Het Homogeneïsme: verleden tijd of nog steeds actueel?

30-09-2012 | Lieselot Steyaert (Kuleuven)

Eenvoudige formuleringen en catchy zinsneden moeten de partijboodschap op een overtuigende en heldere manier overbrengen aan een breed publiek.


Een analyse van de manier waarop het integratiedebat vorm krijgt binnen het discours van de Vlaamse democratische partijen - onderzoek binnen het kader van de Master Sociale en Culturele Antropologie aan de KULeuven


Inleiding

Twintig jaar geleden brachten Blommaert en Verschueren hun eerste boek uit over het migratiedebat in België. Ze besteedden een bijzondere aandacht aan het hegemonische discours zoals dat werd gevoerd in de Vlaamse media en op de politieke scène. Het werk veroorzaakte een heuse controverse, aangezien de auteurs tot de conclusie kwamen dat het tolerante discours rond integratie en diversiteit in wezen terugging op dezelfde premissen als het extreemrechtse gedachtegoed. De beide groepen leken immers te geloven dat de Belgische maatschappij gebaat is bij een ver doorgedreven homogenisering van de sociale waarden en normen. Die achterliggende boodschap kwam naar voren door de obsessie van zowel de linkse als de rechtse partijen met integratie, een begrip dat niemand overigens duidelijk durfde te definiëren.

Op die manier werd er een onzichtbare scheidingslijn getrokken tussen de “echte” burgers en de vreemdelingen die hun plaats nog moeten verdienen.  Alleen op enkele “minder essentiële” domeinen stond men volgens Blommaert en Verschueren een zekere diversiteit toe, om zich op die manier te kunnen verschuilen achter een waas van “pluralisme” en “tolerantie”. Ik was geïntrigeerd door het onderzoek van Blommaert en Verschueren en besloot te onderzoeken in hoeverre hun kritiek nog geldig was voor het huidige politieke discours. Ik waagde mij daarom aan een analyse van de partijprogramma’s van de vijf grootste democratische partijen (Open Vld,  NV-A, CD&V, SP.A en Groen) voor de vervroegde federale verkiezingen van 2010. Ik focuste mij meer bepaald op het onderdeel gewijd aan asiel en migratie. In wat volgt presenteer ik de voornaamste resultaten van die analyse. (Voor citaten en een uitgebreidere bespreking verwijs ik naar de volledige paper)

Integratie: een allesomvattende oplossing of een leeg begrip?

“Integratie” lijkt voor de Vlaamse partijen nog steeds het toverwoord te zijn dat een uitweg moet bieden uit de talrijke problemen die de multiculturele samenleving met zich meebrengt. Op enkele schuchtere en niet zeer diepgaande pogingen na, lijkt er echter weinig moeite gedaan te worden om dit veelomvattende woord duidelijk te definiëren. Veel verder dan vage omschrijvingen als “de kennis van het Nederlands en van onze samenleving met alle rechten en plichten die eraan verbonden zijn” (NV-A) raakt men niet. Maar waar ligt precies de grens? Wanneer mag een migrant zich volwaardig geïntegreerd noemen? Nergens in de vijf partijprogramma’s wordt een duidelijk antwoord geformuleerd op deze (nochtans cruciale) vraag.

Door het gebrek aan duidelijke informatie omtrent integratie lijkt iedereen vrij om het woord een eigen invulling te geven. Naargelang de achtergrond en het doel van de persoon door wie het in de mond worden genomen, belaadt het zich met andere connotaties en geeft het uiting aan verschillende visies op de werkelijkheid. Op die manier heeft de migrant natuurlijk weinig controle heeft over het welslagen van zijn integratieproces. Veel allochtone nieuwkomers hebben dan ook het gevoel dat geen enkele inspanning ooit goed genoeg is om het recht te krijgen “erbij te horen”.

