Gesloten gemeenschappen, sociale relaties en segregatie

19-10-2008 | Jasper Eshuis, Rosalie van Dam en Noelle Aarts (Erasmus Universiteit Rotterdam)

Paper voor de Dag van de Sociologie 31 mei 2007 (Thema Buurt, stad en platteland)

Bron: Internet 07/02/2008 - Jasper Eshuis, Rosalie van Dam en Noelle Aarts (Erasmus Universiteit Rotterdam)      

Paper voor de Dag van de Sociologie 31 mei 2007 (Thema Buurt, stad en platteland) Contactpersoon: Dr. Ir. J. (Jasper) Eshuis Bestuurskunde Erasmus Universiteit Rotterdam e-mail: eshuis [at] fsw [dot] eur [dot] nl 010 4082167  

Inleiding: de opkomst en ontwikkeling van gesloten gemeenschappen


De opkomst van duidelijk begrensde gemeenschappen in de huidige samenleving is opgemerkt door verschillende sociologen. Zo suggereert Manuel Castells (2004) dat communes en gemeenschappen ontstaan uit protest tegen de expansie van de netwerksamenleving. Hij beschrijft hoe mensen zoeken naar betekenis via defensieve identiteiten rond communale principes. Daarmee vormen zij hun identiteit niet zozeer op basis van de burgermaatschappij maar in het verlengde van communale weerstand. Castells bespreekt de harde scheidslijnen die deze groepen trekken tussen zichzelf en de buitenwereld, wijzend op de geslotenheid van deze groepen. Het gaat om groepen die worden uitgesloten door de netwerksamenleving, maar ook zichzelf bewust uitsluiten om een eigen identiteit te vormen. Castells spreekt van ‘the exclusion of the excluders by the excluded’ (Castells 2004: 9).

Zygmunt Bauman (1997) beschrijft het fenomeen van individuen die zich aansluiten bij fundamentalistische groepen en verklaart dit vanuit de gedachte dat deze mensen op zoek zijn naar zekerheden in de post-moderne samenleving die zo vol is van onzekerheden. Fundamentalistische groepen geven zekerheid via een rigide ideologie die duidelijk aangeeft wat goed en fout is. Deze groepen zijn gesloten in cognitief opzicht: ze staan niet open voor ideeën die niet in hun ideologie passen.

Bauman (1997, 2001) en Castells (2004) duiden op vormen van gemeenschappen die gesloten gemeenschappen kunnen worden genoemd (zie ook Van Dam et al 2005, Eshuis et al, te verschijnen).  

Zoals verderop uitgebreider zal worden beschreven, kan het ontstaan van gesloten gemeenschappen  worden begrepen tegen de achtergrond van  onzekerheden die mensen ervaren, de behoefte aan identiteit en de behoefte bij een groep te horen.

Onder invloed van processen van globalisering en individualisering ervaren velen in de huidige (laatmoderne) maatschappij ervaren grote onzekerheden, een gebrek aan identiteit en het ontbreken van een duidelijke groep waartoe ze behoren. Als gevolg van globalisering worden ruimtelijke en temporele beperkingen minder relevant, waardoor mensen in toenemende mate deel uit kunnen maken mondiale sociale netwerken. Deze herschikking van maatschappelijke verbindingen heeft tot gevolg dat traditionele verbanden ter discussie en onder druk zijn komen te staan. Bestaande – geografisch en biografisch bepaalde – gemeenschappen en identiteiten kunnen fragmenteren en uiteenvallen. Dit brengt onzekerheden met zich mee en leidt er onder meer toe dat mensen, onder invloed van een blijvende behoefte aan identiteit, nieuwe identiteiten en gemeenschappen vormen of bestaande identiteiten en gemeenschappen op nieuwe manieren reproduceren. Het tijdperk van globalisering wordt dan ook wel het tijdperk van gemeenschappen genoemd. Delantey (2003: 163-164) stelt: “the age of globalisation is also the age of community. The search for community is a reaction against …… the breakup of stable social institutions and the continuity of the life world”. Mensen zoeken veiligheid en zekerheid in gemeenschappen, ook al is het de vraag of ze die daarin zullen vinden (Bauman, 2001).            

Wanneer gemeenschappen de dynamiek en onzekerheden die kenmerkend zijn voor de laat moderne samenleving willen buitensluiten, kunnen zij zich ontwikkelen tot wat wij gesloten gemeenschappen noemen (zie ook Van Dam et al 2005, Eshuis et al, te verschijnen).   In deze paper worden mechanismen van gemeenschapsvorming en uitsluiting geanalyseerd, zodat inzicht ontstaat in het ontstaan en voortbestaan van gesloten gemeenschappen. Daarbij benaderen wij het begrip gesloten gemeenschap als een begrip waaronder verschillende sociale groepen geschaard kunnen worden die onderling bepaalde gelijkenissen vertonen. Gesloten gemeenschappen hebben niet één gemeenschappelijk kenmerk of één gemene deler, maar vormen als het ware een familie waarvan de leden familiegelijkenissen vertonen (cf. Blok 1977, Wittgenstein, 1958). Ook al bestaan er grote verschillen tussen concrete verschijningsvormen van gesloten gemeenschappen, ze hebben gemeen dat ze verschillende trekken van geslotenheid en van een gemeenschap vertonen.

In deze paper worden familie-eigenschappen van de familie der gesloten gemeenschappen beschreven. Daarnaast wordt met behulp van het concept gesloten gemeenschappen verkend hoe gemeenschappen van invloed kunnen zijn op segregatie in steden en dorpen. Dankzij de geslotenheid van gesloten gemeenschappen kunnen gemeenschappen zich onderscheiden en segregeren van hun omgeving. Gesloten gemeenschappen maken het makkelijker om sociale relaties binnen gemeenschapsverband aan te gaan, en ontmoetingen te beperken tot ontmoetingen van ons soort mensen en ons soort ideeën op onze plek. Gesloten gemeenschappen helpen om de Ander te vermijden en uit te sluiten. Met de ontwikkeling van gesloten gemeenschappen ontstaan nieuwe sociale verbanden en vormen van segregatie. In deze paper zal dit worden verduidelijkt aan de hand van een casus, namelijk de Golfresidentie in Dronten. De Golfresidentie Dronten is een privaat beheerde woonwijk die gezien kan worden als een gated community.   

Naar een duiding van gesloten gemeenschappen

Het begrip gesloten gemeenschappen in deze paper

Met behulp van werk van Anton Blok (1977) kan worden verduidelijkt op welke manier wij het begrip gesloten gemeenschappen in deze paper gebruiken. Blok stelt de vraag waarom begrippen een definitieve en eenduidige betekenis moeten hebben. Hij brengt naar voren dat (sociaal-wetenschappelijke) begrippen betekenis krijgen in hun concrete verschijningsvorm. De betekenis van begrippen kan maar beperkt in abstracte en veralgemeniserende termen weergeven worden. Het begrip gesloten gemeenschap kan pas werkelijk worden begrepen wanneer een concrete gesloten gemeenschap wordt bestudeerd. Overigens betekent dat niet dat er helemaal geen uitspraken gedaan  kunnen worden over het fenomeen van gesloten gemeenschappen. Verwijzend naar Wittgenstein laat Blok zien dat sociaal-wetenschappelijke begrippen zoals gesloten gemeenschappen kunnen worden opgevat als families waarvan de leden, de afzonderlijke verschijningsvormen, familiegelijkenissen vertonen. In sommige gevallen zijn gesloten gemeenschappen netwerkachtige structuren met kenmerken van een gemeenschap die gesloten zijn voor bepaalde ideeën, in andere gevallen hebben ze zelf bepaalde normen ontwikkeld die afwijken van die van de buitenwereld, en in weer andere gevallen zijn het groepen die vijandig staan tegenover mensen die niet tot hun groep behoren. Blok benadrukt dat een algemeen begrip niet kan worden gedefinieerd in termen van een gemeenschappelijke eigenschap van de concrete gevallen. Het is eerder zo dat een algemeen begrip gebruikt kan worden om familiegelijkenissen te herkennen, “waarin elkaar overlappende en doorkruisende overeenkomsten en verschillen naar voren treden”. In deze paper gebruiken wij de term gesloten gemeenschappen om verschijningsvormen van wat we gesloten gemeenschappen kunnen noemen nader te duiden. Dit betekent niet dat de casus die wij beschrijven alle kenmerken van gesloten gemeenschappen heeft, maar wel een aantal.

