De stem van het volk in een democratie: een contradictie in terminis (deel 2)

Politici moet je politiek laten bedrijven. Je zegt toch ook niet tegen een loodgieter hoe hij zijn werk moet doen?

Anton C. Zijderveld is emeritus hoogleraar sociologie in Rotterdam en gastprofessor in Montreal, Osaka en München. Hij schreef een essay over de populistische politiek van Fortuyn, Wilders en Verdonk in buurland Nederland en noemde het Populisme als politiek drijfzand. Dit is het vervolg op een reeds verschenen interview met hem. Hier lees je het eerste deel. 

Kif Kif: Populisten dansen op drijfzand. Want de parlementaire democratie beschermt ons tegen onszelf en we worden dat geroep op den duur beu?

Ja. Ik heb soms ook populistische neigingen en emoties. Mij irriteren bepaalde dingen ook. Maar in een systeem van echte parlementaire democratie worden die irritaties idealiter geabsorbeerd. Veel uitingen van onvrede en radicale neigingen worden dan onschadelijk gemaakt. Onlangs zei een (zeer populistisch) mens dat op straat geïnterviewd werd over Wilders: “Hij moet eens ophouden over de islam – het wordt zo langzamerhand vervelend”. Het wordt een cliché dat hij rondstrooit: de islamisering, de zogenaamde ondergang van de westerse wereld. Daar gelooft niemand op den duur meer in. Als hij dat niet dat niet meer kan gebruiken, dan wijzigt hij zijn koers en gaat hij tegen Europa in.

Kif Kif: Een reserve-zondebok dus…

Juist, en dat discours neemt nu toe: het voeden van het nationalisme. We moeten weer terug naar de gulden, we moeten weer achter gesloten grenzen... Maar de kern is dezelfde: “wij” versus “zij”. En zij zijn dan de zondebokken die het hier allemaal fout doen, en waar wij tegenin gaan. Heel ongenuanceerd.

Kif Kif: U maakt in uw essay een duidelijk onderscheid tussen integratie en assimilatie. Wat is dat dan?

Integratie is bijvoorbeeld het leren van de taal. Dat is belangrijk want anders kun je niet meedoen aan de economie. Je moet ook werk hebben, dus dan wordt een goede scholing en opleiding belangrijk. En je moet je aan de grondwet houden. Je mag hier niet gediscrimineerd worden, maar dus ook niet discrimineren. Daar moet er gedeeltelijke assimilatie verwacht worden, en we moeten er fel tegenin gaan als dat niet gebeurt. Deze gedeeltelijke assimilatie, oftewel integratie, wordt vaak verward met totale assimilatie: je geheel uitleveren aan de nieuwe samenleving en de waarden en normen daarvan. Maar ik vind dat mensen er gerust een eigen taal naast mogen hebben, of dat nu Turks is, of Arabisch, of weet ik wat. En eigen ceremonies, eigen godsdiensten… daar moet je van af blijven.

In Amerika heb je de hyphenated American, of een Amerikaan met een koppelteken. Wat we in Nederland hebben, noem ik koppelteken-Nederlanders. Dat zijn allemaal Nederlanders, zij het met een Turkse, Marrokkaanse of Surinaamse achtergrond. De burgemeester van Rotterdam [Ahmed Aboutaleb, nvdr] is bijvoorbeeld een prima Nederlander. Met wortels in Marokko, maar why not?

Kif Kif: U noemde daarjuist onderwijs als belangrijke factor in de integratie…

[met overtuiging] O, ja. En ook dat zie je succesvol verlopen. Op de universiteit zijn veel moslims – en dan voornamelijk moslima’s – zeer succesvol. Ze werken hard en zijn goede studenten. Dat is tevens ook emancipatie. Kijk, het gaat eigenlijk voortreffelijk met de integratie van “die” moslims hier in Nederland. De tweede en derde generaties integreren heel soepel. De enkele, zonderlinge jihadisten die er zijn, worden goed in de gaten gehouden door de veiligheidsdiensten, eventuele haatpredikers in moskees hebben eigenlijk ook weinig invloed. [Gaat verder op cynische toon] Dan kun je je wel druk gaan maken over hoofddoekjes op straat, maar ja…

Kif Kif: Hoe gaat u van daar naar de aristocratie van de geest? 

