Dezelfde fouten, 50 jaar later?

In plaats van extra middelen in te zetten in de structuren voor opvang van asielzoekers en andere nieuwkomers, doen we alsof we ons kunnen afzonderen van een wereld in beweging

Grenzen houden mensen niet tegen: als je gevaar loopt of als je honger lijdt, zal je een manier vinden om elders een veilige toekomst te zoeken voor jezelf en de jouwen. Hindernissen houden mensen niet tegen: als treinen en bussen worden afgeschaft, wandelen mensen desnoods naar hun bestemming. Regels houden de solidariteit van mensen niet tegen: als je bijvoorbeeld Hongarije te voet moet doorkruisen, zullen mensen hulp bieden, desnoods met hun eigen auto’s, zelfs op risico van ernstige beschuldigingen.

De solidariteit van de Europeanen heeft de aarzeling, de ontkenning en in sommige gevallen ook het egoïsme van Europese overheden pijnlijk zichtbaar gemaakt. Daar waar men leugens verspreidt over ‘het niets kunnen doen’ of ‘het al genoeg te hebben gedaan’, antwoorden burgerorganisaties met cijfers die aantonen hoe weinig Europa doet in vergelijking met andere, armere landen en in verhouding met de eigen bevolking en middelen. Daar waar de overheid mensen op straat laat staan, ontstaat een golf van solidariteit en een overvloed aan tenten, kledij, voedsel en wat ook nodig is om mensen die het heel moeilijk hebben te helpen. Daar waar het bestuur sugereert dat vol vol is, stelt men desnoods zijn eigen huis ter beschikking voor de opvang van mensen in nood.

Mensen zijn niet bang om te helpen. Overheden lijken integendeel bang te zijn om afgerekend te worden door de weliswaar groeiende golven van nationalisme en xenofobie die het continent ook in zijn greep houden. Bij ons komen politici aanzetten met (zelfs onwettelijke) voorwaarden en voorstellen die nog meer ongelijkheid zouden veroorzaken.

Het conflict in Syrië is al jaren aan de gang zonder enige oplossing in het vizier. Andere conflicten en gewone armoede teisteren ook andere landen en regio’s. Men waarschuwt al lang dat zulke conflicten overal in de wereld mensen in nood naar onze contreien leiden. Men ‘waarschuwt’ niet omdat we er bang voor moeten zijn, maar omdat we ons moeten voorbereiden om hen correct op te vangen. Extra opvangplaatsen hadden al lang moeten worden gecreëerd maar in plaats daarvan bouwden we de opvangcapaciteit af en ging de steun naar professionele opvangorganisaties achteruit. In plaats van extra middelen in te zetten in de structuren voor opvang van asielzoekers en andere nieuwkomers, doen we alsof we ons kunnen afzonderen van een wereld in beweging.

Is dat niet wat 50 jaar geleden al eens gebeurde? Ontkende het bestuur toen ook niet de noden van de nieuwkomers, met de hoop dat ze zouden vertrekken? Schoten toen de mogelijkheden om de taal te leren ook al niet tekort? Faalden we toen ook al niet in de versterking van antiracistische en antidiscriminatiemechanismen die de gelijkheid van alle burgers in het land zouden garanderen, ongeacht groepskenmerken? Negeerden we toen ook al niet enkele elementaire noden zoals de mogelijkheid om je religie te beleven of een correcte begeleiding van migranten en hun gezinnen?

Als de overheid vandaag, net zoals 50 jaar geleden, tekort schiet, zullen gewone mensen hun best doen om die lacunes op te vangen. De vraag is of dat de bedoeling is. De vraag is of mensen die niet opgeleid zijn om (mogelijk getraumatiseerde) vluchtelingen op te vangen, of om taallessen te geven aan anderstaligen die vaak zelfs een ander alfabet kennen, die gevoelige verantwoordelijkheden mogen opnemen. Moet het bestuur de gastvrijheid van de burgers niet zelf vertalen in doeltreffende handelingen?

Wat op het spel staat is de frustratie om binnen 50 jaar terug te kijken naar vandaag en nog eens de schuld te leggen bij het bestuur omdat er, in plaats van een correcte en respectvolle opvang van migranten te hebben georganiseerd, gedaan werd alsof ze groter waren dan de mens, alsof ze met grenzen, regels en hindernissen, de geglobaliseerde realiteit van onze wereld konden tegenhouden.


 

http://www.kifkif.be/actua/dezelfde-fouten-50-jaar-later