Gemeenschapsvorming kan worden onderzocht vanuit verschillende perspectieven. In deze paper wordt gemeenschapsvorming bestudeerd vanuit het perspectief van geslotenheid. Het onderscheid tussen gemeenschappen en gesloten gemeenschappen is gradueel. Gemeenschappen kennen in het algemeen een bepaalde mate van geslotenheid, zoals verderop uitgebreider wordt beschreven. Kenmerkend voor gesloten gemeenschappen is dat ze in hoge mate gesloten zijn. Er valt geen harde grens te trekken tussen gesloten gemeenschappen en andere gemeenschappen, maar wel een verschil te onderkennen in de mate van geslotenheid.  

Gemeenschappen in de sociologie en antropologie

Binnen de antropologie worden gemeenschappen traditioneel benaderd als stelsels van sociale relaties.

Volgens Ferdinand Tönnies, die in 1887 als één van de eersten het begrip ‘Gemeinschaft’ (gemeenschap) heeft geproblematiseerd, wordt een gemeenschap bijeengehouden door hechte sociale relaties zoals verwantschapsrelaties en vriendschapsrelaties. Sociologen en antropologen hebben later veel onderzoek gedaan naar familiebanden en naar relaties tussen verschillende families. Binnen de sociologie werd een gemeenschap gezien als iets wat “betrekking had op relatief kleine groepen, zoals wijken, gebaseerd op onderlinge afhankelijkheden en gemeenschappelijke levenswijze” (Delanty, 2003: 54). Gemeenschappen werden gezien als kleine eenheden die zich uitstrekten over een paar woonblokken, en de basis vormden voor een gevoel van ‘belonging’. Dit gevoel was gebaseerd op gedeelde ervaringen, verwantschap, en vooral op het bewonen van een gedeelde ruimtelijke levenswereld (ibid.). Dit gedachtegoed is terug te vinden in bijvoorbeeld Whyte’s ‘Street Corner Society’ (1943) en Redfield’s ‘The Little Community’ (1955), maar ook in het werk van de antropoloog Wolf die als een van de eersten schrijft over een vorm van gesloten gemeenschappen, namelijk closed corperate peasant communities (Wolf, 1955; 1957).

In de sociologie en antropologie ontstond ook aandacht voor de vraag wat een gemeenschap nu eigenlijk was, wat een gemeenschap bijvoorbeeld onderscheidde van andere sociale groepen. Daarbij bleek een gezamenlijke identiteit cruciaal te zijn. Sennett formuleert het als volgt: “een gemeenschap is een soort bijzondere sociale groep waarbinnen de leden geloven dat zij iets gemeen hebben. Het gemeenschappelijk voelen is iets broederlijks voelen; er is meer voor nodig dan alleen maar de erkenning dat mensen elkaar op materieel terrein niet kunnen missen. De gemeenschapsband betekent dat men een gemeenschappelijke identiteit voelt, een genoegen in het erkennen van het ‘ons’ en het ‘wat wij zijn’ (Sennett, 1971; onze cursivering). Ook in deze studie zal blijken dat een gemeenschappelijke identiteit een essentieel kenmerk is van een gemeenschap waarmee de grens wordt getrokken tussen ‘wij’ en ‘zij’.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw verschenen twee werken met een andere benadering tot gemeenschappen. Dit waren ‘The symbolic construction of community’ van Anthony Cohen (1985) en ‘Imaginary communities’ van Benedict Anderson (1983). Deze twee beschrijven de symbolische aspecten van gemeenschappen, en werken het idee uit dat mensen een gemeenschap vormen door het delen van symbolen. Anderson benadrukt dat de meeste mensen binnen een natie elkaar niet kennen en geen directe sociale band hebben. De nationale gemeenschap waartoe zij het gevoel hebben te behoren, is een imaginaire, symbolisch geconstrueerde gemeenschap. Cruciaal voor het bestaan van een gemeenschap zijn gedeelde symbolen, zoals tekens, rituelen, woorden of voorwerpen. Een voorbeeld is het esculaap-teken dat de artsenij symboliseert. Doordat alleen beëdigde artsen het teken mogen voeren werkt het symbool onderscheidend ten opzichte van allerlei niet beëdigde mensen in de gezondheidszorg.  

Hoe ontstaan gesloten gemeenschappen?

In deze paragraaf wordt ingegaan op drijfveren en mechanismen achter gemeenschapsvorming en de processen die leiden tot een hoge mate van geslotenheid. Achtereenvolgens komen de volgende zaken aan de orde: (1) het gevoel van betrokkenheid; (2) de vorming van identiteit en; (3) het nastreven van belangen; (4) het trekken van grenzen en (5) groepsprocessen die geslotenheid versterken  

Het gevoel van betrokkenheid Een belangrijke drijfveer achter gemeenschapsvorming heeft betrekking op het gevoel te behoren tot een gemeenschap en betrokken te zijn bij een gemeenschap. Volgens Delanty (2003) worden gemeenschappen geconstrueerd in een zoektocht van individuen naar ‘belonging’.  In contemporaine gemeenschappen, bijvoorbeeld in virtuele gemeenschappen, zijn participatie en communicatie cruciaal voor een gevoel van ‘behoren tot’ en ‘betrokkenheid bij’. ‘Community as belonging is constructed in communicative processes rather than in institutional structures, spaces, or even in symbolic forms of meaning’ (Delanty, 2003: 187). Het proces van betrokken raken bij een gemeenschap hoeft niet noodzakelijk verband te houden met het meer gesloten raken van gemeenschappen of het ontstaan van gesloten gemeenschappen. Betrokkenheid kan evenzogoed worden gerealiseerd zonder geslotenheid. Echter, in het dagelijkse leven wordt het horen bij een bepaalde gemeenschap vaak uitgedrukt met woorden zoals ‘wij’, ‘ons’, en wordt met termen als ‘zij’ en ‘jullie’ duidelijk gemaakt wie er niet bij horen (vergelijk Billig, 1995). Het creëren van verbondenheid binnen een gemeenschap gaat vrijwel altijd samen met het scheppen van afstand ten opzichte van anderen. Processen waarin het behoren tot gerealiseerd wordt, gaan veelal gepaard met processen van uitsluiting. Wanneer deze uitsluiting hevig is, kunnen gesloten gemeenschappen ontstaan.  

De vorming van identiteit

Eén van de bronnen waar individuen identiteit aan kunnen ontlenen, wordt gevormd in gemeenschappen. Via gemeenschappen kunnen individuen hun identiteit verankeren aan een bredere, meer omvattender en stabielere identiteit. De vorming van gemeenschappen in de zoektocht naar een stabiele identiteit is dan ook een ontwikkeling die plaatsvindt naast processen van individualisering. Door de eigen identiteit te verankeren in een gemeenschap kunnen individuen onzekerheid verkleinen en betekenis geven aan hun leven (zie o.a. Bauman, 1997, 2001). Een gemeenschap kan sterk gesloten raken wanneer de leden van de gemeenschap zich duidelijk willen onderscheiden van hun omgeving. Het kan zijn dat zij zich gaan afzetten tegen, en afsluiten van de omgeving om hun anders-zijn te benadrukken. Om duidelijkheid te scheppen zullen zij op een meer rigide manier omgaan met symbolen en ideeën die belangrijk zijn voor identiteitsvorming. Ook kunnen deze groepen zich afsluiten voor mensen die niet volledig passen bij de groepsidentiteit. Castells onderscheidt drie vormen van identiteit die corresponderen met verschillende sociale groeperingen, te weten: (1) legitimerende identiteiten; (2) weerstandsidentiteiten en; (3) projectidentiteiten (Castells, 2004). Legitimerende identiteiten worden gevormd door dominante maatschappelijke krachten met als doel hun overheersing in de maatschappij uit te breiden en te rationaliseren. Legitimerende identiteiten creëren burgerlijke maatschappijen en hun instituties. Weerstandsidentiteiten worden geproduceerd door groeperingen die zich achtergesteld of uitgesloten voelen door de overheersers. Weerstandsidentiteit leidt tot de vorming van groeperingen of gemeenschappen met als doel ondraaglijke omstandigheden het hoofd te kunnen bieden. Een dergelijke identiteit helpt mensen te overleven op basis van andere (soms tegengestelde) principes dan de principes aangehangen door de dominante instituties van de samenleving. Projectidentiteit ten slotte wordt gecreëerd door min of meer visionaire bewegingen die zich niet beperken tot het verbeteren van de omstandigheden voor de eigen groep, maar een verandering nastreven van de maatschappij als geheel (Castells, 2004: 8-10). De drie verschillende soorten identiteit kunnen in elkaar overgaan. Vooral gemeenschappen met een weerstandsidentiteit, maar ook gemeenschappen met een project identiteit, kunnen sterk gesloten raken. Het proces dat plaatsvindt, is door Castells beschreven als ‘the exclusion of the excluders by the excluded’ (Castells 2004: 9). De gemeenschappen distantiëren zich immers van bestaande dominante ideeën en groepen. Het dierenbevrijdingsfront, ecocentristen maar ook moslimfundamentalisten zijn voorbeelden van gesloten gemeenschappen met een weerstands- of projectidentiteit. Zij bieden weerstand aan de gevestigde orde en streven een verandering van de samenleving als geheel na.  

