Integratiestop: de noodzakelijke stap opzij

Op vrijdag 24 oktober riep Demos vzw in het Gentse S.M.A.K. op tot een eenzijdige integratiestop voor nieuwkomers en meer aandacht voor de bange Vlamingen die zich nog steeds niet geïntegreerd hebben in onze superdiverse samenleving.
Integratiestop: de noodzakelijke stap opzij

Het is tijd dat we ons ook beginnen inzetten voor de groeiende groep angstige Vlamingen die zich niet weet te nestelen in de superdiverse samenleving. Als integratie echt een wederkerig proces is, moeten we nu dringend de focus leggen op de ontvangende samenleving, tot deze bijgebeend is.

 

Op vrijdag 24 oktober riep Demos vzw in het Gentse S.M.A.K. op tot een eenzijdige integratiestop voor nieuwkomers en meer aandacht voor de bange Vlamingen die zich nog steeds niet geïntegreerd hebben in onze superdiverse samenleving. Ook de cultuursector hinkelt vaak nog achterop. Nog teveel debat en discussie en te weinig voeling met de praktijk. Drie kunstenaars (Ben Benaouisse, Roland Gunst en Aziz Boukhzar) maakten een treffend statement[1]. Een vierde gastspreker, Yassine Channouf, daagde onaangekondigd niet op. Achteraf vernamen we dat hij toen op schandalige wijze onterecht vastgehouden werd door de federale politie. Verdacht van een misdrijf waarvan de dader 'ook een bril droeg' en 'Marokkaan' was. In het licht van de statements die toen gemaakt werden is deze gebeurtenis misschien wel nog de alarmerendste wake-up call voor onze samenleving.

 

Dit jaar hebben we overal vieringen meegemaakt in het kader van 50 jaar migratie. Wat echter een beetje onderbelicht is gebleven, is dat het dit jaar ook precies 40 jaar geleden is dat er een 'migratiestop' werd afgekondigd. Naar aanleiding van de economische crisis en de daarmee gepaard gaande recessie en stijgende werkeloosheid, werd in 1974 een eenzijdige migratiestop afgekondigd. De gastarbeiders (zoals die toen nog genoemd werden) begonnen immers een 'bedreiging' te vormen voor 'onze' jobs.

 

40 jaar later zit onze samenleving ook in een crisis, min of meer ook economisch, maar misschien bovenal identitair. De cijfers liegen er niet om: De Vlaamse migratie- en integratiemonitor 2013 toonde aan dat bijna de helft van de bevolking van oordeel is dat 'migranten' profiteren van de sociale zekerheid.  Vier op de tien Vlamingen vindt dat moslims een bedreiging vormen voor onze cultuur en een kwart van de bevolking vertrouwt migranten niet.

Die cijfers doen de alarmbel afgaan. Zetten we daarnaast de cijfers van de laatste verkiezingsresultaten en enkele uitspraken van nieuwbakken ministers en staatssecretarissen, dan wordt de sense of urgency alleen nog maar groter.

 

We moeten als samenleving een fundamentele keuze maken: of we wentelen ons in filosofische discussies over het hoe en waarom - of we gaan op zoek naar praktische oplossingen. Laat ons vooral dat laatste doen...

 

Reality check

 

Laat ons vertrekken vanuit de realiteit. Wat is de realiteit? De realiteit in onze samenleving is de superdiversiteit. Er zijn steeds meer minderheden en de meerderheid is met steeds minder. De realiteit is dat in de grote steden momenteel 1 op de 3 kinderen jonger dan 5 diverse roots heeft. De realiteit is ook dat, als we de cijfers mogen geloven, een aanzienlijke groep Vlamingen zich daar niet goed bij voelt. Zich niet goed voelen in de huidige samenleving, wijst dat niet op een zogenaamd integratieprobleem?

 

Laat ons duidelijk zijn, er is op zich niets mis met integratie in de letterlijke betekenis van het woord. Het concept integratie staat immers voor een wederzijdse relatie tussen twee gelijke partners: zowel de ontvangende samenleving als nieuwkomers moeten zich op elkaar afstemmen om geïntegreerd samen te leven. Het is een proces van wederkerigheid, van gelijken. Maar laat ons nu eens kritisch naar de realiteit kijken: is dit zo? Als het nieuwe integratie- en inburgeringsdecreet een maatstaf mag zijn, dan is het duidelijk dat we onder integratie nog altijd - latent - assimilatie verstaan. De ontvangende samenleving reikt de nieuwkomers wegwijzers aan en legt voorwaarden op maar blijft vooral zelf staan. Het dwingende kader van inburgeringstrajecten staat in schril contrast tot de vrijblijvendheid van het interculturaliseren van de ontvangende samenleving. Als we het dan toch over een wederkerige relatie tussen twee zijden hebben, dan is het net de zijde die zelf het minst geïntegreerd is die het luidst oproept tot integratie. Waar zit dan het integratieprobleem?

