Meer dan de helft van de Brusselse moslimjongeren antisemitisch?

30-05-2011 | Tinne Kenis

Joden worden wel heel erg in een hoek gezet, men kan eigenlijk geen genuanceerd beeld creëren

Meer dan de helft van de Brusselse moslimjongeren is antisemitisch, zo concludeert het onderzoek ‘Jong in Brussel’ van JOP ( Jeugdonderzoeksplatform ). JOP is een samenwerking tussen de KU Leuven, de Universiteit Gent en de VUB. Het bij ACCO verschenen resultaat in boekvorm telt 432 bladzijden. De hierboven vermelde conclusie is een van de enige onderzoeksresultaten dat De Morgen haalt op 12 mei. In bijgaand interview besluit socioloog Mark Elchardus ( VUB) dat het ‘antisemitisch zijn’ van de moslimjongeren te verklaren is vanuit hun geloof.

Wat volgt is een aanklacht van de denktank Vigilance Musulmane bij het Centrum voor Gelijke Kansen en racismebestrijding ( CGKR ) tegen Mark Elchardus op vrijdag 27 mei. De denktank vindt dat zijn analyse suggereert dat ‘iedere moslim een antisemiet is’.

Redenen genoeg om het onderzoek even van dichterbij te bekijken. Kif Kif belt met Prof.dr. A.J.R Van de Vijver, hoogleraar crossculturele psychologie aan de Universiteit van Tilburg.

Kif Kif: Wat vindt u van het onderzoek en de opbouw ervan?

Van de Vijver: Statistisch gezien klopt het onderzoek, daar zit het probleem niet. Problematisch is de formulering van de vragen. Het zijn ‘open deuren’ en de vraag is of je hier op adequate wijze attitudes mee kan meten. Men had beter gekozen voor een mix van vragen. Nu worden Joden wel heel erg in een hoek gezet en kan men eigenlijk geen genuanceerd beeld creëren.

Een nog groter probleem is de data-analyse. Het onderzoek kan geen causale verbanden leggen terwijl in het verslag deze indruk wel gewekt wordt. Het onderzoek bekijkt antisemitisme in een te beperkt kader.

Kif Kif: De realiteit van de internationale context bijvoorbeeld?

Van de Vijver: Precies. In Nederland zou je dezelfde conclusies kunnen trekken wat betreft jongeren met Arabische achtergrond en antisemitische gevoelens, maar hier kijken we wel degelijk naar de internationale context. We spreken dan eerder van anti-Israëlische gevoelens in plaats van antisemitische. Jongeren van Arabische origine of met een islamitische achtergrond in het algemeen ( praktiserend of niet , in welke mate dan ook ) trekken zich het lot van de jongeren in het Midden-Oosten heel erg aan. Deze jongeren hebben een sterke transnationale identiteit en identificeren zich sterk met Palestijnse jongeren in Israël. Deze identificatie is voor hen vanzelfsprekend omdat bovenvernoemde jongeren , behorende tot een minderheid in de maatschappij ( Nederlandse en Belgische ) zich eveneens in een zwakkere positie bevinden.

Kif Kif: Nochtans is volgens socioloog Mark Elchardus de impact van de internationale context moeilijk te achterhalen en lijkt het twijfelachtig dat enkel hier een verklaring moet gezocht worden. Elchardus: ‘ Alsof wij anti-Islamitisch worden wanneer we in het Midden-Oosten dictators aan het werk zien?’ ( DM – 12 mei 2011)

De verklaringsgronden die men gebruikt bij het nemen van conclusies zijn nog soms twijfelachtig en verrassend. Men gaat hiervoor zelfs terug naar ‘Durkheim’, wat ik erg overbodig vind, met alle respect voor Durkheim. De problemen spelen zich iets dichter bij huis af.

Bovendien vind ik dat er een erg abstracte benadering wordt gehanteerd van het antisemitisme. Men focust vooral op het oude antisemitisme. Terwijl het mijns inziens echt veel te maken heeft met de huidige situatie in Israël. De onderzoeksvraag: ‘Als je met joden zaken doet, moet je extra goed oppassen’ impliceert dat joden afzetters zijn. Maar in de huidige internationale context, als men al een veralgemening kan maken, is het zeker niet zo dat ‘joden afzetters zijn’ als wel dat ‘de staat Israël onderdrukt’ (niet eens dat ‘Israëliërs’ onderdrukkers zijn).

Het is jammer dat net dit kleine onderdeel van het onderzoek belicht wordt, het minst uitgewerkte en meest ongenuanceerde deel. Dat is heel ongelukkig.

Kif Kif: Wat denkt u dat het gevolg kan zijn van dergelijke harde uitspraken?

Van de Vijver: Het is niet omdat er gevoelens gemeten worden bij jongeren, in dit geval ‘antisemitische’, dat er ook zal worden overgegaan tot een actieve uiting van deze gevoelens. Attitudes leiden niet automatisch tot een bepaald gedrag. We tekenen in Nederland althans heel weinig antisemitische acties op. Een betoging tegen Israël is geen antisemitische actie, maar een anti-Israëlische.

Kif Kif: Hoe worden attitudes bij verschillende bevolkingsgroepen ‘gemeten’ in Nederland?

Van de Vijver: Ik werk in Nederland mee aan de zogenaamde ‘racismemonitor’, waar uitingen van racisme worden gemeten. Dit doen we in Nederland op verschillende manieren. Via meldpunten voor racisme waar men aangifte kan doen, via de politie waar men klacht kan neerleggen of via de commissie voor gelijke behandeling waar er wordt gewaakt over een gelijke behandeling van alle groepen binnen de Nederlandse maatschappij, dus ook etnische minderheden.

Sinds twee jaar sturen we een ‘survey’ mee via deze organen waar de volgende vraag wordt gesteld: ‘wordt u vaak gediscrimineerd?’. Hieruit blijkt dat meer dan de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders regelmatig met discriminatie te maken heeft, maar tegelijkertijd zien we dat een ontzettend kleine minderheid hiervan daadwerkelijk ooit tot actie is overgegaan en bijvoorbeeld de dader aangesproken heeft op het discriminerende gedrag of een melding gedaan heeft bij justitie.
 

http://www.kifkif.be/actua/meer-dan-de-helft-van-de-brusselse-moslimjongeren-antisemitisch