Cultuur als een homogeen geheel

Bovendien gaat er in de partijprogramma’s van Open Vld, NV-A, CD&V en SP.A zeer weinig aandacht naar de socio-economische oorzaken van de falende multiculturele samenleving. De focus wordt gelegd op de cultuurverschillen en niet op de meer structurele problemen, zoals de sociale achterstelling van veel allochtonen. De partijteksten stellen culturen voor als strak afgebakende gehelen die noodzakelijkerwijs met elkaar in botsing treden als ze samenkomen. In die visie is een gelijkschakeling van alle normen en waarden de enige oplossing voor de problemen in de samenleving. Een dergelijke redenering is echter niet alleen een ferme onderschatting van de flexibiliteit van het individu – heeft iedereen niet een hybride identiteit? – maar staat ook in de weg van echte diversiteit.

Dat laatste is immers enkel mogelijk in een samenleving waar iedereen zijn eigen identiteit mag bepalen en waar niemand wordt gelijkgeschakeld met de cultuur waartoe hij behoort. De partijprogramma’s van de vier bovenstaande partijen lijken echter telkens te vertrekken van de groep in plaats van van het individu. Dat staat in schril contrast met het pleidooi voor diversiteit en een open samenleving dat alle Vlaamse democratische partijen lijken te voeren.

Groen: een alternatief begrippenapparaat

Door de voortdurend focus op integratie eigenen de Vlaamse partijen zich bovendien een hogere positie toe dan de migrantenbevolking, en maken zo een samenleving gebaseerd op gelijkwaardigheid en respect onmogelijk. We zouden kunnen zeggen dat de Vlaamse politici een hoge muur opbouwen tussen de autochtonen en de nieuwkomers, zonder deze laatsten het benodigde materiaal aan te reiken om erover heen te klimmen. Heel opvallend is ook dat de rechtse en linkse partijen op dit vlak redelijk op één lijn lijken te staan. Alleen de groene partij lijkt naar een alternatief begrippenapparaat te zoeken die de strakke scheiding tussen de allochtonen en autochtonen kan opheffen.

Het centrale woord in het partijprogramma van Groen is niet “integratie”, maar wel “burgerschap”.  Het is een begrip dat de verantwoordelijkheid voor het slagen of falen van de multiculturele samenleving niet alleen bij de allochtonen wil leggen, maar wel bij alle inwoners van België. Het legt de nadruk op het belang van een gemeenschappelijk streven naar een leefbare samenleving. Het begrip “integratie” wordt wel vermeld, maar niet als een eenvoudige one-size-fits-all oplossing voor al de problemen van de samenleving. Extra eisen naar de nieuwkomers toe kunnen volgens Groen maar in beperkte mate en moeten altijd duidelijk gedefinieerd worden. 

Groen lijkt de problemen in de samenleving ook eerder te zien als het gevolg van socio-economische onrechtvaardigheden, dan als het resultaat van culturele botsingen. De partij plaatst ook heel bewust het individu centraal en vermijdt elke voorstelling van de Vlaamse cultuur als een homogeen geheel. We kunnen er dus niet omheen dat bij deze (beperkte) analyse een onmiskenbaar contrast in het oog springt tussen Groen en de vier andere partijen.

De toenemende mediatisering van de politiek

In het algemeen kunnen we ten slotte nog opmerken dat de vijf partijprogramma’s niet heel sterk zijn uitgediept. Hoogstwaarschijnlijk is dit het gevolg van de toenemende mediatisering van de politiek. Eenvoudige formuleringen en catchy zinsneden moeten de partijboodschap op een overtuigende en heldere manier overbrengen aan een breed publiek. Het nadeel van een dergelijke aanpak is dat er in onze moderne maatschappij nog maar weinig plaats overblijft voor nuances en diepgaande reflectie. Nu onze werkelijkheid steeds kleurrijker en diverser wordt, hebben we echter juist mensen nodig die durven openstaan voor complexiteit, en die zich niet verschuilen achter de schijnbare eenvoud van abstracte termen zoals “integratie”.

 

http://www.kifkif.be/actua/het-homogeneisme-verleden-tijd-of-nog-steeds-actueel