Khadija Zamouri (Open Vld) over haar politieke carrière, over streefcijfers en over het gevaar van segregatie in scholen

20-10-2013 | Youssef Kobo

Er zijn mensen nodig die de zorgen van een bepaalde groep mensen in onze maatschappij begrijpen en dat ook kunnen transponeren naar de volledige gemeenschap. Bruggenbouwers, noem ik ze graag.

Onlangs publiceerde het Minderhedenforum een onderzoek dat uitwijst
dat er nog steeds te weinig allochtonen in de politiek zijn.

Kif Kif ging op bezoek bij de leading ladies van de Vlaamse politieke partijen

met een migratieachtergrond en bevroeg hen naar hun ervaringen in de Belgische politiek.

Hoe zijn zij in de politiek beland?

Vinden zij dat onze parlementen wat meer kleur/vrouwelijk geweld nodig hebben?

Waar liggen volgens hen de uitdagingen van de multiculturele samenleving?
Hoe kijken zij uit naar de verkiezingen van 2014? Lees het hele dossier hier op Kif Kif 

 

Kif Kif: Hoe bent u in de politiek geraakt?

Zamouri: Ik ben eigenlijk toevallig in de politiek geraakt. Het is onder meer Sven Gatz geweest die me in de politiek introduceerde. Hij was er absoluut van overtuigd dat er allochtonen in de politiek moesten komen. En dankzij hem zit ik in nu in het parlement. Ik had niet gedacht dat ik hier nog zou terechtkomen.

Het begon eigenlijk allemaal in 1999 toen Annemie Neyts minister van financiën, begroting en Nederlandstalig onderwijs in Brussel werd. Open Vld had heel goed gescoord en het heel goed gedaan in Brussel. Voor de samenstelling van haar kabinet gingen ze op zoek naar mensen die met specifieke thema’s bezig waren. Ik ben van basisopleiding leerkracht Engels en Geschiedenis en ik werkte op het Atheneum van Koekelberg. Tijdens een avondje uit met vrienden was er iemand van het kabinet van Annemie Neyts bij. Hij vroeg of ik niet zou willen werken op haar kabinet. Ze zochten immers naar mensen die actief bezig waren binnen een bepaalde sector. Ik ben altijd iemand geweest die geëngageerd was, en is. Ik was geïnteresseerd in wat er gebeurde met jongeren, wat er gebeurde met het onderwijs en op die manier ben ik eigenlijk opgevist.

Ik ben beginnen werken op dat kabinet, omdat ik zelf les gaf in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Niemand vroeg of ik liberaal was of wat mijn ideologie was. Na Annemie Neyts ben ik dan gaan werken voor Guy Vanhengel en daarna voor Jean-Luc Vanraes, de drie Brusselse ministers die bevoegd waren voor onderwijs.

Op een bepaald moment vroeg Sven Gatz mij of ik mij politiek op de voorgrond wilde engageren en op een lijst wilde staan. De eerste keer was in 2004 met de Vlaamse verkiezingen. Ik stond op de tweede plaats. De kans was zeer klein dat ik verkozen ging worden. De tweede keer dat hij me vroeg was in 2009, toen ik samen met mijn echtgenoot en kinderen in Rwanda werkte. We hadden de kans gekregen om in Rwanda een onderwijsproject te begeleiden voor drie jaar en half. In het laatste jaar waren er terug verkiezingen en toen kreeg ik opnieuw de vraag van Sven Gatz of ik me kandidaat wilde stellen. Hij was ervan overtuigd dat er absoluut iemand van allochtone origine op de Brusselse lijst moest staan.

Sven, maar ook Guy Vanhengel van de Brusselse Open Vld waren ervan overtuigd dat ik een meerwaarde kon betekenen voor de partij. Er moet iemand zijn die jouw kaart trekt om te kunnen starten. Ik stond op de opvolgersplaats en was dus niet verkozen. Ik ben toen gewoon terug gaan werken voor Jean-Luc Vanraes.

Halverwege de legislatuur, in 2011, besliste Sven Gatz om te stoppen met politiek. En voilà, toen vloog ik erin. Een onwaarschijnlijke ervaring die ik nu opdoe. In de periode van die tien jaar heb ik ook drie jaar gewerkt bij het Voorrangsbeleid Brussel. Dat boeide mij enorm, omdat het te maken had met het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Mijn werk ging over de begeleiding van leerkrachten en directies bij het omgaan met taalvaardigheid, meertaligheid en diversiteit in de scholen en in de klassen.


