Gevluchte schrijvers vinden vrijhaven in Antwerpen

In hartje Antwerpen baat de internationale schrijversvereniging PEN een weinig opzienbarende flat uit. Wel opzienbarend zijn de gasten: internationale schrijvers allerhande, mensen op de vlucht voor vervolging of zij die er simpelweg even tussenuit willen.
Gevluchte schrijvers vinden vrijhaven in Antwerpen
 

In hartje Antwerpen baat de internationale schrijversvereniging PEN een weinig opzienbarende flat uit. Wel opzienbarend zijn de gasten: internationale schrijvers allerhande, mensen op de vlucht voor vervolging of zij die er simpelweg even tussenuit willen.

Dimitri Bontenakel en Sven Peeters, de verantwoordelijken voor de PEN-flat bij PEN Vlaanderen, ontvangen me in het sobere appartement. Even later komt ook oprichtster Ingrid vander Veken binnen. Allemaal zijn ze schrijvers. PEN-Vlaanderen is de Vlaamse afdeling van de wereldwijde auteursvereniging PEN die zich inzet voor de rechten van schrijvers, journalisten en publicisten.

In 2002 richtte PEN-Vlaanderen de PEN-flat op: een plek waar schrijvers en journalisten terecht kunnen. Veel gasten zijn op de vlucht, alhoewel dat geen voorwaarde is om in de schrijversflat te verblijven. De organisatie werd geïnspireerd door de verbanning van Pakistaans schrijver Salman Rushdie, die moest onderduiken omwille van een fatwa, een islamitisch juridisch advies, die de Iraanse geestelijke Ruhollah Khomeini over hem had uitgesproken eind jaren tachtig.

Sinds 2002 verbleven al tientallen gasten in de flat, afkomstig van Nederland tot Azerbeidzjan. Ze verblijven er voor kortere perioden, doorgaans een aantal maanden, en meestal met een schrijfproject in gedachten.

Boeken als paspoort

Tijdens het gesprek vertellen de mensen van PEN altijd maar weer over de belevenissen van de gasten, van hilarisch tot schrijnend. Zo is er het ‘enorm cynische’ geval van Rodhan Al-Galidi, een schrijver die het Irak van dictator Saddam Hoessein ontvluchtte in de jaren negentig en uiteindelijk in een Nederlands vluchtelingencentrum terechtkwam. Hij kreeg toen geen verblijfsvergunning en kon dus ook niet werken of studeren.

Door wat in het zwart te werken, slaagde Al-Galidi er toch in om Nederlandse woordenboeken te kopen en zichzelf Nederlands te leren. Uiteindelijk begon hij in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Bij controles haalde hij niet zijn onbestaande paspoort boven, maar de boeken die hij had geschreven. Boeken werden zijn paspoort.

Het verhaal van Rodhan, die meerdere keren te gast was in de schrijversflat, is misschien wat extreem. De meeste gevluchte schrijvers krijgen asiel in een Europees land, maar er zijn ook schrijvers die “het weinige dat ze hebben in een aantal koffers steken en gaan waar ze welkom zijn”, vertelt Peeters.

Visum geweigerd

Tijdens het gesprek met de mensen van PEN is de flat opvallend leeg. De gast die er normaal zou verblijven, de Syrische schrijver Mahmoud Azzam, kreeg geen visum. Volgens Peeters kwam de weigering vrij onverwacht. “Misschien werd geredeneerd dat hij naar hier kwam om asiel aan te vragen. Maar dat slaat nergens op.”

Mahmoud reageert zelf in een opiniestuk op de weigering: “Ik kan niet aanvaarden dat u me enkel beschouwt als een potentieel vluchtelingenproject.” De schrijver woont nog in Syrië en stelt dat hij ondanks alles niet wil verhuizen. Hij wil aanzien worden als een Syrisch schrijver, niet als vluchteling. Hij zou drie maanden naar België komen om te schrijven en dan weer vertrekken. “Zo worden die auteurs op dezelfde hoop gegooid als alle vluchtelingen,” reageert Peeters.

Een verloren kans, want “je brengt niet enkel een auteur naar hier, maar ook zijn cultuur en hele achtergrond” gaat Peeters door. Daarom organiseert PEN publieke evenementen met de gasten, zodat ze hun ervaring breder kunnen uitdragen. “Dat zo’n visum geweigerd wordt, is een beetje een bedreiging van de werking van PEN,” aldus Peeters.

Citymarketing

De relatie met beleidsmakers verloopt soms wat stroef maar is toch cruciaal. De belangrijkste partners van PEN Vlaanderen zijn de stad Antwerpen, de Universiteit van Antwerpen en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Vooral de Universiteit speelde een belangrijke rol in de beginperiode, maar ook de relatie met de stad Antwerpen is belangrijk.

Al deze instellingen zijn broodnodig om het klimaat te creëren waarin de flat kan bloeien. “Antwerpen heeft er veel voor teruggekregen,” stelt vander Veken. Zo geven de schrijvers lezingen en interveniëren ze in het publieke debat, denk maar aan de rake commentaren van Palestijns schrijver Ghayath Almadhoun die tot voor kort in de flat verbleef.

Vaak gebruiken gasten hun tijd in de flat om onderzoek te doen, vooral naar Antwerpen. “De schrijvers nemen Antwerpen, of België, terug mee naar hun land,” vertelt Peeters. De stad duikt dan ook veelvuldig op in boeken geschreven in de PEN-flat. “Citymarketing” als je wil, “misschien moeten we dat nog eens opnemen in een van onze brieven aan de burgemeester van Antwerpen, want meestal komt daar niet al te veel respons op,” stelt Peeters half-serieus.

Toekomstplannen

PEN werkt reeds samen met het ICORN-netwerk (International Cities of Refuge Network), een netwerk van steden dat langere verblijven aanbiedt aan gevluchte schrijvers. Brussel is zo’n stad, Antwerpen nog niet. Daar wilt PEN in de toekomst iets aan doen, maar “we krijgen de stad niet mee,” vertelt Bontenakel.

Een tweede PEN-flat openen behoort tot de mogelijke toekomstideeën: eentje in Antwerpen voor langere verblijven of in een andere stad, misschien Gent. Zoiets vereist natuurlijk de nodige ondersteuning en geldige visa voor de schrijvers.

© 2015 - C.H.I.P.S. StampMedia - Tom Cassauwers; Foto's: Bjorn Lauwerijs