De Ogen van Oedipus

11-11-2011 | O.

Wie vrijwillig meegaat, wordt door het noodloot begeleid; wie zich verzet, wordt erdoor meegesleurd.
Seneca.

Vooraf krijgen we een inleiding. De spreker, muziekkenner Jan Vandenhouwe, zegt dat deze opera, de Oedipus van Enescu, “een synthese van Europa” is, tot mijn absolute verbazing. Ik bedoel, Oedipus is toch nog altijd een verhaal over incest en vadermoord; hoe kan dat een samenvatting van Europa zijn? Zoiets hoor je toch niet vaak. Ik moet dus kijken naar Oedipus als een Europees verhaal bij uitstek, maar… hoe kan dat zijn? Want, voor alle duidelijkheid, Vandenhouwe heeft het niet alleen over de muziek van de Roemeense componist die invloeden uit alle hoeken van Europa in een coherent geheel liet samensmelten, maar ook over het verhaal dat, volgens het boekje van de voorstelling, over principes gaat die de geschiedenis van het Westen kenmerken.

Bij het eerste bedrijf wordt het duidelijk: na de geboorte van de nog naamloze prins van Thebe, onthult het Orakel het lot, in een griezelig lage toon: het kind zal zijn vader, de koning, vermoorden, en zijn moeder zal zijn kinderen baren.

“Horreur!”, zingt het volk van Thebe in koor. “Horreur!”.

De oplossing is eenvoudig: het kind moet vermoord worden. “Helaas!”, schreeuwt het laffe volk van Thebe. We kunnen niets anders doen. We moeten een onschuldige baby doden. “Helaas!”.

Maar het lot wil dat Oedipus toch verder leeft in een ander land, waar hij, jaren later, hetzelfde omen te horen krijgt. Uit liefde voor zijn ouders verlaat hij zijn vaderland. En het is dan dat Oedipus zijn lot tegenkomt: hij vermoordt zijn echte vader in een gevecht (wettige zelfverdediging, dus) en in een poging om een stad te redden verslaat hij de terroriserende Sfinx en krijgt hij zijn fatidische prijs: hij mag trouwen met zijn echte moeder.

Het verhaal is dus, effectief, een synthese van Europa: het is het verhaal van het eeuwige conflict tussen het lot en de menselijke wil. Eén van de filosofische kwesties die aan de basis ligt van de westerse beschaving is de strijd om meester te worden over de eigen toekomst, over het lot. En één van de terugkerende paradoxen is dat elke natuurramp, elke oorlog, elke zinloze misdaad ons eraan herinnert hoe machteloos wij zijn…

Het is omwille van Vandenhouwes inleiding, omwille van het lot, dat ik mezelf geforceerd zie om Oedipus te plaatsen in de context van de krantenkoppen van vandaag. Het is daarom dat ik zie dat het Europese volk nog altijd bang is van het lot. Het is daarom dat ik zie dat het Orakel nog altijd de ondergang van Europa voorspelt, deze keer in handen van een toenemende stroom van migranten.

“Horreur!”, schreeuwt het koor. En er is geen andere oplossing: hoe onmenselijk het ook kan zijn, “illegale” migranten moeten het land verlaten. Zelfs als het over een kind gaat dat even lang in Nederland gewoond heeft als in zijn toevallige geboorteland Angola.

“Helaas!”, schreeuwt het koor. De wet is de wet. Niets aan te doen, we moeten een kind deporteren. En hoewel Barroso de Slovaken terug kan roepen als zij ineens niet in staat zijn om Oh, arm Griekenland te steunen; hoewel Europa een referendum (!) in Griekenland in een oogwenk kan vermijden, is er nu geen Europees fluitje dat Wilders & co kan tegenhouden. “Helaas!”.

Europa wil aan het lot ontsnappen. Aan een toekomst (heden, eigenlijk) met migratie als norm. En de eventuele deportatie van Mauro zou een sterk signaal sturen aan de wereld. Maar Oedipus, het onschuldige instrument van het lot dat in elke gedeporteerde illegaal leeft, zal terugkeren in de vorm van miljoenen die op zoek gaan naar een betere toekomst, die van oorlog moeten vluchten, die uit de klauwen van de dood moeten ontsnappen, die uit liefde alle hindernissen willen overwinnen…

Als we aan Oedipus denken, wordt onvermijdelijk het wanhopige beeld opgeroepen van een man die zijn eigen ogen uitsteekt. Is het een toeval dat, als we aan Mauro denken, het wanhopige beeld wordt opgeroepen van een kind dat met tranen in zijn ogen achttien is geworden?

In de opera van Enescu vraagt de Sfinx: “Noem in het immense heelal, klein door het Noodlot, iemand, noem eens iets dat groter dan het Noodlot is!”, waarop Oedipus luidop antwoordt: “De mens! De Mens is sterker dan het Noodlot!”. De Sfinx sterft, maar in haar doodskreet waarschuwt zij dat “de toekomst zal zeggen of de stervende Sfinx huilt om haar nederlaag of lacht om haar overwinning…”

De westerse beschaving schenkt een enorm belang aan de vrije wil, aan de mogelijkheid die elke persoon moet hebben om zijn toekomst te bepalen, om groter te zijn dan het lot.

Maar dat geldt niet voor Mauro. Mauro moet voor de tweede keer zien dat we machteloos zijn tegenover het lot. Mauro moet de Sfinx nog eens zien lachen… De tijd zal uitwijzen of hij groter is dan zijn lot. En de tijd zal uitwijzen of Europa aan haar lot kan ontsnappen.


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De Opera kan je hier integraal bekijken tot 2 december 2011

Orlando Verde is geboren in Venezuela in 1977, maar woont in Antwerpen sinds 2001. Hij is informaticus van opleiding en schrijft en maakt films af en toe. Eigenlijk vertelt hij vooral graag verhaaltjes.

Eerdere publicaties:

'The Eighties'

http://www.kifkif.be/actua/de-ogen-van-oedipus