De Witte Blik

02-05-2016 | Mugen Morales

In 2014 kreeg VRT-journalist Peter Verlinden een platform toen in volle verkiezingstijd het woord “negers” op zijn gevel was geschreven, hij heeft een Rwandese vrouw.

In De Standaard van 26 april 2016 getuigt Peter Persyn, een witte man, over het racisme dat zijn kinderen en Congolese echtgenote ondergaan. Het is niet de eerste keer dat een witte man komt opdraven om in de naam van het slachtoffer  over racisme te spreken. In 2014 kreeg VRT-journalist Peter Verlinden een platform toen in volle verkiezingstijd het woord “negers” op zijn gevel was geschreven, hij heeft een Rwandese vrouw. Opmerkelijk en problematisch is dat we de slachtoffers in kwestie weinig of nooit te horen krijgen en sterke, prominente stemmen uit de Sub-Sahara Afrikaanse gemeenschap amper aan bod komen in mainstream media. Die stemmen zijn nochtans talrijk aanwezig.

Kruispuntdenken

Om verder in te gaan op het problematische van die berichtgeving is dat het niet alleen een witte man is die voor een Sub-Sahara Afrikaanse vrouw spreekt, maar eveneens een man is die voor een vrouw spreekt. Er spelen hier twee verschillende machtsverhoudingen en privileges, meerbepaald gender en etniciteit. Als we dit ordeningsprincipe hanteren is de kloof tussen Peter Persyn en zijn echtgenote (en kinderen) groot. Peter Persyn vertegenwoordigt de norm en zijn ervaring met racisme en discriminatie wordt dusdanig vanuit die positie bekeken. Hij ziet het bijvoorbeeld op termijn goed komen, samenleven met andere kleurtjes en culturen, waarna hij pleit voor blijvende aandacht en gevoeligheid en het verplaatsen in de andere. Dat goed komen is echter niet weggelegd voor deze generatie, de generatie voor ons en die na ons. Goed komen is niet enkel zichtbaar racisme wegwerken maar het institutioneel racisme aanpakken en de positie van de norm in vraag stellen. Goed komen laat de opgedane trauma’s niet zomaar verdwijnen. Goed komen is het koloniaal verleden en gedachtengoed onder handen nemen en durven spreken over een Congolese holocaust, en dit op scholen onderwijzen en werken aan een systeem waarin discriminatie op basis van etniciteit, gender, klasse, seksuele oriëntatie, leeftijd, ... niet langer bon ton zijn. M.a.w. een regering, media en werkvloer die de maatschappelijke realiteit heeft ingehaald.

Het interview verscheen in De Standaard, een krant met een 100% witte redactie. Bij De Morgen hetzelfde verhaal, de dominerende witte blik op de ‘ander’ en beslissingen die vanuit die blik genomen worden rond artikels, recensies, interviews, opiniestukken,etc.

Als we het dominante narratief willen doorbreken moeten we blijven hameren op de noodzaak van een superdivers (waarmee ik eigenlijk intersectioneel bedoel) verhaal. Wanneer een witte journalist vraagt “waar zitten jullie?” (de zoveelste versie van “we bereiken ze niet”) spreekt dit boekdelen over de manier waarop er naar “ons” gekeken wordt. Ontmoetingen worden safari’s en een soms onaangename uitstap uit de comfortzone voor de norm wanneer “we” niet aan de verwachtingen voldoen. Misschien dat we daarom Peter Persyn voorgeschoteld krijgen om over racisme en discriminatie te spreken. Hij is objectief, neutraal, rationeel, heeft feiten en kennis van zaken. Wij zijn subjectief, te persoonlijk, emotioneel, hebben enkel opinies en onze ervaringen.  Herleidt naar wachten tot het goed komt, en dit blijven herhalen tot je het zelf gelooft. 

 

http://www.kifkif.be/actua/de-witte-blik