Koen Kennis antwoordt voor N-VA

1. Uit cijfers van de VDAB blijkt dat de werkloosheidsgraad in Antwerpen (15,1%) dubbel zo hoog ligt als in Vlaanderen (6,9%) . Vooral de positie van etnisch culturele minderheden is heel zwak. Wat zijn hier volgens uw partij de oorzaken van, en wat de juiste oplossingen om de tewerkstellingsgraad bij etnisch culturele minderheden te verhogen?

De werkloosheid is in Antwerpen het hoogst van alle Vlaamse steden en gemeenten. Deze hoge werkloosheid hangt inderdaad nauw samen met de precaire arbeidsmarktpositie van etnisch-culturele minderheden in Antwerpen. De hoge en toenemende werkloosheid bij etnisch-culturele minderheden in Antwerpen is een feitelijke vaststelling die we onder ogen moeten durven zien. Deze vaststelling houdt voor N-VA geen waardeoordeel in, maar is voor ons wel een belangrijk alarmsignaal om er iets concreet aan te doen.

De belangrijkste oorzaak van de precaire arbeidsmarktpositie van etnisch-culturele minderheden in de stad Antwerpen is hun aanzienlijke achterstand inzake onderwijs en de gebrekkige kennis van het Nederlands die hier vaak mee samenhangt. Investeren in kwalitatief onderwijs, Nederlands 2e taal en gelijke groeikansen vormen dan ook de beste basis voor een goede start op de arbeidsmarkt.

De achterstand op vlak van onderwijs, beroepsopleiding en talenkennis vormt de belangrijkste drempel voor de succesvolle integratie van etnisch-culturele minderheden op de arbeidsmarkt, wat leidt tot een blijvende maatschappelijke segregatie en een vicieuze cirkel van (generatie)armoede.

De werkloosheid is dus erg hoog in Antwerpen, maar tegelijk raken tal van vacatures bij Antwerpse bedrijven moeilijk of helemaal niet ingevuld. Naast de competentie-achterstand bij werkzoekenden spelen hierbij ook vooroordelen van werkgevers over etnisch culturele minderheden een rol.

Om deze impasse te doorbreken willen we vanuit N-VA inzetten op het activeren van werkzoekenden én werkgevers via het afsluiten van een Werkcharter. Met dit Werkcharter stellen we een dus wederzijds engagement voorop, met rechten en plichten voor beide partijen:

 Van werknemers verwachten we een positieve arbeidsattitude, houding, inzet en engagement tot het verwerven van talenkennis.

 Van werkgevers verwachten we een inspanning om alle Antwerpenaren, onafhankelijk van afkomst, een kans te geven op de werkvloer. Werkgevers  zullen in hun bedrijfsvoering rekening moeten houden met de realiteit van diversiteit, anders vinden ze niet de geschikte werkkrachten en zal het bedrijf daar de nadelige gevolgen van ondervinden

Het Antwerpse stadsbestuur en de Vlaamse overheid moeten dus de handen in elkaar slaan om meer te investeren in onderwijs, kennis van het Nederlands en een betere aansluiting naar jobs in de reguliere economie. De N-VA wil ook de focus van de vele bestaande en waardevolle lokale initiatieven voor sociale economie (zoals de werkhaven) sterker richten op een succesvolle doorstroom van hun doelgroepwerknemers naar vacatures op de reguliere arbeidsmarkt.

In onze visie speelt de toekomstige schepen voor lokale economie en werk een belangrijke (regie)rol in een betere samenwerking tussen de stad(sdiensten) en belangrijke partners zoals VDAB en de bedrijven en sectoren.


2. Twee jaar geleden (sept. 2010) toonde het Een programma VOLT aan de hand van praktijktesten aan dat 6 op 8 interim kantoren discrimineren op vraag van de klant (werkgever). Bijna een derde van de uitzendkantoren blijft ingaan op discriminerende vragen van klanten. Dat blijkt uit onderzoek van de sector zelf (juli 2012) . Ook het bekende BBB codesysteem dat Adecco gebruikte (en waar ABVV, SOS Racisme en Kif Kif een klacht tegen indienden in 2001)  om hun werkzoekend cliënteel te coderen heeft veel stof doen opwaaien. Hoe wil uw partij de discriminatie op de arbeidsmarkt aanpakken? Wat is uw standpunt ten opzichte van praktijktesten?

Discriminatie op de arbeidsmarkt op grond van o.m. origine, herkomst of geloofsovertuiging is in België en Vlaanderen bij wet verboden (zie o.m. het Vlaamse decreet evenredige arbeidsdeelname en diversiteit). Voor wat het Vlaamse beleidsdomein werk betreft (met o.m. het toezicht op de uitzendkantoren en de bureaus voor werving en selectie) wordt dit bij prioiriteit aangepakt door de Vlaamse Inspectie Werkgelegenheid.

