Het Vlaamse inburgeringsbeleid

14-10-2008 | Miet Lamberts, Peter De Cuyper e.a. (HIVA)

Synthese Bron: Kif Kif. 07/02/2008 - Miet Lamberts, Peter De Cuyper e.a. (HIVA)

  Synthese Miet Lamberts, Peter De Cuyper, Johan Geets, Ludo Struyven, Christiane Timmerman, Steven Van den Eede & Johan Wets

    Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming en van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma.

Met ondersteuning van het departement Werk en Sociale Economie en het ESF ESF: de Europese bijdrage tot de ontwikkeling van de werkgelegenheid door inzetbaarheid, ondernemerschap, aanpasbaarheid en gelijke kansen te bevorderen en door te investeren in menselijke hulpbronnen Vlaanderen ontvangt jaarlijks meer dan 20 000 nieuwkomers. Immigratie maar vooral de integratie van nieuwkomers, kwam de voorbije jaren dan ook hoog op de Vlaamse politieke agenda te staan. In haar Strategisch Plan voor het Vlaamse Minderhedenbeleid van 1996, erkent de Vlaamse overheid voor het eerst de noodzaak van een onthaalbeleid voor nieuwkomers. Twee jaar later werd het onthaalbeleid voor nieuwkomers als één van de drie beleidssporen opgenomen in het minderhedenbeleid. De overheid ontwikkelde daartoe in samenspraak met het werkveld een concept voor het onthaalbeleid. Met het regeerakkoord en de Septemberverklaring van 1999 lanceerde de Vlaamse regering de idee van inburgering.   In het Vlaamse integratiebeleid zien we gaandeweg een verschuiving van een collectief idee van integratie (een onthaalbeleid, met behoud van eigen identiteit), waarbij de verantwoordelijkheid vooral bij de ontvangende samenleving en de overheid ligt, naar een individueel idee van integratie (burgerschap en inburgering), waarin de verantwoordelijkheid vooral bij de minderheden zelf is komen te liggen. Er wordt steeds meer gepleit voor een meer dwingende aanpak tot integratie (Boender, 2001; Lodewyckx & Geets, 2002).   Deze evoluties resulteerden in en werden geconsolideerd via het inburgeringsdecreet dat op 1 april 2004 in werking trad. Concreet wil de Vlaamse overheid via het inburgeringsdecreet aan nieuwkomers die via legale immigratie ons land binnenstromen, de eerste periode van hun verblijf een aangepast onthaal aanbieden. De Vlaamse regering ziet inburgering als een proces met wederzijdse rechten en plichten. De overheid heeft de plicht de persoon van de doelgroep een kwalitatief inburgeringstraject op maat van zijn/haar noden, aan te bieden. Op zijn beurt verbindt de nieuwkomer zich ertoe actief deel te nemen aan het inburgeringstraject. Het decreet definieert inburgering als ‘een interactief proces waarbij de overheid aan vreemdelingen een specifiek programma aanbiedt, dat hun enerzijds de mogelijkheid biedt om zich eigen te maken met de nieuwe sociale omgeving en anderzijds ertoe bijdraagt dat de samenleving de personen van de doelgroep als volwaardige burgers gaat erkennen, met als doel een volwaardige participatie van die personen in de samenleving’.   Het inburgeringsdecreet van 28 februari 2003 creëert dus het recht op en de verplichting tot inburgering. Deze ‘rechten en plichten’-benadering wordt duidelijk omschreven in de beleidsnota inburgering (Keulen; 2004) en sluit aan bij het discours van de activerende verzorgingsstaat: ‘Van de nieuwkomer wordt er verwacht om er alles aan te doen om zelfredzaam te zijn, terwijl de Vlaamse overheid op haar beurt haar verantwoordelijkheid neemt, door het verstrekken van vereiste startkansen om op die manier een nieuw leven in een andere samenleving aan te vangen. Het is tegelijk de plicht van de nieuwkomer om actief aan deze samenleving deel te nemen, door er de vereiste inspanningen voor te leveren, de taal en de omgangsvormen van de ontvangende samenleving te leren kennen en te respecteren’.   Nieuwkomers worden sinds 1 april 2004 verplicht een inburgeringstraject te volgen. De doelgroep bestaat uit personen die verplicht zijn een inburgeringstraject te volgen en personen die het recht hebben op een traject. Onderdanen van een EERland en hun partners, kinderen of ouders kunnen immers niet verplicht worden een traject te volgen, personen die met een Belg(ische) huwen evenmin. Ook in Brussel is het inburgeringstraject niet verplicht. Daarnaast kunnen sommige nieuwkomers om persoonlijke redenen vrijgesteld worden van de inburgeringsplicht (omwille van leeftijd (65-plus), ziekte of handicap) (Administratieve wegwijzer Vreemdelingen, Vluchtelingen, Migranten, 2004). Los van al dan niet verplicht zijn, is de doelstelling dat alle nieuwkomers die tot de doelgroep behoren, bereikt worden. Hiermee wenst men een ‘sluitende aanpak’ te realiseren.

http://www.kifkif.be/actua/het-vlaamse-inburgeringsbeleid