Hoe Nederlands is Zwarte Piet?

Het lijkt alsof het hebben van een donkere huidskleur en het Nederlands zijn nog steeds twee naast elkaar bestaande, wederzijds uitsluitende identiteiten zijn.
Hoe Nederlands is Zwarte Piet?

De zwartepietdiscussie confronteert Nederland met de vraag wat het betekend om Nederlands te zijn"

 

Het "zwartepietenvraagstuk" symboliseert een cruciaal moment in de culturele geschiedenis van ons land. Niet alleen roept het op tot verandering van het uiterlijk van Zwarte Piet, maar belangrijker, het onthult een kant van ons land waarvan we lang geloofden dat het geen onderdeel was van ons culturele DNA. Een kant die onze weerstand tegen het discussiëren van ras en etniciteit, en macht en privilege blootlegt. Een kant die worstelt om ook minderheidsstandpunten in ons nationale dialoog op te nemen, en om zich aan te passen aan een zich sociaal en cultureel ontwikkelende maatschappij. Een kant die nog niet overtuigd is van het belang om meer van onszelf te vragen dan tolerantie, zodat diversiteit en inclusie een integrale kenmerken van de Nederlandse identiteit worden. Zoals ‘Hoofdpiet’ Eric van Muiswinkel stelt in zijn artikel “Maak mij minder zwart en minder knecht”: een serieus onderzoek naar de onderliggende redenen van dit twistpunt is geen overbodige luxe voor ons land.

 

Bewustwording van de context voor discussie
De zwartepietendiscussie laat zien hoe het nationaal debat, voorbij de grenzen van het onderwerp, gevoerd wordt. Hoe communiceren we met elkaar? Wie heeft het recht om z'n mening te geven en wie niet? Wiens stemmen worden gehoord en hoe wordt er naar geluisterd (is het feit dat ik een vrouw met een donkere huidskleur ben van invloed op hoe je dit artikel interpreteert, bijvoorbeeld?)? De niet-dominante sociale groepen ervaren vaak dat ze niet serieus genomen worden. Het is een universele menselijke behoefte om gezien en gehoord te worden,  om te weten dat we er toe doen. Als we ons onzichtbaar voelen, als onze bezorgdheid niet wordt gehoord, dan voelen we ons niet heel als mens. Het niet erkennen van onze nationale blinde vlek wat betreft verborgen en subtiel racisme, aan de kaak stellen van de status quo afdoen als overgevoelig en overdreven, en stellig vasthouden aan het idee dat de traditie van Zwarte Piet volledig onschuldig is, gaat geheel voorbij aan oprechte bezorgdheid en ervaringen van onze medelanders.
 

Tegelijkertijd, als men pleit voor het totaal afschaffen van het sinterklaasfeest, of de voorstanders van Zwarte Piet racistisch of xenofobisch noemt, is dat het onderschatten van het belang van een geliefde traditie en een cultureel symbool. Ook de zorgen van de voorstanders van de huidige Zwarte Piet moeten serieus genomen worden; het is evenzeer een menselijke behoefte om culturele uitingen te koesteren als onderdeel van het behouden en versterken van de groepsidentiteit. En het is belangrijk om begrip en geduld op te brengen voor hoe moeilijk en emotioneel culturele verandering kan zijn. 
 

Een beter bewustzijn van, en waardering voor, de context waarin we deze discussie hebben, kan ons helpen om in te zien dat het niet noodzakelijkerwijs gaat over goed of fout. Het gaat over het analyseren van hoe onderliggende sociale factoren invloed hebben op hoe we de nationale dialoog voeren.

