Het vluchtelingenkamp van Duinkerke: smokkelaars bepalen de prijs

09-01-2017 | Patrick Legein & Sofie D'Hulster

Dé grote winnaars van dit systeem zijn de mensensmokkelaars, voor hen is dit big business.

December 2016, Camp De La Liniére in Duinkerke. 

Het is valavond. We hebben net 850 mensen een warme maaltijd bezorgd, kefta in tomatensaus. Er werd gedrumd en massaal gesmuld, bergen eten zijn opgeschept. Niet verwonderlijk, want het was al vijf weken geleden dat er nog eens voldoende vlees was voor iedereen. 

We pakken onze spullen bijeen en trekken vermoeid naar de uitgang van het kamp. Net dan slaat de realiteit ons weer keihard in het gezicht. Een jonge politieagent van de CRS (Compagnies Républicaines de Sécurité, Franse Nationale Politiedienst)  vraagt ons of wij ‘blauwe bandjes’ hebben voor een gezin dat net is aangekomen. ‘Het is voor dit gezin hier’, zegt de man, wijzend naar een jonge familie die een paar meter verderop staat.  Ze werden enkele minuten eerder aan de ingang van het kamp gedropt door ‘des trafiquants’, smokkelaars. Het lijkt erop dat ze de site niet mogen betreden. Nochtans is Duinkerke La Liniére een officieel erkend vluchtelingenkamp van de Franse overheid.

Waar de ‘gedropte’ vluchtelingen moeten slapen? Geen idee, eerst een blauwe armband bekomen bij wie je kan.

C’est la troisième famille qui a été déposé à la barrière aujourd’hui’, roept een vrijwilliger ons toe. Wat er met hen zal gebeuren, vragen we nog?  ‘Aucune idée, espérons qu'ils obtiendront rapidement un bracelet…’, krijgen we als antwoord.

‘Mohammad’, antwoordt de jonge vader, wanneer ik zijn naam vraag. Zijn ogen zijn zwart van vermoeidheid, ze kijken ons onzeker aan.  ‘Little English’, zegt hij.  Uit zijn mond ontsnapt een walm van een lege maag en van ontstekingen. ‘Little English’, herhaalt hij nog eens.  Hij lijkt zich hierbij te willen excuseren, maar hij vindt nauwelijks woorden om zijn gebaren kracht bij zetten. Twee forse mannen van de security, die instaan voor de registratie van mensen die verblijven in het kamp, bekijken het tafereel vanop een afstand.  De blik van de twee naar het gezin is er eentje van pure minachting.  Wij, vrijwilligers, krijgen quasi dezelfde blik. De grijns van de mannen frustreert me en het kost me onnodig veel energie. Ach, ik laat het voor wat het is, het is verloren moeite.

Naast Mohammad staat een meisje van zes jaar ongeveer.  Haar donkerblauwe muts hangt voor haar ogen en belemmert haar zicht.  Een dikke brei van groenbruin snot bengelt onder haar neus.   Haar handjes vormen gebalde vuistjes, die deels verstopt zitten in de ondiepe zakjes van haar flinterdun jasje. Met haar rechtermouw ontdoet ze haar neus van snot dat ondertussen al korstjes heeft gevormd op en rond haar ingevallen wangetjes.  De spleet waar ze door gluurt verraadt haar betraande en grauwe aanblik.  Ze klampt zich vast aan haar mama, drukt zich stevig tegen haar aan en zoekt zich een weg naar een plek waar niemand haar kan zien.  Het liefste zou ze willen verdwijnen in haar mama, zo lijkt het wel.

De mama, Gulîzer, kan niet veel ouder zijn dan dertig jaar.  In haar armen houdt ze een ander kindje vast met een oud legerdeken, ik schat een jaar of vier. Het kind weegt door voor de mama, dat zie je aan de trekken op haar gezicht.  De mama staart me krampachtig aan en houdt zich sterk. Alsof de duivel ermee gemoeid is, begint het te regenen. ‘Please mister, bracelet, please’, zegt Mohammad. Ik begrijp het niet en vraag hem of we iets kunnen doen. Hij stroopt zijn linkermouw op en maakt met zijn rechterduim en wijsvinger een rond vormpje, die hij dan over zijn pols doet.  ‘Bracelet’, please.

Veel beveiliging, maar weinig gevoel van veiligheid

De medewerkster van Afeji, de organisatie die door de Franse overheid is aangesteld voor het intern beheer,  weet geen raad met het gezin. Ze maakt zich druk. Gulîzer en de kinderen mogen even schuilen in de container aan de toegangsbarrière, die dienst doet als bureau.