Het nastreven van belangen

Naast het creëren van een gevoel van ‘belonging’ en het vormen van identiteit kan ook het nastreven van individuele of collectieve belangen een drijfveer zijn voor gemeenschapsvorming. Door bundeling van macht binnen een gemeenschap kunnen bepaalde belangen beter worden behartigd. Individuen hebben als vertegenwoordigers van een groep meer macht dan zij als individu zouden hebben. Uit onderhandelingstheorieën is bekend dat actoren (zoals belangengemeenschappen) zeer gesloten kunnen raken in het geval van belangenconflicten (zie e.g. Susskind en Cruikshank, 1987). Wanneer conflicten escaleren dan ontstaat de neiging om zich terug te trekken binnen de eigen gemeenschap en niet meer open te staan voor mensen en ideeën van andere gemeenschappen.    

Het construeren van grenzen

Een belangrijk mechanisme rond gemeenschapsvorming heeft te maken met het onderscheid tussen een gemeenschap en haar omgeving. Zonder dat onderscheid gaat de gemeenschap op in haar omgeving en bestaat ze niet. Grenzen worden getrokken in interactie met andere actoren van wie leden van een gemeenschap zich (willen) onderscheiden (Cohen, 1985). Zo onderscheiden studenten zich soms van burgers. Zij spreken bijvoorbeeld van een studenten-roeiclub en een burger-roeiclub en laten niet na de verschillen tussen die twee te benadrukken. Het onderscheid tussen gemeenschappen wordt gecreëerd via ‘boundary work’[1] ofwel via de constructie van grenzen tussen de gemeenschap en haar omgeving in dagelijkse praktijken. Boundary work komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in stereotypering, stigmatisering en het praten over wij-zij groepen. Zo worden voetbalsupporters vaak gestigmatiseerd als ‘tuig’, waarbij verwezen wordt naar de slechts denkbare voorbeelden van individuen uit de groep. Dit terwijl de meeste voetbalsupporters brave, oppassende burgers zijn. De grens die in een dergelijk geval wordt getrokken is niet de grens tussen een harde kern van supporters die zich regelmatig misdragen en andere supporters, maar één tussen voetbalsupporters en andere mensen. Daarbij krijgen alle voetbalsupporters een bepaald stempel opgedrukt. Ook onderling creëren voetbalsupporters grenzen. Zo creëren Ajax-supporters graag een wij-groep van ‘Ajacieden’ tegenover een zij-groep van ‘boeren’. Wie precies tot de boeren gerekend worden is op zo’n moment niet duidelijk en dat hoeft ook niet, als het onderscheid ten opzichte van de wij-groep maar duidelijk is. De vaste manieren waarop bepaalde gemeenschappen van jongeren elkaar begroeten vormen een ritueel waarmee deze jongeren zich onderscheiden van anderen. Overigens kan de interpretatie van grenzen verschillen. Binnen een gemeenschap kan men refereren aan dezelfde (symbolische) grenzen, maar dat wil nog niet zeggen dat men precies dezelfde betekenis geeft aan die grenzen (Cohen, 1985). Zo kan men denken aan ‘Lonsdale-jongeren’, waarbij de symbolische grens wordt gevormd door het wel of niet dragen van kleding van het Lonsdale-merk. Wat die grens betekent, hoeft niet altijd precies duidelijk te zijn. Het zou bijvoorbeeld een grens kunnen zijn tussen jongeren met racistische ideeën en andere jongeren, of tussen jongeren die van hardcore-muziek houden en andere jongeren (zie …..). Dit betekent dus ook dat sommigen Lonsdale kleding weliswaar associëren met het koesteren van racistische ideeën, maar dat niet noodzakelijk iedere jongere die Lonsdale kleding draagt, daarmee wil uitdragen dat hij racistische ideeën koestert. Mensen kunnen dezelfde symbolische grenzen hanteren zonder in discussie te hoeven gaan over de exacte betekenis van de grenzen. Men kan praten over ‘mensen uit het dorp’ zonder precies te hoeven uitleggen wie daar wel en wie daar niet toe horen. Twee mensen kunnen praten over ‘echte Volendammers’ en een grens trekken tussen echte Volendammers en anderen, zonder daarbij precies hetzelfde te bedoelen. De één kan vinden dat iemand die al 30 jaar in Volendam woont een echte Volendammer is, terwijl een ander misschien vindt dat alleen leden van een paar families die al generaties lang in Volendam wonen tot de echte Volendammers gerekend kunnen worden. En is een echte Volendammer blank of hoeft dat niet?  

Groepsprocessen en de geslotenheid van gemeenschappen

Uit de sociale psychologie zijn diverse groepsprocessen bekend die leiden tot geslotenheid van groepen (zie e.g. Wilke, 1997). Zo kan er binnen een groep sprake zijn van normalisatie (Haslam, 2001, Turner, 1982). Dit betekent dat wanneer er in de groep geen norm is, men door onderhandeling (consensus) een norm gaat opzoeken. Op normalisatie kan conformiteit volgen. Dan probeert de groep de norm te handhaven om conflicten te voorkomen. Afwijken van de norm wordt daarbij ontraden (bron). Een speciaal geval van conformiteit en geslotenheid ten aanzien van ideeën uit de omgeving is ‘groupthink’ (Janis, 1972). Groupthink ontstaat in het licht van vermeende dreiging door buitenstaanders. In het geval van groupthink wordt geen enkele afwijking van de groepsnorm geaccepteerd. Er wordt druk uitgeoefend op groepsleden die een afwijkende mening hebben, en mede dankzij de sociale druk houden deze groepsleden hun mening voor zichzelf. Er is sprake van zelfcensuur binnen de groep, en er ontstaat een illusie van unanimiteit doordat er geen afwijkende argumenten worden ingebracht. Sommige leden nemen de rol van bewaker op zich om de groep te beschermen tegen negatieve, bedreigende informatie. De geslotenheid van de groep wordt daarmee verder versterkt. Een ander symptoom van groupthink is dat de groep zichzelf onkwetsbaar acht. Ook dit kan geslotenheid van de groep verder versterken: wanneer de leden van de groep denken dat ze onkwetsbaar zijn, dan hoeven zij zich niet aan te passen aan de omgeving. Ze hoeven niet met de omgeving te communiceren, kunnen zelf-referentieel gedrag gaan vertonen en zich afsluiten van de omgeving. Groupthink kan er dus voor zorgen dat een gemeenschap steeds meer gesloten wordt en dat een gesloten gemeenschap kan ontstaan. Een ander groepsproces is choice shift, ook wel groepspolarisatie genoemd (zie e.g. Haslam 2001). Daarbij verschuift een groep extremer in de richting die de groepsleden individueel van te voren ook al neigden in te slaan. ‘Uniformities in intragroup behavior result from the members’ opinions becoming more extreme in the socially favoured directed rather than from convergence on the average of their initial position’ (Turner, 1982: 35). Het lidmaatschap van een groep met bijvoorbeeld uiterst linkse opvattingen zal daardoor leiden tot een versterking en radicalisering van die denkbeelden. De omgang met gelijkgezinden versterkt de reeds aanwezige houdingen; de confrontatie met andere meningen en opvattingen zal een bron van onzekerheid en twijfel zijn. Naarmate groepspolarisatie zich in sterkere mate voordoet, kan dat leiden tot een duidelijker onderscheid tussen een gemeenschap en haar omgeving en mogelijk ook tot het gesloten raken van de gemeenschap.  

