Jan in Marokko (reisverhaal in 10 delen)

11-09-2008 | Jan Hertogen

Midden de voorlopige markt in Imzouren staat een vis’restaurant’ waar voor 20 dh drie soorten vis geserveerd worden met de Tamsamine-soep, een groentensalade en een brood

 Op zoek naar de ziel van de ‘Berbers’, de Marokkaanse emigratie herbezocht en Getuigen over dood en deportatie
Jan in Marokko - 1

Jan in Marokko – 2

Jan in Marokko – 3

Jan in Marokko – 4

Jan in Marokko - 5

Jan in Marokko – 6

Jan in Marokko - 7

Jan in Marokko – 8

Jan in Marokko – 9

Jan in Marokko – 10   Jan in Marokko - 1


‘Berbers’
Dat de Imazighen zichzelf nooit ‘Berbers’ genoemd hebben en toch aanvaarden dat men hen zo betitelde – de barbaren, en deze naam toch voor zichzelf gingen gebruiken, typeert hen ten voeten uit. Overleven als volk zonder nationale ambities of andere volkeren te willen overheersen, wel eens aan de macht komen, zoals twee eeuwen als farao’s in Egypte of in bepaald gebieden in Afrika een buffer opwerpen tegen Carthagers, Romeinen of Grieken. Altijd was deze keuze gebaseerd op een zeker onderschikking wanneer men tegen de overmacht niet opkon, evenwel zonder de eigen identiteit, trots of eigenwaarde te verliezen. Een parallel met de Vlaamse identiteit, macht en tegenmacht dringt zich op. Vlaanderen heeft doorheen de eeuwen ook regelmatig in onderschikking geleefd maar naast de trots en eigenwaarde uiteindelijk ook voor nationalisme geopteerd met samenwerking die hen soms tot instrument maakte van onderschikking van andere volkeren maakte en niet-aanvaarding van andermans eigenheid . Is het omwille van hun Imazighen-zijn dat een goed aantal Marokkanen, die zich ‘Berbers’ laten noemen, hun spoor verlegd hebben naar Europa voor een beter leven. Omdat zij nooit een gebied geclaimd hebben, geen formele taal als bindend element hebben opgebouwd en vooral een cultuur koesteren van orale overdracht, dat de gedachte kan leven dat een ‘vermenging’ met andere culturen wel eens het einde zou kunnen betekenen van de Imazighen. Een vrees die de spontane en wanhopige weerstand tegen gemengde huwelijken bijvoorbeeld, beter kan doen begrijpen. Alhoewel andere ‘Berbers’ daar weer schamper over doen. Of is hun Imazighen-zijn een reden geweest om zich politiek te manifesteren en op die basis gediscrimineerd en gesanctioneerd te worden?
Spanje Malaga/Allmeria/ Granada
Vrouwen die roken, het valt op in Spanje. Evenals de schoolmeisjes in Schotse rokjes. Op zoek naar een Tapazbar in een tapiceria op behangpapier stuiten. Bij een halal-slager om halal-water vragen – als beloning verving de baas de literfles uit z’n toonbank door een uit de diepvries. Spaanse Marokkanen mét gevoel voor humor. En dan de zoektocht naar een paspoort (waarom had ik dat eigenlijk niet bij?). Zodus eerst naar het Marokkaanse consulaat verwezen. Een rij van 80 wachtenden was niet direct een soelaas. Telefoon naar de Belgische ambassade, het ere-consulaat in Granada en naar het consulaat in Alicante dat naar Vilvoorde zou bellen en zo toelating kon geven aan Granada om me een voorlopig paspoort uit te schrijven. Om 15h in Granada toegekomen na en wondermooie tocht langs de volle lengte van de Sierra Nevada, met herders en schapen langs de wegboorden en een waar Spaans westerndorp alsof het Amerika was. Een half uur op de consul gewacht maar dan was alles OK. Geen tijd echter om te skiën op de hoge toppen van de Sierra Nevada of om het Alhambra te bezoeken. In het cafetaria van het bustation wel het broodje Sierra Nevada en Alhambra gekozen. Lekker. Nog eens voor de derde maal naar de havendiensten, zo’n anderhalve km van het busstation of er nog een boot was ‘s avonds naar Nador of El Hoceima. Die laatste vaart enkel in juli en de eerste boot voor Nador was zaterdagochtend. Zodus voor de tweede maal naar m’n hotel Americano afgezakt, en voor de tweede maal uit richting, maar nu terechtgekomen in het oude stadsdeel met winkeltjes, cafés, ambiance. Alle verplaatsingen evenwel met 32 kg bagage waarvan 12 op de rug en 20 in de trekzak. Voor het eerst m’n sandalen aan, en tegen de avond een begin van blaren. Maar na een douche en wat spijkerwerk was de fysieke conditie om 21h optimaal. Op de Rambla van Almeria nog een groep jongeren bewonderd die een Capoera-exhibitie gaven: weer eens de geschiedenis revisited. De Arabieren (zo heeft men ons toch geleerd) die, in opdracht van de Spanjaarden, honderdduizenden zwarten in boten de Atlantische oceaan overbrachten om de Zuid-Amerikaanse indianen te ‘vervangen’ die gedecimeerd waren en amper als  mens  beschouwd werden maar te zwak (gemaakt) om te werken. Deze zwarten hebben in Brazilië een dans en verdedigingssport ontwikkeld, een echt ballet op live-muziek gebracht waarbij een trommel en snaarinstrument de basis vormen, maar waar vooral de sierlijke gevechtsbewegingen opvallen. Zoals de Saya in Bolivia, de dans waar ketenen vervangen zijn door belletjes maar die in een oneindig ritme blijven doorklinken. Zodus de Arabieren in dienst van de Spanjaarden het Afrikaanse continent van haar beste krachten beroven, en dit eeuwen later terugkrijgen langs de Capoëradansen van zowel zwarten, Spaanse als Arabische jongens en meisjes op de rambla.   De boot op
Tweede keer goede keer. Ferry Maroc, in de rij met de zwaarbeladen auto’s opgehoogd met blauwe en oranje dekzeilen, 4x4’s onderweg voor woestijntochten, een moeder lesgevend aan een kind dat vrijgesteld is van formele school, rokers met hinderlijke rook in de buitenlucht maar aan alle sigaretten komt een eind en aan de rokers ook.
De middellandse zee op onder overtrokken hemel, op weg naar het geboorteland van Lucy, de voetstappen van de eerste mens, en naar de vestigingsplaats van de Imazighen, nu verdeeld in drie woongebieden in Marokko, een in Algerije en verspreid in een aantal andere landen, ‘Berbers’, de specialisten van de onderschikking als laatste uitweg om te overleven. Drie religies aanvaarden, de eerste eeuwen na de jaartelling: kristen geworden onder het Romeinse Rijk  als politiek antwoord op de vervolging ervan door de Romeinen; na Augustinus, kerkleider van Amazigh-afkomst en onder het Byzanthijnse Rijk zijn de Imazighen massaal Donatist geworden en als afgescheurde kerk vervolgd, om tenslotte de Islam noodgedwongen te aanvaarden om niet ten onder te gaan in het verzet ertegen. En waarom ooit geen vierde godsdienst( noodgedwongen) aanvaarden als er geen andere uitweg meer is?  De Imazighen-identiteit is sterker dan de godsdienstige; van daar ook dat de weerstand tegen ‘culturele’ vermenging allicht sterker is dan de openheid voor vermenging binnen de islam. Zo weet Afaf, die geboeid is door de thematiek en m’n zoektocht. Op m’n vraag of gemengde huwelijken juist niet iets typisch moeten zijn voor de Imazighen omdat het ‘wederzijdse onderschikking is op gelijke basis” om in het gezin te ‘overleven’ antwoordde de vader dat het ‘die van Imzouren’ zijn die op dit punt beslotener zijn dan die van Nador.
Electriciteitspanne – M’n PC is het enige dat nog werkt in huis. Het onderweder en de hagelstenen van een knikker dik hebben het electriciteitsnetwerk ontregeld. Telefoon uit België of alles OK is. Heb beslist om vandaag nog niet naar Imzouren door te reizen. Plan m’n reis dus een beetje in Marokkaanse stijl. En morgen zien we wel verder.
