Het ene lek is het andere niet.

05-09-2008 |

 13/02/2006 - Ludo De Witte   DE recente huiszoekingen bij Vlaams Belang-medewerker Bart Debie en de Antwerpse politiecommissaris Serge Muyters over het lekken van politie-informatie naar De Morgen roepen vragen op. Vragen waarmee ik me in een krabbenmand begeef, want concurrenten van die krant zijn er als de kippen bij om dat dagblad inconsequentie te verwijten, en aan dat spelletje doe ik niet mee.

Zo schrijft Het Nieuwsblad dat haar progressieve concurrent wél voor een politiek cordon rond het Vlaams Belang pleit, maar het zelf op dat vlak niet zo nauw neemt. De beschuldiging heeft niet veel om het lijf: waarom zou een journalist informatie negeren omdat de politieke intenties van de bron ervan hem niet aanstaan? Voorwaarde is wel dat de informatie wordt gecheckt en de bedoeling van de informant wordt doorzien. Zo niet wordt de journalist de politieke speelbal van zijn bron, die met zijn lek doorgaans een specifiek doel nastreeft. En hier knelt het schoentje wel eens, zo blijkt ook uit de recente geschiedenis.

Want wat was bijvoorbeeld de rol van de media in de demonisering van Abou Jahjah en de AEL in 2002 en 2003? Wat men ook van de man moge denken: een eerlijke behandeling heeft hij nooit gehad. De lezende en tv-kijkende Vlaming werd overstelpt met een lange reeks onwaarheden (de AEL wil de joden aanvallen, de organisatie is een privé-militie, Abou Jahjah is tegen de democratie) en verdachtmakingen (Abou Jahjah ging een schijnhuwelijk aan, hij verkeert in terroristische middens). Deze mediahysterie moest de autochtone publieke opinie opzetten tegen de bruine Beëlzebub die met zijn milities 'ons' landje wou veroveren. En de grondstof die de mediafabriek draaiende hield, waren een reeks een-twee'tjes tussen journalisten en extreem-rechtse figuren in gerechtelijke, politie- en inlichtingendiensten. En alles gebeurde onder het goedkeurende oog van hun superieuren en de voltallige politieke klasse.

Het dossier dat de Staatsveiligheid over Abou Jahjah had opgesteld, werd met leugens en verdachtmakingen en al in De Morgen afgedrukt (ook Het Volk klopte bij de dienst aan). De Antwerpse politie-actie met de provocerende werktitel ,,Geïntegreerd Plan Marokkanen'' kwam via het Blok in de pers, en dat was ook met de politie-informatie over het gsm-verkeer van AEL'ers het geval. Verder bezorgde Filip Dewinter het asieldossier van de AEL-leider aan de pers.

Hebben we toen iemand horen klagen over 'lekken'? Neen, want de (des)informatie kwam tegemoet aan de zucht naar oorlogsretoriek die Abou Jahjah ten gronde moest richten. Hebben journalisten toen de Blok-filières in de orde- en inlichtingendiensten onder de loep genomen, of de politieprovocaties blootgelegd die de AEL-manifestaties van april en november 2002 in een kwaad daglicht moesten stellen? Neen, want ze waren dienstig voor de gevoerde strategie van de spanning.

Vandaag is er blijkbaar minder nood aan lekken en provocaties van deze scherpslijpers, en wil men ze intomen. Dat de gerechtelijke actie een hypotheek op de persvrijheid legt, neemt men er blijkbaar graag bij. Hoe lang echter blijven ze aan de ketting liggen? Tot een nieuwe binnenlandse vijand moet worden bestreden?

(De auteur is socioloog en schreef onder meer 'De moord op Lumumba' en 'Wie is bang voor de moslims?)

Dit artikel verscheen in De Standaard op 22 januari 2005
 

http://www.kifkif.be/actua/het-ene-lek-is-het-andere-niet