Groepsidentiteit speelt ook in de interactie tussen groepen een belangrijke rol.

Leden van een gemeenschap communiceren mede vanuit een groepsidentiteit. Het behoren tot een groep structureert wat mensen zeggen in interactie met buitenstaanders. Groepsleden kaderen hun communicatie in volgens bepaalde (vaste) ideeën die binnen die groep leven. Met name in cognitief gesloten gemeenschappen is er weinig ruimte om dingen te zeggen die niet stroken met de waarden en normen binnen de gemeenschap. Van Gray (2003) kunnen we leren dat leden van een gemeenschap defensief zullen reageren wanneer essentiële normen of waarden van de groep, en daarmee de identiteit van de groep en haar leden, worden bevraagd of bedreigd. De kans is groot dat de leden van de gemeenschap meer afstand nemen van de andere groep, en de eigen groep als meer homogeen zien. De sociale werkelijkheid ‘is defined in terms of a much more sharply differentiated sense of ‘us’ and ‘them’. When the collective self is threatened …. this may also lead to social identity-maintaining defensive action’ (Haslam, 2001: 162). De groep raakt cognitief meer gesloten omdat haar leden de normen binnen de groep als homogener beleven en dus minder ruimte ervaren voor afwijkende normen (van buiten). Doordat zij afstand nemen van andere groepen, en in duidelijk afgebakende wij-zij tegenstellingen gaan denken wordt de groep ook sociaal meer gesloten.  

Dimensies van openheid en geslotenheid van gemeenschappen

In de bestuurskundige configuratiebenadering worden twee dimensies van geslotenheid van netwerken onderscheiden die ook kunnen worden toegepast op gemeenschappen, namelijk cognitieve geslotenheid en sociale geslotenheid (zie o.a. In ’t Veld et al., 1991; Termeer, 1993). Wij voegen daar een derde dimensie aan toe: ruimtelijke geslotenheid. De drie dimensies worden achtereenvolgens beschreven.    

Cognitieve geslotenheid Cognitieve geslotenheid verwijst naar geslotenheid ten aanzien van bepaalde ideeën. Binnen een gesloten gemeenschap worden bepaalde ideeën niet toegelaten en niet besproken. Cognitieve geslotenheid ontstaan op basis van cognitieve referentiekaders ofwel frames of reference waarmee mensen de wereld om hen heen begrijpen. Dergelijke frames structureren percepties, zorgen voor ordening en interpretatie van de voortdurende stroom van indrukken en faciliteren daarmee interpretatie. Via frames geven mensen op selectieve wijze betekenis aan de werkelijkheid. Precies de - onvermijdelijke- selectie in indrukken en selectieve betekenisgeving zorgen voor cognitieve geslotenheid. Actoren zijn cognitief gesloten voor die aspecten van de werkelijkheid waar zij via hun frame geen betekenis aan (willen) geven (Schaap en Van Twist, 1997: 64). Cognitieve geslotenheid neemt toe naarmate werkelijkheidsdefinities of de betekenis van symbolen en concepten vaster komt te liggen. Dit proces van cognitief vastroesten wordt wel ‘stolling’ of ‘reïficatie’ genoemd. ‘Stolling is het proces van objectivering, structurering en institutionalisering van werkelijkheidsdefinities. Reïficatie ontstaat als analytische processen en begrippen door mensen als objectief worden gedefinieerd’ (De Jong, 1999: 23). Om elkaar te kunnen begrijpen moeten frames op elkaar worden afgestemd. Dit gebeurt via communicatie. Bij gesloten gemeenschappen is dit echter moeilijk, omdat de uitwisseling van ideeën beperkt is en leden van een gesloten gemeenschap niet geneigd zijn kritisch te reflecteren op hun eigen frame.   Sociale geslotenheid Sociale geslotenheid heeft betrekking op het uitsluiten van actoren. Sociale uitsluiting kan formeel of informeel plaats vinden, bewust en onbewust (Schaap en Van Twist, 1997). Uitsluiting op formele gronden vindt plaats via formele regels. Een voorbeeld is een golfclub die mensen uitsluit van een lidmaatschap op grond van regels van de vereniging die in de statuten staan zoals de regel dat ieder nieuw lid voor 10.000 euro in aandelen moet investeren. Jongeren die behoren tot bepaalde subculturen maken middels kleding, symbolen en ander communicatief gedrag duidelijk wie wel en vooral ook wie niet welkom is binnen de groep. Het lidmaatschap van een MSN-gemeenschap is informeel geregeld: via bekenden kan men toetreden, anders niet.  

Voor wat betreft sociale en cognitieve geslotenheid kan een nadere uitwerking van Schuyt en Voorham (2000) worden gehanteerd. Schuyt en Voorham (2000: 14) stellen sociale uitsluiting gelijk aan ‘er niet bij horen’. De oorzaak kan variëren. Het kan gaan om er niet bij mogen horen, er niet bij kunnen horen en er niet bij willen horen. Sociale uitsluiting kan worden gezien als een maatschappelijk verschijnsel dat zich afspeelt op systeemniveau (de vraag in hoeverre groep x sociaal/cognitief gesloten is ten opzichte van de rest van de maatschappij), maar kan zich ook afspelen op het niveau van het individu (de vraag in hoeverre groep x individuen/individuele ideeën uitsluit).    

Ruimtelijke geslotenheid Ruimtelijke geslotenheid verwijst naar (gepercipieerde) ruimtelijke afsluiting van een gebied. Hekwerken, muren, slagbomen, poorten en waterpartijen bepalen de ruimtelijke geslotenheid. Bij de perceptie van geslotenheid speelt ook mee hoe een ruimte is vormgegeven: meer of minder aantrekkelijk of uitnodigend. Een onguur industrieterrein aan de rand van de stad kent een zekere mate van ruimtelijke geslotenheid. Ook in het geval van gated communities kan gesproken worden van ruimtelijke geslotenheid. Gated communities zijn gemeenschappen die omgeven zijn met een omheining en voorzien van een toegangspoort. Met name in de Verenigde Staten zijn woongemeenschappen die letterlijk zijn afgesloten van de rest van de wereld inmiddels een veel voorkomend verschijnsel (zie Blakely en Snyder 1999, Low 2003). In Nederland zijn gated communities in opkomst. Deze zijn niet altijd daadwerkelijk afgesloten, maar worden door mensen die er niet wonen als ‘niet uitnodigend’ ervaren. Zo wordt Haverleij, een woonwijk in de buurt van Den Bosch, door verschillende mensen als gated community bestempeld. De wijk bestaat uit kastelen, is omgeven door water en slechts via één weg bereikbaar.

  Relaties tussen dimensies van geslotenheid

Cognitieve geslotenheid en sociale geslotenheid gaan vaak samen. Dit is het geval omdat mensen van buiten vaak ideeën van buiten meenemen en zo cognitieve geslotenheid voorkomen. Het uitsluiten van mensen die niet tot de gemeenschap behoren kan ervoor zorgen dat er ook geen ideeën van buiten binnenkomen. Met andere woorden, het uitsluiten van een bepaald  gedachtegoed gaat vaak hand in hand met het uitsluiten van bepaalde mensen (lees: mensen met een ander gedachtegoed) en vice versa. Zo geldt, om acties te voeren onder de naam Dierenbevrijdingsfront, een informele eis dat men een bepaald gedachtegoed en levensfilosofie met betrekking tot de rechten van het dier ondersteunt. Ook radicaal-islamitische terroristische netwerken worden gekenmerkt door geslotenheid ten aanzien van bepaalde ideeën. De leden van dergelijke netwerken dienen het idee te onderschrijven dat de samenleving gebaseerd moet zijn op zeden zoals die worden vooropgesteld in de sharia. In dit verband is het begrip multipele inclusie, het behoren tot verschillende gemeenschappen, relevant. Individuen die zijn betrokken bij meerdere gemeenschappen kunnen ideeën die leven in de ene gemeenschap introduceren in de andere gemeenschap. Dit betekent ook dat hoe meer een gemeenschap lijkt op wat Erving Goffman (1970) een totale institutie noemt (een institutie die de gehele levenssfeer omvat, zoals een gevangenis, een klooster of een schip op zee), hoe minder multipele inclusie mogelijk is, en des te groter de kans dat dit een cognitief, sociaal en ook ruimtelijk gesloten gemeenschap wordt. Een ander voorbeeld van ruimtelijke geslotenheid en sociale geslotenheid vormen eilanden die slecht bereikbaar zijn. Vanwege de waterbarrière tussen het eiland en het vastenland kan beperkte sociale interactie tussen eilanders en buitenstaanders ontstaan, en kan  de eilandgemeenschap ook sociaal gesloten zijn. Gemeenschappen worden in hogere mate gesloten naarmate processen optreden waarbij de verschillende dimensies van geslotenheid elkaar versterken.  

