Het onzichtbare racisme (1)

13-03-2010 | Ico Maly

Media en racisme. De controverse loert steeds om de hoek als dit thema ter sprake komt. Hoewel het vaak ‘de moslims’ zijn die het verwijt krijgen lange tenen te hebben, zijn het vooral journalisten die bij het bespreken van dit thema overgevoelig zijn. Deze titel roept bij velen van hen waarschijnlijk het idee op van een ware heksenjacht. Ik kan hen meteen geruststellen, deze bijdrage bevat geen oplijsting of erger nog een inquisitie van journalisten met racistische sympathieën. Hoewel er weldegelijk journalisten met dergelijke overtuigingen bestaan, lijkt het me niet de bedoeling hier op in te gaan. Immers niet het expliciete of bewuste racisme is vandaag het grootste probleem in onze media. Wel de productie van impliciet racisme en berichtgeving die de samenleving polariseert. In dit stuk bekijken we dus in welke mate media vandaag racistische effecten produceren in de samenleving en de onderliggende mechanismen van deze effecten.

Over media, beeldvorming en racisme

Media en racisme. De controverse loert steeds om de hoek als dit thema ter sprake komt. Hoewel het vaak ‘de moslims’ zijn die het verwijt krijgen lange tenen te hebben, zijn het vooral journalisten die bij het bespreken van dit thema overgevoelig zijn. Deze titel roept bij velen van hen waarschijnlijk het idee op van een ware heksenjacht. Ik kan hen meteen geruststellen, deze bijdrage bevat geen oplijsting of erger nog een inquisitie van journalisten met racistische sympathieën. Hoewel er weldegelijk journalisten met dergelijke overtuigingen bestaan, lijkt het me niet de bedoeling hier op in te gaan. Immers niet het expliciete of bewuste racisme is vandaag het grootste probleem in onze media. Wel de productie van impliciet racisme en berichtgeving die de samenleving polariseert. In dit stuk bekijken we dus in welke mate media vandaag racistische effecten produceren in de samenleving en de onderliggende mechanismen van deze effecten. Om deze oefening tot een goed einde te brengen, zal het noodzakelijk zijn verschillende concepten grondig te definiëren. Deze week kunnen jullie het deel lezen, waarin de concepten racisme en beeldvorming geduid worden. In de volgende bijdrage zoom ik verder in op de werking van de media en de impact van die media op de samenleving. We besluiten in de laatste bijdrage met drie met bespiegelingen over de relatie tussen media en racisme aan de hand van enkele concrete voorbeelden. Deze week dus, de defniëring van racisme en beeldvorming en hun onderlinge verwevenheid.

1. Racisme en beeldvorming

Racisme en beeldvorming zijn onderling zeer nauw verweven en kunnen dus niet los van elkaar begrepen worden. Immers de beelden die we hebben over ‘anderen’ zullen niet alleen bepalend zijn in de mening die we over anderen vormen, het zal zich ook vertalen in onze handelingen. In essentie zouden we dus kunnen zeggen dat de beeldvorming over groepsidentiteiten, die identiteiten ook vorm geeft in de samenleving doordat we ernaar handelen. Hieronder trachten we beide concepten en hun onderlinge verwevenheid te duiden. We beginnen met het controversiële concept racisme.

a. Wat is racisme?

Racisme is een duidelijk taboeonderwerp geworden. Iedereen die het concept hanteert, krijgt negen kansen op tien allerhande verwijten naar het hoofd geslingerd. Het is een controversiële term, waar niemand nog mee wil geassocieerd worden. Zelfs het Vlaams Belang wil dit label niet opgespeld te krijgen. Het doet er alles aan om het concept in de taboesfeer te houden. Racisme lijkt in hun discours louter en alleen een valse aantijging, van echt racisme lijkt nooit sprake te zijn . Althans bij de autochtonen, want allerlei rechtse krachten zijn er als de kippen bij om ‘de Ander’ te beschuldigen van racisme.

Racisme lijkt enkel nog een zaak van ‘hen’, niet van ‘ons’. Dat is niet zo verwonderlijk als je weet dat de rechterzijde islamofobie ziet als de normaalste zaak van de wereld, meer zelfs het is schijnbaar onze plicht. Zo is Mia Doornaert ironisch genoeg de overtuiging toegedaan dat er maar sprake kan zijn van racisme, als het slachtoffer tot een ander ‘ras’ behoort. Waarmee ze natuurlijk de kern van het oude racisme legitimeert, namelijk dat de mensheid opgedeeld kan worden in verschillende rassen. Racisme kan dan in dit discours enkel maar het biologisch racisme zijn, een expliciet racisme dat spreekt over inferieure rassen. Meteen praat deze Barones van de botsende beschavingen islamofobie goed (immers moslims zijn geen ras, in tegenstelling tot joden, aldus de redenering van mevrouw Doornaert) en verheft ze het zelfs tot de plicht van iedere rechtgeaarde democratische burger .

