'Diversiteit rond een bestuurstafel levert betere resultaten op' - Interview met Yasmine Kherbache (Sp.a)

11-11-2013 | Youssef Kobo

als je beleidsverantwoordelijkheid hebt, dan vind ik het relativeren van discriminatie grotesk. Omdat je daarmee een zeer negatief signaal uitzendt.

Onlangs publiceerde het Minderhedenforum een onderzoek dat uitwijst
dat er nog steeds te weinig allochtonen in de politiek zijn.

Kif Kif ging op bezoek bij de leading ladies van de Vlaamse politieke partijen

met een migratieachtergrond en bevroeg hen naar hun ervaringen in de Belgische politiek.
Hoe zijn zij in de politiek beland?

Vinden zij dat onze parlementen wat meer kleur/vrouwelijk geweld nodig hebben?

Waar liggen volgens hen de uitdagingen van de multiculturele samenleving?
Hoe kijken zij uit naar de verkiezingen van 2014? Lees het hele dossier hier op Kif Kif 

 

Hoe bent u in de politiek verzeild geraakt?

Yasmine Kherbache: Ik was advocaat in Antwerpen, gespecialiseerd in sociaal recht en intellectueel eigendomsrecht. Ik werd toen vaak door kunstenaars geconsulteerd die problemen hadden met hun statuut. Ik heb heel de beweging rond het kunstenaarsstatuut mee opgestart. Dat was dus een engagement van onderuit in de artistieke sector.

Het was destijds minister Frank Vandenbroucke, die me belde en me vroeg om op zijn kabinet het kunstenaarsstatuut uit te werken. Voor mij lag dat in het verlengde van mijn engagement in het middenveld. Ik ben dan begonnen met Vandenbroucke op federaal niveau toen hij nog minister van werk en pensioenen was. Later ben ik met hem naar het Vlaamse niveau vertrokken waar hij minister van werk en onderwijs werd. Ik ben opgeklommen van raadgever tot adjunct-kabinetschef en kabinetschef bij Ingrid Lieten en nu kabinetschef voor premier Elio Di Rupo.

Ik heb altijd achter de schermen gewerkt, ik voelde me daar zeer gelukkig. Tot op een zeker moment waarop Patrick Janssens mij vroeg om op te komen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. Na lang aandringen heb ik toegezegd. Ik heb toen meteen een koppositie ingenomen. Dat is zeer goed meegevallen. Mijn sterke persoonlijke resultaat gaf voldoening, het algemene resultaat was wel iets anders.

Nu ben ik in Antwerpen fractieleider voor mijn partij. We zijn bezig met de partij hier te herstructureren, te verjongen, nieuwe mensen aan te trekken, nieuwe activiteiten op touw te zetten. We proberen meer van onder uit te werken. Wat dus een hele omslag is waar veel bij komt kijken. Zeer boeiend, en het sluit dicht aan bij mijn engagement voor de progressieve beweging die ik nu probeer open te trekken naar alle geledingen van de maatschappij toe.

Waarom zijn er zo weinig verkozen allochtonen?

Ik denk dat allochtone kandidaten nog te weinig verkiesbare plaatsen krijgen. Ik vind dat een partij de grootst mogelijke diversiteit moet nastreven. Dat gaat ook over gender diversiteit, hoog- en laag geschoolden, etc. Ik denk dat we die diversiteit op zoveel mogelijk vlakken moet nastreven.

Anderzijds moeten we ons de vraag stellen of er voldoende instroom is, vinden we genoeg aansluiting bij jongeren die geïnteresseerd zijn in politiek? Ik denk dat we daar nog steeds kunnen spreken van een drempel. Ik was zelf als adolescent totaal niet bezig met partijpolitiek. Ik was wel actief op het terrein met mijn engagement in de wetswinkel en in de kunstensector. In mijn geval was het een minister die mij de politieke wereld binnenloodste. Dan kan je de vraag stellen; hoe zit het met de bestaande kanalen naar de jongeren toe? In Antwerpen hebben we nu de Social Fridays. Dat zijn maandelijkse bijeenkomsten van mensen die geïnteresseerd zijn in het progressieve gedachtengoed. Waar vooral jongeren op afkomen. Een vrij diverse groep. Met deze rechtstreekse contacten proberen wij de drempel ten aanzien van geëngageerde jongeren weg te nemen.

Het is opvallend dat vooral allochtone vrouwen er in slagen door te breken in de politiek, heeft u hier een verklaring voor?

