De verhouding tussen de N-VA en de islam

08-11-2013 | AHA

Als de N-VA het over de islam heeft, dan hanteert ze een etnisch-religieus discours. Zo worden relletjes, betogingen en criminaliteit als een louter cultureel probleem gezien.

“Cultuurrelativisme deugt niet, wij zijn superieur!” Dit is wat het boegbeeld van het Vlaams nationalisme Bart De Wever besluit in één van zijn artikelen dat tot op heden nog op de website van zijn partij staat.(1) Als De Wever tegen ‘cultuurrelativisme’ fulmineert, dan situeert hij zich in een lange rechtse traditie die cultuuruniversalisme begrijpt als ‘onze waarden’ zijn beter, superieur aan die van andere volkeren of religieuze gemeenschappen. Deze uitspraken en nog meer zullen een heldere kijk geven op hoe de N-VA de islam percipieert en interpreteert.

Als de N-VA het over de islam heeft, dan hanteert ze een etnisch-religieus discours. Zo worden relletjes, betogingen en criminaliteit als een louter cultureel probleem gezien. Bart De Wever ziet de oorzaak van deze problemen onder andere in “de cocktail van een soort religieus fatalisme, ons westers vrijheidsideaal en een sociologisering van de maatschappij waarbij iedereen product én slachtoffer is van omstandigheden”. Deze mix “leidt bij een aantal allochtonen blijkbaar tot een situatie van schuldloosheid en gewetenloosheid”.(2) Deze disharmonie in de samenleving is vooral te wijten aan de ‘moreel hypocriete linkerzijde’. Door hen denken allochtone moslims dat ze zich alles kunnen permitteren, “want zij worden door de linkse kerk graag in hun slachtofferschap bevestigd en gekoesterd”.(3) 

De N-VA verwijt ook de linkse kerk de Vlaamse identiteit te hebben verloochend en te hebben gereduceerd tot een non-identiteit – zoals Bart De Wever dat noemt –. Deze non-identiteit vloeit voort uit het cultuurrelativisme dat zo ‘kenmerkend’ is voor de linkerzijde en zou ook aan de basis liggen van onze samenlevingsproblemen. Deze non-identiteit wordt problematischer wanneer allochtone jongeren kiezen voor “een sterke beleving van de eigen culturele identiteit”. Deze laatste stelling verklaart volgens de N-VA dan ook de groeiende ‘angst en het onbehagen’ in Europa ten aanzien van moslims en de islam.

De beleving van de islam staat volgens Bart De Wever ook haaks op volwaardig burgerschap, want de islam bepaalt “[…] nog werkelijk de moraal […] van de gelovigen […]”(4) waardoor “die zich wegtrekken van de volle beleving van grondrechten en –vrijheden”.(5) BDW gaat zelfs een stapje verder. De islam weerhoudt niet alleen de doorsnee moslim(a) van de volle beleving van grondrechten en –vrijheden, volgens hem is terrorisme intrinsiek aan de islam: “De opeenstapeling van moslimterreur maakt het echter steeds moeilijker te geloven dat het alleen maar om een uitwas van de islamitische wereld gaat. De twijfel groeit en daarmee de connotatie van de islam an sich met achterlijkheid.”(6)

Er moet dus gewerkt worden aan de normloosheid of normdeficiëntie bij moslims; laten we stellen dat ze heropgevoed moeten worden in de westerse verlichtingswaarden. Daarom deelt Bart De Wever dezelfde mening als Luckas Vander Taelen, namelijk dat de autochtone Vlaamse samenleving haar waarden moet opdringen aan moslims. Sterker nog, BDW vindt dat niet genoeg: “We moeten een stap verder durven gaan: essentiële waarden overdragen lukt maar als je die als samenleving zelf koestert. De vervanging van de publieke moraal door een cultuur van absolute zelfbeschikking, […], heeft zeker niet geholpen”.(7) De volgende uitspraak van BDW legt de vorige haarfijn uit: “De beste en meest natuurlijke weg naar harmonie loopt over een geruisloze en voortdurende assimilatie.”(8)

 

N-VA en godsdienstvrijheid voor moslims: publieke cultuur versus private cultuur

 

Wat bedoelt de N-VA eigenlijk met publieke moraal? Geert Bourgeois, een ander boegbeeld van het Vlaams nationalisme, maakt een onderscheid tussen de publieke cultuur en de private cultuur. Deze tweedeling vormt één van zijn vertrekpunten in zijn inburgeringsbeleid. Hij zegt: “We kunnen het debat alleen aangaan als iedereen het onderscheid tussen private culturen en de publieke cultuur erkent.”(9)

Wat de publieke cultuur juist inhoudt, legt minister Bourgeois in een andere uitspraak uit: “Het blijft echter van doorslaggevend belang dat wie in Vlaanderen woont de Vlaamse publieke cultuur erkent en zich engageert om eraan deel te nemen.”(10) De Vlaamse autochtone cultuur erkennen en eraan deelnemen is op zich niet problematisch. De vraag natuurlijk is wat die Vlaamse cultuur juist is? Is dat de cultuur van De Wever? Is dat de cultuur die Filip De Winter uitdraagt of die van Guy Verhofstadt? Gaat het over de waarden die ex-Fortisman Maurice Lippens uitdraagt? Aan welke cultuur moeten we werkelijk deelnemen?