Dit discours is helaas niet zonder invloed gebleken. Bij het horen van het concept racisme, denkt de meerderheid van de bevolking spontaan aan expliciet racisme én aan individuen die racistisch zijn. Door deze definitie te hanteren, worden we natuurlijk blind voor veel van het impliciete of onbedoelde racisme, dat nochtans zeer vergaande gevolgen kan hebben in de samenleving. Racisme wordt zo een uitzondering, een spijtige en te bekampen uitzondering, maar niet meer dan dat. Een vrij marginaal probleem dus. Kortom in het dagelijks gebruik is ‘racist’ een scheldwoord, maar ook een zaak van enkele zeldzame individuen. Iemand is dan racistisch of is het niet. Door racisme louter op een individueel niveau te erkennen, wordt het probleem niet alleen gemarginaliseerd, maar ontbreekt een degelijke kennis over de werking en het ontstaan van racisme. Racisme is immers niet in eerste instantie iets dat we op individueel niveau moeten situeren, maar is een ideologie . Dat wil zeggen een geheel aan ideeën die verspreid worden door allerhande structuren, instellingen en individuen in de samenleving. Kortom, racisme is een ideologie van maatschappelijke ongelijkheid gestoeld op een gepercipieerde afwijkende groepsidentiteit. Het gaat steeds gepaard met een scheiding tussen twee groepen en vervolgens het afwijzen van die andere groep. De kapstok van deze afwijzing kan verschillen naargelang het slachtoffer, de tijd en de context.

In die zin spreken we dan ook beter over racismen. Of we het nu over antisemitisme, islamofobie of racisme ten opzichte van zwarten, indianen en zelfs de discriminatie van vrouwen of holebi’s spreken, dergelijke racismen gaan steeds gepaard met gelijkaardig opgebouwde beelden en constructies van de betrokken partijen. De definiëring van de ‘ander’ staat steeds in nauwe relatie met de zelfdefiniëring. De ‘ander’ wordt meestal omschreven in wat wij niet (meer) hebben of niet meer zijn.

In die zin vertelt de beeldvorming over de ‘ander’ waarschijnlijk meer over de eigen identiteit dan over die ‘ander’. Een tweede factor van belang in de studie van racisme, is dat racisme steeds met macht van doen heeft. De macht om ideeën te laten circuleren in de samenleving, ze voor ‘normaal’ laten doorgaan en de macht om te discrimineren. Dat betekent dus dat het in rekening brengen van macht cruciaal zal zijn in het nagaan van de impact van een welbepaald racistisch discours.

Sommige racistische discoursen worden immers massaal verspreid en andere bevinden zich in de marge. Hoewel alle racistische discoursen een nefaste impact hebben en hard bestreden moeten worden, is de impact van discoursen die massaal verspreid worden natuurlijk veel groter dan het vertoog dat vooral in de marge leeft. Het machtsperspectief is hier dus van cruciaal belang, niet om een racismevariant uit te roepen als ongevaarlijk maar wel om zicht te krijgen op de maatschappelijke impact van dat racisme. Antisemitisme bestaat vandaag nog altijd en is in sommige contreien in Europa bezig aan een serieuze opgang. In Vlaanderen is er ook sprake van een stijging van het antisemitisme, maar in vergelijking met de steile opmars in Rusland bijvoorbeeld, is die nog eerder gering. Dit antisemitisme moet bekampt worden, net zoals de moslimhaat die vandaag welig tiert in Vlaanderen en Europa. Die moslimhaat is vandaag het dominante racisme in onze samenleving, zo dominant dat velen er zelfs trots vooruitkomen islamofobisch te zijn. Het feit dat deze ‘angst voor de islam’ als een ‘normaal’ gedachtegoed  beschouwd wordt, toont aan dat dit racisme dominant is. Dat vertaalt zich dan ook in de statistieken: de werkloosheid onder ‘moslims’ is torenhoog, meer dan de helft van hen leeft onder de armoede grens, een huis huren is bij momenten bijna onmogelijk. Kortom de impact op de samenleving is niet te onderschatten.

In deze bijdrage bestuderen we racisme dus als een ideologie en niet als een eigenschap van een individu. Bovendien zullen we focussen op de racistische discoursen die dominant zijn, die massaal circuleren in de samenleving en die als ‘normaal’ beschouwd worden.

b. Wat is de link tussen racisme en beeldvorming

Racisme ontstaat niet zomaar. Het is geen biologisch gegeven, maar een sociaal gegeven. Racisme is zoals gezegd een ideologie. Het wordt dus door mensen gemaakt en verspreidt in de samenleving door middel van allerhande instellingen en structuren. Dan denken we aan de politiek, het onderwijs en zeker niet te vergeten de media. Racisme zowel in het handelen als het spreken, is steeds gebaseerd op het classificeren van mensen in bepaalde groepen: autochtoon-allochtoon, katholiek-moslim-jood, man-vrouw, … De volgende stap in het proces is het definiëren van deze groepen, dat is een geheel aan waarden en normen en andere eigenschappen toekennen aan die groep. In dit toeschrijven van een identiteit aan een groep kunnen we verschillende stemmen ontwaren die meer of minder invloed hebben op de definiëring van de identiteit.

