Nichten, sletten en kut-Marokkanen

09-03-2012 | Norah Karrouche en Denise Vandevoort

Wij zeggen dus luid ‘neen, dank u wel’ aan een politiek discours dat de ene vorm van bashing inruilt voor de andere.

Over de noodzaak van clichébashen
Nichten, sletten en kut-Marokkanen

dinsdag 06 maart 2012
Gisterenavond tijdens de gemeenteraad beantwoordden Denise Vandevoort en Louis Tobback een vraag over het geweld tegen holebi’s dat onlangs in Leuven plaatvond. Op die vragenronde volgde een verhitte discussie over het al dan niet erkennen dat het voorval behoort tot een golf van structureel geweld vanuit ‘bepaalde religieuze gemeenschappen’ tegen holebi’s. Het stadsbestuur veroordeelde het geweld en besloot om het onderzoek van de politie af te wachten alvorens over te gaan tot concrete maatregelen aangepast aan de Leuvense context. Dit werd door de oppositie al te gemakkelijk geïnterpreteerd als een stilzwijgend goedkeuren van geweld tegen holebi’s. Schepen van gelijke kansen Denise Vandevoort en raadslid Norah Karrouche zetten de argumentatie en de logica van aanpak van het stadsbestuur nogmaals uiteen. Vervolgens lichten ze het debat dat de afgelopen week werd gevoerd in allerhande media nog eens door.