Op de boot klinkt de muzak hard en storend zolang er land in zicht is of  komt. Herinneringen aan Capri komen boven, zeeziek en van de kaart op de korte tocht van Napels naar Capri als onderdeel van een uitwisseling van 15 Italiaanse en 2 Belgische seminaristen tussen Napels en Luik. 14 dagen genieten van zon en zee in Italiaanse stijl waar wij vrijgeleide waren voor alsmaar wisselende seminaristen om het uitgangsleven in Napels te verkennen. Drie dagen met hoge koorts in bed en met lekker Spaanse pasta en kannetjes wijn herstellend in de koelste kamer van de eerste klasse seminaristenresidentie aan de Middelandse zee. Omgeven door water de geschiedenis laten voorbijtrekken van Feniciërs, Grieken, Romeinen die telkens ook de Noord-Afrikaanse kusten onder hun bevoegdheid namen en onderschikten, en later ook de Arabieren die evenwel zich tot Spanje beperkten of er strandden. En de apostel Paulus ook niet vergeten. Het boek van Willy Spillebeen in herinnering met ondermeer de beste beschrijving van hartinfarct die ik ooit gelezen heb, en ik heb er zelf drie gehad, van een krijgsheer die ondermeer de bezetting en vernietiging van Carthago heeft mee beleefd. De Middellandse zee waarrond nog altijd een goed deel van de wereld draait.
‘Berbers’ 2
Na de Grieken die iedereen, ook de Romeinen, Barbari noemden, namen de Romeinen de naam over voor alle andere volkeren, en dus ook de Imazighen die hen fel bestreden en die buiten hun invloedsgebied bleven, ietsje dieper in Afrika. Na de Romeinen werd de naam gebruikt door de Byzantijnen en later door de Arabieren. De Europeanen bleven Noord-Afrika tot in de 19de eeuw Barbarije noemen of de Barbarijse staten. In contact met de Arabieren die de volken van Marokko en Algerije (de woongebieden van de Imazighen) als Barbar aanspraken werd die naam omgezet in ‘Berber’.
De Imazighen hebben de naam ‘Berbers’ in hun taal nooit gekend. Zij behielden de naam Imazighen. Voor hen werd de Europeaan aangeduid met het woord ‘Aroemi’ hetgeen staat voor ‘wreedheid’ en ‘gebrek aan beschaving’, vergelijkbaar met het woord Barbari dus bij de Romeinen. De aanduiding ‘Noord-Afrikanen’ is een koloniale benoeming waar de connotatie ‘Barbarije” in doorklinkt en maar al te graag gebruikt wordt door de media bij misdrijf en niet-conform gedrag van wie van deze afkomst is. Eigenlijk zou dit woord alleen al om deze reden moeten gebannen worden, het stigmatiserende en veralgemeende plaatst het woord langs ‘moslimextremisme’ waarvan Europa ook oordeelt dat het naar de vuilbak van de geschiedenis dient verbannen. De twee ‘Noord-Afrikanen’, zoals later bleek Polen, die een raid uitvoerden in Brussel Centraal (in opdracht van wie?) met als enige effect de dood van een onschuldige tiener en een al of niet gezochte provocatie waar alleen extreem rechts en de rechtse krachten in het staatsinstituut beter van worden.
Marokko
De vooruitgeschoven punt van Melilla, Spaanse enclave in Marokko, komt eerst in zicht. Met de muziek weer luid om de oren wordt zonder veel gemanoeuvreer aangemeerd. De politie stelt vast dat ik op de boot een stempel heb vergeten afhalen bij de bevoegde ambtenaar waar ik wel lange rijen heb zien staan aanschuiven maar dacht dat ik daar niets te zoeken had. Zonder probleem werd dit ter plaatse in orde gebracht en kon ik wachten op de nicht van m’n buur. Intussen me neergezet en onmiddellijk in gesprek met wat later de voetbalploeg bleek van het havenpersoneel. Een Nederlander, uit Nederland gezet volgens de voetballers, mengde zich in de discussie zodat ik een meteen een dubbel gesprek Frans-Nederlands moest voeren, met inbegrip van een antwoord op de vraag wat ik van Abou-Jah Jah vond. Die z’n ideeën waren wel wat vond de perfect Nederlands sprekende Hollandse Marokkaan. Abou, was al lang deel van het systeem in België, en als men een frisse mening nodig had was Abou Jah Jah vlug gevraagd en er graag bij. Nee, nee, die betoging was al lang vergeten en AJJ gerehabiliteerd. Allen het gerecht deed nog wat moeilijk. En de Hollander zag dat het goed was en vertrok.
Afaf met taxi van de buurman dompelde me onmiddellijk onder in een Franse woordenvloed met vooral de mededeling dat ze gisteren tevergeefs drie uur gewacht had, ongerust waar ik was maar zonder te wachten op het telefoontje dat ik bij aankomst zou doen. De couscous die vorige avond heb ik gemist maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de goede zorgen die ik verder zou krijgen.
In een telefoontje met W., nadat ik ingecheckt had in Zaventem, kreeg ik de raad mee goed voor mezelf te zorgen, nee nee niet de gezondheid, maar mentaal, dat ik mezelf zou tegenkomen. Dat ik het gewoon was de grens te bewandelen en van daaruit ook andere uitzichten kreeg en dat ik me de bekommernissen van anderen zou laten welgevallen zonder er me aan onder te schikken.
Na drie uur terug elektriciteit. De geur van versgebakken brood in een echte (gas)oven in huis, van volkoren graan, gewassen en zelfgemalen. De maaltijd kleurrijk en geurig: twee soorten verse vis,  een dikke soep van met de passe-vite fijngemalen erwtjes, een typisch gerecht van Tamasint, streek. En mag er kaneel bij want dat hoort er bij evenals wat olijfolie, vers geperst. Verder een groentensalade, een schotel olijven en pigment, en de echte plat met verse boontjes, ingekookte gedroogde pruimen, rundsvlees en wortelen in een lekkere saus, voor mij, zoals de soep, in een aparte schotel neergezet, zodat ik met mes en vork kon eten. Ik was er een beetje van aangedaan door een maaltijd zoals ik nog niet dikwijls had kunnen meemaken, en dat vond men daar, dicht bij Nador, een heerlijk compliment.
En wie was dat weer, Fatima Temsamani, die minister in België. O ja Anissa Temsamani, staatssecretaris, die enwel ontslag had genomen/moeten nemen wegens onduidelijkheid over haar studieloopbaan, als een van de weinigen gesteund door Rzoezie die ze later zelf ongemeen hard aanpakte in de destabilisatie en liquidatie(poging) door Somers en C° en waar m’n vraag deze beledigende en kwetsende uitlatingen op het internet weg te nemen, nul op het rekwest kreeg. Heeft zij haar ‘Berber’ziel verloren? – alhoewel, kan een ‘Berber’ ooit wel z’n ziel verliezen?.
Vanochtend om 6h 30 al wakker – in België was het 8h 30 en ben dus nog niet op ritme. Gedoucht en dan naar buiten voor een verkenning in djellaba. In de kruidenierswinkel aman besteld tot consternatie van de drie aanwezigen, 5 dirham en dat bleek de prijs te zijn voor het water. In een vierkant het dorp verkend maar doordat ik in feite een rechthoek gevormd had de weg kwijtgeraakt en voor alle zekerheid op m’n stappen teruggekeerd en zo de straat teruggevonden. Wel nog aan een verkeerd huis aangeklopt maar tijdig gezien dat het juiste tegenover lag.
Mouna, de zus van Afaf was naar een trouwfeest voor het vrouwenfeest. Afaf gaat straks met me mee naar Nador voor cybercafé, geld wisselen, even naar het busstation en de zee.
