Ik, gij, wij, gulle

22-09-2008 | Mariam Amal

Bij de jonge allochtone generatie bestaan er nog talloze problemen en conflicten waardoor de opname in de gewenste samenleving ontbreekt

 Grammaticaal is “jij” en “ik” gelijk aan “wij”. Volgens de artikels 1 en 2 van de Rechten van de Mens zijn “wij” allemaal “vrij en gelijk in waardigheid” en moeten wij ons “jegens elkander in een geest van broederschap” gedragen, “zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status”. Toch willen de meeste onder ons (nieuwe of oude Belgen) nog een onderscheid maken: ofwel op basis van de identiteitskaart, ofwel, als die dezelfde is, op basis van de taal (autochtonen versus allochtonen) en als ook dat niet lukt, op basis van de origine.

 

  Met het diversiteitbeleid en de interculturele dialoog, is er de wil om het verschil van de anderen aanvaarden zodanig dat iedereen in één groep terecht kan komen waarin het respect en het begrip de eerste voorwaarden zijn.  

Volgens studies en enquêtes is de Nederlandse taal een belangrijke factor in onze samenleving omdat alleen door een gezonde communicatie mensen graag en gemakkelijker bij elkaar komen. Toch kan het perfect spreken en begrijpen van de Nederlandse taal niet de ideale samenleving garanderen. Bij de jonge allochtone generatie bestaan er nog talloze problemen en conflicten waardoor de opname in de gewenste samenleving ontbreekt. Autochtone en allochtone jongeren komen meestal bijeen op scholen of op het werk. Bij ontspanningsmomenten, ontmoetingen, feesten of andere gelegenheden is dit niet (of toch behoorlijk minder) het geval.  

Het Franse “c’est kif-kif” betekent “het is allemaal hetzelfde” en komt oorspronkelijk van het Arabisch. In een tijd waarin de spanning tussen (gepercipieerde) gemeenschappen groot geworden is, wil de minister van inburgering een barrière wegnemen door een aantal moskeen in Vlaanderen officieel te erkennen. Deze moskeen zullen niet toegankelijk zijn voor de grootste groep autochtonen omdat ze niet -moslims zijn. Toch kunnen we ons de vraag stellen hoeveel autochtone niet-moslims wensen de moskee te bezoeken. In de kerk stelt dit probleem zich niet. Een moslim mag de kerk binnen maar de meeste van hun gaan nooit naar de kerk. Zelfs niet om het gebouw met een toeristisch oog te verkennen. Dit is een gebod.  

Vermits bij sommige allochtonen de godsdienst niet kan overtreden worden, is de afstand heel groot tussen de jongeren. Er is vaak geen sprake van dat een moslimvrouw met een autochtone man trouwt. De keuze van de echtgenoot is vaak strikt bij ‘de moslimgemeenschap’ en bij de autochtonen gemeenschap spelen gelijkaardige mechanismen. Het toekomstperspectief van een moslimvrouw en een autochtone man is nagenoeg onbestaande. Zo worden de allochtonen vaak verplicht om bij ‘hun gemeenschap’ te blijven of terug te keren. Hetzelfde mechanisme speelt ook in de ‘autochtone gemeenschap’, waar een moslimpartner zelden op een blijde intrede wordt getrakteerd.  

De samenleving van ‘allochtonen’ en ‘autochtonen’ leeft meer binnen de scholen of op het werk dan in de vrije tijd. En hoe dan ook, hier gaat de communicatie meestal over het verschil. Tijdens de middagpauze trachten ‘allochtonen’ te antwoorden op de bekende clichévragen, die regelmatig door hun ‘autochtone’ collega’s of klasgenoten worden gesteld. Met bewijs en overtuigingen verdedigen de ‘allochtonen’ zichzelf. Tijdens die gesprekken worden de We, de Gulle, de Ik en de Jij in het vet gebruikt om het onderscheid duidelijker te maken.   Of dat autochtonen en allochtonen samen van de voordelen van een kleurrijke stad genieten valt niet direct te zien. Binnenkort komt de Sinterklaas met zijn pakjes naar Antwerpen. De meeste van de ‘allochtone’ kinderen zijn dan even verdwaald tussen een echt en een vals verhaal. Thuis weten ze dat de Sint een leugentje is en ze mogen dus geen geschenken van hem verwachten. Misschien omdat er een kruis rond zijn nek hangt, dat de ouders dit verhaaltje niet in hun leven willen opnemen of is het omdat de ouders het verhaal niet kennen?  

Nieuwjaarsavond is één van de leukste feesten. Bijna iedereen viert het even graag. Op oudejaarsavond zien we weinig of geen kleurrijke tafels in de restaurants van de Groenplaats. De ‘autochtonen’ gaan meestal bewust samen eten met hun ‘autochtone’ vrienden of families. Bij  islamitische feestdagen, gaan moslims soms op het offerfeest of het suikerfeest gewoon werken. Hun aanvraag voor verlof is niet altijd evident en wordt soms geweigerd. Dit kan heel irriterend zijn voor moslims, maar van een officiële feestdag voor de islamitische feesten is er nog geen sprake.

  Ik vraag mij af, wat willen we bereiken met dit onderscheid? Waarom zien we alleen het verschil? Hebben we elkaar graag? Of haten we elkaar?. Welke status kan ons verbinden? Legale, illegale, rijk, arm, ziek, gezond, zwart….? Honderden vragen, maar wie heeft het antwoord? . “C’est kif-kif?” Neen, nog niet! Er is nog heel veel werk aan de winkel.

http://www.kifkif.be/actua/ik-gij-wij-gulle