedecker en Somers kunnen het niet laten complexe maatschappelijke problemen te definiëren als louter gevolg van een cultureel probleem. ‘Ik wil geen enkele vergoelijking horen, geen sociologische of psychologische uitleg om dit gedrag van kansarme allochtone jongeren te plaatsen'', schreeuwt Verhofstadt in Het Laatste Nieuws. Probleem met deze stelling is natuurlijk dat hij twee zaken vermengt. Wat betreft de vergoelijking kan men de premier niet anders dan 100% gelijk geven. Dit betekent echter niet dat we geen sociologische en psychologische uitleg kunnen gebruiken om het probleem te definiëren en structurele oplossingen te kunnen uitwerken. Analyse van het probleem is het begin van het antwoord.    

Bezinning 

Excuses zijn op zijn minst op zijn plaats en in eerste instantie hebben we die bereidheid bij velen gezien. Die excuses zijn een noodzakelijke voorwaarde om het vertrouwen te herstellen en tegelijk om eenzelfde goodwill te mogen verwachten van de allochtone gemeenschappen. Die allochtone gemeenschappen moeten de excuses even groots in ontvangst nemen en zich onthouden van elk leedvermaak. Ongetwijfeld zullen er allochtone individuen of organisaties opstaan om nu, terwijl we ze de voorbije weken niet gehoord hebben, de situatie te recupereren of om te polariseren of om te schieten op hen die zich als burgers ingezet hebben in deze samenleving. Zij die zwegen hebben een mogelijks nog grotere fout gemaakt dan zij die te snel in het vaarwater werden meegesleurd. 

De grootsheid van Glenn Audenaert, gerechtelijk directeur van de Federale Politie, tijdens zijn televisieoptreden dinsdagavond in Terzake staat op dit moment in schril contrast met de laffe reactie van de twee grootste aanstokers van deze vergissing, namelijk het parket van Brussel en de media. Het parket van Brussel weigert zich te verontschuldigen, de media zwijgen in alle toonaarden en wijzen naar alles wat maar kan passeren als hoofdschuldige. Waar is de Raad voor Journalistiek? Waar is Tony Mary? Wanneer men van allochtone organisaties en individuen een verantwoording eist wanneer het gaat over zaken waar ze totaal niets mee te maken hebben, is het op zijn minst intellectueel eerlijk om een verontschuldiging te krijgen wanneer media en parket wel rechtstreeks betrokken zijn.  

Maar met excuses alleen geraak je niet verder. Het is tijd voor een bezinning. Als de allochtone gemeenschappen iets geleerd moeten hebben, is het dit: het loont om zich als burgers in te schakelen in deze samenleving. De allochtone gemeenschappen moeten zich mee blijven uitspreken over de onderwerpen die hen als burgers van dit land aangaan, of het nu gaat over geweld, belastingen of milieu. Net daarmee wordt de gepercipieerde kloof autochtoon-allochtoon teniet gedaan. Het dichten van die gepercipieerde kloof is eveneens een taak van de ‘autochtone’ bevolking. Voor eens en voor altijd moet het beeld doorprikt worden dat allochtonen of moslims allen crimineel zijn, allen één zijn. Het beeld van de kloof tussen wij en zij heeft veel meer bruggen dan velen gedacht hadden of willen zien. Het dichten van die kloof is één van de hoofdtaken van de media. Het parket heeft de burgers ingeschakeld om ‘mee te speuren’ op een moment dat het zijn onderzoek zelf nog niet afgerond had. Het blindelings afgaan op getuigen kan niet en moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren, zeker wanneer media, onderwijs en bepaalde politieke partijen de mensen jarenlang bestookt hebben met een essentialistisch, statisch cultuurconcept.  De complexe realiteit van criminaliteit werd herleid tot cultuur.

We hebben hier duidelijk die stelling aangevochten, maar weigeren ons ook neer te leggen bij een interpretatie als zou criminaliteit enkel een probleem van veiligheid zijn. Meer blauw op straat is dweilen met de kraan open. Het water loopt, wanneer je de dweil onder de kraan legt minder ver, maar het blijft dweilen. Zorgen dat de kraan minder drupt, is de boodschap. Zoals we al hierboven stelden: in het beoordelen van deze jongeren moeten we het gerecht zijn werk laten doen en wanneer deze jongeren schuldig blijken te zijn, past geen enkele vergoelijking. Maar anderzijds moet er wel gespeurd worden naar welke sociologische, economische of psychologische oorzaken aan de basis liggen om te vermijden dat ANDEREN in deze situatie verzeild geraken. Een moord is een moord en de pijn blijft dezelfde, of die nu gepleegd wordt door een allochtoon of een autochtoon. Het dient voor eens en voor altijd duidelijk te zijn dat we met hokjesdenken (Wij-Zij, legaal-illegaal, ...) niets te winnen hebben, enkel te verliezen. Criminaliteit is criminaliteit. Wordt het verhaal van deze Polen een start om de polarisering te stoppen?  [i] De Standaard, 19 april 2006: Het failliet van een crimineel gedoogbeleid [ii] De bewuste uitspraken pleegt Belien op zijn webstek: Brussels Journal. Bart Brinckman brengt hierover verslag uit in De Standaard, 25 april 2006: Belien verklaart oorlog aan de roofdieren.

http://www.kifkif.be/actua/de-moord-op-ons-geweten