Jan, 23 april 2006  
  Jan in Marokko – 2     Vergeten
Iemand met een slecht geheugen mag nooit iets wegleggen met de bedoeling niet te vergeten waar het gelegd is. Met deze gedachte in het achterhoofd m’n geld gesplitst en 400 dirham (1€=10dh) apart gelegd voor m’n vertrek met de bus naar Imzouren, de 24ste april. Hiermee ook de raad opvolgend van Afaf om toch vooral voorzichtig te zijn, je weet maar nooit. Na 100 km busreis op een stuk van de nieuwe snelweg Tanger-Nador, aangelegd met geld van Europa om een alternatief voor de kif- en drugsproductie te kunnen bieden voor deze streek, redelijke wegen met aan weerszijden de brede en smaller wordende vlakte met gebergten in de verte zoals de Rhonevallei in Frankrijk, de Rif ingedoken kronkelend langs bergruggen maar overzienbaar en nog zonder de ravijnen zoals blijkbaar tussen El Hoceima en Tetouan. Nog altijd bewolkt, soms wat regen en regelmatig in- en uitstappende reizigers, een halve winkelvoorraad bij de hand, ondermeer belastingsvrij overgebracht uit de Spaanse enclave Mellilla, de geuren van herders uit de bergen, gesticulerend, met om de dertig km politie die evenwel nooit de bus als voorwerp van controle nam. Een heftige discussie tussen twee ouderlingen, over het hoofd van iedereen heen zonder dat me duidelijk werd waarover het ging, blijkbaar een te hoge aanrekening van een ticket, besloten door de niet aflatende oudste met potverdikke. Heb wijselijk gezwegen om niet het voorwerp te worden van zijn volgende tirade.
Zodus met m’n geld om niet te vergeten veilig weggeborgen, aangekomen in Imzouren na een telefoontje van Norridin met de vraag hem door te geven aan de chauffeur om er zeker van te zijn op welke bus ik zat. Hartelijke ontvangst en onmiddellijk met de auto naar ‘het huis’, afgezet want Norridin moest aan ’t werk, hij zou straks langskomen. Een proper aan kant gezet huis dat ik me onmiddellijk eigen maakte, fauteuils geïnstalleerd,  uitgepakt, frigo aangezet, het Franse toilet uitgeprobeerd, wegens de ‘Belgische op een ander verdiep nog niet gevonden, PC-geïnstalleerd.  Op zoek naar een snack of restaurant eerst de slechte richting gekozen om uiteindelijk tegenover het Maison Communale het palaver aan te gaan over aard en prijs van het eten dat ik uiteindelijk met hulp van een Nederlander zelf in de keuken kon kiezen en met drie schotels en ½ l water aan 28 dh kon verorberen. De winkel met levende kiekens gepasseerd, altijd vers, waar ik een kon uitkiezen die onder m’n ogen geslacht zou worden. Daar toch nog even mee gewacht. Vastgesteld dat om de hoek een kraakvers Cyberpunt beschikbaar was met teleboutique. M’n telefoon terug opgeladen voor 50 dh – nu staat er 100dh op wegens 50 dh gratis. In het Cyberpunt onmiddellijk een panne, maar niet van lange duur, m’n mail bijgewerkt en na een half uurtje werk de rekening gevraagd en niets moeten betalen wegens valse start. Na fruit en groeten ingeslagen te hebben voor 19 dh was m’n laatste cash op zodat ik het apart gelegde grote geld kon aanspreken. Zeker dat ik het daar of daar gelegd had, gans m’n bagage binnenste buiten, in alle boeken, hoekjes en kantjes, farmaciezak, portefeuille helemaal leeggehaald, papieren, nergens iets te vinden. En nog maar eens alles doorzocht zonder resultaat. Als het er niet was dan was het verdwenen was het onvermijdelijke bewijs van het tegendeel maar ik kon me geen enkele situatie voor ogen halen waar dit zou kunnen gebeurd zijn. Had altijd fysiek contact gehad met m’n bagage, altijd al m’n jaszakken met tirette gesloten gehouden. Niets aan te doen, ik moest met een slecht gevoel de situatie onder ogen zien en zo vlug mogelijk bijtanken want Norridine ging langskomen voor een verkenning van het dorp. Geld afhalen kunnen we straks en met forse pas door het dorp dat in feite een stad is van 26.000 inwoners. Medicatie om m’ hartslag kunstmatig laag te houden waren goede argumenten om het ritme te vertragen en m’n ademhaling opnieuw in evenwicht te krijgen. Naar het chicste café van het dorp voor een thee, wachtend op de komst van Said, de broer van Norridine die ook op de gemeente werkte voor sociaal-economische projecten, licentiaat, afgestudeerd in Oujda en met een grote intellectuele honger voor een gesprek over migratie, m’n Brusselportaal, de positie van Marokkanen in de wereld, de mensheid die elkeen moest erkennen in wat men was, de Imazighen en ‘Berbers’, de gemengde huwelijken, de islam. En drie dagen nadat ik dus in Marokko ben toegekomen al een algemene staking van twee dagen van het gehele overheidspersoneel voor beter loon, arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en vooral ook het recht om zich zonder beperking te organiseren in vakbonden, iets dat meer dan bij Hassan II door Mohammed VI werd aanvaard, een koning die toch een betere band met jongeren en de nieuwe maatschappelijke stromen kon bewerkstelligen aldus Said. De geplande uitstap naar El Hoceima van over twee dagen werd door Said, die zelf een auto had kunnen versieren, stante pede vervroegd naar het onmiddellijke en een kwartier later stonden wij aan de boord van de Middellandse zee na passage aan de kleine baai Quemado in El Hoceima, midden in de haven waar verse vis gestroopt werd en de boten juist uitvoeren voor hun nachtelijke tocht. Na een tiltslaand alarm , in de baai weerkaatsend tot welluidende dimensies, kreeg Said z’n geleende Jetta, zoals ik er ooit ook een had, onder controle en kon het verder naar het uitgestrekte km lange strand, ingesloten tussen Rifgebergten die zich aan beide kanten in de zee stortten, niet gestoord door ook maar één toeristisch gebouw, moeilijk te geloven maar waar en zéér indrukwekkend. In de zomer zwart van het volk maar nu, in regen en wind en buiten seizoen, eenzaam en verlaten. Tegen de bergrug aan een thee gaan drinken waar na mij Mohammed VI binnen een maand hetzelfde zal doen, om de resultaten van het herstelprogramma van El Hoceima te bezoeken na de aardbeving. Ik moest me noodgedwongen voor de tweede maal mijn thee laten betalen, Nog zin in een rondrit in El Hoceima ?– ik volg, maar eerst geld afhalen hetgeen op een wip gebeurd was met Maestro. Had intussen al berekend dat m’n gemiste budget van 400 dh overeenkwam met 12 middagmalen en dat bleef me (be)drukken. Maar goed, 40€, want daar ging het om, moest ik maar incalculeren en voor de rest waren alle kritieke punten van m’n reis (gezondheid, maag, onderdak, paspoort op dezelfde dag geregeld – iets dat men zich hier niet kon voorstellen, enz) onder controle. Op de terugweg in een regenbui verzeild zoals men ‘nog nooit had meegemaakt’ met water gutsend langs de hellende straten, bedampende ruiten wegens geen ventilatie meer, en oh ramp voor Norridine, de wegelectriciteit die, pas geïnstalleerd vorig jaar, in de helft van de stad was uitgevallen; voor de electricien van de stad een onmiddellijke alarmsituatie, die enkel kon gemeld worden aan de Nationale Mij van elektriciteit die de depannage moest uitvoeren. Had aan Norridine ook al kunnen uitleggen dat ikzelf gedurende twee jaar hetzelfde werk van  palen planten, tranchés graven en aansluiten van wegverlichting had gedaan en dat we dus beiden deskundig waren over dat belangrijke werk. Morgen zou het weer verbeteren was de troost die ik nog altijd moest zien gebeuren. Ik zal allicht een van de weinigen geweest zijn die op z’n gemak was in dit ‘Belgische’ weer dat ik scheen meegebracht te hebben.