Kijken we vandaag naar welke die invloedrijke stemmen zijn in de bepaling van de moslimidentiteit, dan merken we dat moslims daar bitter weinig in de pap te brokken hebben. Het zijn voornamelijk blanke mannen, politici en journalisten die deze identiteit invullen. Mannen als Marino Keulen, Philip Dewinter, Jan Leyers, Benno Barnard, Paul Cliteur, Wim Van Rooy, Patrick Dewael of Johan Sanctorum produceren samen met journalisten massaal kennis over ‘hun groepsidentiteit’ . Over ‘hun essentie’. Die kennis over deze groep, of beter over leden die we beschouwen als een deel van de groep, ontstaat dus niet zomaar, zonder bemiddeling en selectie. We worden er niet mee geboren maar doen ze op gedurende ons leven. Dat begint in de huiselijke situatie, de woonwijk, de school, de vrienden en later op de arbeidsmarkt. Er is echter nog een belangrijke plaats waar we ‘kennis’ opdoen over ‘die Ander’, namelijk de media. Meer zelfs, vandaag zijn die media de belangrijkste informatiebron voor velen om te denken over andere groepen en de groepsrelaties in de samenleving . Zelfs de jongere generatie, die steevast bestempeld wordt als de internetgeneratie, kijkt volgens recent onderzoek voor haar nieuws toch richting de gevestigde waarden: de kranten en de televisie. En laat het nu net daar zijn dat het schoentje wringt. Het vertrouwen in de kwaliteit van de media is blijkbaar nog steeds hoog, wat er paradoxaal genoeg toe leidt dat de impact van die berichtgeving steeds groter wordt. We leggen massaal onze kritische blik te rusten, en knikken instemmend bij het zien van de beelden en het lezen van de commentaren, zeker als we zelf niet over eigen kennis beschikken over het thema dat behandeld wordt (meer hierover in punt 2.d.1) 

Als we over beeldvorming spreken, hebben we het voornamelijk over de beelden en kennis die de media dag in, dag uit produceren over groepen en die laten circuleren in de samenleving. Die beeldvorming over de interculturele samenleving gaat steevast gepaard met een (impliciete of expliciete) definiëring van de betrokken partijen: de definiëring van ‘ons’ en ‘de Ander’. Die definiëring wordt niet alleen door de journalisten of programmamakers zelf geproduceerd, maar ook door de gasten die ze uitnodigen om hun licht hierover te laten schijnen. Toch kunnen we die gasten ook als ‘deel’ van de media beschouwen, het zijn immers de programmamakers zelf die beslissen wie in de studio komt en wie niet. Het is op basis van de ‘kennis’ die we hebben of niet hebben over een groep, dat we een oordeel zullen vellen over die groep. Kortom de racistische overtuiging dat wij superieur zijn ten opzichte van een ander, gebeurt op basis van het beeld dat we hebben over die groep. Het is op basis van die informatie dat we groepen onderscheiden, er kenmerken aan toedichten om uiteindelijk een groep te veroordelen of uit te sluiten. Het is in die zin dat media bijdragen aan het ontstaan van racisme, namelijk door bepaalde ‘kennis’ te verspreiden over groepen.

Bronnen:
(1) Doornaert, M., 8 februari 2008: De lokroep van het obscurantisme. In De Standaard. 
(2) Blommaert, J., 2000: Racisme als perspectief: over het ideologisch karakter van racisme. Centrum voor islam in Europa: http://www.flwi.ugent.be/cie/CIE/blommaert6.htm 
(1) Dit vertaalt zich ook in de statistieken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding: De Morgen, 8 juli 2009: "Islamofobie neemt toe in België": http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/921308/2009/07/08/Islamofobie-neemt-toe-in-Belgie.dhtml zie ook: De Ley, H., 1999:  "Anti-moslimisme" als racisme. Centrum voor Islam in Europa: http://www.flwi.ugent.be/cie/CIE/deley4.htm 
(3) Zie onder andere: Maly I. (red.) 2007: Cultu(u)rENpolitiek. Over media, Globalisering en culturele identiteiten. Garant. & Maly, I. 2009: De beschavingsmachine. Wij en de islam. EPO. Of nog: Fadil, N., Arnoudt, K., Bracke, S., De Mul, S. & Kanmaz, M., 2009: Een leeuw in een kooi. De grenzen van het multiculturele Vlaanderen. Meulenhof|Manteau. 
(4)  Thompson, (J.B.), 1990, Ideology and modern culture, critical social theory in the era of mass communication, Polity Press, Cambridge,

http://www.kifkif.be/actua/het-onzichtbare-racisme-1