Media onder elkaar

14-04-2017 | Margot Van Rompay

Op 23 maart 2017 organiseerde het Vlaams-Nederlandse cultuurcentrum deBuren in Gent een debat over de vragen ‘Hoe (on)betrouwbaar zijn de media?’ en ‘Is mediabashing een (politieke) strategie of een terechte kritiek?’

De media staan van oudsher bloot aan kritiek. Hen werd bijvoorbeeld vaak verweten partijdig te zijn en geen objectief verslag van de feiten te geven. Zo noemde Hitler de kranten in zijn tijd al ‘die Lügenpresse’ en toch gebruikte ook hij mediakanalen om zijn boodschap te verspreiden. Een fabrikant van radio’s had zelfs de opdracht gekregen van Goebbels om goedkope radio’s te verspreiden zodat elke Duitser een ter beschikking kon hebben. Recentelijk stelde Donald Trump de Amerikaanse nieuwszender CNN herhaaldelijk gelijk aan “fake news”. Het debat in deBuren wou de geldigheid van dit soort beweringen nagaan en vaststellen of de huidige mediakritiek terecht is of niet.

De deelnemers waren Roxane Van Iperen, juriste, publiciste en auteur, Tim Pauwels, redacteur bij het actualiteitenprogramma van de VRT De zevende dag, en Pieter Bauwens, hoofdredacteur van het Vlaamsgezinde internettijdschrift Doorbraak.

Een hele resem vragen passeerde de revue: welke is de huidige positie en functie van de mainstream media? Is de kritiek die zij krijgen terecht? Spelen zij de rol die ze vandaag de dag geacht worden te spelen?

Vaak vinden rechtse politici dat de mainstream media zich te links positioneren. Tim Pauwels stelde dat kritiek tegenwoordig sneller en directer is dan vroeger. De vraag is echter of die kritiek ook steeds gefundeerd is. Kritiek moet steeds concreet en proportioneel zijn en de huidige evolutie zou dit wel eens in gevaar kunnen brengen. Pieter Bauwens was het eens met Pauwels’ inschatting dat de media tegenwoordig meer rechtstreeks is en sneller is dan een aantal jaar geleden. Tim Pauwels pleitte voor een kritischere houding vanwege de ‘nieuwsconsument’ ten opzichte van media. Het is de taak van de journalist om onpartijdig en genuanceerd op te treden, maar niets belet de consument de dag van vandaag om meer dan één medium te raadplegen. Hiermee was Pieter Bauwens het niet volledig mee eens. Bauwens zag en ziet de rol van de media veeleer als gatekeeper, die vaak de scherpe hoeken van een debat wegwerken. Een goed voorbeeld is het debat rond islamofobie. Bauwens vindt dat de media inderdaad een gatekeeper moeten zijn, maar ook dat zij mogen worden geacht een uitgesproken mening te geven. Wat de redactie van Doorbraak tracht te doen is het woord geven aan dat deel van de publieke opinie dat – om welke redenen dan ook – in de andere media niet of minder aan bod komt.

Het was een spijtige zaak dat er naast Doorbraak geen journalist zat die aan de linkerzijde weerwerk kon bieden. Wellicht zou dan ook aandacht gegeven zijn aan de vraag of bijvoorbeeld ook “de allochtoon” in de zogenaamde mainstreammedia verkeerd geframed wordt. Zo kunnen we ons vragen stellen bij het feit dat men iemand als Meyrem Almaci vaak vraagt in debatten rond terrorisme en islam terwijl zij hier in se geen expert in is. Ook ziet men dat binnen de media personen vaak in groepen worden geplaatst en sommige attitudes sterk worden veralgemeend. Hier komt de sociale psychologie bij kijken. Literatuur binnen dit domein stelt vast dat mensen vaak de neiging hebben om het beeld dat de media schept over te nemen en te denken dat dit een grond van waarheid heeft, ook al is het soms pure fictie.

Beeldvorming kan zeer snel gebeuren, maar is minder evident om – eenmaal geïnstalleerd- weg te werken[1]. Wel kwam vanuit het publiek de vraag of er niet meer islamcritici (waarbij kritiek ook vaak gelezen kan worden als een haatpleidooi), als Wim Van Rooy bijvoorbeeld, aan het woord zouden moeten worden gelaten en vond ook Pieter Bauwens dat er nog niet voldoende kritiek werd gegeven op de islam in de mainstreammedia. Maar er wordt niet in vraag gesteld, in het publiek, om personen van een doelgroep zelf aan het woord te laten zonder dat er enkel over hen gepraat wordt.

Conclusie: een wat mat debat, dat handelde over zowat alles wat de media aanbelangt – onpartijdigheid, feitelijkheid, framing … – maar dat helaas ontbrak aan focus en scherpte.



[1] Van Hiel, A (2016). Iedereen Racist. Uitgeverij Lannoo nv, Tielt. 

http://www.kifkif.be/actua/media-onder-elkaar