In het dossier over het BBB-codesysteem van Adecco waar u in de vraagstelling naar verwijst is het dan ook tot een effectieve veroordeling gekomen op basis van de vaststellingen door de inspectie-diensten van de Vlaamse minister van Werk. Discriminatie op de arbeidsmarkt is immers ontoelaatbaar en dient dan ook strikt te worden aangepakt.

Praktijktests zenden het signaal uit dat iedereen racist is tot het tegendeel is bewezen. De N-VA vertrekt vanuit het principe van zelfregulering, dat stelt dat bedrijven en particulieren vrij zijn, maar moeten beseffen dat aan die vrijheid ook verantwoordelijkheid verbonden is.
Voor de N-VA kunnen praktijktests enkel in het uitzonderlijke geval van een gerechtelijke procedure volgens strikte regels. Als er herhaald aangifte wordt gedaan van vermeende discriminatie, kan men de proef op de som nemen.

Anoniem solliciteren

- Anoniem solliciteren is het institutionaliseren van wantrouwen ten opzichte van bedrijven. Men gaat er bij voorbaat van uit dat bedrijven discrimineren.

- Anoniem solliciteren is een fictie. Uit het curriculum vitae kan meestal al de particuliere achtergrond van de sollicitant worden afgeleid.

- Het voorkomt geen discriminatie, aangezien het geen non-discriminatie kan waarborgen bij een sollicitatiegesprek.

Nep-sollicitanten/kandidaat huurders – kopers uitsturen

- Ad random nep-sollicitanten/kandidaat huurders – kopers  uitsturen betekent zo goed als een motie van wantrouwen naar bedrijven en particulieren, en dus naar de samenleving, uitvaardigen.

- Het is een vorm van uitlokking die enkel onder strikte voorwaarden kan kaderen binnen een gerechtelijk onderzoek op aangeven van een onderzoeksrechter na concrete aanwijzingen van herhaalde discriminatie.

Zwarte lijsten aanleggen van ‘racistische’  bedrijven

- Zwarte lijsten aanleggen is het criminaliseren van de bedrijven en doet net iets teveel denken aan Sovjetpraktijken. Een bedrijf dat veroordeeld wordt voor discriminatie moet niet op een zwarte lijst komen, maar gerechtelijke sancties ondergaan.

 

3. Het aantal voedselbanken in Antwerpen stijgt, een teken aan de wand dat armoede een realiteit wordt die steeds meer mensen treft. Wat zijn concrete maatregelen om dit tegen te gaan? Hoe denkt u de zogenaamde ‘gekleurde armoede’  specifiek aan te pakken?


De kloof tussen arm en rijk is in Antwerpen inderdaad aan het toenemen. Dit probleem stelt zich niet alleen binnen specifieke gemeenschappen in onze stad, maar is daar wel het nijpendst. Daar zijn tal van redenen voor aan te wijzen, maar de belangrijkste oorzaak is de gebrekkige sociale mobiliteit binnen de migratiegemeenschappen. Daarom zal net die sociale mobiliteit voor N-VA Antwerpen de beleidsprioriteit inzake integratie zijn. En om dat te doen, moeten wij inzetten op onderwijs, arbeid & activering en de kennis van het Nederlands.

Onderwijs is het begin van alles. Niet alleen verwerven kinderen daar de kennis en de capaciteiten die hen later in staat zullen stellen om hun doelen te bereiken, ze komen er ook in contact met het bredere sociale weefsel door schoolfeesten, buurtfeesten, sportwedstrijden enzovoort. Kinderen moeten kwaliteitsvol onderwijs krijgen. We hebben nood aan sterke scholen. Sterke scholen trekken sterke leerlingen aan, ongeacht hun afkomst, wat zal zorgen voor een gezond sociaal evenwicht. Kinderen mogen niet aan hun lot worden overgelaten en in de klaslokalen zoet worden gehouden met educatieve filmpjes. Er moet kennisoverdracht plaatsvinden, met gemotiveerde leerkrachten – die voor hun inzet ook beloond moeten worden – in kleinere klassen, en met lespakketten die de leerlingen voorbereiden op een toekomst op de arbeidsmarkt. Voor kinderen met een taal- en leerachterstand moeten er extra taallessen en ondersteuning worden georganiseerd buiten de lesuren, met ruimte voor zelforganisatie door de ouders en huistaakbegeleiding.

Daarnaast moeten we het probleem van de werkloosheid aanpakken. Arbeid is essentieel. Niet enkel arbeid in de materiële betekenis – het hebben van een inkomen – maar ook arbeid in een immateriële betekenis. Alle onderzoeken wijzen steeds weer op de correlatie tussen het hebben van werk en de gezondheidstoestand, tussen werken en het maatschappelijk welzijn, tussen werken en sociale integratie, tussen werken en het doorbreken van de generationele armoede. Werk hebben betekent dat men zich emancipeert en een bijdrage levert aan de economie en aan de gemeenschap. Dat men voor zichzelf en zijn gezin kan zorgen. Dat men een eigen woning  kan verwerven en zelf zijn leven kan uitstippelen. Kortom, dat men sociaal mobiel wordt. Het is dankzij werk dat er een nieuwe middenklasse in Antwerpen kan ontstaan.