Ik durf daar geen algemene uitspraken over doen. Een mogelijke oorzaak kan liggen in de opvoeding, je ziet het bijvoorbeeld ook in de schoolresultaten. De schooluitval bij jongens is vele hoger dan bij meisjes. Dat zou komen omdat meisjes meer gedreven zijn tijdens hun studieloopbaan. Ze grijpen meer de kansen die er voorhanden zijn. Waarmee ze ook succes boeken, op die manier opvallen en uiteindelijk doorstoten. Het is natuurlijk niet de enige factor die meespeelt.

De eerste horde van allochtone politici waren vooral vrouwen, maar nu begint dat verschil langzaam te verdwijnen. Je ziet dat er steeds meer interesse is in de politiek bij beiden groepen. Steeds meer jongens gaan zich engageren. Ze zijn niet tevreden met hoe de dingen nu lopen, ze willen zaken veranderen. Engagement is een positieve ingesteldheid, in plaats van je af te zetten en af te zonderen. Wat ten aanzien van die jongeren een gemiste kans is. Maar je ziet het langzaamaan veranderen. Zeker als ik naar mijn eigen partij kijk, bijvoorbeeld Paul Beloy, Hicham El Mzairh, Karim Bachar en ga zo maar door.

Het aantal vrouwen in het Vlaams en het Federaal Parlement schommelt rond 30-35%? Hoe staat u daar tegenover?

Hetzelfde als ten aanzien van etnisch culturele minderheden, we moeten daar streven naar een evenredige participatie. Het is al een relatief hoog percentage, maar het kan altijd beter. We beschouwen het nu bijna als vanzelfsprekend. Maar we komen van ver. We moeten als vrouwen waken, en dat geldt voor alle minderheidsgroepen, dat diversiteit een realiteit is in elke geleding. Ik zeg ook altijd dat diversiteit rond een bestuurstafel betere beslissingen oplevert. Daarom dat ik ook tegen het klassieke piramidale beslissingsmodel ben. Een meer horizontale en diverse bedrijfscultuur levert meer gedragen, creatievere beslissingen op.

De stijging van het aantal vrouwelijke parlementsleden is er gekomen dankzij dwingende maatregelen bij de lijstvorming, denkt u dat hierin ook een oplossing schuilt om meer kleur in het parlement te krijgen?

Ik heb de quotaregeling voor vrouwen in raden van bestuur van dichtbij meegemaakt. Dat betekent dan dat je iedereen verplicht om ook aan vrouwelijke kandidaten te denken. Ik ben er voorstander van om dit model open te trekken naar een evenredige participatie, onder de vorm van streefcijfers. Je vertrekt mijns inziens ook best van een positieve incentive. Een negatieve incentive werkt contraproductief, dan krijg je excuuskandidaten om ervan af te zijn, om de sanctie te vermijden. Ik ben daarom eerder voorstander van slimme streefcijfers. We moeten dit proberen na te streven in alle beleidsdomeinen.

Nog belangrijker is het zichtbaar maken van de diversiteit of het gebrek daaraan. Ik ben ook een zeer grote voorstander van de wetenschappelijke praktijktesten en discriminatiebarometers. Omdat het een enorme eye opener kan zijn, of een soort spiegel oplevert voor de samenleving. Wij hebben destijds de discriminatiebarometer ingevoerd naar aanleiding van heel de hetze rond discriminatie in de interim sector. Toen hebben we besloten om een breder beleid rond discriminatie op te zetten dat heel die discriminatieproblematiek beter in kaart brengt en aanpakt. Om te vermijden dat je in welles-nietes spelletjes vervalt. Met de naakte cijfers die die objectivering oplevert, kunnen we de samenleving een spiegel voorhouden en bepaalde discrepanties blootleggen.

Er is weinig animo/draagvlak om discriminatie op de arbeidsvloer, huisvestingsmarkt en in het onderwijs aan te pakken, hoe komt dit volgens u?

Ik zou niet zeggen dat er te weinig animo is, dat lijkt mij te fatalistisch. Ik denk dat er wel een brede beweging bestaat die dat wil bestrijden. Je moet consequent zijn. Elk een moet binnen zijn functie en positie verantwoordelijkheid nemen. Ik zal een voorbeeld geven; als je beleidsverantwoordelijkheid hebt, dan vind ik het relativeren van discriminatie grotesk. Omdat je daarmee een zeer negatief signaal uitzendt. Terwijl je als beleidsverantwoordelijke net moet objectiveren en aanpakken. Je mag het niet minimaliseren, je moet concrete resultaten nastreven op het terrein.