Kif Kif: En hoe ging dat precies in zijn werk dat voorrangsbeleid?

Zamouri: Voorrangsbeleid Brussel is nog steeds een zeer grote uitdaging hier in Brussel. Het Nederlandstalig onderwijs is immers heel erg in trek bij anderstaligen en Franstaligen. Deze mensen hebben het gevoel dat het Nederlandstalig onderwijs in Brussel meer kwaliteit biedt dan het Franstalig onderwijs.

Geleidelijk aan kregen we dus meer en meer mensen van een andere origine in onze scholen. De leerkrachten, die meestal uit Vlaanderen komen en enkel Nederlands en de Vlaamse middenklasse cultuur kennen, zijn daar helemaal niet op voorbereid. Dus het was onze taak om met het voorrangsbeleid Brussel die leerkrachten en directies een stuk klaar te stomen en meer te begeleiden in het stedelijk multicultureel proces. Je kunt een multiculturele klas kwaliteitsvol onderwijs geven, alleen moet je natuurlijk de juiste methodes hebben en je moet erin geloven. En dat was een begeleiding die we boden aan de scholen.

Vanuit Open Vld waren we toen al doordrongen van die visie: al wie kiest voor het Nederlandstalig onderwijs moeten we omarmen. We willen hen het beste van het beste geven. Dat is de visie van Brussels minister Guy Vanhengel. Guy Vanhengel spreekt trouwens altijd over Nederlandstalige Brusselaars en nooit over Vlamingen in Brussel. Heel juist, vind ik dat. Trouwens het VBB project werd onder leiding van Guy Vanhengel geconcretiseerd. Ik vond dat zo interessant dat ik daar zelf deel van wilde uitmaken en ik heb daar toen voor gesolliciteerd. Drie jaar heb ik gewerkt als onderwijs begeleidster.

Kif Kif: Ze hebben u gevraagd om te werken op een Open Vld kabinet, maar was de partij een evidente keuze voor u?

Zamouri: Ik heb nooit echt voor een politieke partij gekozen. Ik vond overal wel positieve en negatieve elementen, maar ik had niet zoiets van ‘daar ga ik mij nu volledig achter zetten’. Bij de liberalen had ik ook mijn vooroordelen. Dat is de partij van de rijke mensen, dacht ik toen. Daar had ik als arbeidersdochter van allochtone origine toch helemaal niks mee te maken! Hoewel dat ik nu vind dat de liberale partij eigenlijk de partij bij uitstek zou moeten zijn waar allochtone mensen zich zouden toe geroepen moeten voelen. Ten eerste omdat een grote groep allochtonen een ondernemingsgeest heeft. Maar ze kunnen die ondernemingsgeest dikwijls niet professionaliseren. Ik vind de liberale partij de partij bij uitstek waar alle meningen zich kunnen in terugvinden. Uiteraard met respect voor elkaar.

Kif Kif: Bent u tevreden over de diversiteit binnen uw partij?

Zamouri: Nee, ik vind dat er veel te weinig mensen van allochtone origine zijn. Ik heb het niet per se over een parlementslid, maar ook over schepenen, gemeenteraadsleden…Er zijn er wel een aantal in Vlaanderen maar nog veel te weinig. Ik denk dat ook hier voorbeeldfuncties belangrijk zijn. Ik ben bijvoorbeeld via Facebook op zoek gegaan naar de mensen van allochtone origine binnen de Open Vld, naam per naam, per gemeente om te kijken hoeveel er zijn en wie ze zijn.

Binnen de partij heerst een zeer liberale houding zodat we niemand uitsluiten en niemand verplichten. Het is anderzijds niet liberaal om te gaan ronselen. Ik begrijp dat maar vind toch ook dat we soms de evolutie van een maatschappij een handje moeten toesteken. Daarvoor zijn we dan ook sociaal liberalen.

Kif Kif: Hoe zit het met het aantal allochtonen op verkiesbare plaatsen? Er zijn er niet veel op verkiesbare plaatsen?

Zamouri: In Vlaanderen is dat zo, maar in Brussel is dat toch anders, vooral bij de Franstalige partijen. In ministeriele functies is er bovendien Staatssecretaris Rachid Madrane. Madrane heeft Emir Kir opgevolgd die nu burgemeester is van Sint-Joost. Dan is er Fadila Laanan als minister van cultuur van de Franse Gemeenschap.

Kif Kif: Waarom zijn er volgens u dan zo weinig verkozen allochtonen?