In de jaren 50 bestond er een eenvormige elite. Het waren mannen, uit goede gezinnen, die vaak van adel waren. Zij maakten – via de verzuiling – uit hoe het er in Nederland aan toe ging. Dat is gelukkig voorbij. Mijn stelling is dat je niet één elite moet hebben, maar meerdere. We moeten dus naar een meervoud. Overal – in de vakbewegingen, in de kerken, in de organisaties, in de samenleving, in de universiteiten en in scholen in het algemeen – moet je zorgen dat je leidinggevende figuren hebt. Mensen die op het goede moment goede ideeën hebben. Mensen die managementkwaliteiten hebben, die goed kunnen besturen. Mensen waar je als jonge man of vrouw naar op kunt kijken en die je uitdagen om op een bepaald niveau te komen.

Aristocratie is een woord dat populisten haten. Ze háten elites. Maar als je ze niet hebt, zegt Thorbecke, dan heb je een romp zonder hoofd. Dat is het griezelige én paradoxale van populisme: ze willen een romp zonder hoofd, maar lopen ondertussen wel achter één leider aan. Want die zegt zogenaamd waar het op staat. In de aristocratie van de geest moet je mensen laten doen waar ze zich in gespecialiseerd hebben. Mensen die van beroep politici zijn, moet je politiek laten bedrijven – en je moet je daar niet constant mee gaan bemoeien. Je zegt toch ook niet tegen een loodgieter hoe hij zijn werk moet doen?

Kif Kif: Wat is de rol van de media in dit hele verhaal? Je moet tegenwoordig alles kunnen twitteren, het moet snel gaan en kort en krachtig gezegd worden…

Ik ben er niet negatief over. Zoals je ziet in vroegere dictatoriale regimes, zoals in Egypte, heeft het soms een positieve invloed. Maar het kan ook negatief uitwerken. De media hebben natuurlijk bijgedragen aan het uitdijen van de populistische olievlek. Ik noem populisme een uitdijende olievlek, omdat het ook in andere partijen doordringt. Ze moeten wel meedoen met die hype om in de formats van de media te passen. Een goede denkoefening is hier: denk aan de media in de tijd van Hitler. Goebbels en hij zouden er dankbaar gebruik van hebben gemaakt – maar hun tegenstanders waarschijnlijk ook. Het is dus moeilijk vast te stellen of het goed of slecht is.

Kif Kif: Dan hangt het dus af van hoeveel aandacht elke partij krijgt. Zijn de media dan wel een goede bron van objectieve informatie? 

Ook dit is moeilijk vast te stellen. In deze tijden zijn mensen wat meer op zichzelf teruggeworpen, ze zijn individualistischer. In de media vertaalt zich dat naar de verheerlijking van de persoon. Uitstraling en charisma worden heel belangrijk. Televisie speelt daar een heel grote rol in. Je moet als politicus scoren op TV, en je krijgt daar ook lessen in. Goed overkomen betekent korte zinnen gebruiken, kort door de bocht gaan, niet te ingewikkelde informatie geven…er is dan geen plaats meer voor nuance.

Kif Kif: Weer een paradox dus: want in de politiek gaat het om nuance, maar in de media is nuance funest.

Juist. Ik heb – twee jaar geleden al – een stuk geschreven in Het Financieele Dagblad: Wilders moe. Die man kwam mij de strot uit – dat gezicht, en die geblondeerde haren…ik had er genoeg van. Maar hij is voortdurend op de televisie, de laatste twee jaar zelfs constant. De media zijn gék op zijn smoel. Maar.....ook dát slijt.

 

 

http://www.kifkif.be/actua/de-stem-van-het-volk-in-een-democratie-een-contradictie-in-terminis-deel-2