Familie-eigenschappen van gesloten gemeenschappen

Alle gemeenschappen kennen een bepaalde mate van geslotenheid, maar kenmerkend voor gesloten gemeenschappen is dat ze in hoge mate gesloten zijn ten opzichte van de buitenwereld. Het verschil tussen gemeenschappen en gesloten gemeenschappen is dus gradueel. Bij het bestuderen van gemeenschappen vanuit het perspectief van geslotenheid worden gesloten gemeenschappen beschouwd als een familie waarvan de leden familiegelijkenissen vertonen (cf Blok, 1977; Wittgenstein 1958). Dit betekent dat de gevallen van gesloten gemeenschappen die bestudeerd worden, niet noodzakelijk alle kenmerken van een gemeenschap hebben of alle kenmerken van geslotenheid. Ze zullen echter wel een paar kenmerken van gemeenschappen en een paar kenmerken van geslotenheid hebben. Indien een aantal van deze eigenschappen, en dan met name de kenmerken die geslotenheid in de hand werken, zich in hoge mate voordoen, spreken wij van gesloten gemeenschappen. Onder een drietal ‘lagen’ worden kenmerken genoemd aan de hand waarvan gemeenschappen kunnen worden getypeerd naar hun mate van geslotenheid:

  Basale karakteristieken van gemeenschappen

• Netwerk van sociale relaties

• Gemeenschappelijke symbolen en rituelen

• Grenzen t.o.v. buitenwereld (sociaal, cognitief, ruimtelijk).   Mechanismen van in- en uitsluiting

• Het construeren van grenzen

• Groupthink

• Groepspolarisatie

• Zelfreferentialiteit

  Drijfveren voor gemeenschapsvorming

• Identiteit (legitimizing identity, resistance identity, project identity)

• Belang

• Belonging

  Als een groot aantal van genoemde kenmerken geïdentificeerd kunnen worden en als met name ook mechanismen van in- en uitsluiting die geslotenheid in de hand werken zich in sterke mate voordoen, spreken wij van gesloten gemeenschappen.

  Casus Golfresidentie Dronten


  Inleiding

De golfresidentie Dronten is een wijk aan de zuidkant van Dronten. De golfresidentie bestaat uit 450 woningen, onderverdeeld in 360 vrijstaande villa’s en 90 appartementen. Om de huizen op de residentie ligt een golfbaan. Het totale terrein is 86 ha groot en zo’n 56 ha daarvan is als golfterrein ingericht. De golfresidentie heeft één toegangsweg, die tevens de uitgang vormt. Dit betekent dat er geen doorgaand verkeer is in de wijk, en dat mensen die niet in de wijk hoeven te zijn er ook nauwelijks komen. De in- en uitgang ligt aan de zuidkant van de wijk, wat betekent dat men vanuit het centrum van Dronten eerst om de wijk heenrijden om de wijk in te kunnen. De golfresidentie is vrijwel helemaal omgeven door een waterloop, en voor een klein gedeelte door een hek. Behalve de integratie van een golfcourse in de wijk, is het privaat beheer van de golfresidentie karakteristiek. De golfresidentie is wat men noemt een ‘privaat beheerd woondomein’. Rondom elke villa ligt een stuk privé grond, de rest van het terrein is mandelig eigendom. Iedereen is dus voor 1/450e eigenaar van de infrastructuur van de golfresidentie. Onder infrastructuur valt onder meer de wegen, de straatverlichting, de rioleringen, de plantsoenen, het clubgebouw en een parkeerterrein. Dit is anders dan in andere wijken, waar de gemeentelijke overheid veelal zorg draagt voor zaken die onder infrastructuur vallen. De golfresidentie vertoont als woonwijk met geprivatiseerd en collectief eigendom en beheer van  buitenruimten en voorzieningen overeenkomsten met het ‘Privatopia’ dat McKenzie (1994) beschrijft. Een andere term waarmee wijken zoals de golfresidentie in verband worden gebracht is de term ‘gated community’ of op zijn Nederlands ‘hekwerkwijk’.    

Volgens Blakely en Snyder (1999: 85) zijn gated communities ‘residential areas with restricted access such that normally public spaces have been privatized’. Manuel Aalbers (2003) onderscheidt voor Nederland drie typen gated communities: elite communities, recreational communities, urban security zone communities. Deze vormen van gated communities variëren in gemeenschapszin, uitsluiting, privatisering en stabiliteit. Ook de opbouw van segmenten in de huizenmarkt varieert.  

Bij de aankoop van een woning of een appartement op de golfresidentie maken de nieuwe bewoners automatisch deel uit van de ‘Vereniging van Eigenaren Golfresidentie Dronten’ (VvE). Dit houdt in dat ze akkoord gaan met de statuten van de VvE, met het huishoudelijk reglement infrastructuur woongebied en met het huishoudelijk reglement beheer en onderhoud van de golfbaan. De VvE heeft ten doel het beheer van het gemeenschappelijk eigendom, het bevorderen en handhaven van een hoogwaardige woon- en leefomgeving, het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van haar leden, en het bevorderen van het golfspel.  

Op het terrein van de golfresidentie geldt privaatrecht. De golfresidentie heeft eigen regels opgesteld, vastgelegd in statuten en huishoudelijke reglementen met betrekking tot de infrastructuur en de golfbaan. De regels bevatten bijv. richtlijnen over hoe je met de tuin moet omgaan voor huizen die aan de achterkant aan de baan grenzen. Ook zijn er regels over was buiten hangen, de breedte van de inritten, schuurtjes, schuttingen en caravans. Andere regels hebben betrekking op het opruimen van hondenpoep en het binnenhouden van katten. In de ALV van november 2005 zijn de regels  versoepeld. De versoepeling heeft o.a. betrekking op het neerzetten van schuurtjes en het plaatsen van hekwerken.

Al met al, kan geconcludeerd worden dat op het punt van de regels de golfresidentie wezenlijk verschilt van een andere wijk. Voor zover er tussen bewoners onenigheden zijn, gaan de onenigheden veelal over het naleven van de verschillende regels. Of zoals een respondent het verwoordt: ‘In een aantal gevallen is het zo dat men zegt, ik heb die regels wel ondertekend, maar ik vind ze eigenlijk niet zo belangrijk. Of: in mijn geval zouden ze een uitzondering moeten maken. Of: in mijn geval is het anders. We mogen geen schutting hebben, maar in mijn geval zou dat wel moeten kunnen. Het is mensen eigen om zo te redeneren.’    