Zamouri: Omdat ze in eerste instantie geen prominente plaatsen krijgen. En omdat politiek dikwijls een microbe is die doorgegeven wordt in de familie. Aangezien het gros van de migranten uit gezinnen komt waarvan de ouders vaak analfabeet zijn, is politiek nog niet helemaal ingeburgerd. Maar daar komt nu verandering in. Iemand moet je ook de kans geven net zoals ik de kans heb gekregen. Er zijn mensen nodig die de zorgen van een bepaalde groep mensen in onze maatschappij begrijpen en dat ook kunnen transponeren naar de volledige gemeenschap. Bruggenbouwers, noem ik ze graag. Dikwijls reageren politici vanuit hun eigen leefwereld en dat is zeker niet fout integendeel.

Kif Kif: Ik zie ook vaak dat allochtonen als stemmenkanon verschijnen, maar verhoudingsgewijs, niet vaak in verkiesbare plaatsen.

Zamouri: Ja, dat is toch een beetje het geval. Bij mij is dat echt een heel andere situatie, want ik stond op de opvolgersplaats. Maar ik zie vaak allochtone personen op lijsten die goed scoren maar niet verkozen geraken door de volgorde op de lijst.

Kif Kif: De allochtone vrouwelijke politici doen het zeer goed, naar de allochtone mannen moet je echt al gaan zoeken.

Zamouri: Allochtone mannen zijn er wel, maar misschien minder op nationale en regionale lijsten. Op één of andere manier houden die het niet vol. Politiek is iets van lange adem en dikwijls raak je heel ontgoocheld. Je mag dan niet opgeven. Doorzettingsvermogen is een grote kwaliteit als je aan politiek wil doen. Want toen ik actief op zoek ging binnen Open Vld naar allochtone kandidaten waren het vooral mannen, vooral Marokkaanse en Turkse mannen die al actief zijn als gemeenteraadslid.

Kif Kif: Over naar gender; het aantal vrouwen in de parlementen bedraagt ongeveer 30-35%. Dat is ook zo mede tot stand gekomen door de quota. Bent u tevreden met die 30-35% en wat is uw mening daarover?

Zamouri: 30-35% vrouwen is geen representatieve vertegenwoordiging en is dus te weinig.

Kif Kif: Is er volgens u nog een lange weg af te leggen wat betreft het aantal vrouwelijke politici?

Zamouri: Vrouwelijke parlementsleden moeten, denk ik nog altijd, in het algemeen, zelfs als ze niet van allochtone origine zijn, toch wel ongelofelijk hard werken. Het mannelijke aspect in de politiek weegt wel door. Je merkt dat ook als je nu kijkt naar politieke programma’s, het zijn nog altijd vooral mannelijke politici die aan de tafel schuiven.

Er zijn heel veel vrouwelijke parlementsleden, maar die zie je heel weinig op publieke fora als tv en radio. Je moet al een serieus onderwerp aanhalen en meestal worden er mannen gevraagd. Er is zeker nog een weg af te leggen wat betreft gender ook binnen de media zelf. De media en zeker de openbare omroep moet daar attent voor zijn. Een openbare omroep heeft immers ook een opvoedende taak.

Kif Kif: Uw partij doet het op vlak van gender wel goed, er zijn enerzijds twee ministers die in de spotlights staan, anderzijds is er de voorzitster

Zamouri: Ik ben daar zeer blij mee. Het is een kleine revolutie. En dat komt door keuzes die gemaakt werden. Gwendolyn Rutten heeft keihard gewerkt om te worden wie ze wou worden. Je voelde het aan de strijdvaardigheid waarmee ze er altijd stond. Maggie De Block werd staatssecretaris en Annemie Turtelboom werd opnieuw minister. Ze zijn er allemaal voor gegaan. En het is toeval, het kan heel goed zijn dat het morgen binnen de Open Vld weer allemaal mannen zijn. Voor ons tellen de capaciteiten van de mensen.

Kif Kif: De stijging van het aantal vrouwelijke parlementsleden is er gekomen dankzij dwingende maatregelen. Gelooft u dat dwingende maatregelen voor diversiteit in het parlement zouden kunnen zorgen, denkt u dat het succes zal hebben? Denkt u dat dat een deel van de oplossing is?

Zamouri: Dat is helemaal niet liberaal, maar ik geloof daar wel in. Ik denk dat je binnen een politiek systeem, in een publieke functie, verplicht bent om een stuk richting te geven aan de manier waarop de maatschappij evolueert. Ik geloof dat er streefcijfers moeten gehanteerd worden en als het volledig fout loopt toch tijdelijke quota tot dat de situatie zichzelf reguleert. En daarvoor moet je een aantal regels of wetten maken.

