Kathleen Helsen (CD&V) over het belang van ouderparticipatie binnen het onderwijssysteem

09-01-2012 | Youssef Kobo

"Ik wil heel duidelijk zijn: ik geloof enkel in stimulerende maatregelen. Het is de school die zelf de keuze moet maken om een bepaald beleid te voeren of om een project te realiseren. Scholen die kiezen voor een zeer sterk diversiteitbeleid moeten hiervoor een beleidsplan opmaken waarin duidelijke doelstellingen opgelijst staan."

Kathleen Helsen is een Vlaams politica voor de CD&V. Sinds 2004 is ze volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement, waar ze sedert 2009 zetelt als ondervoorzitter van de commissie “Onderwijs en Gelijke Kansen”.

Kif Kif: Heeft het huidig onderwijs systeem een probleem volgens u?

Kathleen Helsen: Goh, dat is een zeer algemene vraag. Ik denk dat ons huidig onderwijssysteem enorm veel mogelijkheden biedt, maar dat er ook een aantal minder gunstige punten inzitten. Dat heeft te maken met het feit dat het onderwijssysteem heel sterk gericht is op de gemiddelde leerling, ondanks alle inspanningen die er de voorbije jaren al gebeurd zijn. Men slaagt er nog onvoldoende in om aan te knopen bij de verschillen die er zijn tussen leerlingen en op welke manier we daar vanuit onderwijs mee moeten omgaan. Dan gaat het hier over verschillen in de brede zin van het woord. Het gaat niet enkel over etniciteit of intelligentie, het gaat over alle mogelijke verschillen die er ook maar kunnen zijn tussen leerlingen. Leerkrachten moeten hier oog voor hebben en bekijken of ze hierop een gepast antwoord kunnen bieden via hun lessenpakket.

Kif Kif: Welke projecten lopen momenteel rond de achterstelling bij jongeren van andere etnische origine of lagere sociale klasse?

Kathleen Helsen: Ik kan natuurlijk op dit moment geen mooi, netjes overzicht geven van alle projecten die lopende zijn binnen Vlaanderen. Ik zie bepaalde scholen gigantische inspanningen leveren naar leerlingen met een leerachterstand. Jammer genoeg zijn er ook nog vele scholen waar zulke inspanningen eerder beperkt blijven. De projecten die momenteel lopen zijn naar mijn mening te weinig gericht op een globaal beleid binnen scholen op vlak van diversiteit.

Kif Kif: Hoe verklaart u de grote verschillen tussen scholen?
 

Kathleen Helsen: Elke school heeft een verschillende directie, verschillende leerkrachten en een verschillend pedagogisch project. Onderzoek toont aan dat een directie met aandacht voor teamwerking en veel enthousiasme, de school stappen vooruit helpt. Binnen dergelijke scholen is er ruimte voor innovatieve projecten.

Kif Kif: Hoe kan de Vlaamse Overheid daar een rol in spelen?

Kathleen Helsen: De Vlaamse overheid zou daar een rol in kunnen spelen, maar de vraag is eerder of wij die keuze durven maken. Ik denk dat je vanuit een beleid heel veel informatie kan geven aan scholen op basis van onderzoeken die gebeurd zijn. De scholen kunnen leren uit negatieve resultaten van het onderzoek en zo initiatieven nemen ter bevordering van de slaagkansen van alle leerlingen.

Ook op vlak van financiering kan de Vlaamse Overheid scholen beter stimuleren. De financiering van een school is nu gekoppeld aan het aantal leerlingen. Maar aan het onderwijsbeleid dat binnen een school gevoerd wordt, is geen financiering gekoppeld.

Kif Kif: Gelooft u in sanctionerende maatregelen naar scholen toe?

Kathleen Helsen: Ik wil heel duidelijk zijn: ik geloof enkel in stimulerende maatregelen. Het is de school die zelf de keuze moet maken om een bepaald beleid te voeren of om een project te realiseren. Scholen die kiezen voor een zeer sterk diversiteitbeleid moeten hiervoor een beleidsplan opmaken waarin duidelijke doelstellingen opgelijst staan. Kunnen de scholen achteraf aantonen dat ze hun doelstellingen gerealiseerd hebben, vind ik dat ze hiervoor beloond mogen worden. Scholen mogen dus zeker financieel gestimuleerd worden om daarmee een stevig beleid te voeren.

Kif Kif: Hoe zit het met de betrokkenheid van de ouders?

Kathleen Helsen: Daar komt het op hetzelfde neer. Wanneer ouders aansluiting vinden bij de school van hun kinderen, verloopt de participatie van ouders binnen de school zeer goed. Maar als ouders zich niet terugvinden in de school van hun kinderen, merken we weinig betrokkenheid. We zien grote verschillen betreffende het engagement dat ouders naar scholen toedragen. Kunnen we dit toeschrijven aan het verschil autochtoon/allochtoon? Volgens mij niet. We merken bij alle ouders, ongeacht hun afkomst, grote verschillen. Dit heeft vaak te maken met het beeld dat de ouders van (de) school hebben. Ouders die zelf graag naar school gingen zijn meer geneigd om hun kinderen te stimuleren.

Kif Kif: Wat zijn volgens u de drempels naar een verhoogde ouderparticipatie?

Kathleen Helsen: Het uitblijven van erkenning naar ouders toe. Velen voelen zich niet thuis in de schoolse cultuur. Deze is niet gelijk aan het uitzicht van onze samenleving. De schoolse cultuur moet diverser worden en openstaan voor verschillen.

Kif Kif: Hoe staat u tegenover het watervalsysteem?
 