Het arbitraire van dergelijke uitspraken wordt pas duidelijk als we trachten uit te zoeken hoe dat concreet gemaakt wordt. Eenmaal dat we naar dat concrete niveau gaan, dan zien we dat de uitspraak van Bourgeois wel degelijk problematisch is. Neem dit voorbeeld van Bart De Wever in het kader van de beleving van de islam in Vlaanderen: “De vrijheid van godsdienst en overtuiging is een grondrecht, maar de uitoefening daarvan in de publieke cultuur moet afgewogen worden in functie van het algemeen belang. Een samenleving functioneert nu eenmaal niet als optelsom van individuele vrijheden.”(11)

Deze uitspraken zijn problematisch omwille van 2 redenen.

1) Op de eerste plaats staat de uitspraak “Een samenleving functioneert nu eenmaal niet als optelsom van individuele vrijheden” haaks op het verlichtingsdenken. Volgens sommige verlichtingsfilosofen, waaronder de gematigde verlichtingsfilosoof John Locke, staat het individu centraal in de samenleving. Hij roept op tot tolerantie. Het behoort tot zijn of haar vrijheid om geheel zelfstandig voor een eigen overtuiging te kiezen en die in de openbare ruimtes te beoefenen. De uitoefening daarvan mag volgens het verlichtingsdenken dus niet gekoppeld worden aan wat de N-VA de ‘publieke cultuur’ noemt (wordt ook weleens het ‘draagvlak’ of het ‘algemeen belang’ genoemd, allemaal synoniemen voor de autochtone blanke meerderheid).

2) Op de tweede plaats dient de staat, alweer volgens Locke, zich alleen te mengen in burgerlijke zaken, niet in religieuze zaken: “De kerk zelf staat volkomen los van het gemenebest en is iets volkomen anders. De grenzen aan beide zijden staan vast en zijn onwrikbaar.”(12) Merk op dat Locke met ‘church’ ook naar het jodendom en de islam verwijst. De radicale verlichtingsfilosofen, degenen die de mensenrechten en democratie gegeven hebben, gaan nog verder. Zij benadrukken dat vrijheid van religie geen zaak is van tolereren, maar van rechten. De vrijheid om je religie te belijden en te beleven, ook in de openbare ruimte, is voor hen een onvervreemdbaar mensenrecht. Het is dat recht dat er voor zorgt dat je in een democratie je religie vrij kan belijden, zolang je er geen rechten van anderen mee schaadt, zonder dat de staat daar iets over kan zeggen. De Wever stelt hier dus dat de vrijheid van godsdienst voor moslims niet absoluut is. De N-VA echter is de mening toegedaan dat de scheiding tussen kerk en staat, als het de moslims aangaat, ingeperkt mag worden wegens ‘het speciale karakter’ van de islam. Met andere woorden: zolang er geen ‘draagvlak’ is voor de islamitische praxis, moet de ‘loyale’ Vlaamsgezinde moslim zijn geloof geheel of gedeeltelijk onder publieke en/of politieke dwang opgeven. Zo is het eenmaal, want “een samenleving functioneert nu eenmaal niet als optelsom van individuele vrijheden”.

 

N-VA en haar totalitaire interpretatie van publieke- en private sfeer

 

Bart De Wever heeft voor de inperking van de vrijheden van moslims een bepaald concept in het leven geroepen, namelijk het concept van de ‘goede en de slechte pragmatiek’.

Volgens hem is pragmatiek deugdzaam als “men er tendensen tot apartheid mee wil doorbreken en de maatschappelijke participatie van de betrokkenen” wil verhogen. Een voorbeeld van ‘goede pragmatiek’, aldus De Wever, is het “opleggen van een strikte neutraliteit aan mensen in loketfuncties”.(13) Er wordt hier natuurlijk verwezen naar het beruchte hoofddoekenverbod, dat hij onderschrijft. Immers, het dragen van een hoofddoek creëert volgens hem een zekere vorm van apartheid. Loyale moslims moeten dus de gedicteerde dominante waarden niet alleen verinnerlijken, hun uiterlijk mag ook niet te opzichtig zijn. Of zoals BDW het zou zeggen: “Een gezonde situatie is dat de private cultuur evident ondergeschikt is aan de publieke cultuur.”(14) We zien hier dus een totalitaire invulling van publiek – privaat. Bovendien behoort deze dichotomie tot het zuivere antiverlichtingsdenken, aldus Ico Maly, die benadrukt dat in het verlichtingsdenken publiek en privé geen ondergeschikten van elkaar zijn, maar aparte ruimtes met andere regels.

Laten we even teruggaan naar het concept ‘goede en slechte pragmatiek’. De ‘goede pragmatiek’ hebben we al uitgelegd. Wat verstaat men dan onder ‘slechte pragmatiek’?