Je moet richting geven aan de zaken waar je naartoe wilt met de samenleving. Want uiteindelijk bekleden wij nog altijd een publieke functie. Zo hebben wij iets te zeggen over het onderwijs, over ziekenhuizen over al wat gesubsidieerd wordt door de overheid.

Ik vind dat het de taak is van de overheid om inspanningen te doen om bepaalde groepen aan te trekken. En elke keer opnieuw horen we dan: we vinden ze niet. Mensen worden niet met dezelfde kansen geboren en dragen ook niet dezelfde rugzak. Daarom ben ik ervan overtuigd dat een duwtje in de rug kan helpen, maar op een bepaald moment moet je het dan ook zelf doen. Je moet mensen kansen geven en mensen moeten die kansen ook grijpen. De allochtone gemeenschap heeft dat duwtje nodig, omdat het eigenlijk nog een jonge gemeenschap is. Uiteindelijk ben ik ook nog maar de tweede generatie. We doen we het zo slecht nog niet op zo’n korte tijd.

Kif Kif: Als we kijken naar de socio-economische achtergrond, dan zien we in het parlement allemaal hoogopgeleiden en heel weinig arbeiders, wat is uw kijk daarop?

Zamouri: Dat is een feit. Ik denk dat de meeste parlementsleden allemaal advocaat zijn in bijberoep. Een groot aantal van mijn collega's heeft rechten gestudeerd. Ik niet en dat voel ik soms. Andere parlementairen benaderen thema's of onderwerpen vanuit een weinig emotioneel perspectief. Dat komt dikwijls koud en kil over. Mensen die meer vanuit andere achtergronden of beroepssituaties komen, die benadrukken de zaken ook iets menselijker volgens mij. Dat is toch het gevoel dat ik heb.

Kif Kif: Wat zijn volgens u de grote uitdagingen voor de multiculturele samenleving?

Zamouri: Het onderwijs is de belangrijkste uitdaging voor mij. Als de school in Borgerhout, een initiatief van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen er gekomen is en als mensen voelen dat er soortgelijke scholen moeten komen omdat ze zich niet aanvaard voelen binnen het bestaande aanbod, dan betekent het dat het niet goed zit in Vlaanderen. Wanneer mensen beginnen met eigen scholen op te richten, dan is dat een teken dat er geen vertrouwen is in de overheid. We moeten dan ook opletten voor segregatie in ons onderwijs.

Ik vind dat een overheidsinstelling moet zorgen voor een maximale diversiteit. Als je nu al de jongeren van allochtone afkomst in aparte klasjes zet, wat kweek je dan? Die kinderen merken dat niet als ze 10,11,12 jaar zijn. Maar ze groeien wel op met lotgenoten, terwijl de schoolperiode juist het moment is om de anderen te leren kennen: hoe denkt die Vlaamse medeleerling etc.? Het is daar dat de jongeren elkaar leren kennen en discussies kunnen beginnen. Als ze volwassen zijn is het al te laat. Dat is echt een heel moeilijk probleem om aan te pakken.

Wat dergelijke segregatie betreft, verwijst onderwijsminister Pascal Smet steeds naar de autonomie van de school. Als minister kan hij niet beslissen over hoe de school de klassen indeelt. Maar als minister van Onderwijs heb je wel een heel belangrijke taak om discriminatie in het onderwijs te bannen, zeker als dit het resultaat van die leerlingen die uit zo’n school komen in negatieve zin beïnvloedt. Wat doe je dan met het integratie –en inburgeringsaspect binnen onderwijs als je zegt dat het de autonomie van de school is? Je moet ook binnen de scholen suggesties kunnen doen, praten met de nethoofden, hen waarschuwen voor zulke situaties en hen mee responsabiliseren zonder hen te verplichten. Niks weerhoudt de minister van Onderwijs dat gesprek aan te gaan met de scholengemeenschappen. Als je kind al apart wordt gezet bij lotgenoten, dan groeit het op in een gesegregeerde maatschappij. Dan moet je nadien niet komen klagen over hoe het komt dat allochtonen in Antwerpen zich niet geïntegreerd voelen.