Wat vindt u dan van de uitspraken van Mevrouw Homans “racisme is een excuus voor persoonlijke mislukking” die schepen voor diversiteit is in een stad waar de helft van de jongeren een migratieachtergrond heeft?

Ik vind die uitspraken een schepen onwaardig. Ik vind dat als je die bevoegdheid hebt, je die verantwoordelijkheid moet opnemen. Zij doet het tegenovergestelde en minimaliseert en relativeert racisme. Waardoor het debat uiteindelijk meer gaat over de schepen dan over de doelgroep die je vooruit wilt helpen. Ik streef vanuit mijn functie om het beter te doen en het goede voorbeeld te geven. Ik werk voor een eerste minister die op vele manieren die klassieke rolpatronen doorbreekt. Wij hebben een premier die en migrant en holebi is. Dat is uniek wereldwijd en ik ben daar trots op. Er zijn gelukkig veel succesverhalen, daar moeten wij een voorbeeld aan nemen. Laten we daarop voortbouwen.

Wat zijn voor uw partij de belangrijkste thema’s die aan bod moeten komen in de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar?

We hebben net de zesde staatshervorming gerealiseerd. Nu is het sociaaleconomische beleid prioritair. We moeten ons land uit de crisis halen. We hebben nu dat herstel op gang gebracht. We zitten nu bij de betere leerlingen in Europa. Eind 2011 werden we door de politieke impasse nog aanzien als het Griekenland aan de Noordzee. We hebben ons land op institutioneel en sociaal economisch vlak gestabiliseerd. Nu moeten we daar verder vooruitgang in boeken.

Op het federaal niveau moeten we werk maken van een eerlijke fiscaliteit. We hebben net een zware besparingsoperatie moeten doorvoeren. Die hebben we zo evenwichtig mogelijk gedaan. Door zowel te besparen als te investeren via de nieuwe relancemaatregelen.

Op het Vlaamse niveau is het uitvoeren van de onderwijshervorming cruciaal in combinatie met het in goede banen leiden van de nieuwe bevoegdheden. Om de link te leggen naar diversiteit; ik denk dat we diversiteit in onze samenleving moeten uitspelen als troef. De meertaligheid die hier aanwezig is. We gaan de diversiteit van onze mensen moeten aanwenden als troef, niet alleen cultureel, maar ook economisch.

Er is veel om te doen rond de zoveelste moeder aller verkiezingen, denkt u dat we op een breekpunt staan in de geschiedenis van ons land?

Elke verkiezing is belangrijk natuurlijk. Ditmaal vallen de federale, Vlaamse en Europese verkiezingen samen. In die zin is dat wel een belangrijk kantelmoment. Omdat je dan de keuzes maakt voor de komende vijf jaar en er een zekere electorale rust komt. Je merkt het ook in de politieke debatten die nu plaatsvinden, dat je echt een links-rechts discussie, of progressief-conservatief debat krijgt. En dat stelt natuurlijk de keuzes op scherp. Het is een groot verschil als je de zesde staatshervorming moet uitvoeren met solidariteit als leidmotief dan wel het rechtse 'ieder voor zich' motto. Zeker als je gezinnen die verkeren in bestaansonzekerheid wilt ondersteunen en niet wilt culpabiliseren. We geloven er niet in dat je met mini-jobs of het afschaffen van de index vooruitgang gaat boeken.

We gaan keuzes moeten maken. De arbeidsmarkt wordt binnenkort een belangrijke bevoegdheid op Vlaamse niveau. Hoe ga je dat invullen? Geloof je dan in het in tijd beperken van de werkloosheidsuitkeringen? Denk je dat je jongeren en werkzoekenden zo gemakkelijker aan een job kunt helpen? Of geloof je meer in een intensieve begeleiding en de aanklampende aanpak? Waar je hen wel constant responsabiliseert maar blijft begeleiden in plaats van hen af te schrijven?

 

>>> Lees in dezelfde reeks ook interviews met Meyrem Almaci (Groen), Khadija Zamouri (Open Vld), Zuhal Demir (N-VA) en Nahima Lanjri (CD&V) 

 

http://www.kifkif.be/actua/diversiteit-rond-een-bestuurstafel-levert-betere-resultaten-op-interview-met-yasmine-kherbache