De polemiek rond halalvlees belichaamt volgens hem de ‘slechte pragmatiek’, want de discussie daaromtrent is een “politiek opbod om bepaalde bevolkingsgroepen te charmeren”. Verder zegt hij: “De Arabische en Arabisch-Franse halalcertificaten bewijzen hoe ver men al voorbij de grenzen van gezonde pragmatiek was.”(15)

Godsdienstvrijheid of de keuze om te eten wat je wilt, wordt hier dus ook als apartheid gezien, een rem op volwaardig burgerschap. Daarom denk ik dat de N-VA in de toekomst ook het dossier Ritueel Slachten zal afdoen als iets dat ondergeschikt is aan de ‘publieke cultuur’, iets waar geen ‘draagvlak’ voor is. Ik zie de komende jaren alvast geen beterschap in dit dossier.

 

Is de huidige visie van Vlaams nationalisme compatibel met de islam?

 

De laatste vraag die ik me stel, is hoe de moslims de komende jaren en decennia zich tegenover het Vlaams nationalisme, zoals vandaag de dag door de N-VA gedefinieerd, zullen opstellen. De hedendaagse definiëring is alvast incompatibel met de islam en met wat de overgrote meerderheid van de moslims denken en willen. De extreem kleine minderheid daarentegen die het Vlaams nationalisme predikt binnen de eigen moslimgemeenschappen, komt niet geloofwaardig over! Kortom, er is niet alleen sprake van een asymmetrische verhouding tussen de N-VA en de islam, sociaaleconomisch brengt de rechtse partij voor de moslims ook geen zoden aan de dijk.

Verder bestaat er geen twijfel dat er in de toekomst in België, met inbegrip Vlaanderen, een serieuze demografische verschuiving zal plaatsvinden. Het aantal moslims zal daarbij ook aanzienlijk stijgen. De overgrote meerderheid is momenteel anti-N-VA, maar zal dit zo blijven? Wat zal de N-VA ervoor over hebben om meer stemmen uit die hoek te halen? Zal de N-VA, wanneer de autochtone Vlaming niet meer de meerderheid zal vormen, haar retoriek dermate aanpassen om meer moslimstemmen aan te trekken?

“Als politicus kun je het echter niet maken energie te stoppen in een semantische strijd als die je geen voordeel oplevert. Wie zijn ideeën wil verkopen, moet proberen zijn politiek taalgebruik op te leggen aan de tegenstander. Dat doe je niet door termen te hanteren die je onmiddellijk in het defensief duwen. Vliegen moet je vangen met honing en niet met azijn.” (Bart De Wever, 16 augustus 2003)(16)

Auteur: AHA voor Kif Kif en De Andere Mening

Nota bene: alle citaten in dit opinieartikel komen uit het boek van doctor Ico Maly, N-VA. Analyse van een politieke ideologie.


VOETNOTEN:

(1) http://www.n-va.be/nieuws/opinie/cultuurrelativisme-deugt-niet.
(2) De Wever, B., ‘Misdaad en straf in de zaak-Guido Demoor’ (p. 154-156). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Morgen, 2 juli 2007).
(3) Ibidem.
(4) De Wever, B., ‘Consequent zijn over religies’ (p. 144-146). In De Wever, B., Werkbare Waarden. Kalmthout: Pelckmans. (in De Standaard, 19 oktober 2010).
(5) Ibidem.
(6) De Wever, B., ‘9-11’ (p. 43-45). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Standaard, 8 november 2004).
(7) De Wever, B., ‘Sociaal houvast’ (p. 116-118). In De Wever, B., Werkbare Waarden. Kalmthout, Pelckmans. (in De Standaard, 2 februari 2010).
(8) De Wever, B., ‘Zalven als het kan, slaan als het moet’ (p. 87-89). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Morgen, 3 juli 2006).
(9) Bourgeois, G., ‘Beleidsnota Inburgering & Integratie 2009-2014’. http://www.geertbourgeois.be/beleid/inburgering.
(10) Ibidem.
(11) De Wever, B., ‘Dovemansgesprekken over de hoofddoek’ (p. 148-150). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Morgen, 22 mei 2007).
(12) Locke, J., A letter Concerning Toleration (p. 123-124). Indianapolis: Hackett Publishing Company.
(13) De Wever, B., ‘De ongezonde pragmatiek van de halaldiscussie’ (p. 136-138). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Morgen, 26 februari 2007).
(14) De Wever, B., ‘Eenzijdige onzin’ (p. 150-152). In De Wever, B., Werkbare Waarden. Kalmthout: Pelckmans. (in De Standaard, 16 maart 2010).
(15) De Wever, B., ‘De ongezonde pragmatiek van de halaldiscussie’ (p. 136-138). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Morgen, 26 februari 2007).
(16) De Wever, B., ‘Intellectuele eerlijkheid’ (p. 16). In De Wever, B., Het kostbare weefsel. Vijf jaar maatschappijkritiek. Kapellen: Pelckmans. (in De Standaard, 16 augustus 2003).
 

http://www.kifkif.be/actua/de-verhouding-tussen-de-n-va-en-de-islam