Terug in huis nog maar eens alles afgezocht naar het geld, tot het kleinste vakje in het kleinste hoekje, zonder resultaat. Inkopen gaan doen in een buurt die begon door te hebben dat er iemand nieuw in het huis verblijf hield. Met hun beste Frans en Engels probeerde men in contact te komen, Een Engelssprekende jonge buur, die me in de winkel om de hoek steevast voorthielp, was erg onder de indruk van het verhaal van de twee ‘Noord-Afrikanen’, Marokkanen in feite, zonder dat met dat met zoveel woorden zei, die in Brussel onder het oog van zoveel mensen hun verwerpelijke daad gesteld hadden, een raid zoals ik ook hier noemde die z’n betekenis (en eventuele opdracht) volgens mij kreeg vanuit de destabilisatie die ze meebracht. Moet hem straks nog vertellen dat het blijkbaar Polen waren – wie kan zich nu vergissen tussen een Pool en een Marokkaan, behalve dan als die Pool zich in Marokkaan verkleed had. En dat wijst opnieuw op m’n thesis van ‘raid’. Zodus, eitjes, kaas (La Vache qui Rit), melk, fruitsap, water, brood enz..gekocht zodat ik voor m’n ontbijt voort kon. En 200 van m’n nieuwe dh gewisseld zodat ik opnieuw ‘klein’ had.
Arbeidsdeling
Pas terug thuis Said aan de bel of ik een tas thee kon komen drinken ‘parce qu’un homme seul’ is toch niet je dat. Hij was ten andere buur op enkele passen van m’n huis. In het salon ontvangen na z’n twee kindjes begroet te hebben ‘Bonjour monsieur Jan’, maar ‘echt  Frans’ leerden ze maar in het 2de studiejaar – in Nador al van in het eerste studiejaar zo wist ik. Zo ook Joesef, het aangenomen zoontje van 8 jaar bij de familie in Nador, verlaten door de moeder.  Het hartendiefje van de vader die naast z’n dochters van 23 en 20 jaar dus nog een zoon in huis genomen had van toen hij 6 maand was en die ik bij het vertrek nog complimenteerde voor de liefde en de tederheid waarmee hij met z’n kleinste omging. Zodus aan de thee bij Said en zijn (Algerijnse) vrouw op de achtergrond, heel anders dan in Nador waar geen enkele reserve speelde. Ons gesprek dat al veel kanten uitgegaan was nu vooral verdiept op het punt dat de Islam en ook de ‘Berbers’ niet alleen verbiedt om iemand af te wijzen of laat staan te breken maar integendeel dat Islam en Imazighen iemand verplicht om altijd het contact te houden en gesprek te zoeken. Om kwart na negen was de avond rond want morgen was werkendag – voor mijn bioritme was het ook al kwart na elf en ik was al op van kwart voor zes Marokkaanse tijd.
Bed opgemaakt, lekker harde matras, de geur van mottenbollen iets te nadrukkelijk aanwezig maar die zou wel wegtrekken. Niet echt moe, geprobeerd om zonder leesboek in slaap te vallen. De ochtend was vlug daar, door het moskeegebed van 4h heen geslapen, en om 6h was ik fit genoeg om op te staan (8h in België). Bewolkt, regenachtig en koud. Koffie gezet zonder zakjes, na bezinktijd drinkbaar om met smaak een ontbijt te nuttigen dat in het niet verzonk bij wat ik in Nador kon meemaken: verse thee met munt, een kan koffie en een kan warme melk, verse honig, een eitje en zelfgebakken brood dat nog warm uit de oven kwam. De arbeidsdeling van de man die werkt en de vrouw die haar deel doet door eten te maken en zorg te geven aan de kinderen, aldus de vader in Nador, die begrip kon opbrengen voor m’n argument dat als de vrouw ook werkt er een gelijkheid moest zijn in bijdrage aan huiselijke taken (in principe, want de meeste mannen ontrekken zich aan deze ‘huiselijke’ gelijkheid). Discussie die telkens tot gelach van de vrouwen leidde wanneer ik aan de opruim en afwas wou beginnen en stelde dat wie gekookt had onder geen beding de afwas mocht doen. Zodus m’n eenzame ontbijttafel afgeruimd na een appelsien uit de bergen wat verderop met smaak genuttigd te hebben.
Op zoek naar het zout voor m’n tomaat ergens onderin, m’n paspoort onder ogen gekregen, weggelegd wegens niet nodig gezien in Marokko is een Belgische identiteitskaart voldoende en zo de 400 dh teruggevonden die er opgeborgen waren. Voor het eerst m’n MP3 aan de kleine luidsprekerboxjes gekoppeld en in shuffle uitgekomen op Roxanne.
Jan
25 april 2005       Jan in Marokko – 3     Frieten
Op bezoek bij Marokkanen in België werden frieten op het menu altijd begrepen als een attentie voor de Belgische bezoeker. Maar in Marokko wordt me duidelijk dat frieten een Marokkaanse uitvinding zijn die geëxporteerd is naar België, want bij elk gerecht in alle maten en  soorten, maar altijd vers en nooit uit diepvriespakket krijg je frieten geserveerd, met de losse hand over het gerecht uitgestrooid. Zo wordt je altijd wijzer als je de wereld ter plaatse verkend.
Veel Marokkanen op straat zo vlug het weer beter is, bijna zoals bij ons. En of ik toerist ben, van waar? Ben bij familie. Familie, ja bij familie, ah ja dan hoor je bij ons. En anders niet? Wij zijn allemaal familie welke godsdienst je ook hebt, toch van de drie godsdiensten met Een unieke God zoals in het Christendom, het Jodendom en de Islam. Maar ik ben niet religieus. Ja maar alle mensen zijn gelijk, dat moet je je niet aantrekken. Elk bezoek aan winkel, tee- of koffiehuis, cybercafé, restaurant zijn evenzoveel contacten, gesprekken, aftasten en lachen.
Met Said voor het dagelijks gesprek over de serieuze dingen van de wereld, het leven en de politiek opnieuw afgezakt naar het chique café in Inzouren (hier komt de ‘bourgeoisie’ zegt de gemeentebediende) met voor het eerst belle vue op het glooiende Rif dat de vorige dagen altijd in nevels gehuld was. De sporen van de aardbeving zijn nog zichtbaar en hier en daar nog wat niet-geruimd puin. Of je wat kan huren in El Hoceima? Dat zal niet veel zijn, en kopen is helemaal niet te doen, bijna zo duur als in Europa. Toegankelijke gelijkvloersen? Ik zal eens rondkijken. Maar het huis kan gemakkelijk drie families herbergen zo groot is het. En van Imzouren naar El Hoceima is het 7 dh tot de stad en nog eens 7 tot het strand. Dat is toch maar 3 Euro per persoon heen en terug met taxi.
Morgen met Norridine samen met de bus naar El Hoceima. Hij heeft de ganse dag werk gehad aan herstellingen van elektriciteit wegens overvloedige regen vorige nacht. Morgen is hij twee dagen vrij wegens algemene staking van alle gemeentelijke diensten in Marokko.
Voor het middageten van tactiek veranderd. In plaats van voor elk gerecht de prijs te vragen in een bepaalde hoeveelheid vetrokken van een budget van 20 dh en gevraagd om van drie gerechten een beetje op te scheppen met scherpe pepers en olijven er bovenop, zonder frieten, arbi (aub). Wel verrast dat een lekker uitziend gerecht bij nader toezien op m’n bord bestond uit lever en niertjes, maar dat ging er met de hoop wel mee naar binnen. Een tour gedaan door het ‘winkelcentrum’ en nog drie andere restaurantjes/snacks gevonden. Maar het is nu al moeilijk om het vertrouwde te laten, een mens is op een wip en een keer ingebakken in het nieuwe. Enkel de ‘Berbers’ migreren en het is voor mij geen toeval dat het vooral ‘Berbers’ zijn die Marokko hebben verlaten voor Europa. Zij stammen in illo tempore af van nomaden maar hebben zich vooral in Marokko en Algerije gevestigd. Zo zijn de Imazighen vooral gelokaliseerd in drie gebieden in Marokko maar zoals gezegd is het geen nationalisme en niet gebonden aan (bloed) en bodem, overal wonend (en integrerend) in wat nuttig en nodig is voor hun overleven als ‘identiteit’. Zo zal de toekomstige burgemeester van Molenbeek, Antwerpen en Mechelen ooit wel eens een ‘Berber’ zijn, zoals 25 eeuwen geleden de farao’s in Egypte gedurende twee euwen van Imazighen-afkomst waren. En ook de kerkvader  Augustinus, enkele eeuwen na Christus toen de Imazighen voor hun overleven onder de Romeinen massaal christen werden. Voor de goede orde: de kennis komt merendeel uit het boekje Imazighen, De ‘Berbers’ en hun Geschiedenis, uitgeverij Bulaaq, van Mohammed Chafik, die hiervoor de Prins Clausprijs ontving in 2002. Tot nu toe heb ik nog niemand ontmoet die Mohammed Chafik kent maar dat wil niets zeggen natuurlijk.
