Dom, dom, domme moslimberichtgeving

11-10-2008 | Fouad Ahidar

 Ik voel mij als moslim vaak geviseerd. Alhoewel ik op straat en in de politieke arena een dikke huid gekweekt heb, erger ik mij de laatste tijd meer en meer aan uitlatingen in de media over moslims. Ik heb het hier niet over de expliciet xenofobe of zelfs racistische uitlatingen van extremisten van diverse pluimage, maar over de subtiele vooroordelen waartoe verstandige mensen zich laten verleiden bij het verkondigen van hun opinie. Drie voorbeelden uit de actualiteit van de afgelopen twee weken.

  In een Vlaamse krant (Het Laatste Nieuws van 13 september 2007) wordt gesteld dat moslimmannen vaak weigeren hun vrouw door een mannelijke gynaecoloog te laten behandelen. Die weigering zou - zo suggereert men - door hun geloof ingegeven zijn. Dat zal wel voor enkelen zo zijn, zoals in alle godsdiensten. Maar er wordt zeer snel een veralgemening gemaakt die niet correct is. Ik was dan ook zeer verheugd dat dat de dag erna snel werd rechtgezet door een bericht dat de juiste dimensie van het probleem weergeeft, namelijk: het machogedrag van een jaloerse man. Ik denk dat dat van alle tijden is en eerder een menselijk dan een religieus probleem is. Zullen er onder de moslims meer zo denken dan bij niet-moslims? Misschien wel, misschien niet. Maar het is niet de religie die een probleem vormt, wel het gedrag.   Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs, breekt in Knack een lans voor onderwijs in de thuistaal van de leerling. Vele commentatoren en opiniemakers buigen zich over het onderwerp.

Ten slotte laat een Brussels minister optekenen dat hij geen voorstander is van lessen Arabisch in het onderwijs. Het zou interessant zijn om eens na te gaan waar en wanneer het dubbele misverstand ontstaan is. In de eerste plaats is onderwijs in de thuistaal, zoals wiskunde in het Engels, immers iets anders dan onderwijs van de thuistaal. Voorts is een voorstel om onderwijs in de thuistaal te verschaffen zeker geen pleidooi om alleen het Arabisch als thuistaal te erkennen, wel is het een voorstel om met een bepaalde pedagogie inzake taalonderricht te experimenteren.  

Mijn derde voorbeeld betreft de recente oprichting van een islamschool in Molenbeek, waarover zogoed als de voltallige pers berichtte. Persoonlijk ben ik een voorstander van een pluralistische school waar iedereen zich thuis voelt en dus ook zijn of haar godsdienst of filosofische overtuiging kan beleven. Een aantal scholen kiest er echter voor om leerlingen met een hoofddoek niet meer toe te laten. Zonder mij uit te spreken over de legitimiteit van die beslissing, stel ik vast dat een aantal kinderen daardoor uit de boot dreigt te vallen. Het logische geval daarvan is de oprichting van een 'eigen' moslimschool waar de hoofddoek toegelaten wordt. En waarom zoveel heisa? Wat is vanuit pedagogisch standpunt het verschil tussen een moslimschool en een katholieke school als die beide op een waardevolle, door de overheid gecontroleerde manier kinderen opleiden tot volwaardige burgers in onze democratie? Waarom is de oprichting van een freinetschool een 'verruiming van het onderwijsaanbod' en de oprichting van een islamschool 'dom, dom, dom'?  

Ik geloof niet dat journalisten de zaken bewust verdraaien. Om de lees- of kijkcijfers op te krikken wordt een titel echter nu en dan wel eens aangedikt. Ik heb hier als politicus alle begrip voor. Ook ik werk in een wereldje waar zaken geregeld uitvergroot worden om de aandacht te trekken. Toch krijg ik vaak de indruk dat de termen 'moslim' of 'Arabisch' als goedkope aandachtstrekkers opgevoerd worden om het nieuws sneller te verkopen. Sneller, niet beter dus.  

De koppen van de artikels konden dus evengoed als volgt luiden: "Mannen nog altijd macho in de verloskamer", "Twijfel over plaats van de thuistaal in het onderwijs", "Islamschool zal moeten bewijzen dat ze het kan".  

Ik ben geen communicatiespecialist, maar weet wel dat we zoveel mogelijk ruis in onze boodschappen moeten vermijden. Ruis versmelt immers met de boodschap, zodat op het einde van de rit de boodschap zelf verdampt.  

Het onbegrip neemt grote proporties aan. Niet alleen tussen het zogenaamde separatistische Vlaanderen en het zogenaamde profiterende Wallonië, maar ook tussen de culturele en geloofsgemeenschappen. Ik pleit er dan ook voor om ons bij elke boodschap die we uitsturen de volgende, simpele vraag te stellen: hoe komt dit over bij de mensen waarover ik het heb? Kunnen we zo afspreken?  

Publicatiedatum : 2007-09-25 Bron: www.demorgen.be

http://www.kifkif.be/actua/dom-dom-domme-moslimberichtgeving