Diversiteit in integratie. Een evaluatie van de vormgeving, efficiëntie en effectiviteit van het Vlaamse inburgeringsbeleid

18-02-2009 | Peter De Cuyper & Johan Wets

Als een gevolg van de toenemende globalisering van de samenleving, bevorderd door de nieuwe communicatietechnologie, de toenemende economische ongelijkheid en demografische onevenwichten, verlaten mensen hun land en gaan hun geluk elders opzoeken.

Kernvraag voor dit evaluatie-onderzoek is de vraag in welke mate het Vlaamse inburgeringsprogramma effectief en efficiënt is.De toename en verscheidenheid van migratiestromen, zijn redenen voor Castles en Miller (1993) om de late 20ste eeuw als ‘the age of migration’ te bestempelen. Als een gevolg van de toenemende globalisering van de samenleving, bevorderd door de nieuwe communicatietechnologie, de toenemende economische ongelijkheid en demografische onevenwichten (Wets, 1999), verlaten mensen hun land en gaan hun geluk elders opzoeken. Hun profiel differentieert zich van vorige migratiegolven: ze zijn afkomstig uit een grotere verscheidenheid aan landen en etnische groepen, jonger en vaker dan voorheen van het vrouwelijke geslacht (Collinson, 1994). Deze migratiestromen zijn ook in Vlaanderen waarneembaar: Vlaanderen ontvangt jaarlijks meer dan 20 000 nieuwkomers. Immigratie maar ook en vooral de integratie van nieuwkomers kwam dan ook hoog op de politieke agenda te staan. Deze politieke aandacht resulteerde en werd geconsolideerd via het inburgeringsdecreet dat op 1 april 2004 in werking trad. Concreet wil de Vlaamse overheid aan nieuwkomers die via legale immigratie ons land binnenstromen, de eerste periode van hun verblijf een aangepast onthaal aanbieden. Het vooropgestelde model bestaat uit een primair en secundair gedeelte. Het primaire inburgeringtraject bevat een vormingsprogramma met drie componenten: maatschappelijke oriëntatie, loopbaanoriëntatie en Nederlandse taallessen, ondersteund door trajectbegeleiding. Het primaire traject wordt afgesloten bij de overdracht van de nieuwkomer naar een reguliere voorziening (secundair traject). Kernvraag voor dit evaluatie-onderzoek is de vraag in welke mate dit inburgeringsprogramma effectief en efficiënt is. Deze vraag wordt vanuit twee invalshoeken beantwoord: het institutionele perspectief en het gebruikersperspectief. Dit deelrapport bevat de evaluatie vanuit institutioneel perspectief. De centrale vraag daarbij is in welke mate zowel binnen de lokale organisatorische setting als binnen de concrete uitvoeringspraktijk kwaliteitsvolle trajecten op maat kunnen gegarandeerd worden. Deze vraag wordt beantwoord via een combinatie van casestudies en de analyse van monitoringsdata. Het rapport is ingedeeld in vijf hoofdstukken. In een eerste hoofdstuk schetsen we het decretale kader van het inburgeringsbeleid en de rol die de verschillende betrokken partners daarin dienen op te nemen. Vervolgens staan we in een tweede hoofdstuk stil bij de gehanteerde onderzoeksbenadering en methodologie. De onderzoeksresultaten komen aan bod in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 3 staat het macroniveau centraal. We bespreken enkele kernindicatoren en gaan na hoe de decretale bepalingen op het macro- of beleidsniveau worden vertaald naar concrete richtlijnen voor het meso- en micro-niveau. Het vierde en meest substantiële hoofdstuk beschrijft de uitvoering van het beleid op de werkvloer. Centraal staat daarbij het traject dat de nieuwkomer dient te doorlopen. In een laatste hoofdstuk worden conclusies en voorlopige beleidsaanbevelingen geformuleerd. Op het moment dat het onderzoek werd beëindigd (1 januari 2007) trad een aangepast inburgeringsdecreet in werking. Voor alle duidelijkheid vermelden we dan ook dat de voorliggende evaluatie het ‘oude’ decreet betreft en de periode april 2004 - december 2006 beslaat. Desalniettemin zullen we toch aandacht besteden aan het nieuwe decreet. In hoofdstuk 1 zullen we de wijzigingen bespreken die het nieuwe decreet met zich meebrengt, in de conclusies zal worden nagegaan in welke mate de geformuleerde aanbevelingen geremedieerd worden door het ‘nieuwe’ decreet.

http://www.kifkif.be/actua/diversiteit-in-integratie-een-evaluatie-van-de-vormgeving-efficia%C2%ABntie-en-effectiviteit-van-he