’s Avonds grote drukte aan het cybercafé – webcams, gesproken chat en telefoon over het internet. Had wachtnummer 9 dus in het cafetaria een supergesuikerde thee gaan drinken met onmiddellijk gesprek van hier tot ginder in het Engels, Frans en Arabisch’s om wat te oefenen op m’n woordlijstjes. Ja maar dat is ‘Berbers’ met uitspraak van Nador, hier is het ‘Berbers’ van Al Hoceima en dat is redelijk anders moet je weten. Zodus al het gemeenschappelijke is toch eigen en wat is het belangrijkste: om iets te zijn of om niet het andere te zijn?
Ontbijt
Na aankoop abricozenconfituur (made in Marokko) en enkele niet overrijpe bananen lekker ontbeten met La Vache, een ei, een appelsien en koffie in z’n eigen nat, naar filterzakjes ga ik niet meer op zoek. De eitjes moet ik nu zelf pellen, de appelsien ligt niet meer in stukjes voor me uitgestrooid en het water om m’n medicamenten te nemen staat niet meer gereed, want dat is het verschil met de moederlijke zorg dat ik me in Nador liet welgevallen en me deed denken aan m’n kindertijd toen mijn moeder dit voor me deed zoals ik als compliment kon zeggen. Ook de overgrootmoeder van Afaf met haar 98 jaar zat altijd mee aan tafel. Zij leidde in huis haar eigen leven bij haar kleindochter, de zus van de buur, beiden door haar grootgebracht samen met een andere zus in Duitsland en vier zonen die verspreid in Europa leefden. De zus in Nador is bij de moeder gebleven om voor haar te zorgen en daarom teruggekomen uit Duitsland waar zij zelf drie jaar verbleven heeft. De overgrootmoeder zelf heeft 11 kinderen gehad waarvan er  9 niet levensvatbaar waren. Haar ganse leven heeft ze tot op vandaag enkel op melkproductenmoeten geleefd en is nu een gerimpeld wassen beeld met grote bekommernis dat mij toch maar niets zou overkomen en of ik wel zou geraken waar ik moest zijn. Zodus nu in Imzouren zelf afgeruimd en de afwas gedaan alhoewel er genoeg gerief in huis is om drie weken door te komen en pas op het eind een reuze afwas te doen.
Heb aan Said gevraagd me naar de tante te brengen zodat ik de pakjes kan afgeven die ik mee gekregen had. In totaal 5 kg en in eerste instantie had ik het pakje spaghetti en pasta wegens overgewicht thuis gelaten, ook niet goed begrijpend waarom ik ‘elementaire’ voedingswaren moest meenemen. Na een strenge terechtwijzing dat ik daar niet om moest lachen (ik lachte daar niet mee) want voedingswaren zijn nog elementair, heb ik uit eigen voorraad volkorenspaghetti en Italiaanse Macaroni in m’n bagage gestopt en omdat ik toch het gewicht al overschreden had het tot 6kg bijkomend aangevuld. Uiteindelijk heb ik niets moeten bijbetalen omdat, zo denk ik nu, ik zo eerlijk geweest ben het te zeggen. Maar, zegt Said me, je geraakt nooit bij de tante, toch langs de man zeg ik, allez t’is goed ik zal je tot bij hen brengen, misschien vandaag dus allicht morgen.
Al Hoceima
In de bus nergens m’n benen tussen de stoeltjes gekregen en op de achterste rij van de deinende bus plaats genomen, langs de open en toegaande deur waar continue mensen in- en uitsprongen. Op verkenning naar het hoogste punt van de baai met de Moskee: prachtig uitzicht en zo afgezakt naar het strand, na eerst enkele cafés te bezoeken waar ik later zou kunnen werken. Aan het kleine maar gezellige strand Quemado staat een gebouwencomplex met hotel, cafetaria en dienstgebouwen er triest en verlaten bij wegens failliet van de vorige eigenaar. Tegen juli zou alles vernieuwd terug open moeten gaan voor de duizenden Marokkaanse vakantiegangers die elk jaar uit Europa afzakken. Met ‘Le petit Taxi’ terug naar boven voor een sandwich met tonijn. Het café met uitzicht op de baai terug opgezocht en zolang m’n accu strekte (anderhalf uur) gewerkt want een aansluiting op het elektriciteitsnet was daar niet mogelijk.  Beetje bij beetje kwamen nu jongeren afgezakt die we ’s middags ook al gezien hadden in een ander café, shit rokend zoals Norridine me uitlegde. De klassieke gesprekken maar nu omgeven door rokende pijpen zodat ik al visioenen kreeg van de ‘Hel in Tanger’ en afscheid nam van het uitzicht op de baai met het oog op de achterkant van een huizenrij waar ik misschien een wat rustiger werkplaats kon vinden. Na wat klimwerk een viertalige uitbater van een meubelwinkel aangesproken die een ‘klein huisje’ met tafel stoel en elektriciteit wist waarvan terstond de eigenaar werd opgetrommeld.50 dh voor 3 uur of 100 dh (10€) voor een dag wanneer het niet verhuurd was als ik langskwam. Bij het volgend bezoek aan El Hoceima eens zien wat het is. Terug naar Imzouren met de taxi op 1/3 van de tijd en toch comfortabeler ook al zitten er altijd vier personen op de achterbank.
Inkopen gaan doen voor de couscous, te beginnen met een kiek die onder m’n ogen uit het kot gepikt werd waarna ik me, weliswaar nog binnen gehoorafstand, terugtrok om de slachting niet te zien. In tussentijd vlug een kapper binnen om te vragen wat het koste voor het haar (10dh) en baard (5dh) en afgesproken voor morgen. Met een zak nog warm en kwak vlees in de hand de kruidenmengeling (zwarte peper, paprikapoeder, komijn) zelf bijeengezocht en vragen hoe ‘safraan’ in het Arabisch was. Maar blijkbaar is safraan in alle talen van de wereld hetzelfde, een van de eerste kruiden, na de ‘ontdekking’ van Indië, die de wereld rond gegaan was. Verder de groenten, kikkererwten (in pot) en couscous gekocht en ik kon beginnen koken. Niet zonder Said gerekend die voor de dagelijkse koffie in het stadscafé aan de deur stond. De match Barcelona stond op het programma zodat het een drukte en lawaai van jewelste was. De discussie zou hij nu een serieus aanpakken. Wat ik van het homohuwelijk vond en van het naturalisme, wat achteraf het naturisme bleek. Respect voor de mening van iemand anders was in deze erg moeilijk volgens hem omdat het duidelijk was dat de aanvaarding van homo’s en naturisme tegen de natuur ingingen. Maar zelfs al waren mijn standpunten volledig tegengesteld aan de zijne was er toch vooral zijn tevredenheid om nu eens echt gebatterd te hebben, terwijl ik me afvroeg hoever ik in zo’n gesprek mee zou doen. M’n marges toch enigszins verzet. Heb hem gezegd dat ik bij Mohammed en Mo eens zou horen wat hun standpunten terzake waren. En of er geen ‘Europese’ islam aan het ontwikkelen is en dat, voorzover ik wist, de holibi-fuiven van de islamgemeenschap in Vlaanderen een echt succes waren, dat homofilie zo ‘natuurlijk’ is als de mens en maar 5% van de bevolking betrof, dat kinderen echt wel in homogezinnen aan hun trekken kwamen maar dat het juist is dat de meeste godsdiensten dit niet zien zitten, hetgeen op zich geen argument enz. Het naturisme daarentegen is gebaseerd op het wederzijds engagement zich naakt voor elkaar in het gewone van het leven te vertonen buiten het publieke domein. Het was echt een gezellig gesprek. Om acht uur kon ik beginnen aan m’n couscous die tegen kwart na negen verwerkt was. Intussen gezocht naar m’n sandalen die ik uiteindelijk nergens vond. Het kon dus niet anders dan dat ik ze in Nador vergeten was. Een sms van Afaf kon dit bevestigen. Op WE gaan in Nador na een week Imzouren was geen probleem, ik kon komen wanneer ik wou. En het was een prettige gedachte om me na een week nog eens als deel van een familie de goede zorgen te laten welgevallen en intussen m’n werk te doen. Maar dat hoef ik pas binnen een paar dagen te beslissen.