Bewoners en hun onderlinge relaties

Het oorspronkelijke plan van de golfresidentie was gericht op 50 plussers, mensen die van golfen en van rust en ruimte houden. De bouw en verkoop van woningen verliep echter niet helemaal zoals gepland. Na het realiseren van het eerste wooncluster, stokte de verkoop. Het economische tij leidde ertoe dat de projectontwikkelaar vervolgens kleinere en goedkopere huizen is gaan bouwen. Daardoor zijn er uiteindelijk ook veel huishoudens met jonge kinderen komen wonen. De populatie werd dus meer gemengd dan initieel bedoeld was. Op de golfresidentie wonen vandaag de dag dus niet alleen gepensioneerden. Een groot deel van de bewoners bestaat uit werkende mensen. Op de golfresidentie wonen naar schatting zo’n 1500 mensen. Slechts een klein deel van de bewoners woonde al eerder in Dronten. Veel bewoners komen uit de Randstad, maar er zijn ook mensen die uit allerlei andere delen van Nederland komen. Verder wordt, in combinatie met de prijs van de huizen en het beoefenen van de golfsport, meermaals opgemerkt dat bewoners van de golfresidentie ‘niet de armsten zijn’. Een ander opvallend kenmerk is dat er veel eigen bedrijfjes geregistreerd zijn in de woonwijk (www.kvk.nl). Een bewoner maakte de inschatting: ‘GroenLinks zal niet de grootste partij zijn.’ De woonwijk wordt door verschillende bewoners getypeerd als zijnde gemêleerd. Daarbij verwijzen ze met name naar de verschillende functies die mensen in de maatschappij vervullen of vervulden. Tegelijkertijd geven respondenten aan dat ze binnen de Golfresidentie wonen tussen Ons Soort Mensen. Veel mensen zijn hoger opgeleid en vervullen of vervulden goed betalende banen. Vaak gaat het om managementfuncties in publieke of private organisaties.

Subgroepen

Er worden verschillende subgroepen in de golfresidentie onderscheiden. Een onderscheid dat door veel respondenten wordt gemaakt is de groep ‘50-plussers’ versus de groep ‘gezinnen met kleine kinderen’. Deze worden ook wel aangeduid als een groep ‘bewoners zonder kinderen’ en ‘bewoners met kinderen’. Dit onderscheid wordt veel opgemerkt omdat er nu en dan spanningen zijn tussen deze groepen. Deze spanningen hebben te maken met de verschillende belangen die deze twee groepen hebben ten aanzien van de inrichting en regels van de golfresidentie. Grofweg hecht de groep zonder kinderen aan rust en hecht de groep met kinderen aan de mogelijkheid voor kinderen om te spelen op de mandelige grond.

Een andere veel opgemerkt groepering van bewoners zijn de ‘golfers’ en de ‘niet-golfers’. Verder worden nog appartementbewoners en de villabewoners als complementaire groepen gezien. Ook worden er verschillende clubjes genoemd, een kaartclubje, een knutselclubje, et cetera en worden binnen de golfers de wedstrijdgolfers en de recreatiegolfers onderscheiden.  

Al met al kan opgemerkt worden dat de groepen – op enkele opvallende clusteringen na – flexibel zijn. Iedere persoon ziet weer andere subgroepen. Ieder onderscheid dat mensen maken, leidt tot een andere indeling. Verder speelt, net als in andere wijken, fysieke afstand een belangrijke rol in het onderhouden van contact. Bewoners onderhouden over het algemeen de meeste contacten met hun naaste buren.  

Omgang en communicatie tussen bewoners

Voor wat betreft de relatie met de medebewoners vertellen respondenten dat iedereen naar elkaar zwaait en elkaar gedag zegt binnen het park, ook als men elkaar niet kent. Buiten de golfresidentie houdt dat op. Mensen kennen over het algemeen sowieso de mensen uit hun eigen straat. De rest van de relaties varieert van het gezellig met elkaar hebben ‘we drinken regelmatig een glaasje bij elkaar’, ‘ik heb hier echte vrienden wonen’, tot de hulprelaties die buren met elkaar hebben ‘je zet wel eens de vuilnisbak voor een ander buiten, of als iemand op vakantie is dan maai je het gras voor ze.’ In sommige buurten zijn er pools om de kinderen naar school te brengen, pools naar balletles en naar voetbal etc. Er zijn voorbeelden van basale terugvalopties als bijv. buurtbewoners ziek worden. ‘Het is het ouderwetse gevoel van samen. Niet iedere dag samen koffie drinken, maar als er wat aan de hand is, dat je iets voor elkaar regelt. Maar het is geen opgelegd pandoer. Het hoeft niet. Er zit ook een andere kant aan. Dat iedereen bij elkaar klept. Heb je al gehoord van die en die.’  

Opgemerkt dient te worden dat niet alle ondervraagden de aanspraak en omgang met buurtbewoners evenzeer waarderen. Het wordt door sommige bewoners ook wel als bemoeienis ervaren. Sociale controle op de golfresidentie is over het algemeen groot. Dat wordt door iedereen – binnen- en buitenstaanders – beaamd. Mensen weten of hun buren thuis zijn, letten op als ze een vreemde auto zien of als er vreemde mensen rondlopen. Mensen letten op elkaar en op hun (gezamenlijke) eigendom.         

Daar staat tegenover dat bewoners elkaar over het algemeen niet zo 1, 2, 3 op zaken aanspreken. Bewoners zijn geneigd om eerder het bestuur of de wijkagent melding te maken van hun ongenoegen. Een ander opvallend punt is dat de weg richting de rechter gemakkelijk wordt gevonden in geval van onenigheid. ‘Mensen zijn gewend zo te handelen. Bij een juridisch geschil, leg het de bestuursrechter maar voor. Dat doen ze ook binnen hun ondernemingen. Als je dat in een sociaal wat mindere woonwijk gaat doen en je laat een deurwaarder komen, nou dan gaat het dak eraf.’   Verder onderhouden bewoners contact met elkaar via de eigen website van de golfresidentie (www.golfresidentiedronten.nl). De website heeft een besloten deel waar bewoners geïnformeerd kunnen worden en waar ruimte is voor discussie en het uitwisselen van meningen. Er is ook een nieuwsbrief van het bestuur waarmee bewoners worden geïnformeerd over het reilen en zeilen van de Golfresidentie.   

Gemeenschappelijkheid en gemeenschapszin

Op de vraag of bewoners van de golfresidentie iets gemeenschappelijks hebben, antwoorden de respondenten bijna unaniem: het golfen. Vervolgens zeggen ze vrijwel allemaal dat het eigenlijk maar voor een deel van de bewoners geldt. Circa 40% van de bewoners levert namelijk de speelrechten in. Daarnaast wordt het gemeenschappelijk eigendom genoemd. ‘Je hebt met zijn allen een eigendom, daar is iedereen wel redelijk zuinig op. Omdat iedereen voor een deel eigenaar is, is het schoner hier dan elders. Ook de tuinen zijn verzorgd. Kijk, over smaak valt niet te twisten, maar de tuinen zijn wel verzorgd. Als je het met andere wijken vergelijkt.’   Ook zijn verschillende respondenten van mening dat de bewoners van de Golfresidentie behoren tot dezelfde categorie van mensen en dezelfde sociale groep. Een bewoner verwoordt dit idee: ‘Ik heb het gevoel dat ik nu woon tussen ons soort mensen. En ik vind dat prettig. Ik vind het prettig om ’s avonds bij een borrel te kunnen praten over het non-proliferatieverdrag, zeg ik wel eens. Dat dat kan, dat is prettig. En dan hoef je het niet allemaal eens te zijn, maar dat je erover kan praten [daar gaat het om]’ en ‘De mens is een kuddedier. Je voelt je het best als je in je eigen kudde is. Dat is voor jezelf prettig. Je hebt wel eens wat gehap en gebijt in de kudde, maar... En is dat geen claustrofobisch gedrag? Nee, het is gewoon prettig om te wonen.’  

Ook zijn er bewoners die juist het tegenovergestelde benadrukken. Zij spreken niet zozeer van ‘ons soort mensen’, maar hebben het juist over ‘een goede mix van mensen’ of over ‘een gemêleerd publiek’.  

Je hebt als bewoner de keuze in hoeverre je opgaat in de gemeenschap. Met name in relatie tot de clubleden van golfclub wordt een sterke sociale cohesie genoemd. ‘Er is wel degelijk een vorm van gemeenschapszin bij een groot aantal mensen. Bij clubleden van de Golfclub is dat misschien nog sterker. Een funwedstrijdje spelen, in het clubhuis een biertje drinken na afloop, ’s avonds een kaartje leggen. Nou ja, gewoon het verenigingsleven. Daar is de cohesie groter.’  

