Nahima Lanjri antwoordt voor CD&V

CD&V is voor het gebruik van streefcijfers. Dat zijn geen quota, maar wel concrete doelstellingen die kunnen worden opgenomen in jaarlijkse diversiteitsplannen.

1. Uit cijfers van de VDAB blijkt dat de werkloosheidsgraad in Antwerpen (15,1%) dubbel zo hoog ligt als in Vlaanderen (6,9%) . Vooral de positie van etnisch culturele minderheden is heel zwak. Wat zijn hier volgens uw partij de oorzaken van, en wat de juiste oplossingen om de tewerkstellingsgraad bij etnisch culturele minderheden te verhogen?

Eén van de oorzaken kan men vinden bij de grote schooluitval. Een goede opleiding is de basis van goede kansen op de arbeidsmarkt. Te veel jongeren verlaten evenwel het onderwijs zonder diploma. (78% van de allochtone leerlingen van het 1ste jaar van de 2de graad beroepssecundaire onderwijs heeft 1 of meerdere jaren schoolachterstand,  in ASO is dit 22, 3%,  nog steeds dubbel zoveel als het Vlaams gemiddelde.  In het Brussels Gewest verlaat 1 op 5 jongeren de school met enkel een diploma lager secundair  onderwijs.)

Om kinderen maximale kansen te geven wil CD&V daarom de taal- en leerachterstand wegwerken, de schoolmoeheid aanpakken en werken aan diversiteit in zowel de lerarenopleiding alsook het lerarencorps zelf.  Belangrijk is ook dat de stem van  de ouders gehoord wordt op school. Wij pleiten voor een actieve aanwezigheidspolitiek, waarin school en ouders hun verantwoordelijkheid opnemen. Etnisch-culturele verenigingen spelen hierin een bijzonder belangrijke rol. Zij kunnen ouders begeleiden om op een volwaardige manier deel te nemen aan het schoolleven (deelname oudercontacten, maar ook actief zijn in ouderraad). Deze verenigingen hebben volgens ons een belangrijke emanciperende rol voor scholen. Zij kunnen scholen ondersteunen in hun zoektocht op welke manier ze met ouders kunnen praten over hun kinderen. Hierbij moeten we lessen trekken uit de initiatieven die we op dit vlak als overheid al genomen hebben, en op welke manier er vorm aan gegeven wordt in de praktijk.

Goed onderwijs is een belangrijke basis, maar daarmee zijn nog niet alle problemen op de arbeidsmarkt van de baan. Naast het onderwijs moet men natuurlijk ook aandacht besteden aan de arbeidsmarkt zelf.
7 op 10 Belgen werkt, maar bij mensen van buiten de EU is dat 4 op 10. In vergelijking met andere europese landen scoren wij slechter, vooral Brussel en Wallonië hebben een enorme werkloosheid onder niet-EU-migranten.
De oorzaken liggen niet alleen in  de lagere kwalificaties of  taalachterstand die mensen hebben, maar ook in de vooroordelen en discriminiatie die er leeft bij bepaalde werkgevers.

Daar waar algemene arbeidsmaatregelen niet volstaan om kansengroepen verhoudingsgewijs aan voldoende jobs te helpen, wil CD&V extra inspanningen doen en concrete maatregelen treffen in samenspraak met alle overheden, de sociale partners, de bedrijven, het vrije beroep enz... Dit geldt onder meer voor allochtonen en personen met een handicap.

CD&V is daarom voor het gebruik van streefcijfers. Dat zijn geen quota, maar wel concrete doelstellingen die kunnen worden opgenomen in jaarlijkse diversiteitsplannen. Dit veronderstelt voorafgaande “nulmetingen” zodat men weet met hoeveel men al is en constante monitoring zodat tijdig kan worden bijgestuurd.

Het gebruik van streefcijfers of ‘slimme quota’ betekent niet dat alles vrijblijvend is.  We moeten dit invoeren met het principe “pas toe of leg uit”.

Aan de andere kant is het uiteraard evident dat de overheid ook zelf het goede voorbeeld geeft in deze. En ook daar is nog veel werk aan de winkel. Met een tewerkstellingspercentage (voor allochtonen) van slechts 1,8% bij de Vlaamse overheid en amper 0, 3% bij de federale overheid, doen we het vandaag de dag niet goed.

De Vlaamse overheid heeft zichzelf al wel een streefcijfer opgelegd van 4% tegen 2015.  Het werkt, want het steeg van 0, 4 in 2005 naar 1, 8% nu.  Ook steden en gemeenten moeten voor zichzelf streefcijfers opleggen. In de stad Antwerpen waren 17 jaar geleden amper 0,5% allochtonen aan de slag. CD&V kaartte dit aan en stelde een streefcijfer voor van 13%. Stilaan verbetererde de situatie en de afgelopen zes jaar verdubbelde de tewerkstellingsgraad (nu 11, 3%).  Maar CD&V wil dat ook in Antwerpen verder wordt geïnvesteerd in de diversiteit omdat 11% nog steeds geen goede weerspiegeling is van de intussen toegenomen diversiteit in de Antwerpse samenleving.