Jan, 27 april 2006       Jan in Marokko – 4  
Stoepen
Ben nu een kleine week in Marokko en er is nog niemand langsgekomen om me te informeren hoe ik me het best integreer in de Marokkaanse samenleving en wanneer ik bv. de vuilbakken moet buitenzetten. Op weg naar de winkel voor brood zag ik dat m’n buur 3 plastieken zakjes met afval op z’n stoep had gezet. Waren dat nu drie ‘gesorteerde zakjes’ of waren dat allemaal zakjes met hetzelfde gemengde afval, daar had ik het raden naar. Gezien ikzelf nog maar één zakje afval bijeen had besloot ik dit maar voor m’n deur te zetten, na met de handen gevraagd te hebben aan de werkmannen in het huis tegenover of ik hetzelfde kon doen. Wanneer ik het echter buiten deponeerde waren de andere zakjes al verdwenen en bekroop mij de schrik dat de vuilniswagen juist voorbijgekomen was. Neen, neen, zet maar neer. Zien wat de toestand is binnen een half uur, want ik wil hier geen problemen met de gemeente.
Zo ook ben ik in het ongewisse op welke leeftijd het hoort om een djellaba aan te doen, ben ik er oud genoeg voor of moet ik nog wat geduld hebben om tot de ‘ouderlingen’ te behoren. En als ik een aandoe, moet het dan een zijn met kap of zonder kap, want daar is een verschil, de een is voor binnen, de ander voor buiten maar soms zie ik mannen zowel met kap als zonder kap dragen. Ook hier geen informatie voor nieuwe inwoners.
En dan de stoepen. Langs mij is een snoepwinkeltje dus je kan je voorstellen wat dat geeft, kinderen die snoep kopen en in het weggaan hun papiertjes op mijn stoep doen belanden. Aan wie is het om dat op te ruimen? Aan mij, aan de kinderen die ik moet terugroepen, aan de winkel die hiermee toch voor een zekere overlast zorgt of aan de gemeentelijke kuisdiensten die al of niet met mechanisch materiaal de stoepen en  straatranden regelmatig  misschien zouden proper maken. Ook hier ben ik volledig in het ongewisse. Zal het nog een paar dagen afzien en als er niets gebeurt zal ik m’n eigen stoep maar eens kuisen.
Stoepen, dat is erg essentieel in het straatbeeld van Marokko. Nog voor een huis opgetrokken wordt begint men met de stoep, dwz het niveauverschil tussen het gelijkvloers van het huis en de straat. Zelfs voor er sprake is van een straat in de zin van een met kasseien, stenen of asfalt verharde weg staat de stoep  veelkleurig en voor elk huis verschillend te pronken. In de bijgemeente van Nador waar ik twee dagen verbleef is behoudens de steenweg Oujda-Nador, die dan nog een km buiten het dorp ligt, geen enkele weg verhard maar elk huis heeft een blinkende stoep waar je geen papiertje op aantreft. Met de straten  is het anders gesteld, want, zeker na regenval zijn het valkuilen vol water en modder waar het zelfs voor auto’s moeizaam passeren is. Een trekzak is hier wel echt niet te doen gezien de plassen en het continue wisselende niveau van de stoepen. Maar in Marokko dus is me duidelijk geworden met welk een afschuw m’n Marokkaanse vrienden in Mechelen spraken over de renovatie van de binnenstad en de straat waar hun huis gelegen is. Zij hadden het huis gekocht met gewone stoep, belegd met 30x30cm betonnen tegels. Met de renovatie werd de straat volledig op gelijk niveau gebracht aan de benedenverdieping van het huis, de stoep was weg, de essentiële bescherming tegen het vuil van de straat maar vooral de bescherming voor de kinderen tegen het autoverkeer dat niet meer weet wat ‘stoep’, weg of parkeerplaats is, zoals mij is overkomen door m’n wagen, gedurende minstens vier uur midden op de weg te parkeren. Ik mocht van geluk mocht spreken geen proces aan m’n been te hebben. Dat had ik een week later wel te pakken bij m’n bezoek aan het Museum voor Deportatie en Verzet in Mechelen waar ik m’n wagen geparkeerd had en de plaat, 600 meter voordien bij het binnenrijden van het centrum, niet had gezien dat parkeren, waar ook in de binnenstad van Mechelen zonder ticket niet toegelaten is. De industrie van de parkeerboetes kon ook hier z’n slag slaan. M’n Marokkaanse vrienden zijn intussen verhuisd naar een huis mét stoep.
‘Berbers’ 3
Wat is het nu, zijn de inwoners van de Rif met ‘identiteit’ Imazighen nu Marokkaan, ‘Berbers’, Maghrebijn, Noord-Afrikaan, of erger nog ‘Arabieren’? Dat laatste zeker niet want zo genoemd worden is hetzelfde als zeggen dat elke Vlaming van oorsprong Duits is bv. Noord-Afrikaan is geconnotteerd aan de Barbarijse staten in de tijd dat Europa deze landen koloniaal bestuurde en dat was niet direct vriendelijk bedoeld. Maghreb is de vriendelijke naam voor landen waar de zon ondergaat, Masjrek voor de landen van het nabije Oosten (vooral de Arabieren) waar de zon opgaat. De Maghreb landen zijn volgens de Imazighen vooral door hun wezen is gevormd, zodat kan gesproken worden van een Maghreb-mens op dezelfde wijze men het heeft over de ‘Europese’ mens, zo oppert Mohamed Chafik, waar wij onze ‘Imazighen’-mosterd halen, of is het simpelweg Marokkaan, dat in Vlaanderen ook al veel weg heeft van een scheldwoord of de nieuwe Bietebouw (het levende spook met het bietenmasker in wat de Haloween geworden is terwijl het een traditioneel Vlaams gebeuren is/was), pas op of ik haal de Marokkaan, om de kindjes kalm te houden. Voor zo’n ernstige vragen leek de tijd wel gekomen om na 15 jaar om nog eens naar de kapper te gaan, 10 dh voor het haar en 5 dh voor de baard, zo had ik me al bevraagd (1,5 €). En wat hangt daar veelkleurig te pronken aan de deur: een affiche over het Eerste wereldcongres van de Imazighen in Marokko, augustus 2005.
Democratie, mensenrechten, lekendom, vrijheid, autonomie, federalisme, (dus toch grond, territorium, nationalisme?), maar ook vrijheid, mensenrechten, democratie, zo te zien zijn wij (of zij) er nog niet uit. De affiche betrof een uitnodiging voor het eerste congres van de Imazighen in het gebied waar zij wonen. Tot dan toe moesten hun congressen altijd doorgaan in Frankrijk wegens verbod om zich te verenigen en hun taal te onderwijzen en te gebruiken in Marokko onder Hassan II. Vanaf 2002 is het taalonderricht toegestaan en kan ook een schrijftaal aangeleerd worden, maar 4 jaar eerder had de coiffeur al een reclamebord voor kiekens (waar ik eerder al m’n kiek gekocht had) in het Amazigh geschreven op de achterkant, een rebelse daad zo wist me de kiekenverkoper-filosoof later op de avond te melden.
