Inzet leger heeft geen wettelijke basis: detail of gevaarlijk precedent?

10-02-2015 | Raf Jespers & Jan De Lien [Progress Lawyers]

Het is zeer verontrustend te moeten vaststellen hoe in tijden van angst zomaar een wet, die een zware impact heeft op de samenleving, kan miskend worden.

Afgelopen weekend bleek nogmaals dat de regeringspartijen niet op één lijn zitten wat betreft de inzet van het leger in de straten van onze steden. 

De inzet van de krijgsmacht ter vervanging van de politie is geregeld in art. 43 van de wet tot organisatie van een geïntegreerde politie.  In deze bepaling zou de burgemeester de krijgsmacht kunnen opvorderen wanneer zowel de lokale politie als de federale politie niet meer in staat zijn de nodige middelen te voorzien en dit in “geval van ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholingen of ernstige en nakende bedreigingen van de openbare orde”.

Er dient dus voldaan te worden aan een dubbele voorwaarde: een ernstige en nakende bedreiging van de openbare orde en onvoldoende eigen politiemiddelen zowel lokaal als federaal.

Wat de eerste voorwaarde betreft horen we in de media niets anders dan dat dreigingsniveau 3 zou volstaan.  Echter bij nauwkeurige lezing van de wetgeving blijkt dit niet het geval te zijn. Dreigingsniveau 3 wordt immers gedefinieerd als “dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse mogelijk en waarschijnlijk is” hetgeen een ander begrip is dan “ernstige of nakende bedreiging van de openbare orde” van artikel 43. Dreigingsniveau 4 daarentegen luidt als volgt:  “dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse ernstig en zeer nabij is”.  Dit stemt overeen met de wettelijke begrippen die het mogelijk maken het leger in te zetten.  Het kan dus enkel onder dreigingsniveau 4.  In het regeerakkoord staat wel dat men wenst te veranderen maar tot op heden is hieromtrent niets concreet ondernomen.

Het is dan ook verontrustend te moeten vaststellen hoe in tijden van angst zomaar een wet, die een zware impact heeft op de samenleving, kan miskend worden.  Het gaat niet om juridische muggenzifterij.  Het is immers politiek en ideologisch een heel grote stap achteruit wanneer zonder wettelijke basis de krijgsmacht op eenvoudige vraag van een burgemeester kan ingezet worden voor het handhaven van de openbare orde.  De democratische logica achter de huidige wettelijke regeling is immers dat het leger enkel in zeer ernstige en nakende crisisperiodes kan ingezet worden.  Want binnenlandse veiligheid moet in principe door de politie gehandhaafd worden.  Het leger heeft als kerndoelstelling de buitenlandse veiligheid, de oorlog, de verdediging van de grenzen.  Politie en leger zijn twee ‘verschillende beroepen’, met hun eigen logica, middelen, opleiding.  Het bewaken van potentiële doelwitten kan op dit ogenblik volkomen legitiem zijn en wij begrijpen volkomen de bekommernissen van de burgers die veilig willen leven, maar dan moet dit, zolang dreigingsniveau 3 geldt, gebeuren door de politie.

Is er te weinig politie? Zijn de lokale en federale politie niet meer in staat om orde handhaven? Daar kunnen wij ons moeilijk over uitspreken.  Als de politie in bepaalde steden – bijvoorbeeld omwille van de aanwezigheid van een grote Joodse gemeenschap – te weinig middelen en mensen heeft moet dit dringend worden bijgestuurd.  Het is overigens niet zo heel uitzonderlijk dat dreigingsniveau 3 wordt afgekondigd. In het verleden bleek de politie wel in staat de openbare orde te handhaven.

Het lijkt er op dat de huidige inzet van de krijgsmacht eerder dient om “the hearts and minds” van de bevolking gewoon te maken aan meer kaki op straat.

Vandaag tegen de jihadisten en morgen misschien tegen vervelende stakers die piket vormen of foorkramers die een kruispunt bezetten, wet of geen wet?

 

Raf Jespers

Jan De Lien

 

Advocaten PROGRESS Lawyers Network

 

http://www.kifkif.be/actua/inzet-leger-heeft-geen-wettelijke-basis-detail-of-gevaarlijk-precedent