 

Eenzijdige integratiestop

 

Hebben we ons al die jaren niet teveel beziggehouden met die ene zijde? De nieuwkomers? De anderen, die we na 3 generaties lang in de rest van het land nog steeds 'allochtonen' blijven noemen? Het is tijd dat we ons ook beginnen inzetten voor de groeiende groep angstige Vlamingen die zich niet weet te nestelen in de superdiverse samenleving. Ze verdienen al onze aandacht. Als integratie echt een wederkerig proces is, moeten we nu dringend de focus leggen op de ontvangende samenleving, tot deze bijgebeend is. Om tijdelijk het onevenwicht te kunnen herstellen pleiten we dan ook voor de invoering van een eenzijdige integratiestop. Het geeft de slecht geïntegreerde Vlamingen de tijd om zich vertrouwd te maken met de nieuwe realiteit en het ontlast de andere zijde van een onevenredig zware last.

 

Wat kan de cultuursector doen?

 

Ook vanuit de cultuursector kunnen we hier aan bijdragen, want de invloed van het eenzijdige integratiedenken is helaas ook daar voelbaar. Om het scherp te stellen en zonder afbreuk te willen doen aan talloze straffe initiatieven, zit de cultuursector nog teveel gevangen in het categoriaal denken, nog teveel wij/zij, nog te weinig sense of urgency. Vandaag willen we dus enerzijds pleiten voor meer cultuur in de zin dat we ruimte moeten maken en erkenning moeten geven aan een diversiteit van culturen, en anderzijds pleiten voor minder culturaliseren in de zin dat we mensen niet mogen reduceren tot hun culturele achtergrond. Het is een pleidooi voor initiatieven die van onderuit komen, een pleidooi om ruimte te maken voor autonome ontwikkeling. De erkenning van verschil zonder te vervallen in categoriaal denken of exclusieve identiteitsconstructies. Artistieke vrijheid als tegengif. Het integratiedenken en overmatig culturaliseren heeft ons denken over de cultuurparticipatie van etnisch-culturele minderheden immers in een vastgereden vertoog gebracht. De huidige antwoorden van de sector zijn dan ook niet altijd de juiste of meest duurzame: tal van toeleidings- of talentontwikkelingsinitiatieven vertrekken nog vanuit lineaire en paternalistische denkbeelden. Nog teveel beschavingsmissies en teveel missionarissen. We zoeken nog teveel plaats voor "anderen" in het culturele veld terwijl we vooral bezig zouden moeten zijn met de gemeenschappelijke zoektocht naar een geactualiseerd kader voor culturele expressie en culturele beleving in onze superdiverse samenleving.

 

De cultuurparticipatie van wat we etnisch-culturele minderheden noemen is een feit, laat ons dus stoppen met te denken dat we 'anderen' cultureel kapitaal moeten bijbrengen alvorens ze kunnen doorstromen naar 'onze' sector. Djema el Fna, het kunstenplein in Marrakech, bestaat al langer dan de Gentse Feesten, Ferdowsi schreef al gedichten voordat Hugo Claus geboren werd. Ook in onze steden bruist het van divers talent. De Gentse Lente toonde op 21 maart de diverse culturele rijkdom van de Arteveldestad, in Antwerpen loopt momenteel het fantastische Mestizo Arts Festival en in Brussel start in december Systèm D, een festival waar diverse autodidacte jongeren hun verhaal doen aan de hand van fotografie en film. Het zou te veel zijn om alle initiatieven op te sommen, maar dit toont ons één ding: de netwerken zijn er, de creativiteit is er, de vraag om erkenning en een plek ook. Ja, de sector is nog te wit, maar dat is niet omdat er geen gekleurde artiesten zijn. Ze zijn er en ze zijn met veel, alleen vaak onder de radar. We moeten ze dus niet creëren, we moeten er niet langer over debatteren en onderzoek naar voeren. Been there, done that. Het uitblijven van erkenning voor 'hun' culturele leven leidt er toe dat het altijd een verhaal van ongelijke partners blijft en het dominant denken in culturele dichotomieën wordt daardoor verder versterkt. Laat ons niet langer de vraag stellen wat zij voor de sector kunnen betekenen, maar wat de sector voor hen kan doen. De cultuursector in Vlaanderen heeft nood aan een nieuw model, waarbij verbinding eerder dan toeleiding centraal staat. Laat ons dus vooral ruimte maken voor die nieuwe verhalen en andere culturele referentiekaders, laat ons een stap opzij zetten...

 

 

Mehdi Maréchal is stafmedewerker cultuur en interculturaliteit bij Demos vzw. Hij studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit Gent en is actief betrokken bij de burgerschapsbeweging De Gentse Lente.