Abdel was ook de eerste die ik tegenkwam die het studiewerk kende van Mohamed Chafik. Zelf had hij niet naar het congres kunnen gaan omdat zijn vader toen ernstig ziek was. De kiekenverkoper was universitair afgestuurd in filosofie en urbanisatie maar wegens geen werk een kiekenwinkel begonnen zoals  die regelmatig tussen gewone huizenin  te vinden zijn.
In het gesprek werden alle thematieken nog maar eens overlopen om uiteindelijk te belanden bij deze dubbele vraag: kan iemand van niet-Imazighen oorsprong zich de Imazighen-cultuur en identiteit eigen maken en Imazighen worden? Wordt een kind uit een gemend huwelijk bv met één Imazighen partner ook Imazighen? Dat waren wel erg moeilijke vragen en daarvoor moest m’n haar, dat intussen voorzichtig werd ingekort (toch niet te kort, neen, ik gebruik maat 4 van m’n tondeuze, voor m’n baard is maat 1 goed) toch eerst terug wat langer worden.
Op zoek naar de tante niemand thuis gevonden maar een half uur later stond de echtgenoot aan de deur om de 5kg goederen en cadeautjes glunderend in ontvangst te nemen. Je moet maar eens op de koffie komen. Later op de dag de vader van Norridine en Said tegengekomen, 72 jaar en in djellaba, een goede gelegenheid om te vragen of 58 jaar al oud genoeg was om het kleed van de waardigheid te dragen. Neen, neen, dat hing volledig van de persoon af, zelf al was mijn haar volledig grijs geworden. Ik heb nog nooit een djelabba aangehad zij Said me achteraf op weg voor de dagelijkse koffie. En hoe mannen hier in contact kwamen met vrouwen, of hoe dat juist zat met mannen die een tweede vrouw hadden, en waarom de vrouwen geen twee mannen mochten hebben en zo belanden we vlug op het terrein waar de meningen ver uiteen gingen.
Heb beslist om zondag op WE te gaan in Nador, zodat ik ondermeer de aanloop tot het Rifgebergte in betere weersomstandigheden kan bewonderen en me nog eens familiaal kan laten verzorgen. Vraag me ook af of ik stappen zal zetten om een verblijf in Tetouan te regelen, op bezoek bij het Werkwortel-project van het Waasland waar nu 7 Marokkaanse jongeren in bouwopleiding een werkstage meemaken bij het in orde brengen van een gehandicaptenvoorziening, een school en een weeshuis, voor ze aan een ‘inleefreis’ beginnen van 3 weken in Marokko.
Heb “Systematiek en Willekeur” van Patrick Moreau volledig gereedgemaakt voor publicatie op het internet. Een indrukwekkend boek over de gedeporteerden en gefusilleerden uit het Arrondissement Mechelen gedurende de 2de wereldoorlog. Hierin wordt ondermeer duidelijk dat het verzet en de deportatie een doorsnede vormde van vooral het ‘gewone volk’ maar ook van magistraten, politici en zelfs ministers.
 Jan 29 april 2006       Jan in Marokko - 5  
Ollanders
Men begint me hier intussen te kennen in Imzouren. Een groep uit Nederland gezette jongeren vinden in mij een voor hen interessant aanspreekpunt om hun beklag te doen over die Hollandse Minister met kort haar die er met de grove borstel doorgaat – en in geen enkel Europees land kunnen wij er terug in, beeld je in. Daartegenover is het in België ‘redelijk’ volgens hun. Ben jij die Belg, spreek iemand me in perfect ‘Belgisch’ Nederlands aan op weg naar huis aan, ik kom uit Sint-Niklaas, in feite uit Temse, 26 jaar in de textiel in Lokeren gewerkt, op brugpensioen en nu met autocar (voor 84€ enkele reis) in drie dagen naar Imzouren, geboortestad waar hij in 1974 uit vertrokken is, vier kinderen met twee aan de universiteit van Antwerpen afgestudeerde zonen die aan het werk zijn en twee dochters, Marokkaans getrouwd en secundaire studies beëindigd. Woont hier om de hoek.
Vraag me af wat het sociale zekerheidsstatuut is van deze Nederlandse jongeren, zijn zij Nederlander, hebben zij rechten ontwikkeld waar zij nog aanspraak kunnen op maken, want in Marokko zelf bestaat bv is er geen werkloosheidsverzekering, waar leven zij van en wat zijn hun perspectieven?
Europese Imazighen
Bezoeken aan het internetpunt zijn te kort om veel geld aan me te verdienen. Meestal in en uit. Tot een electriciteitspanne van meer dan anderhalf uur (de tijd van m’n PC-accu) me de straat op drijft en een discussie ontspint aan het internetpunt waarom het hier in Marokko zo slecht is voor de jongeren, diploma’s hebben geen zin en in  Europa lag de ware wereld open van diploma en werk. En hoe denk je dat het ‘goed’ geworden is in Europa, wat de grootvaders en overgrootvaders ginder op anderhalve eeuw hebben moeten investeren in organisatie, strijd, politieke macht en sociale zekerheid. Dat in Marokko men ook nog tientallen jaren zou nodig hebben om iets gelijkaardigs op te bouwen en of men wel nadacht over hoe de geschiedenis vooruitging en of men wel investeerde in de sociale bewegingen, vakbonden en eigen organisaties. Onder Mohammed VI was daar toch iets meer ruimte voor gekomen, of niet?. Waar waren de jongeren en de klagers toen de openbare diensten enkele dagen geleden twee dagen in staking gingen, ik heb geen solidariteitsacties gezien en daar wisten ze niet veel op te zeggen. In Europa kon men pas studeren en was een diploma werk volgens hen. Gaat dat maar eens zeggen aan de Marokkaanse jongens ginder, geen 3 op tien maakt z’n secundaire studies af en hogere studies zitten er maar voor enkelen in, 40% is werkloos. Heeft men zin om daar mee in het rijtje te gaan staan. Weet je waarom ik denk dat jullie zo graag naar Europa gaan, omdat jullie Imazighen zijn, het nomadenbloed van 3000 jaar geleden wil vooruit, en jullie hebben het wel een beetje gehad met de ‘Arabieren’ en hun islam, 14 eeuwen is wel genoeg geweest zeker, en in Europa kunnen jullie de traditie van onderschikking om te overleven met veel meer effect en perspectief voortzetten, niet voor niets dat een groot deel van de Marokkaanse emigranten ‘Berbers’ zijn, en zolang men in Europa spreekt over Marokkanen en ‘Berbers’ valt het niemand op dat het om ‘Imazighen’ gaat zodat jullie aanwezigheid verder en beter kan ontwikkelen. Ja maar wij mogen toch de wereld zien en weten wat er te koop is. Daarvoor moet je je niet meer verplaatsen. Langs het internet heb je uitkijk op alles en nog wat. Zoek maar eens op hoe de wereld in Europa beter is geworden en hoe de werknemers en hun vakbonden hebben moeten ijveren en strijden om zo ver te geraken. De evolutie van de wereld gaat niet in 10 maar in 100 jaar, te lang voor een mensenleven, maar het zijn wel jullie en de 23 miljoen Marokkanen die het zullen moeten doen. Tjiens, er is terug elektriciteit, zullen we onze mail nog maar eens checken.
Heb bij het terugkeren de papiertjes op m’n stoep geruimd en gevraagd aan de winkeleigenaar of in ze in zijn vuilbak kon deponeren. Zo heb ik misschien drie vliegen in een klap geslagen.
