
De vereisten voor de erkenning zijn streng en zijn – zeker in Vlaanderen – strenger geworden. Moskeeën die er alsnog in slagen deze te behalen dienen als voorbeeld gelauwerd en niet als profiteurs afgeschilderd te worden.
Op 24 oktober 2011 erkende Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (N-VA) zeven nieuwe moskeeën in Vlaanderen. Deze erkenningen zouden in alle stilte gepasseerd zijn, ware het niet dat er vragen gesteld werden door Vlaams volksvertegenwoordiger Filip Dewinter. Door hun erkenning komen deze moskeeën immers in aanmerking voor belastinggeld, geld uit ieders zak. Ongehoord zo vindt de heer Dewinter. Maar is dit wel zo ongehoord?
Iedereen die ook maar enigszins op de hoogte is van de kerk-staat verhouding in België weet dat de staat heel wat geld geeft aan de katholieke kerk. Echter, deze is niet de enige die recht heeft op betoelaging. Alle ‘erkende levensbeschouwingen’ – d.i. zes godsdiensten en de vrijzinnig humanisten – komen in aanmerking voor allerlei voordelen van overheidswege mits ze voldoen aan een reeks criteria. Ook de islam is een erkende religie. Niet sinds 24 oktober 2011. Sinds 1974. De recente erkenningen zijn daar erg late concretiseringen van.Hetzelfde geldt trouwens voor de, eveneens door het Vlaams Belang bekritiseerde, islam radio- en televisie-uitzendingen die sinds september 2011 openbaar uitgezonden worden.
Door de erkenning krijgen levensbeschouwingen ondersteuning voor hun patrimonium, uitzendrechten op de publieke omroep, uitbetaling van hun bedienaars,… Kortom, de scheiding tussen kerk en staat is in België lang niet zo diep als vaak gedacht wordt. Het belastinggeld dat aan de erkende levensbeschouwingen word toegekend, komt samen uit op ca. 646 miljoen euro. Een aanzienlijk bedrag waarvan met 85,7% de katholieke eredienst het leeuwendeel krijgt, gevolgd door de protestantse (2,5%). De islam krijgt met 6,9 miljoen euro ongeveer 2,1% van dit bedrag
1 . Dit is geen billijke afspiegeling van de sociale realiteit in Vlaanderen waarin de kerken leeglopen en en het percentage moslims (en die gaan wel nog naar de moskee) in België vandaag op 5.8% wordt geschat
2. Overigens, aan moskeeën wordt gevraagd een lijst van gelovigen voor te leggen voor ze erkend worden. Kerkbezoekers worden nog steeds eenvoudigweg geteld door te kijken naar het aantal parochianen (in praktijk: alle inwoners) van een gemeente. Los van uw persoonlijke overtuiging telt u voor de staat dus mee als katholiek. Een inclusief beleid, dat wel.
Erkend geloof = recht op subsidie. In Vlaanderen genieten echter nog maar 17 op de ca. 160 moskeeën ondersteuning en worden slechts twee imams door de federale overheid betaald. Hoe komt het nu dat alles zo laat en traag verwezenlijkt wordt? Om te beginnen werden en worden heel wat aanvragen afgeketst door staatsveiligheid; iets wat we vandaag zien met de moskee van Houthalen-Helchteren. Vaak stuit dit op ongeloof en verbijstering in de moskeegemeenschap en het lokaal bestuur. Staatsveiligheid is niet verplicht een verklaring te geven voor een negatief advies. Hierdoor verliezen heel wat moskeeën dan ook vertrouwen in het erkenningsverhaal en stoppen met de procedure of beginnen er zelfs niet meer aan. Naast staatsveiligheid vormen ook de complexiteit van de regelgeving en de ‘strenge Vlaamse eisen’ een drempel. Last but certainly not least leeft bij zeer veel geloofsgemeenschappen twijfel en angst om naar buiten te treden en niet langer te kiezen voor de veilige geborgenheid en verborgenheid van de ‘garage-moskee’.
Zo stoten we op een paradox. Langs de ene kant mag de moskee niet zichtbaar zijn (denk maar aan de rel rond de mega-moskee in Antwerpen), langs de andere kant mag ze ook niet verborgen zijn (dan wordt er immers zeker haat gepredikt!). Hetzelfde geldt voor haar locatie: in de stad is off-limits, buiten de stad verstoort ze de landelijke rust. Tenslotte mag de moskee geen beroep doen op subsidies (waar ze grondwettelijk recht toe heeft) maar moet ze wel controles aanvaarden en moeten de gelovigen belastingen betalen; belastingen voor erediensten waarvan 85% naar de katholieke kerk gaat. Dat de islamitische gemeenschap het gevoel heeft dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt, hoeft niemand te verbazen.
Het bovenstaande is geen pleidooi voor een afschaffing van alle toelagen aan erediensten. Wel stelt zich hier de vraag naar een gelijkheid en eerlijke verdeling.
De vereisten voor de erkenning zijn streng en zijn – zeker in Vlaanderen – strenger geworden. Moskeeën die er alsnog in slagen deze te behalen dienen als voorbeeld gelauwerd en niet als profiteurs afgeschilderd te worden. Kwalitatief bewijzen ze hoge normen te halen en hun deelname aan de erkennings-mallemolen wijst op hun blijvend vertrouwen in de rechtvaardigheid van het Belgische systeem.
Zolang de moslimgemeenschap stappen neemt in de richting van erkenning en deelname aan de Belgische samenleving (op welke manier dan ook) en deze samenleving zich hiertoe openstelt, is er kans op positieve integratie.
Dat het Vlaams Belang geïndigneerd is doordat belastinggeld gaat naar moskeeën, imams of islamitische uitzendingen wijst in het beste geval op onwetendheid. In het slechtste geval op discriminatie.
---------------------------------------------------
1- Deze percentages zijn gebaseerd op cijfers van Jan Hertogen (www.npdata.be) en betreffen het jaar 2008, sinds dan zijn er weliswaar enkele kleine veranderingen gebeurd.
2- Wederom volgens Jan Hertogen.
3- In tegenstelling tot Vlaanderen heeft Wallonië al een significant groter aantal moskeegemeenschappen erkend.