Kathleen Helsen: Ik geloof niet in de positieve effecten van een watervalsysteem. In het Vlaams parlement zijn er momenteel hoorzittingen rond de hervorming van het secundair onderwijs. Hier zijn veel discussies rond. Ik vind het belangrijk dat kinderen continu uitgedaagd worden om te leren, om zich te ontwikkelen. Af en toe een slecht cijfer halen mag niet afgestraft worden, zolang de leerling een overwegend positief resultaat behaalt. Binnen onderwijs moeten we zoeken naar het best aansluitende traject bij leerlingen. Dit op vlak van kennis, vaardigheden en attitudes. We zien nu dat leerlingen vaak keuzes maken die onvoldoende aansluiten bij wat ze reeds kunnen. Met vaak mislukkingen tot gevolg. Ik vind dit erg jammer. Ik zou veel liever zien dat we leerlingen zo begeleiden dat ze steeds op een positieve manier groeien.

Is er een draagvlak binnen de meerderheid voor de opdelingen ASO, BSO en TSO te veranderen?

Kathleen Helsen: Daarover zijn we op dit moment nog in volle discussie, dus dat is nog niet duidelijk voor mij.

Kif Kif: Hoe staat u tegenover het Scandinavisch model, waar de leerlingen tot het derde middelbaar een samenlopend traject volgen en pas daarna een diverse richting uitkunnen?

Kathleen Helsen: Ik ben daar persoonlijk een voorstander van. Ik vind het goed om zo lang mogelijk een algemene brede vorming mee te geven aan de leerling. Wat niet wil zeggen dat iedereen dezelfde leerstof moet krijgen op een zelfde niveau. Ik vind het niet wenselijk dat leerlingen op 12-jarige leeftijd reeds een keuze moeten maken voor één beroep. Wanneer ze 15 zijn, merken ze dan vaak dat ze gekozen hebben voor een beroep dat hen toch niet zo aanspreekt. We zien dat kinderen op die jonge leeftijd nog enorm veranderen, dat ze nog niet goed weten wat ze eigenlijk willen. Ze moeten voldoende kansen krijgen om vele beroepen te ontdekken.

Ook vind ik het een verkeerde optie dat leerlingen die moeilijk leren, die graag concreet en praktisch bezig zijn, verplicht worden om tot hun 16e enkel met boeken bezig te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat zij dezelfde kennis over biologie, aardrijkskunde, geschiedenis kunnen verwerven op een praktische manier. Wij moeten er rekening mee houden dat niet alle leerlingen op dezelfde manier studeren. Wat we nu doen, is de leerstof gemakkelijker maken en sommige leerlingen worden daardoor niet genoeg uitgedaagd. Het is daarop dat we binnen onderwijs meer moeten inspelen. Dit ligt gevoelig. Als we dit van bovenuit willen aanpakken, beperken we de vrijheid van de scholen. Wat we wel kunnen doen is kijken welke didactische methoden worden toegepast. Die met de beste resultaten kunnen we ter beschikking stellen van alle scholen.

Kif Kif: Even geheel ter zake. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten heerst er al jaren een woelige discussie over het verschil in kwaliteit tussen openbare en privéscholen. Men komt steeds terug op de kwaliteit en het niveau van de leerkrachten. In België daarentegen ligt de focus op allochtone leerlingen en leerlingen uit lagere klassen. Bij wie ligt volgens u de verantwoordelijkheid?
 

Kathleen Helsen: We zien dat leerkrachten van elke een leerling een bepaalde verwachting heeft. Dan stellen wij vast dat leerkrachten minder verwachten van leerlingen die opgroeien in een kansarme situatie. Dit heeft gevolgen voor het hele lesgebeuren. Leerlingen waar leerkrachten meer van verwachten, krijgen meer kans om te antwoorden. Meer kans om te antwoorden betekent meer oefening.

Kif Kif: Dus zij worden meer uitgedaagd?

Kathleen Helsen: Inderdaad. Het verwachtingspatroon van de leerkracht heeft een enorme invloed op het leerproces van leerlingen.

Kif Kif: In Gent loopt er in het kleuteronderwijs een project waarbij de kleuters van Turkse origine les krijgen in het Nederlands en in het Turks. Wat vindt u daarvan?
 

Kathleen Helsen: Ik heb daar persoonlijk geen enkel probleem mee.

Kif Kif: Maar vindt u het nuttig?

Kathleen Helsen: Ik vind het op dit moment nog vrij vroeg om daar grote uitspraken over te doen. Maar ik zie nog geen enkel negatief punt. Wat wij vaststellen is dat het belangrijk is dat kinderen opgroeien in een taalrijke omgeving. Taalrijke omgeving wil niet altijd zeggen Nederlandstalige omgeving. Sommige kinderen hebben er meer baat bij om gedurende een bepaalde periode in hun moedertaal onderwijs te krijgen. Als een Turks kind op school zijn moedertaal mag spreken, krijgt hij het gevoel dat hij zichzelf mag zijn. Indien kinderen uitsluitend Nederlands mogen spreken, kan dit tot het gevolg hebben dat sommige kinderen zich niet goed voelen op school. De school voelt dan aan als een totaal vreemde wereld.

Kif Kif: Om af te sluiten, als u minister van onderwijs zou zijn, wat zou u doen?

Kathleen Helsen: Ik zou bekijken op welke manier ik meer mankracht en middelen zou kunnen vrijmaken in de kleuterscholen. Zo kunnen we de ontwikkeling van kinderen in vroeg stadium reeds beter stimuleren. Ik zou ook de brede school meer stimuleren in Vlaanderen. http://www.ond.vlaanderen.be/bredeschool/

Kif Kif: Wij wensen u er in ieder geval heel veel succes mee….

(Redactie: Loes Meekers)
 

http://www.kifkif.be/actua/kathleen-helsen-cdv-over-het-belang-van-ouderparticipatie-binnen-het-onderwijssysteem