N-VA, Vermeersch en de afschaffing van de dubbele nationaliteit

20-03-2017 | Orlando Verde

Wie blij is met één identiteit moet mensen met een meervoudige identiteit niet beroven van hun wettelijk instrument om de onrechtvaardige grenzen van een kunstmatig opgedeelde wereld tegen te gaan.

De discussie over de afschaffing van de dubbele nationaliteit is niet nieuw. Sommigen zagen dat een aantal jaar geleden reeds als een wondermiddel. Mensen met twee paspoorten zouden immers een intern loyaliteitsconflict beleven. Gisteren nog noemde Jean-marie Dedecker het “een handrem op de integratie.” Alleen, waar dat op gebaseerd is, weet niemand. Geen ernstig onderzoek die aangehaald wordt om dat te staven. Dedecker, bijvoorbeeld, verwijst naar het feit dat Vlaamse Turken stemmen op Erdogan, maar waarom zoiets hun integratie in de weg zou staan, maakt hij op geen enkele wijze duidelijk. Massa’s voorbeelden spreken die veronderstelling dan ook tegen. Tot nader order is het een vooroordeel, louter gebaseerd op ideologische gronden.
 

De retoriek van N-VA

De afschaffing wordt deze keer echter naar boven gehaald om de import van internationale politieke spanningen tegen te gaan. Peter De Roover vindt de dubbele nationaliteit “een vergissing” en ook partijgenote Zuhal Demir zou er graag van af willen. Maar, zoals zelfs Sarah Smeyers toegeeft, is de afschaffing bovendien niet haalbaar.

De Smeyersen, Demirs en De Roovers van dit land zijn nu eenmaal de maatstaaf der dingen niet. Sommigen hebben een dubbele nationaliteit wel degelijk nodig. Bijvoorbeeld omdat een deel van hun familie hier woont en een ander deel elders. De dubbele nationaliteit is een tijdelijk antwoord voor het wereldwijd groeiende aantal mensen waarvan de identiteit niet tot één boekje kan beperkt worden.
 

De retoriek van Vermeersch

Alsof het pleidooi van de N-VA niet volstond, mengde Etienne Vermeersch zich ook in het debat. In een kort opinieartikel brengt de filosoof de dubbele nationaliteit in verband met wat hij ‘rootisme’ noemt.

Hij vertrokken vanuit zijn eigen definitie van racisme - de overtuiging “dat mensen bepaald zijn, veelal in negatieve zin, door een reeks echte of denkbeeldige eigenschappen die ze, op grond van biologische afstamming met een groep gemeen zouden hebben” – en gebruikte vervolgens het woord ‘rootisme’ om te spreken over jongeren die “hier geboren en getogen zijn” en “zich toch als Marokkaan of Turk, binnenkort als Afghaan, beschouwen”. Jongeren die “zichzelf op biologische gronden definiëren”.

Vermeersch voegt niet toe dat sommigen de erkenning van de Belgische nationaliteit van diezelfde jongeren willen uitstellen tot ze een examen afleggen. Vermeersch negeert (bewust of onbewust) dat kinderen eerst van anderen horen wie ze zijn, alvorens ze “zichzelf definiëren”. Of het nu leerkrachten, politici en journalisten zijn of hun eigen ouders, die een vergelijkbaar proces hebben doorgemaakt, jongeren worden van kleins af aan in de categorie ‘Marokkaan’, ‘Turk’ of ‘Afghaan’ geplaatst en niet als Belgen gezien. Vermeersch vergeet met andere woorden dat zelfs de dood van een jongetje van Marokkaanse origine kan leiden tot de meest akelige uitdrukkingen van racisme wanneer die een Vlaming wordt genoemd.

Het is ook jammer dat Vermeersch de intellectuele eerlijkheid niet heeft om aan te halen dat je een recht of een verworvenheid, al is het maar een noodoplossing, niet zomaar kan afschaffen op basis van de buitensporige en wellicht uitzonderlijke, extreme en/of negatieve belichamingen ervan. Zelfs indien wat hij “extreme vormen van rootisme” noemt, door de dubbele nationaliteit versterkt worden, dan nog is dat nog geen argument om die dubbele nationaliteit af te schaffen (wat toch het actualiteitskader was waarbinnen zijn opinieartikel gepubliceerd werd). Ter vergelijking: vrijheid van meningsuiting schaf je ook niet af omdat een zorgwekkend aantal mensen zich daarachter verschuilt om anderen te beledigen, om te polariseren, om te liegen en om groepen mensen te demoniseren.
 