 

"Kijk, mama, Zwarte Piet": Wie is Nederlands en wie is dat niet? 
Als een vrouw met een donkere huidskleur, opgegroeid in een blanke familie in een kleine stad in Nederland, heb ik veel goede herinneringen aan de feestelijkheden rondom sinterklaas. Maar waar ik minder goede herinneringen aan heb, waren de momenten waarop kinderen naar mij wezen en riepen: "Kijk mama, Zwarte Piet!", omdat hun enige referentiekader voor donkere mensen dit figuur was (die overigens historisch gezien werd verbeeld als boeman, knecht, of kinderlijke en onhandige potsenmaker). Dit gebeurde herhaaldelijk, maar was onschuldig vergeleken met andere onverbloemde of subtiele discriminatie die ik heb meegemaakt als donker persoon in een blanke wereld. Hoe pijnlijk dit ook was, het moeilijkste was – en is nog steeds – als mensen niet in staat zijn om hun  privilege als autochtone blanke Nederlanders te herkennen, of negatief reageren als we ons uitspreken door onze woorden te ontkennen, minimaliseren, of belachelijk te maken. Soms wordt er tegen mij gezegd dat ik mijn gedachten voor mijzelf moet houden en gewoon dankbaar moet zijn dat mijn ouders me hebben 'opgenomen'. Maar dit verbleekt vergeleken met wat andere Nederlanders met een donkere huidskleur soms te horen krijgen als ze kritiek uiten op bepaalde tradities, zoals gewelds- of doodsbedreigingen of dat ze zich moeten gedragen als nette gasten of anders maar terug moeten gaan naar hun eigen land. 
 

Het roept de vraag op wie Nederlands is en wie dat niet is. Wie wordt er op basis van gelijkheid gehoord, gerespecteerd, naar waarde geschat, en volledig betrokken bij de Nederlandse maatschappij en wie niet? In een studie over etniciteit en adoptie waaraan ik een aantal jaar geleden bij betrokken was, merkte ik op dat ik een kleur heb maar Nederlands ben. Ik wil kunnen zeggen dat ik een donkere huidskleur heb én Nederlands ben. Het lijkt alsof het hebben van een donkere huidskleur en het Nederlands zijn nog steeds twee naast elkaar bestaande, wederzijds uitsluitende identiteiten zijn.  De Nederlandse demografie ontwikkelt zich naar multi-etnisch en multicultureel, waardoor ook de  samenleving verandert, en onze cultuur en tradities moeten daarin mee veranderen.

 

Hoe inclusief is het Nederland van de toekomst? 
Misschien is dat precies wat de zwartepietendiscussie ons vraagt te bespreken: wie zijn we nu en wie willen we zijn in de toekomst? Het confronteert ons met de noodzaak om te herdefinieren wat het betekent om Nederlands te zijn. In plaats van het als verlies te zien, bedenk eens wat we er bij winnen. We verliezen de 'Nederlandse identiteit' niet; we verruimen het slechts. We verliezen het sinterklaasfeest niet; we breiden het uit met het verven van Piets gezicht met heldere kleuren of roetvegen,  zodat de traditie niet wordt gekenmerkt door de huidskleur van de personages. Wat geven we onze kinderen mee als we onze gehechtheid aan huidskleur van een fantasiefiguur belangrijker vinden, dan oprechte bezorgdheid van onze Nederlandse landgenoten? Wat leren we hen als we doorgaan met het polariseren van dit vraagstuk, in plaats van dat we iedereen uitodigen om deel te nemen in een welwillend, inclusief, en constructief debat?
 

Eén van de hoogst gewaardeerde eigenschappen van Nederlanders is tolerantie. Dit is mogelijk een doorslaggevend moment waarop onze tolerantie op de proef wordt gesteld. Karakter wordt bepaald door hoe we reageren en ons ontwikkelen, in plaats van culturele retoriek over tolerantie en respect. Bovendien ontbreekt tolerantie aan ambitie, want daarvoor volstaat “leven naast elkaar” in plaats van “leven met elkaar”. Laten we liever vooruitstrevend zijn als een land dat onze diversiteit viert en streeft naar een inclusieve samenleving voor elke inwoner en burger, zodat iedereen volop kan bijdragen aan onze maatschappij . Als dit werkelijk is wie we willen zijn als natie en als cultuur, natuurlijk.
 
Laten we deze discussie niet beëindigenen met de representatie van een fictief personage, maar laten we dit als een uitnodiging zien om de manier waarop we omgaan met diversiteit en inclusie in ons land met elkaar opnieuw vorm te geven.