We tekenen nog maar maart, maar wij voorspellen alvast dat ‘gaybashen’ één van dé woorden van 2012 wordt. Dat is jammer. Van 25 op 26 februari werd een homokoppel slachtoffer van geweld door ‘allochtone jongeren’ in Leuven. In naam van het stadsbestuur communiceerde Denise Vandevoort aan de lokale media dat het college het politioneel onderzoek zou afwachten alvorens concrete maatregelen uit te tekenen. Gisteren herhaalde Louis Tobback dit standpunt. Het is belangrijk na te gaan in welke mate dit incident deel uitmaakt van een georganiseerde, dan wel geïsoleerde vorm van geweld alvorens het te kaderen in een structurele geweldgolf die bovendien zijn wortels zou hebben in ‘een bepaalde religieuze gemeenschap’. Moslims: Turken en Marokkanen dus. Het stadbestuur wacht op de resultaten van een onderzoek dat de concrete feiten over het geweld die zaterdagnacht in het stadscentrum aan het licht moet brengen. Daarnaast zijn we op lokaal niveau ook beperkt in onze beleidsinstrumenten. Een groot deel van de voorgestelde maatregelen kan (maar moet) nu eenmaal op Vlaams en federaal niveau aangepakt worden. Het stadsbestuur springt dus niet op een trein van clichématig denken en angstvallig communiceren over de aanwezigheid van Islam, ‘radicalisering’ en het gebrek aan ‘integratie’ van ‘allochtonen’ in de samenleving.
Sinds het incident verschenen talrijke vrije tribunes en lezersbrieven van ongeruste holebi’s en ‘allochtonen’. In die bijdragen werd telkens het geweld in Leuven, en eerder in Brussel, terecht aangekaart. Ook in Leuven sluiten we ons hierbij aan. Geweld, in welke vorm dan ook kan en mag nooit getolereerd worden. Dat was onze boodschap vlak na het voorval. Gisterenavond werd aan dat maatschappelijk signaal geen afbreuk gedaan, integendeel. De stem van het stadsbestuur was luid, duidelijk en eenvormig.
Toch kon de repliek van de schepen en burgemeester niet gesmaakt worden door de oppositie. Er is dan ook een belangrijk verschil tussen de redenering van het bestuur en die van de oppositie. Door de laatste wordt gaybashen al te snel geplaatst in de hoek van ‘de allochtonen’. De bal ligt in ‘hun’ kamp. Dit gaat voorbij aan het feit dat discriminatie op basis van seksualiteit niet gebonden is aan ‘groepen’ in de samenleving met een bepaalde ‘religieuze overtuiging’ of ‘culturele achtergrond.’ Dat lijkt ons een bijzonder optimistische analyse. Wie met die analyse akkoord wil gaan, geeft toe aan een blank, patriarchaal en heteroseksueel status quo. Het aankaarten van gaybashen in rechtstreeks verband met het integratiedebat en vragen om een uitdrukkelijke veroordeling van het geweld ‘door ‘allochtonen’ op holebi’s’ lijkt ons dan ook politiek gratuit. Aan het politiek recupereren van geweld doen wij uitdrukkelijk niet mee.
Het debat in de Leuvense gemeenteraad en media illustreert goed hoe twee bondgenoten in eenzelfde strijd tegen elkaar opgezet kunnen worden. Het illustreert ook mooi hoe eenvoudig collectieve angst voor de teloorgang van ons ‘beschavingsniveau’ opgeroepen kan worden. Zelfs ‘allochtonen’ gaan mee in dit groepsdenken en roepen nu hun ‘achterban’ op diep in de eigen ziel én koran te kijken. Maar hoe gaan wij werkelijk om met verschillen in de samenleving? We stelden het de afgelopen dagen als volgt: waarom de imam en moskee en niet de pastoor of kerk? Waarom de gelovige en niet de ongelovige? Waarom de ‘allochtoon’ en niet de ‘autochtoon’? Met andere woorden: dit debat wordt vooral gevoerd op vlak van beeldvorming én in een politieke sfeer waarin ook homoseksuele, lesbische, biseksuele én ‘allochtone’ politici het zelf opportuun achten de vinger op de wonde te leggen door met de vinger te wijzen naar een bepaalde ‘groep’ in onze stad en samenleving.
Wie hieraan toegeeft gaat het echte debat over de plaats van discriminatie in onze stad en samenleving volledig uit de weg. Seksualiteit is slechts één van de punten waarop individuen verschillen. Etniciteit, gender, klasse, leeftijd en ook maatschappelijke status horen in datzelfde rijtje thuis. Bovendien overschatten critici de verwezenlijkingen van de laatste jaren op vlak van het gelijke kansenbeleid voor holebi’s. Dat brengt ons bij een volgend heikel punt. Het is namelijk niet alleen de manier van praten over gaybashing en ‘allochtonen’ die problematisch is. Ook de praktijk van het voeren van een goed beleid dat ingaat tegen geweld en zich radicaal inzet voor gelijke kansen ongeacht seksualiteit is nog steeds onvolledig op federaal niveau. Laten we ons dus niet verschuilen achter een doortrapt westers verlichtingsdenken waarin moslims worden voorgesteld alsof ze collectief achterlopen op de westerse tijd. Dat is niet waar we als partij voor staan.
Het zou ons moeten onderscheiden van de rest, ook al klinkt dat niet altijd even opportuun of populair. Temeer omdat het een doortrapt denken is dat ons doet geloven dat het huwelijk en adoptierecht voor holebi’s reeds verworven zijn. Hoor eens, datzelfde huwelijk en adoptierecht zijn juridisch nog niet gelijkgesteld aan dat huwelijk en adoptierecht voor heterokoppels. Daar moeten we als partij op federaal niveau voor blijven strijden.
Wat kunnen we lokaal doen? Vorige week gingen stemmen op om in te zetten op onderwijs. Yvan Brys vulde dit al aan in een bijdrage op DeWereldMorgen en verwees naar onze mening terecht naar de gelijkenissen tussen discriminatie op basis van seksualiteit enerzijds en racisme anderzijds. Dat moeten we onze jeugd en kinderen aanbrengen. Leuven doet het zelf ook goed op vlak van gelijke kansen en beeldvorming. Dat is onze verdienste. Holebi-verenigingen ontvangen al jarenlang steun voor de ontwikkeling van acties in onder andere de Leuvense scholen. Het antidiscriminatiebeleid van onze schepen Mohamed Ridouani maakt daarnaast grondig werk van de aanpak van racisme. Laten we als socialisten daarnaast vooral blijvend inzetten op sociale maatregelen die ervoor zorgen dat kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties kansen krijgen in plaats van ze diezelfde kansen te ontnemen of ze daarin te obstrueren door ze woordelijk en categoriek geweld aan te doen.
Wij zeggen dus luid ‘neen, dank u wel’ aan een politiek discours dat de ene vorm van bashing inruilt voor de andere. Als partij, ook lokaal, veroordelen we iedere vorm van fysiek, maatschappelijk en woordelijk geweld op holebi’s, vrouwen én culturele minderheden. Hoor eens hier: we leven ook in een maatschappij die tolereert dat vrouwen anno 2012 minder verdienen dan mannen. We leven in een maatschappij waar vrouwen vaker slachtoffer worden van intrafamiliaal geweld dan mannen. We leven in een maatschappij waar meisjes in minirokjes als sletjes worden benoemd, en meisjes met een hoofddoek als onderworpen niemendalletjes. We leven ook in een maatschappij die tolereert dat een woord als ‘kut-Marokkaan’ in de Van Dale belandt. Iedereen heeft ‘hier’ het recht om zichzelf te zijn, zegt u? Discriminatie moet aangepakt worden, zegt u?
Wij bedanken voor een maatschappij die individuen a priori het recht op emancipatie ontneemt door ze dagelijks clichématig en structureel te schofferen en minderwaardigheid aan te praten. Dat is wat er in het (Leuvense) politiek en maatschappelijk debat over gaybashing gebeurde.
Wij willen geweld aankaarten en aanpakken zonder daardoor zelf geweld te doen aan een ander. Dat vat onze bijdrage in de discussie van gisterenavond en aanpak in één zin samen.


Deze bijdrage werd geschreven door Norah Karrouche en Denise Vandevoort. Koen Vermeersch tekent mee.

Denise Vandevoort is schepen van o.a. gelijke kansen en sociale zaken.

Koen Vermeersch is Leuvense SP.a'er.

Norah Karrouche is gemeenteraadslid  SP.a in Leuven.

 

 

 

 


 

http://www.kifkif.be/actua/nichten-sletten-en-kut-marokkanen