Kif Kif: Misschien is het relevant met de terugkomst van Abou Jahjah, maar is er volgens u veel veranderd in het minderhedendebat de afgelopen 10 jaar? We zien dat er weinig draagvlak is om discriminatie aan te pakken, om de achterstelling aan te pakken van allochtonen in het onderwijs en discriminatie op de huisvestingsmarkt en arbeidsmarkt. Dus is daar iets veranderd? Waarom is er zo weinig draagvlak om dat aan te pakken?

Zamouri: Er is weinig draagvlak omdat wij niet denken aan het algemeen welzijn van iedereen. Wij denken dikwijls in termen van: zolang mijn kind plaats heeft en mijn kind het goed heeft, is het goed. Dan is er ook het probleem dat je als allochtoon parlementslid of schepen vaak verweten wordt enkel voor allochtonen te werken. Dat is niet waar, je wordt daar bijna in gedrukt, omdat je voelt dat de anderen daar minder voeling mee hebben. Je moet serieus wat moed en kracht hebben om daarin verder te doen, dat is niet evident.

Ik ben vorig jaar met het parlement naar de OESO geweest in Parijs. En daar werden twee zaken duidelijk die ik ongelooflijk vond. De Vlaming staat op nummer één in Europa als het aankomt op kritiek spuien. De Vlamingen zijn de grootste klagers, niet de Walen. Anderzijds staan we ook op nummer een voor ons persoonlijk welbevinden.

Vlamingen voelen zich dus in hun individuele persoonlijke leven het best in heel Europa. Tegelijkertijd zijn we wel de grootste klagers. Straf toch? Dat zijn trouwens aspecten die ook stilletjes aan beginnen in te burgeren bij de allochtone medeburgers. Blijkbaar klagen Nederlandstalige migranten meer dan Franstaligen. Als dat geen gelukte integratie is (lacht). In de OESO leerde ik tenslotte ook dat we op vlak van onderwijs de slechtste leerling van Europa zijn voor wat betreft de kloof tussen autochtonen en allochtonen leerlingen.

Kif Kif: Wat zijn voor uw partij de belangrijkste thema’s voor de naderende verkiezingen in 2014?

Zamouri: Geloven in zichzelf, verantwoordelijkheid nemen en professioneel ondernemen is de sleutel tot succes. De heropleving en de doorstart van de economie is het belangrijkste. Economie creëert kansen, werk, welvaart en welzijn. Open Vld zal privé-initiatieven stimuleren. Ook binnen de allochtone gemeenschap wil ik dat ondernemen een stuk promoten: doe dat goed, doe dat professioneel, word daar sterk in en neem je leven in handen. Wat je zelf doet doe je best!

Kif Kif: Voor de zoveelste maal hebben media het over de 'moeder' van alle verkiezingen in 2014. Denkt u dat we echt op een breekpunt staan in ons land?

Zamouri: Nee, nee, ik denk dat we gewoon terug verkiezingen hebben, belangrijke verkiezingen dat denk ik wel, maar niet 'de moeder'. Het positieve is dat we op dezelfde dag kunnen kiezen voor Europa, federaal en regionaal. Dat is een goeie zaak vind ik, omdat ik denk dat je consequenter gaat kiezen. Je merkt heel duidelijk dat er op Vlaams niveau andere constellaties zijn dan op het federale niveau. Tussen die asymmetrisch samengestelde niveaus botst het dan ook. Men zit eigenlijk continu te verwijten wat de ander niet doet in plaats van samen te werken.

Het zijn dus 'gewone' verkiezingen die belangrijk zijn omdat je opnieuw mensen moet verkiezen voor vijf jaar. En ik denk dat iedereen daar heel goed over moet nadenken. Het is belangrijk dat je echt op zoek gaat naar diegenen waarvan je wilt dat die jou vertegenwoordigen. Het kan zijn dat je binnen een bepaalde politieke partij voor een bepaalde persoon kiest, omdat je die goed vindt. Dan versterk je de partij, maar ook die persoon binnen de partij. Ik denk dat dat een beetje de tendens wordt naar verkiezingen toe.

Lang geleden koos iemand voor de socialisten omwille van het sociale aspect. Maar uiteindelijk is in elke politieke partij wel het sociale aspect aanwezig. Zoals de groenen geen patent hebben op milieu hebben de socialisten geen patent op welzijn en gezondheid.

 

[Redactie: Nassira Miki] 
 

>>> Lees in dezelfde reeks ook het interview met Meyrem Almaci (Groen), Yasmine Kherbache (Sp.a) en met Nahima Lanjri (CD&V)

http://www.kifkif.be/actua/khadija-zamouri-open-vld-over-haar-politieke-carriere-over-streefcijfers-en-over-het-gevaar-va