Om de tewerkstellingsgraad van kansengroepen te vergroten moet(en) daarnaast:

- in alle tewerkstellings- en opleidingsmaatregelen minstens een evenredige deelname worden gerealiseerd van kansengroepen;
- het diversiteitsbeleid worden voortgezet. Tegen 2015 moet de helft van de bedrijven een actieve aanpak op vlak van diversiteit en non-discriminatie voeren. We voorzien de nodige ondersteuning voor KMO’s;
- aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt extra stimuli worden voorzien om de duurzame tewerkstelling van kansengroepen mee te ondersteunen. De huidige loonkostmaatregelen worden geëvalueerd en waar nodig versterkt. Doelgroepwerknemers mogen zeker niet duurder worden. De gewesten moeten bevoegd worden voor lastenverlagingen voor doelgroepen.

 

2. Twee jaar geleden (sept. 2010) toonde het Een programma VOLT aan de hand van praktijktesten aan dat 6 op 8 interim kantoren discrimineren op vraag van de klant (werkgever). Bijna een derde van de uitzendkantoren blijft ingaan op discriminerende vragen van klanten. Dat blijkt uit onderzoek van de sector zelf (juli 2012) . Ook het bekende BBB codesysteem dat Adecco gebruikte (en waar ABVV, SOS Racisme en Kif Kif een klacht tegen indienden in 2001)  om hun werkzoekend cliënteel te coderen heeft veel stof doen opwaaien. Hoe wil uw partij de discriminatie op de arbeidsmarkt aanpakken? Wat is uw standpunt ten opzichte van praktijktesten?

CD&V wil elke vorm van discriminatie bannen. Discriminatie druist in tegen de mensenrechten en de fundamentele beginselen van de democratie. Discriminatie sluit mensen uit, niet alleen op het vlak van tewerkstelling, maar ook bij huisvesting, vrijetijdsbesteding, … Het is een misdrijf dat dus effectief moet worden aangepakt. Zowel preventief (vorming, sensibilisering, …) als desnoods repressief. CD&V steunt de doelstellingen van de federale anti –discriminatiewetgeving en het Vlaamse gelijke kansen decreet alsook het netwerk van meldpunten dat erin voorzien wordt. Organisaties van etnisch – culturele minderheden spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van discriminatie. Inzake de praktijktest is het vooral belangrijk dat er duidelijke richtlijnen aanwezig zijn. CD&V pleit voor een evaluatie en bijsturing van het gebruik van praktijktesten en de manier hoe ze vandaag wettelijk verankerd zijn,  zodat deze veel effectiever kunnen worden ingezet in de strijd tegen discriminatie.

3. Het aantal voedselbanken in Antwerpen stijgt, een teken aan de wand dat armoede een realiteit wordt die steeds meer mensen treft. Wat zijn concrete maatregelen om dit tegen te gaan? Hoe denkt u de zogenaamde ‘gekleurde armoede’  specifiek aan te pakken?

Armoede gaat niet alleen over een gebrek aan geld. Het gaat over veel meer. Het betekent vaak uitgesloten worden, niet kunnen leven volgens de algemene aanvaardbare leefpatronen in onze samenleving.  Als kind niet meekunnen op sneeuwklassen bv.  Of dat doktersbezoek telkens opnieuw uitstellen of niet zomaar op stap kunnen gaan met vrienden, omdat je elke euro moet omdraaien.  Je geraakt geisoleerd.  Armoede heeft een impact op alle levensdomeinen: wonen, leren, gezond leven, werken, sociaal netwerken of samen leven.

Om armoede krachtdadig te kunnen aanpakken, moet elke gemeente of stad een duidelijk lokaal plan voor armoedebestrijding opstellen dat wordt goedgekeurd door de gemeenteraad en de OCMW-raad. Dit naar analogie met het Federaal en het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. In dit plan moeten doelstellingen en acties duidelijk omschreven worden en gekoppeld worden aan een concrete timing. Jaarlijks moet er aan alle betrokkenen gerapporteerd worden over de vooruitgang en de resultaten. Door gebruik te maken van een lokale armoedebarometer kan de evolutie van de armoede in de stad of gemeente gevolgd worden. De doelen moeten uitgewerkt worden aan de hand van streefcijfers en meetbare indicatoren.

Bij de opmaak van de armoedeplannen en het formuleren van de doelstellingen is het voor CD&V van cruciaal belang dat alle relevante partners worden betrokken zoals middenveldorganisaties en verenigingen en groepen van mensen in armoede, maar ook de relevante allochtonenorganisaties. Belangrijke nieuwe maatregelen moeten worden onderworpen aan een armoedetoets.