De regen is namelijk te hevig geworden, de wind snijdt in onze gezichten en het wordt laat. Wij blijven staan. Eén van de politieagenten vraagt nogmaals of we op één of andere manier deze mensen een plek kunnen geven in het kamp.  Want, de twee veiligheidsmensen liggen dwars: het gezin komt enkel binnen als ze een ‘blauw bandje’ hebben.  Het is mij allemaal wat vreemd. Wie kan voor die bandjes zorgen, en kunnen ze zich nu wel of niet registreren bij de medewerkers  van Afeji? Wat is er in godsnaam zo belangrijk aan die bandjes, dat de toegang tot humanitaire hulp daarvan afhangt? 

Nog voor ik een antwoord krijg verschijnt er plots een jongeman op een fiets die snel drie gekleurde armbandjes in onze handen duwt. Wat moeten we hiermee? Geen tijd om na te denken: het gezin kan binnen, eindelijk. Ook de politieman is zichtbaar opgelucht. Dit was ook voor hem duidelijk niet de eerste keer. Wij zijn stomverbaasd, wat gebeurde er net? 

Terwijl de schemer over de slaapplaatsen van Grande Synthe neerdaalt, krijgt het gezin  een shelter.  Hoe de rest van hun verblijf zal verlopen, is vooralsnog onduidelijk. 

Smokkelaars profiteren van falend toegangsbeleid van de Fransen overheid

De blauwe bandjes waar het gezin zo lang moest op wachten, werden ingevoerd door de lokale Franse overheid. Maar het is overduidelijk dat de overheid faalt met haar nieuw toegangsbeleid: mensensmokkelaars grijpen nu opnieuw de macht. Niet langer concentreren ze zich op het louter smokkelen van mensen, maar verdienen ze ook duizenden euro’s per week aan de verkoop van die toegangsbandjes aan nieuwe vluchtelingen. Ook vluchtelingen in het kamp zijn de dupe.

De maatregel om voortaan enkel nog toegang te verlenen aan vluchtelingen die zich met een toegangsbandje kunnen legitimeren, werd begin november ingevoerd. Het zou helpen om beter zicht te krijgen op de totale populatie in het kamp. Dat die regel werd ingevoerd in dezelfde  periode als de ontmanteling van de Jungle van Calais is niet toevallig. De nieuwe toegangsregel zou ook toelaten om de mogelijke toestroom vanuit Calais beter in te schatten. 

Naar  verluidt verspreidde de gemeente Grande Synthe een kleine 400 bandjes. Dat moest dan overeenstemmen met het geschatte aantal bewoners in het kamp.  Wie daarna geen bandje had, zou vervolgens ook  geen toegang meer krijgen tot het kamp.  Men wilde koste wat kost het ‘aanzuigeffect’ verhinderen en luidop werd al aangekondigd dat het kamp snel ontruimd zou worden, naar analogie met Calais. Ook de shelters werden al stelselmatig afgebouwd.

En hup, niet veel later ontstond een gigantisch opvangprobleem: uiteraard bleven groepjes vluchtelingen toekomen, uit Calais (daar stopte de registratie abrupt na de derde dag en werden honderden vluchtelingen nog ‘weggestuurd’ weet je nog), anderen werden gedropt door smokkelaars, en weer anderen kwamen naar Duinkerke nadat ze eerder in niet-officiële kampen hadden verbleven.  Tientallen families met kinderen, jongeren, ouderen en mannen werden nu de toegang ontzegd. Er waren ook onvoldoende slaapplaatsen.

Maar dat was niet het enige probleem: er zaten bij aanvang veel meer dan 400 inwoners in het kamp. De zogenaamde telling van de overheid is bedroevend slecht uitgevoerd:  op de dag van de ontmanteling van Calais verbleven er in La Liniére al 750 mensen, veel meer dus dan geschat. Met de ontmanteling van Calais zijn daar inderdaad nog eens 440 mensen bijgekomen.

Gevolg? Veel nieuwkomers blijven verweesd  achter aan de ingang van het kamp. De ordediensten zien het met lede ogen aan, beheerder Afeji mag geen extra toegang verlenen, of nieuwe bandjes ter beschikking stellen. Mensen in het kamp begonnen hun bandjes clandestien door te geven, maar het waren vooral de smokkelaars die niet veel later een handel in armbanden begonnen. Ook hier schuwden ze de misdaad niet. Bewoners in het kamp die wel een bandje hebben, worden brutaal bestolen, soms ‘s nachts in hun slaap. Ook overdag worden bandjes van de polsen gerukt, er worden bandjes bijgemaakt en tegen woekerprijzen van 120 tot  300 euro per stuk aan nieuwkomers doorverkocht. Ook wie slachtoffer wordt van diefstal moet zijn eigen bandje terugkopen.