Vlaamsnationalistische loyaliteit

Door zijn associaties rond het woord 'rootisme', suggereert Vermeersch, net als anderen, een loyaliteitsconflict bij mensen met dubbele nationaliteit. “Veelal gaat hierbij de overtuiging gepaard dat men aan de eigen roots trouw moet blijven”, zo schrijft hij. Maar loyaliteit van Vlaamsnationalisten tegenover België stelt hij dan weer niet in vraag. Hij wil zijn objectieve bondgenoten in deze kwestie blijkbaar niet aanvallen. Hij gaat integendeel verder in zijn twijfels over de loyaliteit van mensen die zich betrokken voelen op andere nationale contexten: “Als het echter zo ver gaat dat men de gebeurtenissen in dat land als de eigen gebeurtenissen ervaart, en de vijandschappen die daar heersen mee beleeft, dan betekent dit een verraad tegenover het eigen land en de eigen medeburgers”.

Waarom het meeleven met internationale conflicten een vorm van verraad is, wordt nergens verklaard. Beleeft men een ramp in een ander land niet intenser als men er een band mee heeft of als zijn of haar familie daar woont? En opnieuw: er op uit zijn om een land ‘te doen barsten’, zoals mening Vlaamsnationalist al eens betoogde, ziet Vermeersch blijkbaar niet als een vorm van verraad tegenover het eigen land.
 

De eeuwwissel gemist

“Normale mensen”, zegt de filosoof, “identificeren zich, en voelen zich solidair met andere mensen, op grond van nabijheid en gemeenschappelijke belangen en risico’s. De ‘naaste’ is die met wie men het meest nabij is: familie, buurt, werkkring, gemeente … en die mensen met wie men via belangrijke netwerken verbonden is: dezelfde scholen, gezondheidszorg, sociale zekerheid, nutsinstellingen, rechtssysteem, enzovoort. Kortom, de eigen gemeenschap en het eigen land”. Dit was zeker een juiste analyse toen hij jong was. Maar Vermeersch heeft de eeuwwissel blijkbaar gemist. Want ‘nabijheid’ werd volledig hertekend door een geglobaliseerde wereld, door het internet, door migratiestromen. De visie van Vermeersch - en bij uitbreiding van de verdedigers van deze afschaffing - valt op zijn minst achterhaald te noemen. Zo schrijft hij: “Het eigen land is dit waarin men geboren is, waarin men is opgevoed en waarin men verder zijn leven wenst te leiden”. Het is precies alsof hij zich nog in een ver verleden bevindt zonder volksverhuizingen of internationale uitwisseling.

Vermeersch begrijpt hoogstens een dubbele nationaliteit voor migranten, maar dat hun kinderen dat ook nodig zouden hebben vindt hij “niet evident”. Maar waarom dan precies? Waar haalt hij zijn conclusies vandaan over de wijze waarop kinderen zich verhouden tot een land waar (een deel van) hun familie woont? Op die vragen is er geen antwoord te bespeuren. Dat die kinderen geen problemen ondervinden van hun dubbele nationaliteit ten dat ze er eenvoudigweg recht op hebben, dat blijkt onbelangrijk voor de filosoof.
 

De maatstaf der dingen

De geschiedenis van de ongelijkheid kan je kort samenvatten als mannen die beslissen wat vrouwen moeten doen, rijken die beslissen wat armen moeten doen, Europeanen die beslissen wat Afrikanen, Aziaten, en Amerikanen moeten doen. Witte mensen die beslissen wat zwarte mensen moeten doen. Mensen zonder migratieachtergrond die beslissen wat mensen met migratie achtergrond moeten doen. Tegenwoordig ook niet moslims die beslissen wat moslims moeten doen.

Daar voegen we vandaag een nieuwe arrogantie bij: mensen met eenvoudige nationale identiteit die beslissen wat mensen met meervoudige identiteit moeten doen.

Wie blij is met één identiteit moet anderen niet beroven van hun wettelijk instrument om de onrechtvaardige grenzen van een kunstmatig opgedeelde wereld tegen te gaan. Men moet ze niet dwingen om een onjuiste verenging van hun bestaan te aanvaarden. Wie blij is met een ‘één-voudige’ ideniteit is de maatstaaf der dingen niet.

 

--

Orlando Verde is stafmedewerker bij Kif Kif

http://www.kifkif.be/actua/n-va-vermeersch-en-de-afschaffing-van-de-dubbele-nationaliteit