Om armoede een halt toe te roepen, zetten we als christendemocraten concreet in op een goede begeleiding naar werk toe, een leefbaar inkomen als vangnet en het voorzien van beheersbare kosten voor gezondheidszorg, wonen en energiegebruik. Begeleiding naar werk kan en moet op maat gebeuren. Zo bv. kunnen OCMW’s zorgen voor sociale tewerkstelling bv. art 60, of beschutte tewerkstelling.

OCMW’s kunnen nog actiever ingezet worden in de strijd tegen armoede door ook anders te gaan werken:

o Maatschappelijke  assistenten van OCMW moeten nog meer op huisbezoek gaan, oog hebben voor verborgen armoede (krottige woning, zomerkleren in winter);

o In afwachting van de automatische toekenning van de sociale rechten aan iedereen (bv. Sociaal tarief  voor energie, water, communicatie, NMBS), moet het OCMW nagaan of iedereen zijn rechten uitput: bv.OMNIO statuut  (gratis gezondheidszorg voor armen) 800.000 armen hebben er recht op, slechts 360.000 genieten ervan. Nochtans weet  iedereen: “ziek maakt arm, arm maakt ziek”.

o Helpen bij het in orde brengen van paparassen, bv derdebetalersregeling, DAVO regelen

o Contacten leggen met andere partners: VDAB, hulpverleningsorganisaties

o OCMW heeft ook zelf extra middelen die ze kan inzetten:

 Soc en cult participatiefonds

 Gas- en elektriciteitsfonds, stookoliefonds

 IGO

Daarbij moeten we oog hebben voor alle kwetsbare groepen zoals kinderen, werklozen, ouderen, eenoudergezinnen, maar ook voor allochtonen aangezien zij vaak in de armoedestatistieken opduiken.

4. Huisvesting is een groot probleem in Antwerpen, het is te kostelijk en vooral sociaaleconomisch zwakkere groepen kunnen geen woning aanwerven en huren vaak slecht onderhouden woningen die teveel kosten voor wat ze waard zijn. Hoe wil uw partij concreet de huisjesmelkerij waar laatstgenoemde groep vaker de dupe van is bestrijden? Hoe wilt u een systeem ontwikkelen waarbij uitsluiting en discriminatie onmogelijk worden maar waarbij mensen hulp op maat, binnen een specifiek behoeftekader, blijven ontvangen?

Wie van de zwakke positie van een persoon misbruik maakt door hem of haar, met het oog op maximaal profijt, een woning ter beschikking te stellen aan een veel te hoge prijs of in omstandigheden die inzake comfort en veiligheid ontoelaatbaar zijn, moet streng aangepakt worden. Gelukkig is hier de laatste jaren veel veranderd  (mede dank zij een wetsvoorstel van CD&V-kamerlid Nahima Lanjri. nvdr) en wordt hier nu actief tegen opgetreden. CD&V wil blijvend inzetten op een harde aanpak van huisjesmelkerij.

Daarnaast is het natuurlijk ook noodzakelijk dat er voldoende betaalbare woningen ter beschikking worden gesteld, te beginnen met voldoende sociale (koop)woningen. De wachtlijsten zijn nu immers veel te lang. Om dit te bewerkstelligen willen we het aantal sociale (koop)woningen blijvend optrekken. Daarnaast moet het huidig aanbod verder vernieuwd en gerenoveerd worden.

Voorts willen we de sociale verhuurkantoren versterken en promoten zodat meer mensen op de privé huurmarkt goede en betaalbare huisvesting kunnen vinden.

Verder wil CD&V dat het systeem van sociaal beheer verder wordt uitgebouwd zodat krotten opnieuw leefbare panden worden die aan betaalbare prijzen worden verhuurd.

Tenslotte moet ook de bestaande fraude aangepakt worden die er vandaag de dag bestaat. Sociale woningen moeten volgens de meest objectieve criteria worden toegewezen. Dat houdt in dat gecontroleerd moet worden of de opgegeven informatie inzake inkomen en (buitenlandse) eigendommen correct is. Enkel zo kunnen we de sociale woningen toekennen aan zij die er echt nood aan hebben.

5. Wat is het standpunt van uw partij inzake  het hoofddoekenverbod in het Gemeenschapsonderwijs?

Christendemocraten hebben veel vertrouwen in het vrije initiatief. Dit betekent dat elke inrichtende macht zelf moet kunnen beslissen of ze de hoofddoek toelaat of verbiedt.

Het doel van het onderwijs moet zijn om jongeren tot zelfbewuste, kritische en weerbare mensen op te voeden. De school moet daarom drukken op de gelijkheid tussen meisjes en jongens, op de individuele keuzevrijheid, de godsdienstvrijheid (die ook het recht inhoudt om van geloofsovertuiging te veranderen enz.). Kortom, de school moet meisjes weerbaar maken, zodat ze zelf in volle vrijheid kunnen kiezen of ze de hoofddoek (verder) willen dragen of niet.

 

http://www.kifkif.be/actua/nahima-lanjri-antwoordt-voor-cdv