1 mei 2006
Voor de 2de maal de rit gedaan door de Rif van El Hoceima naar Nador, nu evenwel in een lege camion van olijfolie met de vader van Afaf samen met zijn helper, Yousef uit de Sahara in Marokko. De geplande busrit van 8h 30 (aankomst 12h in Nador) werd vervangen door een deelname aan een werkdag van een olijfolieleverancier in de Rif, een ander uitzicht op mensen, werk en autorijden. Per sms werd gevraagd me naar het busstation van Imzouren te begeven waar de levering aan vier winkels in Imzouren al gestart was. Vervolgens de tegengestelde richting in naar El Hoceima met eerst een ‘toeristische rondrit’ langs de drie stranden om vervolgens een namiddag zoet te zijn met de poging tot betaling van een onwillige klant, maar Youssef en mij toeliet de souk van El Hoceima en de dagelijkse markt te bezoeken. Voordien werd ik naar een toeristisch restaurant geleid waar het even duurde voor ik doorhad dat m’n twee compagnons daar niet mee zouden eten maar me wel in de gelegenheid stelden om als ‘toerist’ te eten, de beleefdheid heeft z’n rechten. Na weigering, in dank aanvaard, een ‘gewoon’ restaurant opgezocht vol ambiance, sardines, tajine van kip, runds en voor mij nog een harira-soep. Geen complementen over de betaling, zoals het ‘werkmannen’ past ieder betaalt het zijn. Na opnieuw de zorg geobserveerd te hebben waarmee hier sardines worden verorberd, eerst het velletje eraf, dan het visvlees met de hand van de graat geplukt en smakelijk gegeten stelde ik voor eens een sardine ‘op z’n Belgisch’ te eten, onder het oog van m’n compagnons, de garçon en enkele bezoekers. De sardine met twee handen tussen kop en start vastgenomen met een forse hap van staart tot midden vol in de mond, en vervolgens het tweede stuk tot aan de kop, tot ontzetting van de omstanders; pas op voor de graten, ze rijten je maag open. Als besluit de kop in een hap verorbert en het afgrijzen was op elk gezicht zichtbaar, behalve de vader die me eerder op de week sardienen had zien verwerken. De tweede sardine heb ik op z’n Marokkaans gegeten om verdere opstootjes te vermijden.
Bij de eerste stop in Al Hoceima een grote affiche in het Arabisch én in Amazigh onder ogen gekregen met vier mannen in de weer om de hele gevel te versieren. Wij bereiden de eerste mei voor, het feest van de arbeid waar ook in Marokko alle werk voor stil ligt en de scholen gesloten zijn. Het bleek het secretariaat te zijn van Union Marocaine du Travail, waarbij m’n blijken van solidariteit en eigen syndicaal engagement voldoende waren voor een erg hartelijke ontmoeting. Heb afgesproken om de komende weken nog eens langs te gaan.    Zeker toen ik vroeg me het Amazigh voor te lezen voor een geluidsopname en de vertaling ervan in het Frans. De tekst betrof Abdelkrim El-Khattabi (1882-1963) waarover op de affiche gezegd werd dat hij niet alleen gevreesd werd toen hij nog leefde maar ook na zijn dood, een waarschuwing voor het verzet dat hij belichaamde en dat nog altijd navolging kent, ondermeer voor de arbeiders in het kader van de viering van de 1ste mei. Mohamed Chafik spreekt in zijn boek over hem als ‘legendarische leider van het verzet in de Rif tegen de koloniale expansie’. Hij was rechter in Melilla (wat later nog als enclave door de Spaanjaarden is behouden op Noord-Afrikaans grondgebied) en omwille van zijn verzet werd hij verbannen naar Egypte. Zijn enige zoon werd recent door Mohammed VI uitgenodigd in Marokko als een soort van eerherstel en tegemoetkoming t.a.v. de Imazighen in Marokko, zo wist Afaf mij te vertellen. Later op de avond, bij de voorstelling van de fotoreportage aan de familie, ondermeer van de werkdag van de vader waar niemand ooit aan deelnam en waar ook geen foto’s van bestonden, moest ik vaststellen dat niemand de transcriptie in Amazigh kon lezen en dat enkel m’n geluidsopname in ‘Berbers’ hen van de inhoud op de hoogte kon stellen. Achteraf kon ik de vertaling in Frans door de Marokkaanse syndicalist ook laten horen. Dat is nu onze situatie, wij kennen het ‘Berbers’ als ‘mondelinge’ taal maar er is geen schrift (meer), zo’n duizend jaar geleden verdwenen, zodat we het niet kunnen lezen of schrijven. Het is maar heel recent dat men onze gesproken taal in schrift aan het omzetten is zodat het in de scholen kan onderwezen worden. Het is langs de geluidsopname dat wij kunnen weten wat op deze affiches staat. Bedankt.
Pas later, in de ochtend, is deze simpele vaststelling volledig tot me doorgedrongen, en de impact die het in feite heeft op het bestaan van de Imazighen en zeker ook in hun emigratie naar Europa en België. In feite is spreken over ‘analfabetisme’ van de ‘Berbers’ onjuist, niet gepast en niet terzake voor mensen die vanaf hun geboorte het leven ontdekken in een taal waarvoor GEEN SCHRIFT bestaat! Dat is zeer uitzonderlijk en kan nooit volledig gecompenseerd worden door bv het aanleren van het Marokkaans of algemeen Arabisch of het Frans vanaf de leeftijd  van vijf, zes jaar, of door het Nederlands voor kinderen van de migratie in Franstalige of Nederlands scholen. Gezien pas langs de 2de of derde taal (Frans of Nederlands) enige geschreven en leesbare taalkennis aangeleerd wordt vraag kan men zich afvragen of er in het Nederlandstalige onderwijs, in scholen en bij leerkrachten wel voldoende besef is wat de impact is de eerste vijf jaar van z’n leven groot te worden met een taal waarvoor geen schriftelijk component bestaat. Pas bij het betreden van de kleuterklas wordt langs een tweede (of derde) taal de letters, woorden en taalstructuur geleerd van het Nederlands, of andere taal. Het accent dat tegenwoordig gelegd wordt op het kijken naar Nederlandstalige televisie, het voorlezen van Nederlandstalige boeken enz, de verantwoordelijkheid van de ouders enz krijgt ook hier de connotatie mee dat de ouders nooit hun verantwoordelijkheid genomen hebben en moeten ‘ingeburgerd’ worden, terwijl misschien het elementair besef  ontbreekt en dus ook niet mee kan verrekend worden dat het om kinderen (en ouders) gaat die opgegroeid zijn met een taal die zonder schrijf- of leesequivalent is/was en dus nooit de basis kon vormen voor een taalstructuur die voor ieder ander aanwezig is in de van bij de geboorte aangeleerde taal. En zelfs Vlaamse Imazighen zullen niet zo vlug het Amazigh of ‘Berbers’ laten vallen als deel van hun identiteit die perfect kan samengaan met de Belgische nationaliteit of het ‘Vlaming zijn’. Ben geïnteresseerd in het advies van taalwetenschappers en onderwijsdeskundigen of samen met het aanleren van het Amazigh (‘Berbers’) het Nederlands spreken en onderricht kan samengaan met het aanleren van het ‘Berbers’ als lees- en schrijftaal, naast het Nederlands en pas in verdere orde bv het Arabisch. Hoe dan ook zal ‘taalondersteuning’, waar toch heel wat in geïnvesteerd wordt, best rekening houden met de orale overdracht van taal en cultuur verbonden aan de ‘Imazighen’ identiteit. Maar misschien gebeurt dit al ten gronde en vind ik hier alleen maar wat vijgen na Pasen. Zien wat Mohammed Chafik hier zelf verder over zegt want ben pas aanbeland in  zijn taal-  en cultuurtuin.
Om 16h 46 kwamen we opnieuw langs Imzouren, nu definitief op weg naar Nador over een opnieuw benevelde Rif maar met veel commentaar, met kudden schapen vluchtend tegen de hoge wegberm op, een vrachtwagen rijdend op de limieten van iemand die de weg perfect kent, bij momenten een rodelbaan waar de armen als schokbrekers dienden om de rug enig soelaas te bieden, met twee stops uit vrees voor een panne en na doortocht in het gebergte een break met koffie en pannenkoeken.
Dorpen en steden gepasseerd vol leven en zo te zien is heel Marokko nog niet naar Europa getrokken, heb hier toch nog véél Marokkanen gezien onderweg!
‘Thuis’ aangekomen in Nador, bijgepraat en om negen uur aan tafel voor een erwtjespannenkoek en een sterk gerecht met de maag en hart van schapen, alles bijeen wel lekker en omdat ik het lekker vond veel bij gekregen. Het eten afgesloten met een glas frisse karnemelk dat we sinds onze kindsheid niet meer gedronke

http://www.kifkif.be/actua/jan-in-marokko-reisverhaal-in-10-delen