Het whauw van de handelaren

22-09-2008 | Al Galidi

Ik kijk altijd nieuwsgierig naar het programma Tussen Kunst en Kitsch, waarin Nederlanders hun kasten en zolders leeghalen en spullen uit de hele wereld naar professionals brengen om te kijken of het iets waard is en hoeveel.

 

Een tijdje geleden moest ik optreden bij de internationale Rotary in Amsterdam. Een van de handelaren had een verblijfsvergunning, maar sprak geen woord Nederlands. Ik vroeg hem hoe hij hier kon verblijven zonder Nederlands te spreken. Hij lachte heel hard. ‘Ik kwam op Schiphol aan met een tas vol euro’s,’ zei hij. ‘Mijn geld spreekt vloeiend Nederlands.’ Nederlanders zijn echte handelaren. Handelaren denken altijd aan wat ze zullen krijgen en hoeveel ze kunnen verdienen. Als ik jou iets geef, geef jij iets aan mij en andersom. Handelaren zoeken in alles naar de waarde. Imam Ali zei veertienhonderd jaar geleden tegen God: ‘Ik heb niet voor U gebeden om Uw hemel te krijgen. Dat is het gebed voor handelaren. Ik heb niet voor U gebeden omdat ik bang was voor Uw hel. Dat is het gebed voor lafaards. Maar ik vind dat U mijn gebed verdient, daarom bid ik voor U.’

Ik kijk altijd nieuwsgierig naar het programma Tussen Kunst en Kitsch, waarin Nederlanders hun kasten en zolders leeghalen en spullen uit de hele wereld naar professionals brengen om te kijken of het iets waard is en hoeveel. Eén ding is altijd belangrijk; de waarde. Als de waarde hoog is, roepen de mensen meteen ‘whauw.’ Anders zwijgen ze teleurgesteld.  

In Tussen Kunst en Kitsch kun je zien hoe de Nederlanders overal geweest zijn om te handelen. Een oma kocht dit in Costa Rica, een opa kocht dat in Babylon. Een oom van een oma kocht zus in Indonesië. Een broer kocht zo in Zuid Afrika. Overal komen de spullen vandaan. Een meisje had toen haar oma overleed alle spullen gekregen. Een van de vazen bleek achthonderdvijftig euro waard te zijn, te zien aan de authentieke stempel onderop. En als de rand niet iets beschadigd was, zou het het dubbele zijn geweest. De mensen om haar heen whauwden in koor en het meisje huilde. Niet vanwege de waarde van de vaas of de beschadiging aan de rand, maar omdat ze te weinig bij haar oma op bezoek was geweest, toen zij nog leefde. Een vrouw van een jaar of vijftig had in 1989 een schilderij gekocht voor achttienhonderd gulden, in de veronderstelling dat het een duur schilderij was. De mensen er om heen whauwden deze keer niet vanwege de waarde van het schilderij, maar vanwege het geld dat ervoor betaald was. De expert haalde er een vergrootglas bij en draaide het portret een paar keer om en zei: ‘Dat is geen Picasso. Het is vals.’ Iedereen werd bleek, alsof het dak op hun hoofden zou vallen. Alsof de hemel neer zou vallen. En waarom? Omdat een prijs van achttienhonderd gulden naar tien euro voor de lijst was gevallen. Bij het dagboek van de ex-vriendin van iemands vrouw werd smakelijk gelachen, vooral toen de expert de waarde ervan bekend maakte. ‘Slechts emotionele waarde, mevrouw, maar bewaar het goed.’

  Een minuscuul stukje scherf van een eeuwenoude drinkbeker, een pop gebruikt op een Indonesisch dansfestijn, een stukje papyrus uit Egypte, de pyjama van Elvis Presley uit 1948, een munt uit de Romeinse tijd, een zelfportret van een onbekende schilder, een deken van een bed waarin John Lennon had geslapen, een haartje van de snor van Hitler voor hij aan de macht kwam, de rolstoel van Lenin, het zakdoekje van de sjah van Iran. Je kunt het zo gek niet bedenken of Tussen Kunst en Kitsch heeft het op de tafel gehad en de experts weten er alles tot in detail over te vertellen.   

Maar laatst keek ik naar het programma en schrok me kapot. Een vrouw leidde een oude Nederlandse man naar de expert. ‘Waar heeft u die man gekocht?’, vroeg de expert. ‘Ik heb hem niet gekocht. Hij is mijn man’, zei de vrouw. De expert stond op en bekeek de man van top tot teen. Hij draaide hem om en tilde zijn armen op. ‘Deze man is zesenzeventig jaar oud,’ begon de expert. ‘Vanaf zijn vijftiende heeft hij in een papierfabriek gewerkt en stond hier tot zijn vijfenzestigste jaar bij dezelfde machine. Vanwege de tatoeage zou je denken dat hij zeeman was, maar het is gezet in een dronken bui met vrienden voordat hij trouwde. Vanaf 1973 gebruikt hij zijn penis alleen nog voor plassen, maar zijn mond is nog steeds bruikbaar voor zeuren. Vroeger was hij veel waard, volgens de verzekeringspapieren, maar nu…’ zei de expert, haalde de portemonnee uit het colbert van de man en telde het geld dat erin zat. ‘Vijftien euro’, zei hij. De mensen er om heen keken stil naar de reactie van de vrouw, de enige die blij was.‘Leuk hoor’, zei ze. ‘Ik dacht dat hij niets meer waard was.’

http://www.kifkif.be/actua/het-whauw-van-de-handelaren