Ook los van het golfen geven meerdere respondenten aan dat ‘er een behoorlijk saamhorigheidsgevoel is’. ‘Ik merk cohesie. Toen de kinderen klein waren, we hebben allebei een baan, we zijn druk, we hebben niet altijd zin om precies op de kinderen te letten waar ze zijn, je kent het wel. De kinderen fietsten wel eens ergens heen, tot aan de achterkant van de Golfresidentie en ik woon aan de voorkant. Dan werd ik wel eens gebeld van ‘weet je dat jouw dochter hier op haar eentje fietst’. En dat waren dan geen mensen bij wie je op de koffie ging. Dat soort dingen gebeurt wel meer.’ 

 Meerdere bewoners bestempelen de golfresidentie ook als ‘heel dorps’. ‘Als er wat is dan help je elkaar. Dat doe je niet voor een bos bloemen maar omdat dat prettig is.’  

Er wordt dan door meerdere bewoners gesproken van ‘ons park’. ‘Het is toch ‘met elkaar ons park’. Ons park zeggen wij. Het is toch een beetje afgezonderd van Dronten. Ons park.’

Trots op hun park Bewoners zijn over het algemeen zeer positief over het park. ‘95% Is trots om hier te wonen. Het is een prachtig park. Het is schoon, goed verzorgd, er ligt geen vuil. We hebben ruime percelen. Dus dat is hartstikke mooi.’  

Opvallend is dat meerdere bewoners de golfresidentie associëren met een vakantiepark. Dat heeft te maken met hoe de Golfresidentie is opgezet. De wijk straalt iets parkachtigs uit dankzij het vele groen dat duidelijk is aangelegd (geen wilde natuur), de afwezigheid van rechte wegen, de rust en de ruimtelijke opzet van het geheel. Het park wordt goed onderhouden. Dit geldt zowel voor het gemeenschappelijke deel van het park dat door ingehuurde hoveniers wordt onderhouden, als voor de tuinen bij de huizen die door de  bewoners zelf worden onderhouden. Een respondent zegt hierover: ‘Dat is anders dan een straat waar 3 mensen hun tuin verwaarlozen. Hoeveel geld er hier aan tuinen gespendeerd wordt!’ ‘Dat heeft wel effect voor hoe je iets beleeft. Er staat hier geen koelkast op het trottoir.’ Bewoners zien ook het nadeel ervan: ‘Dus moet ik gvd ook op zaterdagochtend de tuin in. Moet het gras alweer gemaaid worden.’  

Motivatie van mensen om op golfresidentie te wonen De motivaties van mensen om op de golfresidentie te wonen verschillen. Veel gehoorde motivaties zijn: het golfen, rust en ruimte, juiste prijs-kwaliteitverhouding en centraal gelegen in Nederland. Het komt regelmatig voor dat de ene partner werkzaam is in de Randstad en de andere partner in het oosten van het land. Dronten ligt dan min of meer ‘halverwege’. Dronten wordt als redelijk centraal ten opzicht van de rest van Nederland ervaren aangezien je op de meeste plekken binnen een uur met de auto bent. Ook het beleggen in een tweede huis komt regelmatig voor. Dit is aan de orde bij de bewoners van de villa’s, maar lijkt met name voor te komen bij de appartementbewoners. Verder wordt veiligheid ook wel genoemd, maar niet als voornaamste motivatie. Veel mensen ervaren de woonwijk in de praktijk als veilig. Behalve dat het lastig is om snel weg te komen (1 uitgang), hebben veel huizen een alarmsysteem. Tevens werkt de sociale controle in de golfresidentie drempelverhogend. Ook leidt het kleinschalige karakter in bijv. de appartementengebouwen er volgens sommige bewoners toe dat je makkelijk contacten kunt leggen. Deze verwachting is ook voor sommigen ook een reden geweest naar deze wijk te verhuizen.

 Exclusiviteit en beslotenheid Op de website staat dat de Golfresidentie een exclusieve, besloten woon- en golfaccommodatie is. Bij de respondenten is wel enige herkenning op het punt van beslotenheid en in enige mate ook bij de exclusiviteit.  

De beslotenheid door de bewoners geïnterpreteerd als ruimtelijke beslotenheid. Mensen merken bijvoorbeeld op dat de golfresidentie omgeven wordt door hekken en sloten, dat er maar één ingang is en dat het apart van Dronten ligt. ‘Het is daar ook leuk wonen, maar hier is het toch rustiger want als je hier niks te zoeken hebt dan kom er niet.’ 

Anderen merken op dat de beslotenheid wellicht nog het meest op de golfclub slaat. Om met de woorden van een golfclublid te spreken: ‘Het is een superbesloten golfclub. Het concept is dat de golfbaan uitsluitend toegankelijk is voor leden van de golfclub en uitsluitend toegankelijk voor het beoefenen van de golfsport.’  

De exclusiviteit wordt niet door iedereen onderschreven. De meningen verschillen. Sommigen vinden de huizen wel exclusief, anderen ontkennen dit door aan te geven dat er van de meeste huizen meerdere zijn. Voor zover de exclusiviteit herkend wordt, wordt deze gerelateerd aan verschillende zaken: de kosten van een huis, het soort huis, de inrichting van het park, de combinatie met een golfbaan en rust en ruimte die mensen hebben als gevolg van een woning op de golfresidentie. Met name de rust en ruimte wordt als een schaars goed in Nederland gezien en als exclusief bestempeld. ‘Qua exclusiviteit, dat zit hem alleen maar in de prijs van de woningen. Er is geen ballotage. Iedereen die hier een huis kan betalen kan hier komen wonen. Het goedkoopste huis is denk ik 350.000 euro. Als jij sociaal minimum hebt dan kun je hier niet wonen. Maar als je een schooier bent en je krijgt een erfenis dan kun je hier wonen. Er is geen ballotage.’   ‘Rust ruimte en privacy, dat is exclusief in Nederland. Ik denk dat dat het enige is. Verder overdonderende huizen, big, big, big, maar dat is allemaal vals.’  

Niet alle bewoners zijn het eens met de bewoordingen die op website ed. worden gebruikt. In dit kader merkt een respondent op: ‘Vroeger hadden ze een bord ‘wonen op niveau’ staan en dat werd te pas en te onpas uit de kast gehaald. Hoe mensen hier communiceren, daar denk ik van nou [moet dat nu zo].’  

  Relatie tussen bewoners van de Golfresidentie en Dronten De bewoners van de golfresidentie zijn over het algemeen zeer mobiel en gewend de auto te nemen naar de gewenste bestemming. Velen gaan eerder naar andere steden dan Dronten om hun boodschappen te doen. ‘Binnen niet al teveel autominuten zit je in andere centra. Kampen, Elburg, etc. Met een gezellig oud stadscentrum. Mensen zijn gewend ergens heen te gaan. Wij ook.’  

Toch zijn er ook golfresidentie-bewoners die zich bewust op Dronten en haar ondernemers richten en de keuze maken om hun kleding en boodschappen in Dronten te halen. Voor de golfresidentie-bewoners, en met name degene met kinderen, geldt dat er een duidelijke relatie is met Dronten voor wat betreft de scholen, sportclubs, winkels en andere openbare voorzieningen. Relaties tussen Drontenaren die niet op de golfresidentie wonen en de golfresidentie-bewoners zijn over het algemeen echter niet warm. Aan beide zijden zijn er verhalen waaruit blijkt dat men elkaar als deel uitmakend van verschillende groepen beschouwd. Een golfresidentiebewoner: ‘Ik denk dat mensen wel het gevoel hebben dat we iets aparts hebben. Dat we iets aparts zijn. Dat vinden Drontenaren ook. Die vinden het een apart slag. De grens is die weg daar. Alles bezuiden… Wij denken het zelf ook. Over en weer denken we het. Je hoort wel bij elkaar maar er loopt wel een scheidslijn. Soms is men in Dronten wel kritisch, maar eigenlijk zouden ze blij moeten zijn met ons.’  

De Drontenaren, maar ook de Golfresidentie-bewoners zelf, beschouwen hen/zichzelf ‘import’. ‘Kouwe kak’ en ‘air’ zijn termen die meermaals naar voren komen in gesprekken met Drontenaren. Uit de reactie van Golfresidentiebewoners blijkt dat ze zichzelf niet als Drontenaar zien en ook de Golfresidentie niet actief als onderdeel van Dronten zien. Verklaringen voor de koele verhouding worden gezocht in de importfactor en de kenmerken van Dronten vroeger. ‘Dronten is een durp. De kern van Dronten, het is nu niet meer zo want er is veel import, maar het was een agrarische gemeenschap.’  

