Islamistische verovering van het Midden-Oosten

04-09-2008 | An Hofman

Hezbollah, Hamas en het Moslimbroederschap zijn prominent aanwezig in het Midden-Oosten, zoveel is zeker. De islamistische, activistische politiek, verpakt in een politiek-militaire weerstandrol, is aan een opmars bezig in deze regio. Deze krachten constructief en democratisch aanwenden is een politieke uitdaging, die niet snel genoeg gegrepen kan worden, volgens Rami Khouri.

Islamisten in de regering
Het Islamistisch overwicht is volgens Khouri in de laatste jaren het meest duidelijk gebleken in Turkije. Daar kwam een aantal jaar geleden de “Justice and Development Party” tijdens de democratische verkiezingen aan de macht. Zo was er voor het eerst een lid van de NAVO die geregeerd werd door een (mild) islamistische partij. Zonder dat de wereld aan haar einde kwam.

Turkije is geen alleenstaand feit. Tijdens de lokale verkiezingen van mei in de Palestijnse Gebieden deed Hamas het bijzonder goed. Uit angst voor een te grote overwinning in de parlementaire verkiezingen werden die door de heersende Fatah-beweging uitgesteld. Na de verkiezingen van juni 2005 in Libanon, behoudt Hezbollah haar zetels in het parlement en beheert portefeuilles zoals energie en water. Hieruit blijkt dat Hezbollah de klemtoon verlegt van enkel een weerstandsbeweging naar een politieke context.

In Jordanië, Syrië, Tunesië en andere Arabische landen is het populaire Moslim Broederschap, al dan niet legaal, altijd aan banden gelegd door parlementaire beperkingen en regimebegunstigende verkiezingswetten. Het Broederschap wordt gebannen uit de formele politiek maar blijft actief in de maatschappij en in de vele gepolitiseerde professionele organisaties.

Nog betekenisvoller zijn de recente ontwikkelingen in Irak en Iran. De net verkozen Iraakse regering wordt geleid door islamistische partijen, met Ibrahim Jaafari, het hoofd van de Dawa Party, als eerste minister. In Iran zorgde de combinatie van een hardhandige staatscontrole en de frustraties van het stijgend aantal arme burgers voor een nieuwe president met sterk islamistische overtuigingen.

Nieuwe strategie
In de jaren ’80 en ’90 hanteerden de islamisten zonder succes een gewelddadige aanpak in Syrië, Egypte, Algerije, Irak en andere problematische landen. Nu werken ze echter met een andere, succesvolle strategie. Ze zorgen voor onderwijs, gezondheidszorg en andere sociale diensten. Ze verkondigen een politiek programma met een sterk religieus woordgebruik dat hoop, gerechtigheid, gelijkheid en waardigheid belooft. Ze verzamelen de massa via emotionele oproepen waarbij ze zichzelf voorstellen als het laatste bolwerk tegen imperialisme, kolonialisme, Zionisme en andere bedreigingen. Door de lokale en nationale ongenoegens te exploiteren, willen ze zo stemmen winnen tijdens de democratische verkiezingen.

Sommige mensen in het Midden-Oosten en daarbuiten vrezen dat de Islamistische partijen die via democratische verkiezingen aan de macht komen, zullen proberen voor altijd aan de macht te blijven. En dat ze anderen zullen verhinderen die macht uit te dagen. Iran is hier een voorbeeld van, waar een eeuwigdurende theocratie de heerschappij van de Khomeinistische elite moet garanderen. Toch oefenen seculiere staten zoals Jordanië, Tunesië, Bahrein, Egypte, Algerije en anderen hun eigen versie van gecontroleerde en eeuwigdurende macht uit. Dit gebeurt via het gebruik van bizarre verkiezingswetten, restrictieve constitutionele clausules en eerder onredelijke verkiezingsdistricten om een pro-regering uitkomst te verzekeren voor elk nieuw verkozen parlement. In het slechtste geval annuleren ze, knoeien ze met of stellen ze de verkiezing uit.

Het voortzetten van deze politieke manipulatie is een belediging voor de Arabische burgers, waardoor meer en meer mensen zich naar de islamisten wenden. Zij bieden de gewone man een aantrekkelijk pakket met gerechtigheid, waardigheid en ontwikkeling tegenover uitbuiting, vernedering en pauperizering. Met daar bovenop de belofte de vreemde bezetter te verdrijven. Islamisten proberen op een methodologische manier democratie te misbruiken om tot een theocratie te komen, concludeert de auteur.

Nood aan gezamenlijke standpunten
Dit alles is een enorm probleem, voor diegenen in het Westen –en specifiek diegenen in Washington, die democratische verkiezingen zien als een tegengif voor extremisme, maar die tevens weigeren te praten met de islamisten die democratisch verkozen zijn, terwijl ze hen beschuldigen van terrorisme of het bevorderen van extremisme. De Amerikaanse weigering om te onderhandelen met een groot deel van de democratisch verkozen islamistische partijen in het Midden-Oosten wordt steeds meer onwrikbaar. De keuze is simpel: democratie voor de Arabieren en de Midden-Oosterlingen zoals het grootste deel van de eigen burgers het tijdens de vrije verkiezingen ziet of democratie zoals gedefinieerd door de Amerikaanse regering? Dit is een groot probleem dat snel moet opgelost worden via rustige diplomatie, rationele discussies en overeenkomsten die leiden tot een gezamenlijk standpunt over de democratische waarden, eerder dan die op te lossen door koppig bij zijn eigen stelling te blijven en te in het losweg te dreigen.

Bron: “Islamist wind blows ever stronger in the Middle East”, door Rami G. Khouri in The Daily Star, 23/07/2005

 

http://www.kifkif.be/actua/islamistische-verovering-van-het-midden-oosten