Zonder bandje het kamp buiten gaan, geeft natuurlijk ook problemen bij terugkeer. Het is dan telkens  afwachten hoe de  CRS en Afeji zullen reageren. Want het hele systeem zorgt ook bij hen voor chaos en verwarring.

Dé grote winnaars van dit systeem zijn de mensensmokkelaars, voor hen is dit big business. Het aantal vluchtelingen dat ze nog naar de UK kunnen smokkelen is door de ontmanteling in Calais stevig gedaald dus alle extra inkomsten zijn welkom. Op die manier houden ze ook greep op de vluchtelingen, die ze nog afhankelijker maken. De lucratieve handel in basisvoorzieningen beperkt zich overigens niet tot het verschaffen van toegang. Ook wie in een shelter wil verblijven moet aan een mensensmokkelaar een riant bedrag betalen, hetzelfde geldt voor wie wil douchen.  Wie dat niet kan, slaapt in open lucht of in de gemeenschappelijke ruimtes in het kamp. Maar  ook basisgoederen zoals dekens, slaapzakken, warme kledij, voeding, petroleum worden niet zelden aan woekerprijzen aangeboden. 

Wat nog het meest choqueert is dat de Franse overheid oogluikend toe kijkt en daardoor nog maar eens haar humanitaire principes compleet verzaakt.  Dat mensen in een kwetsbare positie ook nog blootstaan aan misdrijven terwijl ze in beschermd overheidsgebied zitten, is vandaag moeilijk te vatten. Deze praktijken zorgen ervoor dat dit kamp niet verschilt van een illegaal kamp in pakweg Norrent-Fontes, Saint-Omer of Tatinghem, waar het ook smokkelaars zijn die de lakens uitdelen, letterlijk dan.

We don’t care?

De vraag is dus waarom Frankrijk niets onderneemt. Is het een ‘we don’t care’-strategie of blijven sluitende maatregelen uit net omwille van veiligheidsoverwegingen? Uit vrees dus dat de bewoners in het kamp opnieuw slachtoffer zullen worden als de mensensmokkelaars uit zijn op vergelding?  Of er een gerechtelijk onderzoek loopt is vooralsnog onduidelijk, maar dat de ordediensten en de beheerder (Afeji) van het kamp weet hebben van deze illegale praktijken, is meer dan duidelijk. Ook wij van vzw Humain kregen daarover bevestigende boodschappen van medewekers van Afeji.

Anderzijds blijkt in de praktijk dat Frankrijk wel degelijk ‘misdaadprioriteiten’ legt in het kamp, maar daarbij niet de humanitaire bescherming van mensen op de vlucht vooropstelt. Ter illustratie: recent nog werden de uitbaters van kleine ‘handelszaken zoals kappers, kebabzaken, kleine shops, door de Franse ‘anti-fraude’ dienst aangehouden op verdenking van belastingontduiking en fraude. Dat smokkelaars al maanden hun gang gaan, geeft blijk van een politiek van twee maten en twee gewichten.

Volgens de laatste berichten die we van Afeji kregen, zou de maatregel met de toegangsbandjes nu toch afgeschaft zijn, maar bewoners beweren het tegendeel en zeggen ons nog steeds niet binnen te kunnen zonder het bandje. De houding van Afeji en de security naar de bewoners in het kamp zorgt voor wrevel en frustratie. Net na kerstmis heeft dit geleid tot een massale protestactie van de bewoners, met  duw- en trekwerk, maar ook met geweerschoten in de lucht door mensensmokkelaars. Een team van vzw Humain gaat over een paar dagen terug naar het kamp om hierover een aantal dingen uit te zoeken.

Tot slot werd recent aangekondigd dat het kamp halfweg de maand maart zal ontruimd worden. Ook die informatie is tegenstrijdig met eerdere officiële berichten. Burgemeester Carême van Grande-Synthe zei in december nog dat een ontmanteling absoluut uitgesloten is en bijgevolg ook niet bespreekbaar is. De tegenstrijdige informatie zorgt in ieder geval voor de zoveelste periode van onrust bij de bewoners.

 

Patrick Legein & Sofie D’Hulster

vzw Humain

 

Meer lezen:

http://www.lavoixdunord.fr/69074/article/2016-11-04/des-bracelets-pour-identifier-les-migrants-du-camp-de-la-liniere

http://www.lepharedunkerquois.fr/fait-divers/grande-synthe-au-camp-de-la-liniere-l-avenir-est-flou-ia685b0n189960

http://www.lavoixdunord.fr/58191/article/2016-10-12/les-echoppes-illicites-du-camp-de-migrants-de-la-liniere-demantelees

 

Meer informatie: http://www.vzwhumain.org

http://www.kifkif.be/actua/het-vluchtelingenkamp-van-duinkerke-smokkelaars-bepalen-de-prijs