Werk  is de uitweg uit armoede. We moeten mensen aan een job helpen via aangepaste trajecten, door sociale tewerkstellingsprojecten die moeten uitmonden in jobs op de reguliere arbeidsmarkt, door vorming te organiseren en door jongeren stages aan te bieden. Want vooral de jongerenwerkloosheid is problematisch. Het is de ambitie van N-VA Antwerpen om alle jongeren onder de 25 jaar ofwel op de schoolbanken ofwel aan het werk te krijgen.

Activering is evenwel meer dan arbeidsactivering. Gemeenschapsvorming betekent dat mensen een engagement op zich nemen, dat zij beseffen dat zij ook een verantwoordelijkheid hebben voor het ruimere geheel waar zij deel van uitmaken. We moeten mensen aanmoedigen om zich in te zetten voor het sociale weefsel door actief te worden in het oudercomité, door lid te worden van buurtverengingen, door de schouder te zetten onder lokale projecten. Ook dat is activering. 

Bovendien willen wij zoveel mogelijk mensen aanzetten om Nederlands te leren. In 2020 zal 50% van de Antwerpse kinderen opgroeien in een gezin waar de thuistaal niet het Nederlands is. Als wij daar nu niets aan doen, dan zijn wij een sociale onderklasse aan het creëren van mensen die de Nederlandse taal onmachtig zijn, en daardoor geen goede kansen hebben op de arbeidsmarkt en in het sociale weefsel. N-VA Antwerpen zal inzetten op projecten waar vrijwilligers anderstaligen op een informele wijze Nederlands leren, wij willen de lessen Nederlands in het volwassenonderwijs uitbreiden en als stad op een duidelijk, eenvoudige en voor iedereen begrijpbare manier te communiceren.


4. Huisvesting is een groot probleem in Antwerpen, het is te kostelijk en vooral sociaaleconomisch zwakkere groepen kunnen geen woning aanwerven en huren vaak slecht onderhouden woningen die teveel kosten voor wat ze waard zijn. Hoe wil uw partij concreet de huisjesmelkerij waar laatstgenoemde groep vaker de dupe van is bestrijden? Hoe wilt u een systeem ontwikkelen waarbij uitsluiting en discriminatie onmogelijk worden maar waarbij mensen hulp op maat, binnen een specifiek behoeftekader, blijven ontvangen?

De N-VA wil leegstand, verloedering en verkrotting actief aanpakken door middel van een pand-per-pand beoordeling en een drastische verhoging van de leegstandsheffing
voor de betrokken panden. Zo worden de probleemplekken in de stad in kaart gebracht, opgevolgd en weggewerkt. Voor huisjesmelkers kennen wij geen genade. Allereerst viseren wij ze door een hoge verloederingstaks (= leegstandstaks) op te leggen en uiteindelijk door ze te onteigenen.

De woningmarkt staat  onder druk waardoor de prijzen blijven stijgen. Deze panden op de markt brengen via bijvoorbeeld sociale verhuurkantoren zal deze druk wegnemen. Bovendien wil de N-VA het bestaande sociale patrimonium drastische renoveren. Momenteel zijn de kosten inzake elektriciteit, gas en water veel te hoog in verhouding tot de huur. Door de leefkwaliteit van de sociale woningen te verhogen, willen wij ook de leefbaarheid van de woonblokken en wijken verbeteren om zo de integratie te bevorderen. Door daarnaast ook te verhinderen dat gezinswoningen opgesplitst worden in kleinere wooneenheden en studio’s, geven we gezinnen meer kans om zich in onze stad te vestigen en dringen we huisjesmelkers terug.


5. Wat is het standpunt van uw partij inzake  het hoofddoekenverbod in het Gemeenschapsonderwijs?

In het onderwijs is het dragen van opzichtige levensbeschouwelijke symbolen mogelijk, als dit past binnen het opvoedkundig project van de school, de school zich inschrijft in de waarden en normen van de Vlaamse gemeenschap en voldoet aan de voorwaarden betreffende het behalen van de eindtermen. Het komt evenwel toe aan de directie of inrichtende macht om een verbod op opzichtige levensbeschouwelijke symbolen uit te vaardigen indien de sociale context daartoe noopt.

Als scholen vaststellen dat door het dragen van opzichtige  levensbeschouwelijke symbolen een verdrukkend en polariserend sociaal klimaat ontstaat, dan heeft de inrichtende macht of de directie het recht om in te grijpen in het belang van de harmonie in hun school.

Deze situatie deed zich voor in een aantal scholen van het gemeenschapsonderwijs. Gelet op de polariserende context zag  de Raad van het Gemeenschapsonderwijs zich genoodzaakt over te gaan tot een algemeen hoofddoekenverbod  in gemeenschapsscholen. Als partij respecteren wij de vrijheid van onderwijs en bijgevolg de beslissing van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.
 

http://www.kifkif.be/actua/koen-kennis-antwoordt-voor-n-va