Ook wordt de verklaring gezocht in een andere levensstijl en wellicht zelfs andere waarden. ‘Het zijn vooral mensen die hard werken. Ik kan mij voorstellen als ze dan op een dinsdagochtend hier langsrijden, en ze zien een sloot van mannen en vrouwen die op de golfbaan lopen, dat ze zich afvragen ‘moeten die niet werken?’   Het is duidelijk dat de Golfresidentie-bewoners weinig verbondenheid voelen met Dronten. Er wordt gebruikt gemaakt van de openbare voorzieningen, maar men kan net zo goed ergens anders kunnen wonen, mits dezelfde of meer voorzieningen voorhanden zijn. Sociaal gezien voelen de meeste Drontenaren en de meeste Golfresidentiebewoners zich totaal verschillende groepen. ‘Kijk als je door het dorp loopt, kijken ze je met de nek aan. Mijn buurvrouw viel er op haar werk buiten omdat ze hier woont. Ook op de voetbalclub denken ze dat mijn man maar een rijke stinkerd is. Er bestaat wel het beeld/imago dat mensen rijk zijn.’      

Reflectie op de casus


De bewoners van de Golfresidentie Dronten vormen duidelijk een gemeenschap, ook al is deze niet zeer hecht. Er is sprake van een stelsel van sociale relaties, een gezamenlijke identiteit en gedeelde symbolen. Relaties variëren van hulprelatie tot hechte vriendschapsrelaties en relaties waarin men  nu en dan samen gezelligheid zoekt. Functionele verbanden waarbij de één iets voor de ander doet, en de ander later weer iets terugdoet voor de één, hebben de overhand. Verder let men op elkaar en zorgt men als gemeenschap voor het gemeenschappelijk eigendom. Bewoners van de golfresidentie begroeten elkaar als ze elkaar bijvoorbeeld met de auto passeren, ondanks dat ze elkaar niet kennen. Bewoners ervaren de golfresidentie als een dorp. Daarmee wordt gedoeld op de kleinschaligheid, de sociale controle en het feit dat de meeste mensen elkaar in ieder geval van gezicht kennen. Velen zien de bewoners als een sociale groep, wat blijkt uit het feit dat ze spreken van ‘ons soort mensen’. Ze vinden deze gelijkgezindheid prettig. Sommige bewoners geven echter aan dat ze de inwoners van de golfresidentie als een gemêleerd gezelschap ervaren en verwijzen dan met name naar de verschillende functies die mensen in de maatschappij vervullen of vervulden. Men gebruikt vaak dezelfde term om de golfresidentie aan te duiden, namelijk ‘ons park’. Het ‘park’ is een gedeeld symbool. Ondanks dat een groot deel van de inwoners niet golft, vormt ook de golfsport een gedeeld symbool voor de bewoners van de Golfresidentie. Het casusonderzoek laat zien dat er bindende en karakteristieke elementen zijn die doorwerken in het gedrag van de bewoners.             

De golfresidentie communiceert zelf over haar beslotenheid en exclusiviteit, maar in hoeverre is er nu sprake van geslotenheid? Behoort de Golfresidentie tot de familie van gesloten gemeenschappen?

Sociale geslotenheid:

Op maatschappelijk niveau kan de vraag worden gesteld in hoeverre de golfresidentie sociaal gesloten is ten opzichte van de rest van de maatschappij. Uit dit onderzoek blijkt dat de Golfresidentie niet met de rug naar de rest van de maatschappij staat. De Golfresidentie heeft geen weerstandsidentiteit zoals enkele gemeenschappen die Manuel Castells (2004) beschrijft, en is op allerlei manieren verbonden met de maatschappij. Er is geen sprake van een sterke sociale geslotenheid. Het onderzoek heeft echter ook laten zien dat bepaalde groepen wel worden uitgesloten van de Golfresidentie, namelijk de groep van mensen die de relatief dure woningen op de Golfresidentie niet kan betalen. Er is dus sprake van enige sociale geslotenheid. De sociale geslotenheid is echter beperkt. Zo hebben de meeste bewoners veel relaties met mensen buiten de Golfresidentie. Voor de meeste bewoners geldt dat hun familie grotendeels buiten de Golfresidentie woont, en hetzelfde geldt voor veel vrienden. In deze zin verschilt de Golfresidentie van de ideaaltypische gemeenschap zoals beschreven door Ferdinand Tönnies (1887), waarbinnen veel verwantschapsrelaties bestonden. Daarnaast zijn de bewoners van de golfresidentie actief in de maatschappij buiten de golfresidentie. De oriëntatie van de golfresidentiebewoners is redelijk ‘outward’, al was het alleen al omdat de golfresidentie niet zelfvoorzienend is. Voor boodschappen (uitgaven) en voor hun inkomen moeten de bewoners van de Golfresidentie buiten de Golfresidentie zijn. Op individueel niveau is het de vraag in hoeverre de golfresidentie individuen uitsluit. Op dit niveau kent de sociale uitsluiting twee varianten. Sommige mensen willen niet bij de golfresidentie horen en anderen kunnen er niet bijhoren. De prijsklasse en de te ondertekenen regels met betrekking tot gedrag van bewoners en beheer van de openbare ruimte hebben hier een selecterende werking. Het is echter niet zo dat individuen vanwege bepaalde kenmerken worden uitgesloten door een ballotagecommissie. In die zin is de golfresidentie open voor alle individuen, zolang ze het maar kunnen betalen. Tenslotte is de golfclub in zekere mate sociaal gesloten. De club is in principe namelijk alleen toegankelijk voor inwoners. Aangezien niet alle inwoners golfen is er wel een systeem ontstaan waarbij een minderheidsdeel van niet-inwoners van de Golfresidentie lid kan worden van de golfclub. Echter alleen als B-lid.

Cognitieve geslotenheid:

De vraag in hoeverre de golfresidentie cognitief gesloten is ten opzichte van de rest van de maatschappij, is moeilijk te beantwoorden. Hetzelfde geldt voor de vraag in hoeverre ideeën van individuen worden uitgesloten. Geslotenheid van ideeën en opvattingen zijn moeilijk terug te vinden. In dit onderzoek hebben wij nauwelijks aanwijzingen gevonden voor cognitieve geslotenheid. De bewoners van de golfresidentie lijken niet erg gesloten voor bepaalde ideeën.   Wel kan opgemerkt worden dat er sprake is van strakke ideeën over ordelijkheid. Deze ideeën zijn vastgelegd in statuten en huishoud- en infrastructuurreglementen, waardoor ze als regels het gedrag van bewoners structureren en gedragingen die niet passen binnen de regels bemoeilijken.

Ruimtelijke geslotenheid:


Het terrein is niet volledig afgesloten door een hek, maar het terrein wordt wel omgeven door een waterloop en voor een gedeelte door een hek, en is er maar één aantakking aan de openbare weg. Die aantakking ligt zo dat men vanuit Dronten eerst om het terrein heen moet vooraleer men het terrein op kan. Drontenaren of toevallige passanten komen dus niet snel in de wijk, tenzij zij met een reden de wijk in willen. Ruimtelijk gezien ligt de golfresidentie afgelegen. Dankzij de enigszins afgelegen ligging en de afbakening met water, beplanting of hek is er sprake van ruimtelijke geslotenheid en een ruimtelijke scheiding ten opzichte van de rest van Dronten. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat eenieder die het terrein op wil er ook op kan. De toegang is vrij en ze wordt niet bewaakt zoals dat het geval is bij sommige gated communities.  

Terugblikkend op de casus stellen wij vast dat de Golfresidentie in enige mate gesloten is. Er is sprake van ruimtelijke geslotenheid en sociale geslotenheid. De Golfresidentie Dronten kan gezien worden als een lid van de familie van gesloten gemeenschappen. Ze heeft duidelijke kenmerken van een gemeenschap, en ook trekken van geslotenheid. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat de geslotenheid niet bijzonder

http://www.kifkif.be/actua/gesloten-gemeenschappen-sociale-relaties-en-segregatie